Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Ds. J. Overduin uit Veenendaal sprak voor het comit� Vluchtelingenhulp

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ds. J. Overduin uit Veenendaal sprak voor het comit� Vluchtelingenhulp

6 minuten leestijd

Het comité Vluchtelingenhulp Middelhamis-Sommelsdijk heeft Vrijdagavond een bijeenkomst georganiseerd in de Hervormde Kerk te Middelhamis, waar als spreker optrad ds, J. Overduin uit Veenendaal, die in de bezettingsjaren in meerdere concentratiekampen, o.m. ook in het moordende kamp Dachau heeft gevangen gezeten. Van deze schrikkelijke kampbelevenissen heeft ds. Overduin een en ander verteld en daarna in verband gebracht de noodzaak om aan de duizenden ontheemden, die geen Vaderland meer hebben en in een aller ellendigste toestand verkeren, de helpende hand te bieden. Bijzonder stond deze avond in het teken van de Christenplicht, om geen kwaad met kwaad te vergelden, maar op het altaar der liefde een offer te brengen voor de berooide evennaaste. Vooraf spraken ds. P. de Smit en mr. Zuur, de Kantonrechter, terwijl aan ds. Muntingh het slotwoord was toebedeeld.

Ds. P. de Smit, Chr. Ger. predt. te Middelharnis opende de bijeenkomst, waarbij gezongen werd Ps. 99 vers 1 en 2. Hij las Rom. 12 vanaf vs. 11 en ging voor in gebed. In een kort openingswoord voerde spreker zijn gehoor terug naar de oorlogsjaren 1940—'45, toen de bezetter de voet gezet had op onze bodem en ook op het hart van ons Nederlandse volk. Het verschrikkelijkste daarbij was, dat velen werden opgesloten in de concentratiekampen, waar een onbegrijpelijk leed geleden is. Thans zijn voor vele Duitsers de rollen omgekeerd zei spr., zij maken door wat wij meegemaakt hebben. Zullen wij nu in de handen klappen van genoegen, vroeg spr.? Dit zou onze Christenplicht onwaardig zijn. Wij dienen die vele vluchtelingen geen kwaad voor kwaad te vergelden, maar met hen mede te leven en naar vermogen te helpen hun lijden te verzachten. Daarvoor was deze avond belegd en htj gaf

i Mr, Zuur

Kantonrechter te Sommelsdijk gelegenheid om de moeilijkheden die de ontheemden doormaken nader te belichten. Mr. Zuur deed dat in de plaats van burgemeester Rijnders, die verhinderd was. Deze spr. gaf een schets van de onnoemelijke ellende, die door tienduizenden mensen geleden wordt in de meest troosteloze kampen, zonder middelen van bestaan. Deze ontheemden uit Oost Duitsland, uit de Baltische Staten enz. ontbreekt het letterlijk aan alles. Spr. schetste toestanden in Oostenrijk en Griekenland; waar gebrek was aan voedsel, kleding, en deksel; ophoping van mensen in kleine vunzige ruimten, zonder voldoende geneesk. verzorging, kortom die moreel ten onder gingen. Spr. deed een dringend beroep in deze schrikkelijke ellende dg helpende hand te bieden.

Gruwelen van de Gestapo-duivels

Dan kwam ds. J. Overduin aan het woord om iets te vertellen van het vreselijke, dat hij en zoveel anderen hadden doorgemaakt in het concentratiekamp van Dachau. Spr. wierp een blik terug op de gelijkschakeling die het Nat. socialisme tijdens de bezettmg trachtte toe te passen, en in het bijzonder hoe men de jeugd daarvoor trachtte te winnen. De vrijheid der Chr. Scholen kwam al direct in gevaar, het conflict begon voor spr. over het chr. onderwijs. Hij stond toen in Arnhem, onder de onderwijzers op de Van Löben- Sels-school, was een verrader, een zekere Feenstra die de kinderen het vergif van het nat. soc. trachtte in te gieten. Het hoofd dhr. Caspers kwam hier tegenop, hij werd gevangen gezet en Veenstra nam zijn plaats in. Besloten werd hem in de kou te laten staan n.1. door geen kinderen meer naar school te zenden. Op Zondag 8 Febr. '42 kwam het con

Op Zondag 8 Febr. '42 kwam het conflict in een accuut stadium, toen in heel Nederland en biddag werd gehouden voor het Chr. Onderwijs. In de kerk liet spr. een klaar geluid horen; hij preekte over Matth. 5 : 10 en 11. „Zalig zijt gij als de mensen U smaden en vervolgen enz." Onder zijn gehoor was een van de verraders en een Gestapo-man. Spr. liet duidelijk uitkomen dat de school niet was een gestolen school, maar een van Jezus Christus en dat de kinderen niet mochten gevoerd in de armen van de antichrist. Alle vrees werd bij hem weggenomen — gevolg was echter dat na de preek de overvalwagen voor de deur kwam om ds. Overduin weg te voeren. Eerst mocht spr. echter nog eten met zijn vrouw, waarbij hij zijn eigen nood, die van zijn gezin, van de kerk en van land en volk opdroeg, maar ook voor zijn vijanden bad. Toen begon de ellende, eerst afmat

Toen begon de ellende, eerst afmattende verhoren onder veel dreigementen en daarna naar het concentratiekamp te Amersfoort. Spr. schetste de verschrikkingen die daar werden doormaakt, wat nog maar copy bleek te zijn, van hetgeen in Dachau zou worden ondervonden. „Het beroep" naar Amersfoort kon spr. echter heerlijk noemen, hij was er nu zelf in gesleept, om anderen tot nut en zegen te kuimen zijn. Spr. stond vooral stil bij het feit, dat de mens zich zo „gewichtig" gevoeld in het burgerlijk leven, de Wet van het Koninkrijk Gods is echter, die zijn leven verliezen wil, zal het behouden! Spr. maakte gewag van het clandestiene briefje, dat hij van ds. Douma ontving over 2 Cor. 1 : 3—11; waaruit hij kracht ontving, dat hij door „de God aller vertroosting" nooit alleen zou staan. Ook, hoe hij de 70 die gefusileerd werden geestelijk mocht bijstaan, clandestien bidstonden houden en velen een hart onder de riem mocht steken.

De beschrijvingen die spr. gaf van de gewetenloze Lagerführers, o.m. de beruchte Berg, en andere beestmensen, tarten alle weergave. Ds. Overduin deed slechts zo hier en daar een greep en al hadden ongetwijfeld de meeste hoorders het boek ,,Hel en Hemel van Dachau" gelezen, het was hen aan te zien, dat zij allen met ontzetting vervuld waren de gruwelen aan te horen uit de mond van een, die dit alles had meegemaakt. Van Amersfoort ging het op trans

Van Amersfoort ging het op transport naar Essen, een transport waarbij men in de wagons werd getrapt, saamgeperst als in een sardineblik. Van Essen naar Neurenberg, de vergaarbak van Europese rampzaligheid. Dit was het doorgangsstation van gevangenen uit alle mogelijke landen, waar ook veel Joden op het laatste transport wachten naar de gaskamers. Dachau was het —• toen nog onbeken

Dachau was het —• toen nog onbekende doel — van het transport, waarvan een kindergebedje luidt: ,,Lieve Jezus, maak mij vroom, dat ik niet in Dachau koom!" Dat zegt genoeg! En toch wisten de Duitsers niet, wat zich daar allemaal afspeelde!

Toen het transport daar aan kwam, werden ze met vloeken en trappen naar de administratie gedreven, waar een S.S. kerel aan spr. vroeg: Wat ken je? Op het antwoord van geestelijke, antwoordde de S.3.-er: ,,Du kannst nach vierzehn Tagen Himmelfahrt feivn luvch Kamin!" (Je kunt na 14 dagen hemelvaart vieren door de schoorsteen van het crematorium!)

In dit bestek kunnen wij de gehele rede van ds. Overduin niet afschrijven, we verwijzen daarvoor naar zijn reeds genoemde boek: ,,Hel en Hemel van Dachau". De helhond woedde er, duizenden bij duizenden zijn er afgeslacht, maar die het leven in Christus had, dit kon de duivel niet ontnemen. Ook in de hel van Dachau gold: ,,Hoe zacht zien wij de vromen, den dood nu zonder schromen, blijmoedig tegengaan. Dat was de hemel.

Spr. wist levendig te beschrijven de kracht des geloofs, verhoring van gebeden, waardoor ook hij was verlost en prees die Christus, van wie hij staande tussen levenden en doden zo blijmoedig mocht getuigen, ten zeerste aan.

Zijn slotbetoog was geen kwaad met kwaad te vergelden, maar het woord van Christus na te komen: doet wel degenen die u vloeken, zegent ze die U geweld aan doen.

Christelijke wraak

Ds. Muntingh die het slotwoord sprak haakte hierop in en zeide dat de weerwraak van de Christen diende te zijn met gulle hand voor de vluchtelingen en voor de ontheemde te geven, opdat de Naam van Jezus Christus geprezen worde. De slotzang was Ps. 108 : 1 waarna ds. Muntingh eindigde met dankgebed.

Aan de uitgangen werd daarna een collecte gehouden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 26 februari 1955

Eilanden-Nieuws | 8 Pagina's

Ds. J. Overduin uit Veenendaal sprak voor het comit� Vluchtelingenhulp

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 26 februari 1955

Eilanden-Nieuws | 8 Pagina's