UIT HET KIJKVENSTER
Kerstvieringen — Kerstliederen — Ere zy God —
m de Kerstdagen weer voor de deur Iji komen ook allerlei verenigingen y in aktie om een Kerstavond of een «twijding te organiseren. Wanneer J |al die aankondigingen en program- |s onder ogen krijg, vind is het wel- ; een beetje vermoeiend. Het is be- Ipelijk dat de verenigingen graag al- ! hun eigen Kerstmiddag of Kerst- Ind willen hebben, maar toch komt Ivraag op of het niet beter zou zijn, Izaak wat te centraliseren. Dat er in kerkelijke gemeente bijvoorbeeld [jnderlijke Kerstfeestvieringen zijn |r de Zondagsschool, de kleine meis- \ie grote meisjes, de kleine jongens, ïjrote jongens, de mannen- en vrou- ^vereniging, om dat van de zangver- Mg en van de bejaarden niet te pken, is toch wel wat veel van het tóe . Hoe vaak zal het Kerstevange- [niet gelezen of gehoord zijn, hoe zullen de Kerstliederen niet ge- |jen zijn, voordat de eigenlijke Kerstaanbreken? Het gevolg is, vooral lie grote steden, dat alles bruist van Inteit vóór de Kerstdagen en dat de feenteleden met de Kerstdagen zelf samenkomst der gemeente (die het hoogtepunt is en blijft) vert laten gaan?
: heb weleens een predikant horen huchten: „Voor mijn part werden Kerstfeestvieringen afgeschaft en 1 iedereen genoeg aan de kerkdien- Bop de Eerste en Tweede Kerstdag" Ivrees dat deze wens altijd onver- 1 zal blijven, want het is ook wel j radicaal... Maar nogmaals, wat Ir soberheid in onze Kerstvieringen ^echt geen kwaad kunnen!
Jat mij altijd opvalt is dat er op en Mjoni het Kerstfeest zoveel gezongen idt. Dat is ook geen wonder, want jom het eigenlijke Kerstgebeuren, is look al zoveel gezongen. We kennen fn de lofzang van Zacharias, van jna en van Simeon, zelfs van de enjai, En ook de herders hebben ge- |;en na hun terugkeer uit de stal 1 Bethlehem, al weten we dan niet he precies gezongen hebben. Het is Jwel iets om nooit over uitgezongen jtomen: „De verborgenheid der Godpheid is groot, God is geopenbaard vlees..."
1 hoeveel dichters hebben in de loop (eeuwen het Kerstevangelie op hun lie vertolkt. Er is ook in onze Neder- Wss literatuur een overvloed aan pstliederen, er bestaan bundels alleen t Kerstgedichten uit de 13e tot en tde 20ste eeuw. En toch... hoe moei- J'S het een goed Kerstgedicht te vin- B waarin aan de ene kant niet aan •werkelijke betekenis van het Kèrstpigelie wordt afgedaan, en dat toch I de andere kant op de naam van fcie aanspraak mag maken. Vele zo- |aamde Kerstverzen mogen de naam 1 „gedicht" nauwelijks dragen, an- (zijn wel zuivere poëzie, maar hebMjo jgts zoetelijks dat ze het naakte |stevangelie afbreuk doen, of zijn zo lier dat slechts de taalkunstenaars pverstaan. P
P M de kerkdiensten voelen vele men het als een gemis, dat we met de itdagen geen gezangen zingen. De bien, zeggen ze dan, zijn Oud-Tesentische liederen, die slechts bij uit- ienng van toepassiQg zijn op het (gebeuren. Dat is maar ten dele r Ook het Oude Testament predikt istus, zij het dan in de belofte aan vaderen. En bovendien, we hebben een aanhangsel achter ons psalmook nog de Lofzangen van Maria, kanas en Simeon, die wel volledig toepassing zijn op het Kerstevange- De Gedeformeerde liturgie (dus die Calvijn) heeft steeds vastgehouden het principe: We zingen in de offieredienst der Christelijke gemeenlléén de psalmen en andere berijm- Schriftgedeelten. Het vrije lied, inn dus een dichter met zijn eigen rden zijn religieuze gevoelens uittó, heeft nooit een plaats gekregen eredienst (de Bedezang voor de predikatie, voor en na het eten, de Morgenzang en de Avondzang zijn dus uitzonderingen, want dat zijn ook vrije liederen). Een moeilijk punt is altijd geweest het „Ere zij God". Dat is een berijmd Schriftgezang, want het is de letterlijke berijming van het engelenlied. Het zou dus best gezongen kunnen en mogen worden in onze kerkdiensten, als het in ons psalmboek stond. Naar ik meen hebben de noordelijke classes der Christelijke Gereformeerde Kerken toegestaan dit lied in de eredienst te zingen. In deze kerkgroep doet zich dus het merkwaardige feit voor dat Groningen, Friesland en Drente dit lied mogen zingen in de dienst zelf, de andere provincies pas na de zegen, wat dan ook veel gebeurt. Dat gebeurt trouwens ook in menige Gereformeerde Bondsgemeente in de Ned. Herv. Kerk.
Ik heb me weleens laten vertellen dat over het al of niet zingen van dit lied, nadat de predikant de zegen heeft uitgesproken, nogal wat deining was Ik kan me niet goed voorstellen waarom eigenlijk. Dan zouden we zeker op de verjaardag van de Koningin het Wilhelmus niet mogen zingen en dat gebeurt toch ook vaak na de kerkdienst... Het lijkt me het best over deze en dergelijke vragen geen woordenstrijd te voeren. Tenslotte gaat het er maar om of we dat ene lied kunnen zingen dat niemand leren kan dan zij die van deze aarde gekocht zijn. WAARNEMER.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 december 1967
Eilanden-Nieuws | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 december 1967
Eilanden-Nieuws | 10 Pagina's