Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Hosea (13)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Hosea (13)

10 minuten leestijd

Ontzettende dingen komen in dit hoofdstuk ter sprake. De Heere is vastbesloten tot het oordeel over Israël. Er blijft geen sprankje licht over. En Israël hoeft niet te vragen waarom. Het hoeft geen vraag te zijn voor het volk waar het dit aan verdiend heeft. De Heere geeft er in dit deel van Hoséa’s profetie uitvoerig rekenschap van.

Efraïm – nu is hiermee de stam bedoeld – heeft een leidende positie verkregen. Dit is overeenkomstig de zegen van Jakob. Toen de aartsvader de zonen van Jozef zegende, had hij Efraïm boven Manasse gesteld; en dat terwijl Efraïm de jongste was. Maar in plaats van voor te gaan in het dienen van de Heere, was Efraïm het volk voorgegaan in het dienen van de afgoden. Efraïm heeft zijn hoge, vooraanstaande positie misbruikt. En deze afval van de Heere heeft hem in de dood gebracht. Dat is altijd zo. Andere goden dienen voert in de dood. Je komt er bedrogen mee uit.

De beelden die aan onze ogen voorbijgaan spreken voor zich: een morgenwolk, vroeg opkomende dauw, kaf dat wegstuift voor de wind. Het verwaait en vervliegt. Even is het er en zo is het ook weer verdwenen. Zo zal het volk vergaan. ‘Als rook en damp die ras verdwijnt…’ Woorden die in Psalm 68 het lot van de vijand bezingen. Maar zo bejegent de Heere Zijn volk nu ook: alsof Hij haar vijand is. Een aangrijpende tekening van de verbondswraak. Zo zwaar neemt de Heere de zonde van Zijn volk op. Dat heidenvolkeren andere goden dienen is aangrijpend; als het volk van God zich tot andere goden wendt, is dat nog zoveel aangrijpender. En dat terwijl de Heere Zich uit vrije goedheid zo over Israël ontfermd heeft, terwijl Hij het zoveel genade en goedheid heeft bewezen. ‘Ik ben toch de Heere, uw God, van Egypteland af?’

Het volk kan dit zelf inzien. Heeft ooit één van de andere goden het volk verlost zoals Hij dat gedaan heeft? Is er één afgod aan te wijzen die aanspraak kan maken op de liefde en de gehoorzaamheid van het volk? De Heere heeft het volk geleid en Zijn grote daden bewezen. Van de tijd af dat Hij het verlost heeft uit Egypte. Kan dát van enig andere god gezegd worden? De Heere herinnert het volk bij monde van Hosea niet alleen aan de uittocht uit Egypte; Hij wijst het ook op de tijd dat Hij het leidde door de woestijn. Zonder Hem zou het er wis en zeker de dood hebben gevonden. ‘Ik heb u gekend…’, zegt de Heere. Hij had hun Zijn liefde bewezen. Denk aan al de blijken van Zijn zorg in die tijd zoals de wolkkolom en de vuurkolom, het manna en het water uit de steenrots.

Wat hebt u te belijden als u terugziet op uw leven? Heeft de Heere niet op allerlei manieren ook ú Zijn goedheid bewezen. En wat heeft het alles gedaan? Hebben Zijn gunstbewijzen ons temeer aangespoord om Hem, de Gever van al die goede gaven, te dienen? Bij Israël is het verdrietig genoeg heel anders gegaan. Het volk gaat zich verheffen vanwege dat wat het uit genade van de Heere heeft ontvangen. Het volk verbeeldt zich heel wat op grond van wat het onverdiend heeft gekregen. En dat is niet bepaald een vergissing, het zijn geen zonde in onwetendheid begaan. Integendeel. De Heere had het er keer op keer voor gewaarschuwd: het gevaar om in tijden van voorspoed en overvloed de Heere te vergeten. En wie herkent het niet…? Hoe snel hebben ook wij, als het ons goed gaat, de Heere niet meer nodig? We kunnen zo snel onszelf redden; we verwachten het van ons eigen kennen en kunnen in plaats van het te verwachten van Hem.

Het wordt de ondergang van Israël (vers 7-9). Als een verscheurend dier komt de Heere op het volk af. De beelden spreken – opnieuw – voor zich: een felle leeuw, een luipaard en een van jongen beroofde berin. Aangrijpend. Want we begrijpen dat als de Heere zó op Zijn volk toekomt, niemand het uit Zijn hand kan verlossen. Hij vraagt het dan ook: ‘Waar is uw koning nu?’ (vers 10). Er is geen redden aan. ‘Efraïms ongerechtigheid is samengebonden, zijn zonde is opgelegd’ (vers 12). Ze zijn als het ware opgeschreven en zorgvuldig bewaard. Als een afschrikwekkende aanklacht.

Het slot van Hosea 13 – en het eerste vers van hoofdstuk 14 – tekent uit wat er gaat gebeuren. Barensweeën overkomen Israël. Barensweeën zijn in de Bijbel meer dan eens het teken van Gods oordelen. Echter, waar barensweeën gewoonlijk tot nieuw leven leiden, zijn ze hier ten dode. Assur, hier getekend als een verzengende woestijnwind, zal verschrikkelijk huishouden in Israël. De betekenis is huiveringwekkend: Samaria wordt verwoest, de mannen vallen door het zwaard, de kinderen worden gedood en de zwangere vrouwen opengesneden. Dat laatste om te voorkomen dat een overwonnen volk nog nageslacht zou krijgen. Het is in één woord verschrikkelijk. Maar… de Heere had vaak en indringend en liefdevol gewaarschuwd!

Is er dan geen ontkoming? Ik hoor in die vraag de Heidelberger: ‘Is er enig middel...?’ En van de vraag naar dat enige middel om de welverdiende straf te ontgaan, komt ons leerboekje toe aan de vraag naar de Middelaar. Op Wie de Heere onzer aller ongerechtigheid heeft doen aanlopen (Jesaja 53). Ik hoop dat de ontzettende boodschap van Hosea 13 u en jou doet vragen naar Hem. Het is voor ons nog de welaangename tijd, de dag der zaligheid.

Sommelsdijk, ds. P.C. Hoek

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 maart 2020

Kerkblad | 24 Pagina's

Hosea (13)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 maart 2020

Kerkblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken