Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Esther � De Heere regeert

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Esther � De Heere regeert

33 minuten leestijd

Thema

Toelichting op het thema

Het jaarthema gaat over personen in de Bijbel. In de schets hieraan voorafgaand wordt het eerste gedeelte van Esther behandeld. In deze Kompas gaat het over het tweede gedeelte van Esther. Hierin wordt Esther 5:4 tot en met het einde van het Bijbelboek behandeld. In deze schets zien we hoe de hoogmoedige Haman vernederd wordt en hoe de Heere Esther gebruikt om Zijn volk te redden. Uit het Joodse volk zal de Heere Jezus geboren worden.

Doel van de vertelling

Het doel van de vertelling is dat de kinderen zien dat hoogmoedigen vernederd worden en nederigen verhoogd worden. De Heere voert Zijn plan dwars door alles uit. Hij staat in voor Zijn volk. Het lijkt er op dat Haman zal overwinnen, maar de Heere regeert. We zien hier de strijd tussen vrouwenzaad en slangenzaad, tussen Christus en de duivel. Maar Christus is Overwinnaar!

Introductie van het thema voor de kinderen

Vraag aan de kinderen of zij weleens hebben gehoord van het spreekwoord ‘hoogmoed komt voor de val’. Leg wanneer nodig het spreekwoord uit: iemand die erg trots is, kan ook snel in de problemen komen. Laat kinderen voorbeelden noemen bij dit spreekwoord of maak een woordweb.

Dit spreekwoord past goed bij de vertelling. Laat de kinderen achteraf benoemen waarom.

Zingen en lezen

Zingen

Psalm 93: 1 en 4

Psalm 35: 2 en 4 (over hoogmoed)

Psalm 36: 1 (over hoogmoed)

Psalm 140: 4

Psalm 19: 7 (over hoogmoed)

Psalm 138: 4

Psalm 73: 14

Psalm 118: 4

Psalm 126: 2

Psalm 132: 12

Lofzang van Maria: 4 en 5

Lied uit ‘Tot Zijn eer’:

• God is getrouw

Lezen

Esther 7

Kerntekst

Hij heeft een krachtig werk gedaan door Zijn arm; Hij heeft verstrooid de hoogmoedigen in de gedachten hunner harten. Hij heeft machtigen van de tronen afgetrokken, en nederigen heeft Hij verhoogd (Lukas 2: 51 en 52).

Vertelling

Wat een eer! Zie je wel hoe belangrijk ik ben! Dat heb ik goed voor elkaar. Uitgenodigd door koningin Esther, om samen met de koning bij haar te dineren. Ik ben al eerste minister van de koning en nu mag ik ook nog eten met de koningin. Een dienaar van de koning heeft me laten halen. Met spoed moet ik naar het paleis komen. Dat is geen probleem! Ik ga maar al te graag. Trots loopt Haman naar het vrouwenpaleis.

Esther heeft door haar personeel een maaltijd laten bereiden. Vanmorgen is ze naar de koning gegaan. “Wanneer ik dan omkom, zo kom ik om,” had Esther gezegd. Zo was ze gegaan. Ze is de enige die het Joodse volk kan redden uit de handen van Haman. Die vreselijke wet is afgekondigd, waarin staat dat alle Joden op de dertiende Adar, de dertiende dag van de laatste maand, gedood mogen worden door de inwoners van het Perzische rijk. Het is een wet van Meden en Perzen, en deze wet kan dus niet veranderd worden.

En wat is het meegevallen toen ze bij de koning kwam. Hij heeft haar de gouden scepter toegereikt en haar gevraagd: “Wat is uw verzoek? Het zal u gegeven worden, zelfs al is het de helft van mijn koninkrijk.” Ze heeft de koning alleen maar gevraagd om vandaag, samen met Haman, bij haar te eten. Na de maaltijd zal ze vertellen van dat vreselijke.

Daar zit Haman met Koning Ahasveros en Koningin Esther. Er is genoeg te eten voor iedereen. Hij heeft niet door dat Esther wat zenuwachtig is. Hij denkt alleen maar aan zichzelf, hoe belangrijk hij is. Aan het einde van de maaltijd, als de wijn geschonken wordt, vraagt de koning: “Koningin Esther, wat is nu uw verzoek? Het zal zeker gebeuren, zelfs al vroeg u om de helft van mijn koninkrijk.” Moet ze het nu zeggen? Maar dan zal de koning er achter komen dat ook zij bij het volk van de Joden hoort. “Koning,” zegt Esther, “mijn bede en verzoek is: komt u morgen weer bij mij aan de maaltijd, samen met Haman. Dan zal ik u mijn verzoek bekend maken.”

Haman verlaat het paleis. Morgen mag hij weer met de koning bij de koningin eten! Hij is opnieuw uitgenodigd. Wat is hij trots. Er is vast niemand in het Perzische rijk die dit ooit heeft meegemaakt. Hij mag niet alleen één keer, maar zelfs voor de tweede keer bij de koningin eten. En zo loopt hij door de poorten van het paleis en overal waar hij komt, staan de mensen op en buigen diep voor hem. Maar dan ineens slaat de stemming van Haman om. Want daar ziet hij hem weer zitten, Mordechai, die Jood! Wat een haat komt er opeens in zijn hart. Terwijl iedereen voor hem buigt, blijft Mordechai gewoon zitten, hij buigt niet voor Haman. Deze Jood bederft zijn hele dag. Wacht maar! Ik zal hem wel krijgen, hoe durft die man! Ik zal thuis een plan maken om hem te doden. Wachten tot alle Joden gedood mogen worden, duurt te lang!

Wat een haat is er in het hart van Haman, tegen die Jood, Mordechai. De haat van Haman gaat veel verder. Het is een haat tegen het hele Joodse volk. Tegen de God van dit volk. Het is de haat van de duivel tegen de Heere Jezus. De duivel, die er alles aan zal doen om het Joodse volk uit te roeien. Haman is thuis gekomen bij zijn vrouw Zeres. Hij roept zijn familie en vrienden bij elkaar. Zij moeten allemaal horen wat er vandaag gebeurd is. “Moet je eens horen hoe rijk ik ben, ik heb zoveel geld, een prachtig huis en mooie spullen. Ik heb tien zonen. Verder ben ik de belangrijkste minister van de koning. Iedereen moet mij eren. Vandaag mocht ik zelfs eten bij koningin Esther en voor morgen ben ik weer uitgenodigd om bij de koningin te eten. Maar wat heb ik aan al die rijkdom en macht? Er is iemand die het allemaal bederft voor mij. Het is Mordechai, die ene Jood in de poort. Steeds weer zie ik hem daar zitten en hij buigt niet voor mij. Ik kan het niet uitstaan.”

Hamans familie en vrienden hebben alles gehoord. Haman is echt heel rijk en machtig! Zijn vrouw Zeres kijkt hem spottend aan. “Maak je toch niet zo kwaad om die Mordechai, jij hebt het toch voor het zeggen. Je moet er gewoon voor zorgen dat Mordechai morgen, voordat je bij de koningin gaat eten, gedood is. Dan kun je weer vrolijk naar de maaltijd toegaan.” Het gezicht van Haman klaart weer op. Dat is een goed idee van zijn vrouw. Dat zal hij doen. Haman volgt het advies van zijn vrouw op en laat in zijn tuin een galg van wel 25 meter hoog maken.

De volgende morgen is Haman al vroeg wakker. Vandaag gaat het gebeuren. Vandaag zal Mordechai aan de galg worden gehangen en sterven. Hij zal alleen aan de koning nog even toestemming vragen. Weet je wat, laat hij nu maar vast naar het paleis gaan. Slapen kan hij toch niet meer. Wanneer Haman in het voorhof van het paleis komt, komt er een knecht van de koning naar hem toe. “Haman, de koning wil u spreken.” Verbaasd loopt Haman met de knecht mee. Waarover zal de koning hem willen spreken?

Zou er iets gebeurd zijn? De koning is al vroeg wakker, er moet vast iets bijzonders aan de hand zijn. Als Haman de koning ziet vraagt hij: “Haman: Wat zal men die man doen tot wiens eer de koning een welbehagen heeft?” Dat ben ik, denkt Haman. Dat moet wel over mij gaan. De koning heeft mij niet voor niets aangesteld als de belangrijkste minister in het rijk. De koning wil mij belonen en eren. Hij ziet het helemaal voor zich. “Koning,” zegt Haman, “U moet die man een koninklijk kleed aan geven en hem zetten op een paard waar een koning op rijdt. Ook moet hij een koninklijke kroon op zijn hoofd krijgen. Daarna moet één van uw vorsten deze man op het paard door de stad leiden en roepen: Alzo zal men die man doen tot wiens eer de koning een welbehagen heeft.” Haman ziet zichzelf al zitten op het koninklijke paard, met een prachtig kleed aan en een kroon op zijn hoofd, geleid door één van de vorsten door de straten van de stad. Dan zal hij nog meer geëerd worden!

“Mordechai heeft mij ooit het leven gered en ik heb hem er nog nooit voor beloond. Dat gaat nu gebeuren. Haast u,” zegt de koning. “Haman, doe alles wat je gezegd hebt. Haal dat paard, dat kleed en die kroon en doe precies zoals je het hebt gezegd, bij de Jood Mordechai die in de poort zit. Hem wil ik eer bewijzen. Maak haast, Haman!”

Wat schrikt Haman als hij dat hoort. Moet hij nu met Mordechai door de stad gaan? Mordechai, die Jood die hij zo haat! Haman zou wel weg willen lopen. Kon een andere vorst uit het rijk dit maar doen. Maar het is het bevel van de koning. Hij moet wel. Vreselijk, wat een vernedering! Hij doet precies wat de koning gezegd heeft. Hij neemt een kleed, een kroon en een paard. Hij zoekt Mordechai op en bekleedt hem met de koninklijke mantel en met de kroon. Hij zet Mordechai op het paard en leidt hem door de straten van de stad Susan. Hij zelf had op dat paard willen zitten, hij had een koninklijk kleed en een kroon willen dragen. Maar nu loopt hij door de straten met Mordechai op het paard en hij moet het uitroepen: ‘Alzo zal men die man doen tot wiens eer de koning een welbehagen heeft.’ Uiteindelijk komen ze weer bij het paleis aan. Mordechai stapt van het paard, Haman doet hem het kleed uit en neemt de kroon van zijn hoofd. Daar gaat Mordechai. Hij gaat terug naar de poort om daar zijn werk weer op te pakken. Haman gaat zo snel mogelijk naar zijn huis, vernederd en verdrietig.

Als hij thuiskomt, zitten zijn vrienden en vrouw daar weer. Zij hebben hem gisteren het advies gegeven om een galg te maken voor Mordechai. Hij vertelt hen wat er vandaag allemaal is gebeurd. Hoe hij Mordechai door de stad heeft moeten leiden.

Lang kan Haman niet in zijn huis blijven. Er komen opnieuw dienaren van de koning. “Haman, u bent toch zeker niet de tijd vergeten? U moet toch eten met de koning en de koningin? U moet snel meekomen.” Voor de tweede keer gaat Haman naar het paleis om te eten met de koning en de koningin. Maar het is nu zo anders dan gisteren. Toen was hij zo blij en trots geweest. Nu moet hij steeds maar denken aan die vreselijke tocht door de stad met Mordechai op het koninklijke paard. Aan het einde van de maaltijd gaat de koning opnieuw tot Esther spreken. “Esther, wat wilt u dat ik u doen zal? U kunt het van mij krijgen, zelfs al is het de helft van mijn koninkrijk.” Nu moet Esther het wel gaan vertellen. Ze kan niet nog langer wachten. “Koning, als ik genade in uw ogen gevonden heb, dan wil ik graag dat u mij en mijn volk laat leven!” De koning kijkt verwonderd. Wat is dit nu voor vreemde vraag? “Want,” gaat Esther verder, “wij zijn verkocht, ik en mijn volk. Ze willen ons allemaal doden!” De koning begrijpt er helemaal niets van. Wil iemand Esther en haar volk doden? Wie zou dat zijn? De koning wordt er boos van. “Wie heeft dit gedaan, Esther. En waar is de man die dit gedaan heeft?” Nu moet ze het zeggen: “Koning, de man, de onderdrukker en vijand is deze boze Haman.”

Wat? Is Esther ook een Jodin? Hoort zij ook bij hetzelfde volk als Mordechai? Haman is wit weggetrokken van schrik. De koning is opgestaan en gaat woedend naar buiten. Haman en Esther blijven samen achter. De enige die me nog kan redden, is Esther, denkt Haman. Hij valt voor Esther neer in de hoop dat ze nog iets goeds voor hem wil doen. Hij smeekt haar om zijn leven. Maar als de koning weer binnenkomt en Haman zo dicht bij Esther ziet, wordt hij nog bozer. Zou hij hier in het paleis de koningin ook nog kwaad doen? “Ik wil hem niet meer zien,” zegt de koning tegen zijn knechten. Ze moeten Hamans gezicht bedekken en hij moet gedood worden. “Koning,” zegt één van de knechten, “Haman heeft een galg bij zijn huis laten maken. Van wel 25 meter hoog. Hij wilde Mordechai daar aan laten hangen.” Die galg is in heel de stad te zien. “Hang hém aan die galg,” zegt de koning. Zo gebeurt het vreselijke: Haman wordt aan de galg gehangen die hij gemaakt heeft voor Mordechai.

Zo erg is het met Haman afgelopen. Misschien schrik je hier wel van. De Heere vernedert de hoogmoedigen en de nederigen zal Hij verhogen. Trots en hoogmoed leven ook in ons hart. Dat is al begonnen in het paradijs. Daar wilden Adam en Eva als God zijn. Ze waren uit op hun eigen eer. Bid de Heere toch om een nederig hart. Een hart dat verdriet heeft over de zonde en dat de Heere wil eren. De Heere Jezus kwam naar de aarde om altijd Zijn Vader te eren. Hij was niet hoogmoedig en trots. Hij heeft het Zelf gezegd: “Leert van Mij dat ik zachtmoedig ben en nederig van hart.” Door Zijn verzoenend lijden en sterven kan Hij ook de zonde van trots en hoogmoed vergeven.

Haman is gedood. Maar hoe moet het nu met de Joden? De wet waarin staat dat de Joden op de dertiende Adar gedood mogen worden, is er nog steeds. Het is een wet van Meden en Perzen. Zal het Joodse volk dan alsnog uitgeroeid worden? Nee, want de Heere regeert. En nu Haman gedood is, wordt Mordechai de belangrijkste minister in het Perzische rijk.

Het is een tijd later. Er komen mannen naar het paleis van de koning. Er is haast bij. Er moet zo snel mogelijk een nieuwe wet gemaakt worden. In de wet die Haman gemaakt had stond dat alle Joden in de twaalfde maand gedood moesten worden en dat hun bezittingen geroofd mochten worden. Die wet kan door niemand ongedaan worden gemaakt; zelfs niet door de koning…

Maar er kan wel een andere wet gemaakt worden! Dat heeft Ahasveros gezegd: “Schrijf gij voor de Joden zoals het goed is in uw ogen, in des konings naam, en verzegelt het met des konings ring.” Dat doet Mordechai. En in deze wet staat dat de Joden zich op de dertiende Adar mogen verdedigen. Ook deze wet wordt door de koning ondertekend en in het hele rijk bekend gemaakt.

Als dan de dag van de dertiende Adar aanbreekt, staan de vijanden van de Joden klaar om hen te doden. Daar hebben ze nu bijna een jaar op gewacht. Maar de Joden mogen nu ook terugvechten. En… op deze dag behalen de Joden de overwinning! Wat zijn de Joden blij geweest. De Heere heeft hen de overwinning gegeven. De duivel heeft het volk niet kunnen uitroeien. De Heere Jezus moest uit dit volk geboren worden. “Deze geschiedenis mag nooit meer vergeten worden,” zegt Mordechai. “Ieder jaar moeten we deze dag herdenken en de grote daden van de Heere bewonderen. Het is de dag van het pur, het lot dat geworpen was. Daarom zullen we elk jaar dit purimfeest vieren.”

De Heere regeert! Niet Haman heeft het laatste woord. Niet de duivel heeft het laatste woord. De Heere zorgde voor Zijn volk. Hij heeft alles omgekeerd. Hij wilde Esther daarvoor gebruiken. Ook nu kan het lijken alsof de duivel en de zonde alle macht heeft. Maar Christus heeft overwonnen. Hij wilde naar de aarde komen om Zijn Vader de eer te geven en Zijn volk te redden van de zonde.

Na de vertelling

Kom terug op het spreekwoord ‘hoogmoed komt voor de val’. Vraag de kinderen waarom het spreekwoord bij de vertelling past. En wat heeft het ons te zeggen?

Achtergrondinformatie bij het bijbelgedeelte

Het bijbelboek esther

Het boek Esther is genoemd naar de hoofdpersoon, een Joods meisje, dat door Ahasveros, de koning van Perzië, tot koningin verkozen wordt. De geschiedenis die in Esther wordt beschreven, speelt zich af onder de in Perzië achtergebleven ballingen uit Israël en Juda. Deze Joden hebben geen gebruik gemaakt van het aanbod van Kores in 536 v.Chr. om terug te keren naar Juda. Het boek Esther omvat een periode van tien jaar, van 483-473 v.Chr.

De rode draad in het Bijbelboek Esther is Gods zorg voor het Joodse volk. Uit dit Bijbelboek komt duidelijk naar voren hoe de Heere op een bijzondere manier betrokken is op Zijn volk. Hij grijpt in als het bestaan van het Joodse volk door duivelse plannen wordt bedreigd. De Heere waakt over Zijn volk ter wille van de komst van Christus Die uit Israël geboren zal worden.

Esther is het enige boek in de Bijbel waarin de Naam van God niet wordt genoemd. De Heere lijkt de grote Afwezige te zijn in het Bijbelboek. Maar dwars door alles heen schittert Zijn trouw. De Heere bewaart Zijn volk. Hij maakt daarbij gebruik van mensen.

Esther

De naam Esther is van Perzische oorsprong en betekent ‘Ster’. Haar Hebreeuwse naam is ‘Hadassa’. Dat betekent mirtestruik. Door haar Perzische naam kan Esther haar afkomst geheim houden. Esther is wees, ze is opgevoed door haar neef Mordechai.

Haman

Haman de Agagiet, zijn afstamming wordt zes keer in het boek Esther vermeld, om zijn en Mordechai’s vijandschap te verklaren. Voor Mordechai is Haman een Amalekiet, een gezworen en door God vervloekte vijand van het volk Israël. En Haman ziet zijn kans schoon om wraak te nemen voor wat Israël onder koning Saul zijn voorgeslacht heeft aangedaan. Zij wilden de Amalekieten uitroeien. Hij zal de Joden verdelgen. Amalek is een kleinzoon van Ezau.

In deze geschiedenis komt de vijandschap weer openbaar die God gezet heeft tussen het zaad van de vrouw en het zaad van de slang, tussen kerk en wereld. Haman is de belichaming van de satan, die het volk wil vernietigen. Haman krijgt volmacht van koning Ahasveros alle Joden om te brengen. Maar alle macht komt van God en is een gegeven macht. Haman is het voorbeeld van al degenen die het Joodse volk en het Christendom hebben geprobeerd uit te roeien.

Hij is zeer eerzuchtig. Er bestaat voor hem maar één mens en dat is hijzelf. Anderen heeft hij alleen maar nodig om hem te bewonderen. Van nature dragen we allen het hart te hoog en willen we graag geëerd worden. Spreuken 29: 23 - “De hoogmoed van de mens zal hem vernederen; maar de nederige van geest zal de eer vasthouden.”

Wet van meden en perzen

Een wet van Meden en Perzen is onherroepelijk. Zo’n wetgeving getuigt niet van menselijke wijsheid, maar van dwaasheid. Het is grenzeloos hoogmoedig aanspraak te maken op onfeilbaarheid, alsof we God zijn. Alleen God hoeft nooit iets te herroepen of te veranderen. Alleen Zijn wet is volmaakt.

Gedenkboek

Alle gedenkwaardige gebeurtenissen in Perzië worden opgeschreven in ‘het boek der gedachtenissen’.

Purimfeest

Het purimfeest is ingesteld naar aanleiding van de geschiedenis die wordt beschreven in het Bijbelboek Esther (zie Esther 9:20-32). Op dit feest wordt uit de boekrol Esther gelezen. De naam van het feest is afgeleid van het lot (pur) dat Haman wierp (Esther 3:7). Het purimfeest wordt door de Joden nog steeds gevierd. Het is voor de Joden een soort bevrijdingsdag. Het is het minst godsdienstige feest van de feesten in Israël. Het feest heeft een vrolijk en uitbundig karakter. De mensen zijn verkleed en dragen een masker. Er worden spelletjes gedaan en men geeft elkaar geschenken.

Tegenwoordig wordt niet alleen de geschiedenis uit het boek Esther herdacht. De Joden herdenken ook de wonderlijke overleving van het Joodse volk in andere tijden van vervolging en vijandschap.

Voor meer achtergrondinformatie zie de eerste Kompas in dit nummer: Esther – de Heere leidt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 december 2019

Kompas Handleiding | 24 Pagina's

Esther � De Heere regeert

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 december 2019

Kompas Handleiding | 24 Pagina's

PDF Bekijken