Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Job

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Job

Vertelschets

24 minuten leestijd

Het nieuws is heel snel rondgegaan. Job, de rijkste man uit de buurt, is in één klap arm geworden. Al zijn dieren zijn gedood of meegenomen door rovers. Bijna al zijn knechten zijn vermoord. En, nog erger, al zijn kinderen zijn omgekomen bij een vreselijk ongeluk: het huis waar ze waren is ingestort. Job is de armste man in het land.

Job buigt zijn hoofd. Dan scheurt hij zijn mantel in stukken. Hij snijdt het haar van zijn hoofd af en valt op de grond. Zo laat hij zien dat hij rouw heeft: hij heeft toch niets meer?

Daar ligt hij. Arme Job. Maar luister eens. Hij zegt iets. "Naakt ben ik geboren, en naakt zal ik ook weer sterven. De HEERE heeft gegeven en de HEERE heeft genomen; de naam des HEEREN zij geloofd7" Job heeft niets meer en toch heeft hij alles! Arme, rijke Job!

Daar zit hij. Zijn kleding is gescheurd. Hij heeft as op zijn hoofd gestrooid Om hem heen ligt nog veel meer as. En zijn lichaam...? Dat zit vol met zweren. Die doen pijn en ze jeuken. Job heeft een scherf van een gebroken pot in zijn hand. Daar krabt hij zich mee. Nu is Job nog ziek geworden ook! Geen bezittin- gen meer, geen kinderen meer, nu ook geen gezondheid meer.

Daar komt zijn vrouw. Ze is verdrietig en vooral ook boos. Boos omdat ze al haar spulletjes kwijt is. Verdrietig omdat ze haar kinderen verloren heeft. Boos op Job en op zijn God. En dat zal ze Job zeggen ook! Even later staat ze bij hem en zegt: 'Ben je nu nog steeds zo gelovig? Is dat een God om lief te hebben? Vloek Hem en sterf. Maak een einde aan je leven. Zo kun je toch niet verder?' Zal Job nu ook zijn vrouw nog verliezen? Moet hij zijn God kwijtraken? Dan heeft hij écht niets meer!

Job kijkt zijn vrouw aan. Zijn stem klinkt verontwaardigd als hij zegt: "Wat? God vloeken? Je spreekt als een dwaas. Zouden wij het goede van God ontvangen en het kwade niet?" Wat een wonder! Job is alles kwijt. Maar Job houdt de Heere over! Hij is en blijft Gods kind. Rijker kan hij niet zijn.

Het nieuws is heel snel rondgegaan. Job, de rijkste man uit de buurt, is in één klap arm geworden. Sommige mensen zijn daar blij om. Ze waren altijd al jaloers op Job. Eerst was Job een belangrijke man. Maar nu? Heeft Job nog wel vrienden over?

Elifaz, Bildad en Zofar waren wel vrienden van Job. Alle vier waren ze rijk. Maar nu is Job arm geworden. Is hun vriendschap met hem nu voorbij? Of zijn Elifaz, Bildad en Zofar échte vrienden voor Job?

De drie mannen zoeken elkaar op. Ze praten over Job en over de erge dingen die er gebeurd zijn. Maar lang duurt dat niet. 'Kom op', zeggen ze, 'we gaan naar hem toe. Dat is veel beter dan over hem te praten. Misschien kunnen we hem troosten. We kunnen samen met hem verdrietig zijn.' Hel zijn vrienden in voorspoed én tegenspoed. Elifaz, Bildad en Zofar zijn échte vrienden.

Ze gaan op weg naar hun vriend, naar Job. Spreken doen ze niet. Ze komen bij zijn huis. Ze kijken. Ze zijn hier wel vaker geweest. Ze herkennen hel huis en de landerijen die erbij horen. Alles ziet er bekend uit en toch is alles ook anders. I let is zo stil. Er lopen geen dieren rond. Er worden geen stemmen gehoord. Er is ook niemand te zien. De mannen lopen verder. En dan...

Ze kijken nog eens. Daar, een heel stuk verderop, zit een man. Is dat Job? Ze herkennen hem niet. Snel komen ze dichterbij. Is hij het? As op zijn hoofd, gescheurde kleding, zweren over zijn hele lichaam, helemaal alleen op een hoop as? Kan het waar zijn? Is het zo erg? Ze komen nog dichterbij, kijken nog eens goed. Ja, het is hem. I let is Job. En dan... Elifaz, Bildad en Zofar huilen van verdriet. I let klinkt over de stille landerijen. En kijk eens... Ze scheuren hun mantel, net ais Job. Ze pakken handenvol stof en as en gooien dat in de lucht. Langzaam dwarrelt het weer naar beneden, op hun hoofd en op hun lichaam. Nog steeds klinkt hun klagen luid in het rond. Dan gaan ze zitten. In de as, bij Job. Het wordt stil. Héél stil.

Job spreekt niet. Elifaz, Bildad en Zofar zeggen ook niets. Ze zitten stil bij elkaar. Eén uur gaat voorbij, twee uur, drie, vier.... Niemand zegt wat. Het verdriet en het lijden van Job is zwaar. Zijn vrienden zien het. En ze lijden met hem. Woorden zijn niet nodig. Zijn vrienden zitten bij hem en zwijgen. Maar Job weet dat ze met hem mee lijden. Job heeft zijn vrienden bij zich. Dat is een troost.

Eeuwen later moet Iemand lijden zonder getroost te worden. Daar hangt Hij, de Heere Jezus. Hij is gekruisigd. Al Zijn vrienden hebben Hem verlaten. Naast Hem hangen moordenaars. Rondom Hem, aan de voet van het kruis, staan Zijn vijanden. Zijn kleding hebben ze uitgedaan. Zijn lichaam zit vol met wonden. Van Zijn hoofd druppelt bloed. Als duisternis over Golgotha en over de hele wereld daalt, verscheurt Zijn klacht de stilte, "Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten!" De Heere Jezus moet de strijd helemaal alléén strijden. Hij is door Zijn vrienden en Zijn discipelen verlaten. Hij is ook door Gód, Zijn Vader, verlaten. De Heere Jezus hangt aan het kruis en Hij is alleen. Daarom hoeft Job niet alleen te zijn in zijn lijden.

Daar zitten de vier treurende mannen. Er is een dag voorbijgegaan. De nacht volgt en nog steeds heeft niemand ook maar één woord gesproken. Stil zitten ze bij elkaar. Zo gaan er zeven dagen en nachten voorbij. Zeven dagen en nachten van rouw. En dan zegt Job eindelijk weer iets. Wat zegt hij? Luister! "Vervloekt is de dag toen ik werd geboren en ook de nacht waarin het gezegd werd: "We hebben een zoon!" Gaat Job nu vloeken? Krijgt zijn vrouw toch gelijk? Keert hij God de rug toe?

Zeven dagen heeft Job gezwegen. Er is een groot verdriet in zijn hart. Rond zijn huis is het stil. Geen stem wordt gehoord. Geen dier is er te zien. Zijn vrienden zwijgen. En ook Job zwijgt. Hij kan God niet meer loven. Hij begrijpt niet meer dat God het goede én het kwade geeft. Hij blijft maar aan zichzelf denken. Hij krijgt steeds meer medelijden met zichzelf. En tenslotte roept hij: 'Was ik maar nooit geboren! Waarom zou ik nog verder leven? Waarom laat God mij het zonlicht nog zien? Waarom laat Hij mij nog leven nu ik zo diep bedroefd ben?' Hoor je dat? Job is opstandig. Dat is niet goed. Maar kun je het niet een beetje begrijpen? Hij is moe van dit leven. Toch doet hij niet wat zijn vrouw tegen hem zegt. Hij verkloekt wél de dag van zijn geboorte, maar hij zegt Gód niet vaarwel. Gelukkig niet!

Ben jij ook wel eens boos en opstandig? Waarom is mijn vader werkeloos? Waarom heb ik een gehandicapt broertje? Waarom is er altijd ruzie bij ons thuis? Waarom... en vul maar in. Misschien gaan jouw vragen ook wel over jezelf. Waarom doe ik altijd zo gemeen tegen mijn zusje? Waarom heb ik zo'n boos hart? Nooit kan ik eens iets goeds doen. Ik wilde dat ik niet geboren was!

Hé, hoor je dat? Je bent precies als Job. Eigenlijk zegje tegen de Heere: 'Het was niet goed dat ik werd geboren. U hebt een fout gemaakt.' Maar God vergist Zich nooit. Hij maakt nooit fouten. Dus is het ook niet voor niets dat jij geboren bent. Je mag niet ontevreden zijn en mopperen! Juist niet: Job had gelijk met wat hij gezegd had: de naam des HEEREN zij geloofd! Doe jij dat? De Heere grootmaken? Goed spreken van Hem?

Daar zitten Job en zijn drie vrienden. De stilte is voorbij. Job kon niet langer zwij gen. Zijn hart barstte bijna van verdriet. Elifaz, Bildad en Zofar hebben stil geluisterd. Ze hebben medelijden met Job. Maar toch...

Eindelijk gaan ook de vrienden van Job praten. Maar ze troosten hem niet. Helemaal niet. Ze beschuldigen hem. "Job," zeggen ze, "je moetje zonden belijden. Je hebt vast en zeker grote zonden gedaan. Daarom straft de Heere je. Je bent goddeloos." Job schudt zijn hoofd. Hij zegt: "God weet dat het niet waar is. Ik ben geen huichelaar." In zijn hart weet Job dat hij geen dingen gedaan heeft waarom God hem zó zou straffen.

Elifaz, Bildad en Zofar spreken om de beurt. En steeds zeggen ze het ween "God is rechtvaardig. Denk je dat jij rechtvaardiger bent dan God? Jouw lijden laat zien datje goddeloos bent. God zou je niet straffen als dat niet zo was. Belijd je zonden nu." En weer schudt Job zijn hoofd. "Jullie beschuldigen mij wel, maar ik weet dat mijn Verlosser leeft. Hij zal mij verlossen!" Job gelooft dat de Heere hem zal helpen. Hij gelooft dat hij eenmaal bij Hem in de hemel mag zijn. Daar zal geen verdriet meer zijn. Daar zal zijn lichaam geen pijn doen.

De drie vrienden van Job geloven er niets van. Job onschuldig? En dan zó lijden? Dat kan toch niet? "Job"', zeggen ze, "hoe wil jij je onschuld bewijzen? Alles wijst er op dat jij een groot zondaar bent. God is rechtvaardig, wat Hij doet is goed. Wie zal laten zien dat jij onschuldig bent?"

Job zwijgt. Ook zijn vrienden zwijgen. En dan gebeurt er waar Job op gehoopt had. Hij had het een paar keer gezegd: "God weet dat ik onschuldig ben. Hij zal mij vrijspreken." En nu gaat de Heere spreken. Maar het gaal wel anders dan Job verwacht had. Want wat zegt de Heere?

God spreekt uit een onweer. Job zwijgt. En hoe meer de Heere tegen Job zegt en aan hem vraagt, hoe stiller Job wordt. God spreekt. Eerbiedig luistert Job.

"Luister, Job, Ik ga vragen aan je stellen. Waar was je toen lk de aarde schiep? Wie zorgde ervoor dat de zeeën precies groot genoeg werden? Heb je de zon wel eens laten opkomen? Kun je de sterren tegenhouden? Kun je het laten regenen? Zeg het eens. Job!"

Job zwijgt. Hij zou niet durven spreken! De Almachtige spreekt. De Schepper van hemel en aarde. En de Heere is nog niet uitgesproken.

"Job, kun jij ervoor zorgen dat de leeuwen hun prooi vangen? Wie laat de woudezels vrij rondlopen? Heb jij het paard zijn kracht gegeven? Vliegt de arend naar de hoge rotsen omdat jij het zegt? Job, wil je nog steeds met Mij twisten? Of is dit genoeg? Kun je Mij antwoorden?"

Dan moet Job antwoorden. Maar wat zegt hijl? "Zie, ik ben te gering; wat zou ik U antwoorden? Ik leg mijn hand op mijn mond. Ik heb al veel te veel gezegd." Jobs zekerheid wordt minder. Wat is de Heere machtig!

En weer gaat de Heere spreken. "Job, alles op de aarde is van Mij! Ben Ik niet rechtvaardig? Wilde je Mij oordelen zodat jij zelf onschuldig zou zijn? Ben je soms zo sterk als Ik? Laat dat eens zien! Laat je stem eens donderen zoals die van Mij! Versla je vijanden dan! Gebruik je eigen kracht maar om ze te vernederen. Kun je dat? Spreek, Job!"

Daar zit Job. Zijn kinderen zijn omgekomen. Zijn bezittingen zijn gestolen. Zijn vrouw bemoeit zich niet met hem. Zijn vrienden zijn beschuldigers geworden. En nu stelt God zulke vragen. Job is nu ook zijn trots kwijt. De Heere is almachtig! Arme, rijke Job! Luister, nederig antwoordt hij God: "Ik weet dat U alles kunt. Ik heb over dingen gepraat die ik niet begrijp, waar ik niets vanaf weet. Daarom verfoei ik mij, en ik heb berouw in stof en as." Job is nu écht alles kwijt. Ook zijn hoogmoed. Gelukkig! En, wat nog gelukkiger is, hij is en blijft Gods kind. Rijker kan hij niet zijn.

Ademloos hebben de vrienden van Job zitten luisteren. Ze zijn diep onder de indruk. Wat is God machtig! Maar één ding weten ze nog niet. Heeft Job nu wel of geen grote zonden gedaan? Is al het ongeluk van Job een straf op zijn zonde? Elifaz, Bildad en Zofar zijn er nog niet uit. Maar dan schrikken ze. Gód spreekt weer. Niet tegen Job, de Heere spreekt tegen hén....

"Jullie noemden Job een huichelaar. Dat is niet waar. Job moet veel lijden, maar dat is geen bewijs van zijn schuld. Ga naar Job. Vraag of hij voor jullie wil bidden." De vrienden van Job hebben gedaan wat de Heere zei en Job heeft voor zijn vrienden gebeden.

Het nieuws is heel snel rondgegaan. Job, de armste man uit de buurt, is twee keer zo rijk geworden als hij al was. Hij is genezen. De Heere heeft hem weer zeven zoons en drie dochters gegeven. Wat is God goed!

Heeft het nieuws jou al bereikt? Daar hangt Hij, de Heere Jezus. Hij is gekruisigd. Als duisternis over Golgotha en over de hele wereld daalt, verscheurt Zijn klacht de stilte, "Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten!" De Heere Jezus moet de strijd helemaal alléén strijden. Hij is door Zijn vrienden en Zijn discipelen verlaten. Hij is ook door Gód, Zijn Vader, verlaten. De Heere Jezus hangt aan het kruis en Hij is alleen. Alléén moet Hij de dood in.

Heeft het goede nieuws jou al bereikt? Daar zit Hij, de Heere Jezus. Aan de rechterhand van Zijn Vader. Hij heeft de dood overwonnen. Hij is opgestaan uit het graf. Niemand kon Hem tegenhouden! Hij is de Almachtige! Hij leeft om voor zondaren te bidden. Hij geeft geloof in de harten van Zijn kinderen. Heb jij dat geloof ook? Dan mag je het ook met Job zeggen: "Want ik weet: mijn Verlosser leeft!"


Zingen:

Psalm 22 1 - 3, 6, 14 en 16

Psalm 23 1 -3

Psalm 33 6, 10

Psalm 46 1

Psalm 62 1,4

Psalm 94 1, 7 en 8

Psalm 139: 1

Psalm 148: 1, 3 - 5

Lezen:

Job 1

Kerntekst De Heere heeft gegeven, en de Heere heeft genomen; de naam des Heeren zij geloofd! (Job 1:21b)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 september 2002

Mivo +12 | 37 Pagina's

Job

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 september 2002

Mivo +12 | 37 Pagina's

PDF Bekijken