Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

B. Vertelschets +12

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

B. Vertelschets +12

14 minuten leestijd

Belofte aan jakob

C1 Aan de grens van het land Kanaan en Egypte zien we een groep mensen. Het zijn Jakob, zijn zonen, hun vrouwen en kinderen, knechten en dienstmaagden. Zij staan gereed om het land Egypte in te trekken. Maar eerst brengt Jakob een offer en vraagt de Heere of hij Kanaan het land der belofte verlaten mag. De Heere verschijnt hem en zegt: "Vreest niet af te trekken naar Egypte". Hij

D2 belooft hem twee dingen: De Heere zal hem in Egypte tot een groot volk maken, en ten tweede: Hij zal hem weer uit Egypte doen terugkeren. Dan valt de vrees van Jakob af en durft hij het vreemde land binnen te trekken. Na de ontmoeting met Jozef en de Farao krijgt hij het land Gosen als woonplaats toegewezen.

Verdrukking in plaats van wederkeer

Jarenlang woont het geslacht van Jakob in Egypte. Hier breiden ze zich zo uit dat men zich zelfs buiten het toegewezen land Gosen vestigt. Als een herdersvolk, een nomadenvolk, zijn zij in Egypte binnengekomen. Inmiddels hebben zij ook geleerd om het land te bewerken, ze hebben gezien hoe de Egyptenaren fijn linnen weven en papier maken uit papyrusriet. Zij komen in aanraking met heel de kuituur van het oude Egypte. Als je het volk bekijkt zou je niet vermoeden dat dit het volk van God is, dat hier als vreemdeling verkeert. Het is een groot volk geworden, zoals beloofd is aan Abraham, Izaak en Jakob, maar het zou toch het' land Kanaan erfelijk bezitten? Veel Israëlieten denken zelfs niet meer aan terugkeer naar het land der belofte, sommigen dienen de afgoden van de Egyptenaren, en voelen zich best thuis in Egypte, totdat...............

D3 Een nieuwe koning staat op. Hij heeft Jozef niet meer gekend en ziet met verontrusting de wonderlijk snelle groei van de Israëlieten. "Kom aan", zegt hij, "laat ons wijs met hen handelen. Hij wil hun sterke groei afremmen en tevens profijt van hen trekken. Daarom laat hij hen slavenwerk doen, op het land en in de tichelovens. Als Israël tegen de verdrukking in blijft groeien legt hij steeds zwaarder werk op. Het komt tenslotte zover dat het volk stelselmatig wordt uitgeroeid. Eerst moeten de vroedvrouwen de pasgeboren jongetjes doden, later wordt het gehele volk opgeroepen om de zonen van de "Hebreën" in de rivier de Nijl te verdrinken. Zo wordt het voortbestaan van Israël bedreigd. Hier is het niet de Farao, maar eigenlijk de satan die Gods volk aanvalt en probeert te verhinderen dat uit het "zaad van Abraham" de Messias zal geboren worden. Hier woedt de strijd tussen het "slangenzaad" en het "vrouwenzaad" .

In die verdrukking leert Israêl weer de Heere aan te roepen. Denk je eens in: "meer dan vierhonderd jaar wonen in een vreemd land............en dan zoveel verdrukking en onrecht. Het volk zucht en schreeuwt tot God en "God hoort hun gekerm en Hij gedenkt aan Zijn verbond" (Ex. 2:24). Hij heeft zelfs al voor een verlosser gezorgd, want..........

God zorgt voor een verlosser

In het huis van Amram en Jochebed is een zoontje geboren en ook dit jongetje is bestemd voor de Nijl. Maar die ouders

C4 zien wat aan dit kind. Het is bijzonder schoon en zij vermoeden dat de Heere iets bijzonders met dit kind voorheeft. Door de kracht van het geloof trotseert Jochebed het bevel van de Farao. Zij ziet niet op de omstandigheden, maar op God. Als zij zelf niet meer voor haar kind kan zorgen, geeft zij het over in Gods hand. Je kent het verhaal, van het biezen

C5 mandje, van Mirjam die op de uitkijk_staat en van de Egyptische prinses. God zorgt op wonderlijke wijze dat Jochebed haar zoontje terugkrijgt.

De Zorg Voor De Opvoeding Van Mozes Wordt De Eerste Drie Jaar Aan Jochebed Overgelaten. Nu Zij Haar Kind Heeft Mogen Behouden, Is Haar Vermoeden Wellicht Sterker Geworden Dat De Heere Een Bijzondere Taak Voor Dit Jongetje Heeft Weggelegd. Zij Zal Hem, Hoe Jong Hij ook Is, Verteld Hebben Over De God Van IsraëL en Zijn Beloften Aan Abraham, Izaak en Jakob. maar Wat Zal Er Van Die Godsdienstige Opvoeding Terecht Komen als Mozes als Klein Kind Gebracht Wordt Naar Een Goddeloze, Heidense Prinses?

D4 Aan het hof van de dochter van Farao mag Mozes in weelde leven. Hij wordt onderwezen in alle wijsheid der Egyptenaren. Een mooie toekomst wacht hem, want zijn pleegmoeder is een prinses met grote invloed. Zij heeft haar zoon de naam Moses- Mosjeh- gegeven, maar zij beseft niet welke betekenis die naam straks zal krijgen! De Farao kan niet vermoeden dat aan zijn hof een man wordt opgevoed die hem zijn slavenvolk zal afnemen. Alle kennis die Mozes verwerft, zal hij straks kunnen gebruiken als wapen om Farao zijn prooi te ontrukken.

De keus van mozes

D6 Op een dag verlaat Mozes het paleis en wandelt in de richtting de Nijldelta. Daar is de plaats waar zijn broeders hun slavenwerk verrichten. Hij komt hier wel meer. Hij voelt zich tot dit volk aangetrokken. De opvoeding van zijn ouders heeft de Heere gezegend. Mozes is aan het hof de Heere gaan zoeken. Alle schatten van Egypte hebben hun glans verloren. Het zaligmakend geloof is in zijn hart geplant. Uiterlijk is hij een rijke Egyptenaar, maar zijn hart gaat uit naar zijn broeders, zijn eigen volk. Bij hen hoort hij, met hén voelt hij zich één. Aan hen heeft de Heere Zijn belofte gegeven: zij zullen terugkeren naar Kanaan, het land der belofte. Maar hoe en wanneer ..........?

Met ontroering ziet Mozes hun wrede onderdrukking. Hij zou zijn volk wel willen helpen, hij zou ze willen verlossen. God heeft het toch beloofd?

Opeens treedt Mozes op; hij slaat een Egyptenaar dood, die een Israëliet mishandelde. De volgende dag haalt hij, alsof hij een rechter is, twee vechtende Israëlieten uit elkaar. Zou zijn volk hem nu erkennen als bevrijder? Nee, zij verwerpen hem: "Wie heeft u tot een overste en rechter over ons gezet?" Niemand! Ook de Heere heeft hem nog niet geroepen. Mozes gaat zijn eigen weg en die loopt dood. Nu moet hij openlijk partij kiezen: of Egypte, óf Israël. Hij kiest door het geloof het laatste: liever mét Israël verdrukt en versmaad, dan zonder God in rijkdom, eer en aanzien te leven.

D5 Wat komt er nu terecht van die goede keus? Mozes moet vluchten, door eigen schuld. Veertig jaren lang zorgt Mozes in de woestijn van Midian voor de schapen van Jethro. Hij trouwt, krijgt kinderen, maar hij blijft een vreemdeling (Gersom betekent: ik ben een vreemdeling in een vreemd land). Hij hoort thuis bij Israël in Gosen -of liever- in Kanaan. Wanneer zal dat gebeuren? Mozes moet leren geduldig op God te wachten.

Ondertussen duurt Israëls verdrukking voort, totdat het zich in nood weer tot de Heere wendt en roept om hulp, want: "En het geschiedde na vele dagen (........) dat de kinderen Israëls zuchtten en schreeuwden (........) en hun gekrijt (.......) kwam op tot God; en God hoorde hun gekerm, en God gedacht aan Zijn verbond met Abraham, met Isaak en met Jakob" (Ex. 2:23 en 24).

God staat op tot hun hulp en roept Mozes om Zijn volk uit het diensthuis van Egypte uit te leiden.

Dit artikel werd u aangeboden door: Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 april 1983

Mivo -16 | 26 Pagina's

B. Vertelschets +12

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 april 1983

Mivo -16 | 26 Pagina's

PDF Bekijken