Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Vertelschets -12

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Vertelschets -12

19 minuten leestijd

Al In Susan, de hoofdstad van het rijk van de Meden en de Perzen, staat een prachtig paleis.

Daarin woont Ahasveros, de koning van de Meden A2 en de Perzen. Ahasveros is een hele machtige koning. Hij regeert over 127 landschappen. Die A3 heeft hij allemaal overwonnen en alle mensen, die daarin wonen moeten hem nu dienen.

Eén van de volken, die ook naar hem moeten luisteren, is het volk van de Joden. De Joden, hebben wel 70 jaar in dat verre vreemde land, waarover koning Ahasveros regeert, gewoond. Maar een poosje terug mochten de Joden, als ze dat wilden, naar hun eigen land terug. Heel veel Joden zijn toen naar Jeruzalem op reis gegaan. Maar er waren ook Joden, die het in hun nieuwe land zo goed naar hun zin hadden, dat ze niet meer terug wilden naar het land dat de Heere hen gegeven had. Die zijn niet meegegaan om de tempel op te bouwen. Die zijn in het land van de Meden en de Perzen blijven wonen. Ook in de hoofdstad Susan wonen van die Joden. En koning Ahasveros regeert over al die mensen.

In het paleis van Ahasveros komt iedere dag een man. De knechten van de koning kennen hem al wel. Het is Haman, een hele belangrijke knecht van de koning, hij is eerste minister.

A6 Haman is een Agagiet, iemand van het volk van de Amalakieten. Het volk dat de Joden haatte.

Als Haman door de poort van het paleis gaat, buigen alle mensen voor hem, ze vereren hem, want zo wil de koning het.

A5 Toch is er één man die niet buigt, die Haman niet aanbidt. Dat is Mordechai. Mordechai weet dat alleen de Heere aangebeden mag worden. Maar als Haman ziet, dat Mordechai niet buigt, wordt hij boos. Mordechai moet gestraft worden. Maar niet alleen Mordechai, nee, alle Joden moeten gedood worden.

Als Haman de volgende keer weer bij Ahasveros komt, vertelt hij zijn plan. "Koning, in uw rijk woont een volk dat andere wetten heeft dan alle andere volken en ook doet dat volk niet wat u zegt. Vindt u het goed als ik dat volk uitroei?" De koning vindt het goed. Haman mag doen, wat hij wil. Ahasveros geeft Haman zijn ring, zodat hij alle wetten kan maken, die hij wil..

Dan gaat Haman aan het werk. Hij laat de schrijvers van de koning komen; die kunnen dan de wet opschrijven.

Maar wanneer moet het gebeuren?

Wat zou de beste dag zijn? Ja, dat weet Haman A7 niet. Daarom laat hij het lot (of pur) werpen. Dat lot moet dan de beste dag aanwijzen. En zo laat Haman schrijven, dat in de twaalfde maand op de dertiende dag alle Joden gedood zullen worden. Maar niet Haman niet de duivel het is de Heere Die regeert en Hij bestuurt het lot dat Haman laat werpen.

De wet wordt opgeschreven en Haman drukt er het zegel van de koning op; die wet mag niet meer veranderd worden. Dan moeten boodschappers die wet in alle 127 landschappen bekend gaan maken. Het volk van de Joden, het volk waaruit Gods Zoon, de Messias geboren zal worden, zal uitgeroeid worden. Er zal niemand van dat volk blijven leven Niemand? Wie regeert er in de hemel en op de aarde?

Ook in de stad Susan wordt die wet voorgelezen. Mordechal hoort die verschrikkelijke boodschap ook. Hij is verdrietig; hij scheurt zijn kleren. En toch Mordechal denkt aan Esther. Esther, de koningin, die ook van het volk van de Joden is. Toen koning Ahasveros de vorige koningin heeft weg- A4 gestuurd, is Esther koning geworden in haar plaats. Zou de Heere haar misschien daarom koningin hebben gemaakt, om ervoor te zorgen, dat Zijn volk niet wordt uitgeroeid? Mordechal weet het niet, maar hij gaat wel naar het paleis terug. Hij heeft zijn kleren gescheurd en een zak aangedaan en as op zijn'hoofd gestrooid.

Zo zien de dienstmeisjes van Esther hem zitten en ze vertellen het aan Esther. Die laat nieuwe kleren brengen, maar Mordechal wil ze niet aantrekken. Dan stuurt Esther een knecht om te vragen, waarom hij zo verdrietig is. Mordechal vertelt alles wat er gebeurd is. Hij laat de wet, die Haman gemaakt heeft, aan Esther lezen. Maar hij zegt ook, dat zij naar de koning moet gaan. Ze moet hem nu gaan vertellen wie ze is, dat zij ook bij het volk van de Joden hoort. Zij moet gaan vragen of de koning haar en haar volk sparen wil.

Als Esther dat hoort, stuurt ze weer een boodschap naar Mordechal. Hij moet aan alle Joden in Susan gaan vragen of ze drie dagen tot de Heere willen bidden en of ze Hem willen vragen of Hij voor haar wil zorgen. Esther en haar dienstmeisjes zullen dat ook doen. Wie weet zal de heere verhoren............

Alleen kan en durft Esther niet naar de koning. De Heere alleen kan ervoor zorgen, dat Ahasveros naar haar wil luisteren. Heb jij de Heere zo ook nodig? Of kun jij alles alleen? Help jij jezelf wel? Wat ben je dan ongelukkig. Want zonder de Heere kun je niets doen, ook al denk je van wel. Zonder Hem kun je niet leven en niet sterven.

Esther heeft de Heere nodig. Drie dagen wordt er in Susan tot de Heere gebeden, of Hij wil helpen of Hij uitkomst wil geven, en als Hij dat gebed nu niet zal verhoren? Als Esther toch zal sterven? "Kom ik om" zegt Esther, "dan kom ik om. " Ze vertrouwt in alles op de Heere. Hij alleen kan helpen. En wat Hij doet, is goed!

En zo komt de derde dag. Vandaag zal Esther naar de koning gaan. Ze doet haar mooiste kleren aan en met kloppend hart gaat ze naar het gedeelte van het paleis, waar de koning op zijn troon zit. Zal de koning boos worden als Esther zo maar bij hem komt? Nee, als de koning Esther ziet staan, wordt hij niet boos, maar hij steekt haar zijn gouden scepter toe. Dat betekent, dat ze niet gedood zal worden. Esther komt dichterbij en raakt even het topje van de scepter aan. Dan zegt de koning, "Wat is u koningin Esther of wat is uw verzoek? Het zal u gegeven worden A8 al was het de helft van mijn koninkrijk, van wat ik heb". Wat is de Heere goed. Hij heeft voor Esther gezorgd. Hij heeft het gebed van de Joden verhoord. De koning belooft haar zelfs dat ze zal krijgen wat ze wil hebben, nog voordat hij weet, wat ze hebben wil. En toch vertelt Esther niet direkt waarom ze komt. Nee, ze vraagt of de koning samen met Haman bij haar wil komen eten. En de koning vindt het goed. Daar gaat Esther terug naar haar eigen paleis. Ze laat alles klaar maken voor het middageten.

De koning laat ondertussen Haman roepen. Als het etenstijd is komen Ahasveros en Haman samen bij de koningin aan tafel eten. En dan zegt de koning hetzelfde als vanmorgen. Esther mag vragen, wat ze wil en de koning zal het haar geven. En toch Esther durft nog niet te vragen, wat ze vragen wil. Hoe het komt weet ze zelf niet. Daarom vraagt ze of de koning met Haman morgen nog een keer wil komen eten. Dan zal ze het vertellen. En weer vindt de koning het goed.

Haman is geweldig blij. Hij gaat naar huis. Vandaag mocht hij alleen samen met de koning bij de koningin komen eten. En morgen mag hij ook weer komen eten. Hij is toch wel een heel belangrijk iemand. Want verder mag niemand dat.

Maar als hij dan bij de poort van het paleis komt, zakt zijn blijdschap. Want daar zit Mordechai, die maar niet voor hem buigen wil. Het duurt nog zolang voor de dag komt dat de Joden gedood zullen worden. Thuis vertelt hij alles. Van de maaltijd bij de koningin en dat hij morgen weer mag komen eten samen met de koning, maar ook van Mordechai, die maar niet buigen wil. "Waarom maak je geen galg voor Mordechai, waaraan je hem op laat hangen?" zeggen zijn vrouw en vrienden. De koning vindt dat vast wel goed en dan hoef je je ook niet zo boos meer te maken.

Haman vindt het een goed plan en niet lang daarna staat er bij het huis van Haman een galg.

Een heel hoge. Iedereen zal straks kunnen zien, dat Mordechai gestraft is. Gestraft omdat hij niet deed, wat Haman wilde. Gestraft omdat hij naar de Heere luisterde.

En toch niet Haman en niet koning Ahasveros, maar ook hier regeert de Heere.

En Hij zorgt voor Zijn volk.

en jij? Heb jij die God al tot je hulp? mag jij al zeggen: in alles zorgt de Heere voor mij.

Toen koning Ahasveros en Haman de volgende dag weer bij Esther kwamen eten, heeft ze verteld, waarom ze bij hem was gekomen. Ze heeft verteld dat ze een Jodin was. Ze heeft gevraagd of de koning haar en haar volk wilde laten leven.

En toen de koning vroeg wie alle Joden dan wel doden, heeft ze naar Haman, die ook aan tafel zat, gewezen .

Toen is alles veranderd. Haman heeft niet lang meer geleefd. Voor straf moest hij sterven aan de galg, die hij voor Mordechai had laten maken. Wat later-heeft Esther de koning verteld, dat Mordechaï haar neef is en dat hij voor haar heeft gezorgd, toen haar vader en moeder gestorven zijn. Mordechai is nu in de plaats van Haman eerste minister geworden.

En tóch Esther is nog niet tevreden. Haman is wel gestorven, maar de wet, die hij heeft gemaakt is er nog. Alle vijanden van de Joden zullen hen straks mogen doden, zonder dat iemand daar maar iets aan kan doen. Daarom gaat Esther nog een keer naar de koning.

Daarom gaat Esther nog een keer naar de koning. Ook nu is de koning weer heel vriendelijk voor haar. Zij en Mordechai mogen samen een andere wet maken. Mordechai maakt een wet, waarin hij schrijft, dat de Joden ook mogen vechten als straks de dertiende dag van de twaalfde maand gekomen zal zijn. Ze hoeven zich dan niet te laten doden, maar ze mogen zich verdedigen. Ook die wet komt in alle 127 plaatsen van het grote rijk van koning Ahasveros. En als de Joden die wet horen, zijn ze blij. Hij heeft hun gebed verhoord, en Hij heeft uitkomst gegeven. en dan breekt de dag, die door het lot aangewezen was, aan. Maar dan worden niet de Joden, maar de vijanden van de Joden gedood. De Joden behalen een grote overwinning. Ieder jaar denken de Joden hier nog aan.

Op de veertiende dag van de twaalfde maand vieren ze feest. Dat feest noemen ze het Purimfeest naar de naam van het lot (pur). De Heere heeft geholpen. Hij heeft gespaard en verlost.

Zo regeert de Heere ook vandaag nog in de hemel en op de aarde. Hij zorgt voor Zijn volk. Hoor jij al bij dat volk?

Dat kan, want de Heere wil ook aan kinderen een hart geven dat Hem vreest. Hij wil ook jongens en meisjes bekeren.

Vraag maar veel aan de Heere of Hij ook jou zo gelukkig wil maken. Want alleen het volk van de Heere, Die alles regeert, is echt gelukkig!

Dit artikel werd u aangeboden door: Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 maart 1986

Mivo -16 | 50 Pagina's

Vertelschets -12

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 maart 1986

Mivo -16 | 50 Pagina's

PDF Bekijken