Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Verstandelijk gehandicapten

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Verstandelijk gehandicapten

22 minuten leestijd

Wie worden bedoeld met verstandelijk gehandicapten? Vrijwel iedereen kent in zijn omgeving wel een of meer personen

Vrijwel iedereen kent in zijn omgeving wel een of meer personen die verstandelijk gehandicapt zijn. Sommigen hebben er heel direkt, in het gezin of in de familie, mee te maken, anderen komen er slechts af en toe mee in aanraking. Hoe het ook zij, ieder zal zich wel een bepaalde voorstelling kunnen maken bij de vraag wie er bedoeld worden met verstandelijk gehandicapten, die ook wel zwakzinnigen of geestelijk gehandicapten genoemd worden. Wanneer we verschillende verstandelijk gehandicapten met elkaar vergelijken, valt op dat de ernst van de handicap sterk uiteen kan lopen. Terwijl de ene redelijk zijn weg in de samenleving weet te vinden, is de ander volledig aangewezen op de hulp van anderen. Toch hebben alle verstandelijk gehandicapten één ding gemeen.

Toch hebben alle verstandelijk gehandicapten één ding gemeen. Zij zijn namelijk allen belemmerd in hun funktioneren door een gebrek aan verstandelijke vermogens. Dit betekent dat hun verstandelijke ontwikkeling niet het niveau bereikt dat vereist is om zich zelfstandig in een bepaalde samenleving te kunnen handhaven. Dat onze westerse maatschappij veel hogere eisen aan de mensen stelt dan een primitieve samenleving zal ieder duidelijk zijn. Denk er maar eens aan hoe ingewikkeld bijvoorbeeld het reizen per openbaar vervoer en het omgaan met geld kan zijn. Hieruit volgt dat iemand eerder verstandelijk gehandicapt is in een hoog ontwikkelde samenleving dan wanneer hij tot een primitieve volksstam behoort. Bij een verstandelijk gehandicapt kind verloopt, tengevolge van

Bij een verstandelijk gehandicapt kind verloopt, tengevolge van een afwijking in de hersenen, de verstandelijke ontwikkeling langzamer dan bij het gemiddelde kind. De achterstand die in het begin nog klein is, wordt bij het ouder worden steeds groter. Wanneer een niet-gehandicapte volwassen is geworden, bevindt zich de ontwikkeling van een verstandelijk gehandicapte nog op een kinderlijk niveau. Een verstandelijke handicap is niet een ziekte die te genezen is, maar blijft gedurende het hele leven bestaan.

Een verstandelijk handicap staat bijna nooit alleen. Het gaat vrijwel altijd gepaard met een stoornis in het wils- en gevoelsleven. Dit betekent dat de dingen die een verstandelijk gehandicapte wil. waarnaar hij streeft, op een ander niveau liggen dan bij een niet-gehandicapte. Ook de wijze waarop hij bepaalde ervaringen beleeft en verwerkt, is anders. Dit, samen met de beperking van het denken en begrijpen, maakt dat een verstandelij k gehandicapte in de omgang met anderen problemen ontmoet en dus in zekere zin ook „sociaal gehandicapt" is. Dit wordt nog versterkt doordat een verstandelijk gehandicapte de taal meestal slechts beperkt (of helemaal niet) beheerst. Vooral de ernstig verstandelijk gehandicapten hebben vaak ook een lichamelijk gebrek. Velen zijn motorisch gehandicapt, sommigen zijn blind, doof of hebben epilepsie. Dit is begrijpelijk als je bedenkt dat een verstandelijk handicap nogal eens het gevolg is van een hersenbeschadiging waardoor ook andere funkties werden aangetast. Zoals reeds opgemerkt zijn er onder verstandelijk gehandicapten

Zoals reeds opgemerkt zijn er onder verstandelijk gehandicapten zeer uiteenlopende gradaties wat betreft de ernst van het gebrek. Om de mate van de handicap aan te geven is het gebruikelijk te spreken van idioten, imbecielen en debielen. Het meest ernstig belemmerd zijn de idioten, waartoe ongeveer 7% van de verstandelijk gehandicapten behoort. Zij zijn totaal aangewezen op de verzorging door anderen en zijn niet of nauwelijks instaat tot enige vorm van kontakt. Ze bereiken hoogstens het ontwikkelingsniveau van een driejarig kind. Een veel groter aantal verstandelijk gehandicapten (ongeveer

Een veel groter aantal verstandelijk gehandicapten (ongeveer 26%) behoort tot de imbecielen. Met hen is meestal een redelijk kontakt te maken, zij het op zeer eenvoudig niveau. Gesproken taal kunnen zij tot op zekere hoogte begrijpen en meestal spreken ze ook zelf een aantal woorden. Via intensieve training kunnen imbecielen eenvoudige handelingen aanleren, zoals het aantrekken van kleding e.d. De debielen vormen de grootste groep verstandelijk gehandi

De debielen vormen de grootste groep verstandelijk gehandicapten (ongeveer 67%). Zij zijn het minst ernstig gehandicapt en vallen daardoor ook het minst op. De meesten van hen kunnen zich redelijk in de samenleving handhaven, al zullen ze wel altijd begeleiding nodig hebben.

Waardoor wordt een verstandelijk handicap veroorzaakt?

Niet in alle gevallen is het mogelijk om vast te stellen wat de oorzaak is van de bestaande handicap. Meestal zijn er echter wel faktoren aan te wijzen die hebben geleid tot het ontstaan ervan. Een verstandelijk handicap is het gevolg van een afwijking in de hersenen. Deze kan veroorzaakt worden door een beschadiging vóór, tijdens of na de geboorte. Vóór de geboorte zijn het meestal ziekten van de moeder die een

Vóór de geboorte zijn het meestal ziekten van de moeder die een schadelijke invloed hebben op het ongeboren kind. Bekend zijn de gevolgen van infektieziekten zoals rode hond, nierziekten en hormoonafwijkingen bij de moeder. Voorts kan het innemen van giftige stoffen (ook wel medicijnen) en het gebruik van verkeerde of onvoldoende voeding leiden tot een verstandelijk handicap bij het kind.

Ook tijdens de geboorte kunnen zich situaties voordoen waarbij de hersenen van het kind gevaar lopen beschadigd te worden. Wanneer de bevalling te lang duurt, bestaat de kans dat de hersenen van het kind te weinig zuurstof ontvangen (het kind ziet dan blauw). Verloopt de bevalling daarentegen erg snel, dan is de kans op een hersenbloeding groter dan normaal. De hersenen van kinderen die te vroeg geboren worden zijn extra kwetsbaar, zodat bij hen eerder stoornissen ontstaan. Na de geboorte kunnen ziekten van het kind aanleiding zijn tot

Na de geboorte kunnen ziekten van het kind aanleiding zijn tot soms ernstige vormen van hersenletsel. Voorbeelden hiervan zijn: ernstige geelzucht direkt na de geboorte, onsteking van de hersenen (encephalitis) of van de hersenvliezen (meningitis), hormoonstoornissen, een te laag glucosegehalte van het bloed en ernstige voedingsstoornissen. Behalve door ziekten kan ook door een ongeval dusdanig

Behalve door ziekten kan ook door een ongeval dusdanig hersenletsel optreden dat de verstandelijke funkties erdoor worden aangetast.

Niet altijd wordt een verstandelijk handicap veroorzaakt door een beschadiging van de hersenen tijdens de ontwikkeling. In een aantal gevallen is de handicap namelijk al in aanleg aanwezig. Zo zijn er verschillende erfelijke ziekten bekend (ziekte van Fölling, phenylketonurie) die aanleiding kunnen zijn tot een verstandelijk handicap. Ook afwijkingen in de chromosomen kunnen dit tot gevolg hebben. In die gevallen gaat de handicap gepaard met typische lichamelijke kenmerken, zoals we die bijvoorbeeld aantreffen bij mongolen.

Wat wordt er gedaan voor verstandelijk gehandicapten? Er is in de loop der tijd veel veranderd in de zorg voor verstandelijk

Er is in de loop der tijd veel veranderd in de zorg voor verstandelijk gehandicapten. Tegenwoordig zijn er talloze voorzieningen waarvan men gebruik kan maken. Zo treffen we voorzieningen aan die zorg dragen voor het onderwijs aan verstandelijk gehandicapten, woon- en werkvoorzieningen, maar ook instanties die gericht zijn op hulpverlening aan de ouders.

— Woonvoorzieningen

De meeste verstandelijk gehandicapten brengen hun eerste levensjaren door in het eigen gezin. Voor velen van hen vindt vroeg of laat de overgang plaats naar een woonvoorziening voor verstandelijk gehandicapten. Deze zogenaamde uit-huisplaatsing kan noodzakelijk zijn. wanneer de opvoeding van de gehandicapte voor de overige gezinsleden te belastend wordt. De beslissing om een kind uit huis te plaatsen is voor de ouders zeer ingrijpend en gaat dan ook vaak gepaard met veel strijd.

De meest bekende woonvoorzieningen zijn een inrichting voor verstandelijk gehandicapten, beter bekend onder de naam zwakzinnigeninrichting, en een gezinvervangend tehuis. Voor een inrichting komen diegenen in aanmerking die zijn aangewezen op een langdurige behandeling en begeleiding doordat ze bijvoorbeeld veel verpleging behoeven of ernstige gedragsmoeilijkheden hebben. Een gezinvervangend tehuis is meer geschikt voor hen die in een bepaalde mate voor zichzelf kunnen zorgen en in staat zijn overdag arbeid te verrichten.

— Onderwijs

Een grote groep verstandelijk gehandicapten is in staat om onderwijs te volgen. Dat dit onderwijs anders gericht zal moeten zijn dan het onderwijs aan niet-gehandicapte kinderen, spreekt voor zich.

Bij een aantal verstandelijk gehandicapte kleuters is de belemmering nog niet onderkend. Zij bezoeken daarom de kleuterschool, waar echter hun handicap vaak aan het licht komt. Voor de kinderen die niet naar de kleuterschool kunnen, zijn er speciale kleuterdagverblijven.

Na de kleuterschool of het dagverblijf gaan veel verstandelijk gehandicapte kinderen naar de buitengewone scholen die bekend staan onder de namen M.L.K.-(moeilijk lerende kinderen) en Z.M.L.K.-(zeer moeilijk lerende kinderen) scholen. Grofweg kan gezegd worden dat de eerste scholen worden bezocht door debiele kinderen, de tweede door imbeciele kinderen.

Kenmerkend voor deze scholen is de praktische gerichtheid van de leerstof. Het gaat niet in de eerste plaats om het maken van allerlei berekeningen of het ontleden van zinnen, maar veel meer om het leren van praktische vaardigheden die nodig zijn om zich in de samenleving enigszins te kunnen redden, zoals boodschappen doen, kinderen verzorgen, huishoudelijke werkzaamheden. Een ander kenmerk van het buitengewoon onderwijs is de individuele gerichtheid. De klassen zijn over het algemeen vrij klein, waardoor ieder kind afzonderlijk vrij veel aandacht kan ontvangen. Voor sommige kinderen die de M.L.K.-school hebben doorlopen, bestaat de mogelijkheid gebruik te maken van het voortgezet buitengewoon onderwijs, bekend onder de namen I.T.O. (individueel technisch onderwijs) en I.H.N.O. (individueel huishoud- en nijverheidsonderwijs). Deze opleidingen zijn beroepsgericht.

Voor degenen die geen school bezoeken zijn er dagverblijven voor kinderen en ouderen.

— Werkmogelijkheden

De verstandelijk gehandicapten die op imbeciel of debiel niveau funktioneren, kunnen in min of meer eenvoudige werkzaamheden worden ingezet. Velen van hen bezoeken een beschutte werkplaats waar zij werk verrichten dat grotendeels op routine berust, zoals het maken van knijpers, het vullen van zakjes en dozen e.d.

Met name diegenen die het voortgezet onderwijs hebben gevolgd, kunnen zich soms vrij goed in de samenleving inpassen en eenvoudige banen aannemen.

— Hulpverlening aan ouders van verstandelijk gehandicapten

Dat de opvoeding van een verstandelijk gehandicapt kind geen eenvoudige taak is, zal ieder begrijpen. Vaak doen zich bijzondere problemen voor waar ouders van niet-gehandicapte kinderen nooit mee te maken krijgen. Ook de verwerking van het feit een gehandicapt kind te hebben is voor veel ouders erg moeilijk.

Speciaal voor ouders van verstandelijk gehandicapten is de Sociaal Pedagogische Zorg bestemd. Deze is erop gericht de ouders te begeleiden en te adviseren bij de opvoeding van hun kind.

Een vorm van hulpverlening die de laatste tijd sterk in de belangstelling staat is de Praktische Pedagogische Thuishulp. Zoals de naam aangeeft, is deze hulp gericht op de thuissituatie. Het houdt in dat de hulpverlener in het gezin komt en de ouders en overige gezinsleden praktisch begeleidt en leert hoe met het gehandicapte kind om te gaan.

Hoe moeten we met verstandelijk gehandicapten omgaan?

Dit is een vraag die in zijn algemeenheid niet gemakkelijk te beantwoorden is, omdat de ernst van de handicap sterk uiteenloopt bij de verschillende personen. De omgang met een zwaar verstandelijk gehandicapte die nauwelijks op zijn omgeving reageert, stelt heel andere eisen aan ons dan die met een licht gehandicapte met wie het goed mogelijk is kontakt te onderhouden.

Bij het zien van een zwaar verstandelijk gehandicapte is onze eerste reaktie er vaak één van schrik en afschuw. Het liefst zouden we maar zo snel mogelijk willen doorlopen of weggaan. Eigenlijk komt deze reaktie ook voort uit verlegenheid, omdat we niet goed weten hoe we zo'n gehandicapte moeten benaderen. De wijze waarop we gewend zijn kontakt met iemand te maken, namelijk door te praten, „werkt" bij zwaar verstandelijk gehandicapten niet.

Zij begrijpen ons niet en reageren niet of nauwelijks op ons spreken. Dit maakt ons onzeker.

Degenen die zulke gehandicapten van dichtbij meemaken, weten dat bij hen het kontakt vaak gelegd kan worden door aanraking. Op lichamelijke prikkels, zoals strelen en stoeien, reageren zij namelijk meestal wel.

Anders is het met de licht verstandelijk gehandicapten. In tegenstelling tot de ernstiger gehandicapten voelen zij hun gebrek vaak scherp aan. Juist degenen die net niet „meekunnen", beseffen dikwijls goed dat ze anders zijn dan hun leeftijdgenoten. Ze begrijpen vaak dingen niet die voor anderen vanzelfsprekend zijn, ze zijn niet zo vlot in de omgang en voelen zich daardoor al gauw minder dan een ander. Meestal zijn ze niet geliefd bij hun leeftijdgenoten. Vaak zijn ze zelfs het mikpunt van spot en plagerijen waardoor hun gevoelens van minderwaardigheid nog eens versterkt worden. Ze voelen zich door dit alles dikwijls erg eenzaam en trekken zich terug of gaan zich juist erg stoer gedragen. Juist deze gehandicapten hebben het zo nodig om begrip te ontvangen en gewaardeerd te worden. Laat hen het gevoel krijgen dat ze erbij horen door bijvoorbeeld ook hen eens voor een verjaardag uit te nodigen en ze te betrekken bij de aktiviteiten op de verenigingen. Probeer je eens in hun wereld te verplaatsen; ga na wat hun belangstelling heeft en praat daar met hen over. Dat zal wel wat geduld vragen, maar moeten we dit niet voor hen overhebben?

In het bovenstaande zijn slechts enkele gedachten naar voren gebracht met betrekking tot de omgang met verstandelijk gehandicapten. Het belangrijkste is echter niet hoe we het dóen, maar hoe onze houding is ten opzichte van hen: aksepteren wij hen als medemens, als medeschepsel van God? Daar komt het op aan! Verstandelijk gehandicapten zijn óók onze naasten die we moeten „liefhebben gelijk ons zelf".

Dit artikel werd u aangeboden door: Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 1981

Mivo +16 | 83 Pagina's

Verstandelijk gehandicapten

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 1981

Mivo +16 | 83 Pagina's

PDF Bekijken