Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

5. De Weg, De Waarheid En Het Leven

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

5. De Weg, De Waarheid En Het Leven

12 minuten leestijd

(Joh. 14) De Heere Jezus heeft in de laatste avond voor Zijn lijden en sterven het pascha met de discipelen gebruikt en het Avondmaal ingesteld. Nadat judas door Hem ontmaskerd en weggegaan is gaat Hij met _ Zijn discipelen spreken over Zijn werk en wat. zij later in de wereld zullen ondervinden,.

Aanleiding (Job 13:31-35)

Hij spreekt over Zijn verheerlijking die nu gekomen is. Door Zijn lijden en sterven zal God aan Zijn eer komen, maar zal Hij ook Zelf door de Vader verheerlijkt worden. "Daarom heeft Hem ook God uitermate verhoogd, en heeft Hem een Naam gegeven, welke boven allen naam is;" (Filip. 2:9). Maar aan Zijn lijden zit ook een andere kant. Er zal een scheiding komen tussen Hem en Zijn discipelen. Spoedig zullen zij Hem niet meer zien. Zij zullen achterblijven zonder Hem. Hoe noodzakelijk is het dan dat zij elkaar zullen liefhebben, netzoals Christus hen liefgehad heeft.

Troost (vers 1-5))

Jezus heeft al over Zijn heengaan gesproken. Maar omdat Hij weet dat Zijn discipelen zwak zijn, bemoedigt Hij hen. Zij moeten niet al te bedroefd en bevreesd zijn (kantt. I) over Zijn weggaan tot de Vader. Daarom doet Hij de oproep, een bevel, om in Hem te geloven zoals ze ook in God geloven. Hun geloof is nog zwak en moet gesterkt en geoefend worden.

Zijn heengaan is immers geen scheiding voor altijd. Straks zullen zij weer bij Hem zijn.

Van die toekomst spreekt de Heere Jezus en Hij maakt daarbij de vergelijking met een aards huis. Zoals bij de bouw van een huis rekening gehouden wordt met het aantal bewoners, zo heeft God er ook voor gezorgd dat er in het hemelse Vaderhuis ruimte genoeg is voor al Zijn kinderen. Om hun toekomstige woningen gereed te maken gaat Hij nu heen. Hij bereidt die plaats door zondaren het recht te geven om er binnen te komen. Hij gaat voor als het Hoofd van Zijn gemeente om die plaats in bezit te nemen. Hij neemt de namen van Zijn kinderen mee in het heiligdom en maakt de engelen bereid om hen te ontvangen.

Als Zijn werk klaar zal zijn, zal de Heere jezus wederkomen om Zijn kinderen tot Zich te nemen.

Daarom moeten de discipelen bij al de vragen die er zullen zijn en komen, steeds voor ogen houden dat Hij daarom deze weg gaat. Het is tegelijk het middel tot blijvende gemeenschap met Hem.

Voor Thomas is alles niet zo duidelijk: "Heere, wij weten niet waar Gij heengaat, en hoe kunnen wij de weg weten?" Ondanks het feit dat de discipelen drie jaren dagelijks met de Heere Jezus omgegaan zijn, is er nog zoveel onbegrip over het werk en de weg van de Zaligmaker.

De Weg, de Waarheid en het Leven (vers 6)

Het antwoord is kort maar krachtig. Hij is de Weg, de Waarheid en het Leven. Dat Hij de Weg is, betekent dat alleen door Hem verloren zondaren weer in gemeenschap met God kunnen komen. Door Hem kan de kloof tussen hemel en aarde, tussen God en mensen weer worden overbrugd. Door Zijn bloed te storten en Zijn leven af te leggen baant Hij de weg tot de zaligheid.

Maar jezus is niet alleen de Weg, Hij noemt Zichzelf ook de Waarheid. Waarom spreekt Hij zo over Zichzelf? Waarheid staat tegenover leugen en dwaling. Zonder de Heere Jezus is er geen ware godsdienst. Zonder Hem weet een mens niets van God. Maar door Hem kan een mens God weer leren kennen. Waarheid staat ook tegenover beeld en schaduw. De ceremoniën onder het oude verbond wezen als beelden en schaduwen heen naar Christus maar waren Christus Zelf niet. Nu zijn de ceremoniën vervuld in Hem, Hij is de waarheid (Hebr.9:24).

De Heere Jezus is ook het Leven. Dat betekent dat alleen in Hem een dode zondaar het leven vindt. Hij is de Levensbron en alleen door Hem kan het eeuwige leven ontvangen worden. Tijdens Zijn omwandeling op aarde heeft Hij daar ook steeds op gewezen. Hij is het levende Brood, het levende Water, de levende Steen enz. Niemand komt tot de Vader dan door Hem.

Een met de Vader (vers 7-10)

Een lichte terechtwijzing volgt: "Indien gijlieden Mij gekend had, zoudt gij ook Mijn Vader gekend hebben". Het geloof van de discipelen is nog zo zwak en het ongeloof steekt nog zo vaak de kop op. Wanneer hun geloof sterker zou zijn geweest, zouden zij Zijn werk beter begrepen hebben.

Deze terechtwijzing wordt echter direct gevolgd door een bemoedigend woord: "Van nu aan kent gij Hem". Nu Zijn werk bijna gedaan is en Hij verheerlijkt zal worden door Zijn lijden en sterven, zal ook de kennis van Hem toenemen. Zij zullen van nu af aan dieper geloofsinzicht krijgen. Dat zal zelfs zo sterk zijn dat de Heere Jezus het een "zien van de Vader" noemt. Filippus vraagt daarop of zij de Vader met lichamelijke ogen mogen zien. Maar dan is het antwoord licht verwijtend hoe het mogelijk is dat Filippus deze vraag stelt. Jezus is zo lange tijd bij hen geweest en is hun geloof nu nog zo zwak?

"Die Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien". Hij is met de Vader één, in wezen en bestaan. Dat had Filippus moeten weten. Daarom wordt Filippus daarop gewezen: "Gelooft gij niet?". Om de eenheid van de Vader en de Zoon uit te drukken wijst Jezus erop dat Hij in de Vader is en de Vader in Hem is. Die eenheid blijkt in het handelen en in het spreken. De Heere Jezus spreekt van Zichzelf niet. Maar de Vader woont in Hem en doet Zijn werken en spreekt door Zijn Zoon.

Opdracht (vers 11)

Aan deze waarheid verbindt Jezus een geloofsbevel: "Gelooft Mij dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is". De discipelen hebben geen nieuwe bewijzen meer nodig. Zij hebben Hem lang genoeg gekend dat zulk geloven mogelijk is. Als zij dat ook nu nog niet kunnen dan moeten ze Zijn werken, Zijn wonderen en tekenen zich herinneren. Dan zal daardoor hun geloof bevestigd worden.


Gespreksvragen

1. Het beeld van een huis (vers 2) wordt in de Bijbel vaker gebruikt. Vergelijk de volgende teksten: 2Cor.5:1; Hebr.13:14; 1Petr.2:5.

2. Christus is dé Weg. Zijn er dan geen andere wegen om tot God te gaan? Denk bijvoorbeeld aan andere godsdiensten zoals het Jodendom en de Islam.

3. Aanvaarden nette kerkmensen Jezus als dé Weg? Zo ja, hoe? Zo nee, waarom niet?

4. Christus is de Waarheid. Dat staat o.a. tegenover schaduw, ceremonie. Ga dat na in de volgende teksten en probeer de inhoud met eigen woorden weer te geven: Hebr.6:32; 8:2; 9:24.

5. Uit de vragen van Thomas en Filippus blijkt ongeloof en onkunde. Toch bezaten ze het zaligmakend geloof. Wat kunnen we hieruit leren?

6. Wat betekent het dat de Heere Jezus het Leven is?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 oktober 1996

Mivo +16 | 20 Pagina's

5. De Weg, De Waarheid En Het Leven

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 oktober 1996

Mivo +16 | 20 Pagina's

PDF Bekijken