Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

3. De eindtijd

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

3. De eindtijd

25 minuten leestijd

Hoewel de profeten in het OT wel hebben gesproken over de komst van Christus en het naderende oordeel, is er bij hen vaak niet het heldere onderscheid tussen Christus' eerste en tweede komst. Daarover heeft de Heere Jezus Zelf gesproken toen Hij op aarde was. Ook de discipelen en de apostelen hebben met nadruk gewezen op de wederkomst ten oordeel.

Denk hierbij aan Johannes de Doper, die sprak over de komst van de Heere als Rechter: Wiens wan in Zijn hand is, en Hij zal Zijn dorsvloer doorzuiveren, en Zijn tarwe in Zijn schuur samenbrengen, en zal het kaf met onuitblusselijk vuur verbranden (Matt. 3:12).

Het laatste der dagen

De tijd die vooraf gaat aan de wederkomst, wordt wel de eindtijd genoemd. Deze term komt in de Bijbel niet voor, maar zowel in het Oude als Nieuwe Testament komen uitdrukkingen voor die gezien kunnen worden als aanduiding van de eindtijd. De woorden 'de laatste ure' (1 Joh. 2:18), 'in het laatste der dagen' (Jes. 2:2), 'deze laatste tijden' (1 Petr. 1:20) en 'de laatste dagen' (Num. 24:14) zijn hiervan enkele voorbeelden. Wat houden deze uitdrukkingen in? Gaat het over een klein deel van de tijd: alleen de laatste momenten, die direct aan de wederkomst voorafgaan? joël heeft geprofeteerd: 'Het zal zijn in het laatste der dagen....' Eeuwen later gebruikt Petrus op de Pinksterdag deze woorden van Joël in zijn toespraak tot het volk. Hij gaat uitleggen wat aan de hand is, omdat de mensen niet begrijpen wat de tekenen van het vuur en de wind te zeggen hebben. Petrus zegt dan: 'Dit is het, wat gesproken is door de profeet Joel: En het zal zijn in de laatste dagen....' Hiermee wil Petrus dus zeggen dat 'het laatste der dagen' met Pinksteren is aangebroken. Eigenlijk is het nog eerder begonnen. In Hebreeën 1:1 staat dat God in deze laatste dagen tot ons heeft gesproken door de Zoon. Met de komst en het werk van Christus is het laatst der dagen dus al begonnen. Het gaat bij de eindtijd om een tijdperk, waarvan niemand weet hoelang het duurt. Op de allerlaatste dag, die ook de jongste dag wordt genoemd, zal aan dat tijdperk een einde komen. Daar zal blijken dat Christus niet alleen de Eerste, maar ook de Laatste is. Met de eindtijd wordt dus de periode bedoeld tussen de eerste komst van Christus en Zijn wederkomst.

Tekenen der tijden

Over het tijdperk van het einde kan men geen zinvolle berekeningen maken. Wel heeft de Heere kenmerken gegeven van gebeurtenissen die in dit tijdperk zullen plaatsvinden. 'Zeg ons, wanneer zullen deze dingen zijn, en welk zal het teken zijn van Uw toekomst en van de voleinding der wereld?' Deze vraag stelden de discipelen, nadat Jezus gezegd had, dat er van de tempel met de bijbehorende gebouwen niet één steen op de andere zou worden gelaten. De Heere Jezus geeft een uitgebreid antwoord op de vraag. Daarin komen verschillende tekenen naar voren, waarop de mensen moeten letten.

Verleiding, oorlogen, ziekten en verdrukking

In het begin zullen er velen komen die zich de Christus noemen. Zij zullen zeer veel mensen verleiden. Ook zullen zal er oorlog gevoerd worden en zullen de mensen verwikkeld raken in burgeroorlog. En de mensen die zelf geen oorlog voeren, zullen geruchten van oorlogen horen. Daarbij zullen hongersnoden en erge ziekten de mensen treffen. Hoewel dit verschrikkelijke dingen zijn, vormen deze gebeurtenissen nog maar het begin van de smarten. Al deze dingen moeten gebeuren, maar daarmee is het einde nog niet gekomen.

Bij deze gebeurtenissen zal ook de grote verdrukking komen. Om de naam van Jezus zullen er mensen gedood en gehaat worden. Er staat zelfs dat zij door alle volken gehaat zullen worden en dat men hen zal overleveren. Veel mensen zullen aan elkaar geërgerd worden en elkaar overleveren. De eindtijd wordt ook sterk gekenmerkt doordat de ongerechtigheid toeneemt en de liefde van velen verkilt.

De antichrist

De mensen zullen verleid worden door mensen die zeggen dat zij de Christus zijn. Deze verleiding komt tot een hoogtepunt door het werk van iemand die een precies tegenovergestelde naam draagt: de antichrist. Wat de aanduiding antichrist precies betekent is niet helemaal duidelijk. Moet de term antichrist opgevat worden als een begrip, waarbij het kan gaan om verschillende personen die dit begrip gestalte geven? Voor deze opvatting is vaak verwezen naar de apostel Johannes. In zijn zendbrief stelt hij de vraag: 'Wie is deze leugenaar, dan die loochent, dat Jezus is de Christus?' Hij geeft zelf ook het antwoord: 'deze is de antichrist, die den Vader en den Zoon loochent.' Met deze opvatting is het mogelijk dat er in verschillende tijden verschillende antichristussen zijn. johannes zegt dan ook dat de antichrist reeds in de wereld is gekomen en dat er vele zijn (2 Joh. 1). In de brief aan de Thessalonicensen lijkt het toch om iemand anders te gaan. Paulus noemt hem hier de mens der zonde. Hier lijkt het erop dat het toppunt van goddeloosheid en vijandschap tegen God zich openbaart in één persoon.

Hij stelt zich tegenover God en verheft zich boven God. De zonde is als het ware samengeperst in een figuur die de wetteloze wordt genoemd. Ook hier is de grote verleiding dat hij zich als God laat vereren. Hij neemt zelfs plaats in Zijn tempel. Het einde zal niet komen voordat deze persoon zich geopenbaard zal hebben. Deze openbaring is er nog niet, zegt Paulus, want er is iets of iemand die de mens der zonde tegenhoudt. Wel begint zijn werking steeds meer tevoorschijn te komen. Wie of wat deze mens in een ongeremde werking tegenhoudt, is niet helemaal duidelijk. Calvijn denkt dat het de verkondiging van het Evangelie is, die hem in zijn macht beperkt. Paulus weet echter ook dat de heerschappij van de antichrist er slechts is door de toelating van God. Christus heeft alle macht. Daardoor zal Hij ook de antichrist vernietigen als deze zich volledig zal openbaren. De Geest Zijns monds, waarmee Christus hem vernietigen zal, betekent hier het Woord Ges. 11:4). Het Woord van God legt de duivel beperkingen op en zal hem uiteindelijk veroordelen. Denk hierbij ook aan de verzoeking van jezus in de woestijn. Ook dan wijst |ezus de duivel telkens op wat er in het Woord geschreven is. Niet alleen de brieven van johannes en de brief van Paulus aan de Thessalonicensen zeggen iets over de antichrist. Ook in de Openbaring van Johannes is er veel te lezen over een enorme macht die tegen God opstaat. In Openbaring 1 3 is een visioen van johannes beschreven. Hij ziet een beest opkomen uit de zee. Dit beest straalt een enorme macht uit en heel de wereld bewondert het. Dit beest lastert God, Zijn tabernakel en degenen die in de hemel wonen. Met alle macht die het beest heeft, strijdt het tegen de heiligen om die te overwinnen. johannes ziet nog een ander beest, dat uit de aarde opkomt. Dit tweede beest is de profeet van het eerste beest en het doet er alles aan om de mensen te verleiden. Daarom lijkt hij ook op het Lam. Alles stelt het in het werk om ervoor te zorgen dat alle mensen het andere beest achterna gaan. Als Christus verschijnt, wordt het beest en zijn profeet verslagen. Wanneer we de beesten uit Openbaring 1 3 vergelijken met 2 Thessalonicensen, dan blijken er veel overeenkomsten te zijn. In beide geschiedenissen doet de verleider zich voor alsof hij God is. Alles wordt in het

Verkondiging van het Evangelie

De verkondiging van het Evangelie staat in de rij van tekenen der tijden als een helder licht tussen donkere wolken. Naast de tekenen van onheil en verdrukking staat de verkondiging van het Evangelie als een teken van hoop en blijdschap. Hoewel de macht van de verleiding groot is en de verdrukking steeds toeneemt en hoewel er rampen zijn en erge ziekten, toch gaat de verkondiging van het Evangelie door. De Heere Jezus heeft dit Zelf beloofd: 'En dit Evangelie des koninkrijks zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis allen volken; en dan zal het einde komen.' Bij Zijn hemelvaart heeft de Heere jezus dit bevestigd, toen Hij het bevel gaf om het Evangelie aan alle creaturen te prediken. Toen de Heere Jezus de aarde heeft verlaten, was het Evangelie in een klein gebied bekend. Maar Paulus mag het Evangelie tijdens zijn zendingsreizen veel verder bekend maken. Aan het einde van Paulus' leven is het Evangelie bekend in Europa, in Rome, het centrum van de wereld. Maar de Heere Jezus heeft gezegd dat het verder zou gaan.

Zowel in Jeruzalem als in geheel Judeaen Samaria en tot aan het uiterste der aarde. Daar is het in de dagen van Paulus niet gekomen. Daarom gaat het zendingswerk nog door met de opdracht die de kerk heeft gekregen. De Heere vergadert voor Zich een gemeente uit alle geslachten. Uit alle natie en geslachten en volken en talen van deze wereld ziet Johannes de mensen komen die God zullen dienen (Openb. 7). Het zal een grote schare zijn die niemand tellen kan. Als het over het zendingswerk gaat, spreekt men wel eens over 'witte vlekken'. Dat zijn plaatsen waar het Evangelie nog niet is gekomen. Hoeveel van deze witte vlekken zijn er nog? Het is voor mensen niet mogelijk om daar een antwoord op te geven. Als het Evangelie in een groot land slechts in enkele dorpjes aan de kust is gekomen, kan men dan zeggen datzo'n land geen witte vlek meer is? Als een grote berg in een onherbergzaam gebied twee bevolkingsgroepen van elkaar scheidt en in het ene dal is het Evangelie gehoord, maar in het andere nog niet, dan zou zelfs zo'n dal nog een witte vlek kunnen zijn. Met het noemen van de wereldwijde verkondiging van het Evangelie mogen zaken die daarbij van belang zijn niet worden vergeten. Zo horen ook bijbelvertaling en bijbelverspreiding bij dit belangrijke werk. De mogelijkheid dat anderen de Bijbel in hun eigen taal kunnen lezen is van onschatbare waarde. Wie Mattheüs 28:16-20 leest naast 24:14, zal merken hoe vaak het woord 'alle' en 'alles' erin klinkt: een getuigenis allen volken; alle macht; al de dagen. Alles moet als het ware aan de kant om het grote werk van Jezus Christus doorgang te laten vinden. Hiervoor draagt de Heere Zelf zorg. Hij

Hiervoor draagt de Heere Zelf zorg. Hij verzekert Zijn discipelen ervan dat dit werk zal doorgaan. Want met de voortgang van dit werk staat de vol-einding, het einde van de wereld in direct verband. Als de laatste zondaar tot het geloof in het Evangelie is geroepen, dan zal het einde er zijn.

Hoe moet men de tekenen beoordelen?

Kunnen oorlogen, aardbevingen en andere natuurrampen nu wel gezien worden als tekenen van het naderende einde? Zijn deze gebeurtenissen er niet altijd al geweest? Ook voor de komst van de Heere jezus werden kinderen van God verdrukt. Zo werden profeten gevangen gezet en gedood. In die tijd zijn er ook valse profeten geweest, die deden alsof zij door de Heere gezonden waren.

Al deze tekenen zijn geen tijdsaanduidingen, waardoor men kan zeggen dat het einde nu spoedig zal komen. Deze tekenen moeten gezien worden als signalen. Signalen die telkens een waarschuwing laten klinken: de Heere komt! Signalen die een klemmende oproep doen: waakt! Soms zijn deze tekenen te vergelijken met voetstappen. Nu eens klinken ze hard, dan weer zacht; soms zijn ze veraf, soms heel dichtbij. Even zeker als de tekenen gezien en gehoord worden, zal ook het einde komen.

Het is waar dat veel van de genoemde tekenen al voorkwamen voor het tijdperk van het einde. Toch mogen we daarmee niet zeggen dat er niets verandert. Want van al deze tekenen is te zeggen dat er een toename te bespeuren is. Hoe dichter het einde nadert, hoe meer de liefde van mensen zal verkouden. Steeds komt de dag van Jezus' wederkomst dichierbij, maar tegelijk zal ook de verdrukking toenemen. De Heere Jezus zegt van deze verdrukking: 'Want alsdan zal grote verdrukking wezen, hoedanige niet is geweest van het begin der wereld tol nu toe, en ook niet zijn zal.' Van alle tekenen zal er een climax te bespeuren zijn. De verleiding zal zo groot zijn dal ook de uitverkorenen erdoor verleid zouden worden, als dat mogelijk zou zijn.


Gaat dan heen in de gehele wereld

Een oud oorlogshoofd, een vroegere kannibaal (...) kwam naar ons toe om ons te bedanken voor het feit, dat onze zending het Woord Gods in Langda had gebracht. (...) Tijdens het gesprek bemerkten wij bij hem een verlangen naar de dag van de wederkomst, een verlangen, dat overigens in de jonge kerken op de zendingsvelden meer wordt aangetroffen dan hier in Nederland. Toen wij hem vroegen, wat hij zou gaan doen, als Jezus zou wederkomen, antwoordde hij: 'Dan ga ik eeuwig psalmen zingen.' Maar hij wees ook in zuidelijke richting en zei tot ons:' Daarginds, aan de andere kant van die hoge bergtoppen, is het laagland en daar wonen nog duizenden mensen, die nog nooit hebben gehoord van het Woord Gods. Wat zou het erg zijn, als de Heere Jezus zou wederkomen en zij zouden niet zijn bereikt door dat Woord. Dan zijn zij voor eeuwig verloren.' Er was bij hem een verlangen te merken, dat ook die onbereikten in aanraking gebracht zouden worden met Gods Woord.

Bron: Zending in een wereld in nood, J.H. Mauritz e.a.


Vragen bij Hoofdstuk 3

Tot hoever strekt satans macht? Betrek daarbij hel leven van Gods kinderen nu en in de toekomst

Hoe denk je over de woorden van Augustinus: "De duivel en zijn demonen liggen nog op de loer, maar het zijn honden die aan kettingen liggen en wel hard bladen, maar ze kunnen alleen hen bijten die te dicht bij hen komen..."

Laat het Woord van God ruimte voor een toekomstverwalchting die uitziet naar de bekering van het Joodse volk en een bloeitijd voor Gods kerk in de eindtijd?

In 1 Petrus 5:8 en in 1 Thess. 5:6 worden we opgeroepen nuchter te zijn en te waken. Wat hooft dit ons te zeggen in hel kader van de bijbelse toekomstverwachting?

In Lukas 21:34b zegt de Heere Jezus dat we waakzaam moeten zijn met het oog op Zijn wederkomst, Welke houding vraagt dat van ons?

Dit artikel werd u aangeboden door: Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1999

Mivo +16 | 24 Pagina's

3. De eindtijd

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1999

Mivo +16 | 24 Pagina's

PDF Bekijken