Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

3. Beelden inde eredienst

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

3. Beelden inde eredienst

19 minuten leestijd

Het maken van beelden, om daardoor de Heere i te aanbidden, en het maken van eigen denkbeel- den wordt duidelijk verboden in het tweede gebod. Toch zijn we dan nog niet klaar met dit gebod.

De Heidelbergse Catechismus haalt nog een ander aspect naar voren in vraag en antwoord 98: "Maar zou men de beelden in de kerken als boeken der leken niet mogen dulden?"

Met deze vraag hebben de opstellers van de Catechismus de opvatting van de Luthersen op het oog. Luther verwierp weliswaar de beelden om die te vereren, maar hij liet de beelden zelf wel staan. Hij gaf ze een nieuwe functie, namelijk als platenboek voor degenen die niet konden lezen. Dat klinkt heel aannemelijk. Toch wijst de Catechismus deze opvatting duidelijk af: "Neen, want wij moeten niet wijzer zijn dan God, Dewelke Zijn christenen niet door stomme beelden, maar door de levende verkondiging van Zijn Woord wil onderwezen hebben". Met "stomme beelden" wordt bedoeld: beelden die niet spreken. De opstellers van de Catechismus zijn bang dat, indien beelden of schilderijen als boeken der leken dienst doen, zij daarmee op gelijke voet met de levende verkondiging van het Woord komen te staan. En dat is iets wat in de Bijbel nergens

En dat is iets wat in de Bijbel nergens wordt geleerd. Paulus zegt: " (...) en hoe zullen zij in Hem geloven, van Welken zij niet gehoord hebben? En hoe zullen zij horen, zonder die hun predikt? (...) Zo is dan het geloof uit het gehoor en het gehoor door het Woord Gods" (Rom. 10:15,17).

Paulus spreekt met geen woord over zichtbare beelden, terwijl ook in zijn tijd velen niet konden lezen.

Afbeeldingen kunnen de prediking onmogelijk vervangen. Die kunnen nooit het volledige Evangelie weergeven. De Heere laat geen ruimte open voor iets anders dan het gepredikte Woord. Het Woord moet verkondigd worden aan alle creaturen (Mark. 1 6:1 5), het Woord is nuttig tot lering en onderwijzing (2 Tim. 3:1 6), en wij doen wèl als wij acht nemen op het profetisch Woord (2 Petr. 1:19). Dat is dus het middel waardoor de Heere mensen wil bekeren. Vanuit dit oogpunt gezien is de levendigheid van de verkondiging van ondergeschikt belang. Of nu een dominee heel boeiend of heel saai preekt, in beide gevallen wordt het Woord Gods gepredikt.

Maar dat neemt natuurlijk niet weg dat de prediker de taak heeft om zijn uiterste best te doen het Woord zo dicht mogelijk bij het hart van de hoorder te brengen, bijvoorbeeld door een levendige voordracht. En hoe zit het met het lezen van een preek? In de eerste plaats moeten we bedenken dat de Heere Zelf de verkondiging van het Woord door middel van predikanten heeft ingesteld. Het lezen van een preek is een noodoplossing. Toch staat dat de Heere niet in de weg om dit middel te zegenen. Het gaat er immers om of het Woord verkondigd wordt. Daarom mag men onder een gelezen preek evenveel verwachting van de Heere hebben als in een dienst waarin een dominee het Woord bedient.

Beeldende kunst in het Oud Testament

Maar mogen er dan helemaal geen beelden gemaakt worden? De Catechismus geeft een helder antwoord: "God kan noch mag in generlei wijze afgebeeld worden. Maar de schepselen, al is het dat zij mogen afgebeeld worden, zo verbiedt toch God, hun beeltenis te maken en te hebben, om die te vereren, of God daardoor te dienen". De Heere mag dus in geen enkel geval afgebeeld worden. Schepselen mogen wel afgebeeld worden, als die afbeeldingen maar niet gebruikt worden om de Heere daardoor te dienen. Als ze maar niet een te belangrijke plaats innemen naast het Woord.

Dat beeldende kunst op zich niet verboden is, blijkt duidelijk uit alle mooie afbeeldingen die in de tabernakel en de tempel aanwezig waren. Denk bijvoorbeeld aan de ark. Op het deksel van de ark stonden twee engelen, met hun gezicht naar het deksel en met de vleugels tegen elkaar. Zij waren van goud, uit één stuk gegoten met het deksel. Ook het voorhangsel tussen het heilige en het Heilige der heilige was een bijzonder kunstwerk: het was een linnen doek, met engelen erop geborduurd. De gouden kandelaar in de tabernakel was versierd met knopen en bloemen. Om deze kunstwerken te maken, heeft de Heere Bezaleël en Aholiab vervuld met Zijn Geest, "om te bedenken vernuftige arbeid; te werken in goud, en in zilver en in koper, en in kunstige steensnijding, om in te zetten, en in kunstige houtsnijding, om te werken in alle handwerk" (Ex. 31:4,5). In de tempel van Salomo stond het koperen wasvat op twaalf runderen.

Ook buiten de eredienst komen beelden van schepselen voor. Bijvoorbeeld de koperen slang die Mozes maakt als het volk door de slangen gebeten wordt. Maar al deze zichtbare dingen waren geen middelen om daardoor de Heere te dienen. Het waren kunstwerken met een symbolische betekenis.

Zodra men dat uit het oog verliest en de voorwerpen gaat vereren of goddelijke kracht gaat toedichten, zit men fout. Daarom trok de Heere Zich terug toen de Israëlieten uit bijgelovigheid de ark in het leger haalden. Daarom liet Hiskia de koperen slang vernietigen toen het volk Israël daarmee afgoderij bedreef.

Afbeeldingen in de kerk zijn wij niet meer zo gewend. Maar uit het bovenstaande blijkt wel dat kunst op zich niet verboden is. Een gebrandschilderd raam of een symbool dat op de preekstoel is aangebracht, is best toegestaan. Als het maar geen betekenis krijgt als genademiddel. Als het maar geen vervanging is van het Woord en als het de aandacht maar niet afleidt van de preek. En wat moeten we denken van een heel andere vorm of aan kleding van de eredienst dan zoals wij die kennen' Bijvoorbeeld hetgebruik van kleden over de kansel in klein en die passen bij het kerkelijk jaar. Of bloemen voorin de kerk, of het optreden van muziekgro-epjes in de eredienst. Aan de ene kant is het goed om te bedenken dat onze liturgie niet de enig ware is. In andere kerken kan het er heel anders aan toe gaan. Op zichzelf genomen is de liturgie geen absolute maatstaf om de zuiverheid van een kerk aan af te meten. De Nederlandse geloofsbelijdenis legt in artikel 29 een andere maatstaf aan. Namelijk de zuivere verkondiging van het Woord en het juiste gebruik van de sacramenten en de tucht. Aan de andere kant is het goed om te blijven bedenken welke gevaren franje in de liturgie met zich meebrengt. De mens wil immers graag wat te zien hebben in de eredienst. En daar speelt een mooi bloemstuk, een grote kaars of een muziekgroepje op in. Met als mogelijk gevolg dat de plaats van deze dingen ontaardt. Dat het zichtbare net zo belangrijk en interessant gevonden wordt als het Woord. De Roomse kerk is niet aan het gevaar van de overheersing van het zichtbare ontkomen. Het is dan ook niet zonder goede reden dat Calvijn de eredienst zo sober mogelijk heeft willen houden. Het is dan ook niet zonder goede reden dat ook onze eredienst zo sober is.


Christelijke symbolen

Symbolen zijn tekens waarin een geestelijke betekenis duidelijk wordt gemaakt. Het zijn zinnebeelden waarmee een verhaal, een gedachte, een bedoeling zichtbaar wordt gemaakt. Joodse symbolen hebben vaak direct of indirect met de tempeldienst te maken. De eerste christelijke symbolen zijn ontstaan in de eerste eeuwen na Christus. In de Middeleeuwen breidde het aantal enorm uit. Symbolen werden steeds meer verweven met de eredienst. Vaak was de grens tussen symbolen als beeldende kunst of als beeldendienst moeilijk te trekken.

Joodse symbolen:

• de zevenarmige kandelaar: door alle eeuwen heen is dit het belangrijkste symbool van het Jodendom;

• de Davidster: sinds de 14e eeuw is dit een geliefd joods symbool. Tot die tijd was het een teken dat in vele culturen gebruikt werd. De naam van dit symbool berust op de legende dat David dit teken opzijn schild droeg. Sinds 14 mei 1948 is dit het nationale symbool van de staat Israël

Yroeg-christelijke symbolen:

• vis: het Griekse woord voor vis is ichthus. Ichthus zijn de eerste letters van de griekse woorden lesous CHristos THeou Uios Soter, en dat betekent Jezus Christus, Zoon van God, Verlosser.

• lam: symbool voor Christus

• chi en rho: eerste letters van het Griekse woord Christus; dit wordt vaak het Christusmonogram genoemd.

• alfa en omega: wordt vaak verwerkt in het Christusmonogram; het betekent dat Christus het begin en het einde is van alle dingen.

• duif: teken van de Heilige Geest

• anker: teken van de hoop


Beelden in verschillende godsdiensten

Beelden bij de Islam

Bij de Islamieten is elke vorm van afbeeldingen van schepselen verboden, althans binnen de eredienst. De moskee is dan ook uitsluitend met teksten en figuren (arabesken) versierd. Deze opvatting hebben de Islamieten overgenomen van een strenge richting van het late Jodendom. Deze Joodse richting was van mening dat de woorden "gij zult u geen gesneden beeld maken van hetgeen dat in de hemel, op de aarde of onder de aarde is" betekenden dat men helemaal geen afbeelding van schepselen mocht maken.

Beelden bij de Roomse kerk

In de Roomse godsdienst nemen beelden een grote plaats in. Beelden en relikwieën worden vereerd en aangebeden. Het zijn middelaars tussen God en de mens en zij kunnen wonderen verrichten. Voor de achtergrond van deze heiligenverering moeten we terug naar de eerste eeuwen van onze jaartelling. De eerste christenen verzetten zich met hand en tand tegen de heiligenverering. Juist ook vanuit de strijd met hun tijdgenoten en hun vele godenbeelden. Maar al snel bleek dat ook binnen de kerk de heidense hang naar beelden niet was overwonnen. Her en der begonnen de beelden weer op te duiken. Bad men vroeger tot Minerva, nu kon men tot Maria bidden.

Aanvankelijk probeerde men deze heiligenverering de kop in te drukken.

Maar het kwaad zat te diep. In de achtste eeuw is het toch zover dat de verering van beelden officieel in de leer wordt opgenomen. En om niet in de problemen te komen met de tien geboden, verdwijnt vanaf de elfde eeuw het tweede gebod uit allerlei catechisatieboekjes. De verkondiging van het Woord wijkt voor de aanbidding van Maria, de aanbidding van de hostie en allerlei andere afgodische liturgische handelingen. Wie een Roomse kerk binnengaat kan dat ook zien: de preekstoel staat aan de rand, het altaar voor de mis staat in het centrum van de kerk.

Beelden bij Luther

Luther verwierp de verering van de beelden hartgrondig. Maar de beelden zelf liet hij wel in de kerk staan. Dat gold wel voor meer Roomse gebruiken, zoals bijvoorbeeld de mis. Luther deed dat met opzet: hij wilde de mensen niet teveel voor het hoofd stoten; daarom zette hij niet meteen alle tradities overboord. Hij gaf ze echter wel een andere inhoud. Zo vond Luther beelden of schilderijen in de kerk een nuttig hulpmiddel bij het begrijpen van de preek. Ze dienden als een soort platenboek, met name voor de mensen die niet konden lezen. Door deze zienswijze van Luther is de lutherse liturgie en kerkinterieur tot op de dag van vandaag veel "Roomser" gebleven dan die bij de reformatorische kerken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 september 1999

Mivo +16 | 20 Pagina's

3. Beelden inde eredienst

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 september 1999

Mivo +16 | 20 Pagina's

PDF Bekijken