Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Verwerking

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Verwerking

11 minuten leestijd

1. Bijbelstudie Handelingen 17:16-34

Een bijbels voorbeeld van apologetiek is de toespraak van Paulus op de Aréopagus. Het is goed om wat dieper op dit bijbelgedeelte in te gaan.

Lees het gedeelte eerst aandachtig door.

a. Paulus werd geprikkeld door de omstandigheden (v.16). Hoe kijk jij naar de wereld om je heen?

b. De stad was zeer afgodisch. Dat is: vol afgoden. Welke afgoden waren dat? Zie je dat ook nog ïri deze tijd? Geef eens enkele voorbeelden (niet te ver van huis...).

c. Epikureïsche en Stoïsche filosofen twistten met Paulus over zijn nieuwe leer. Ga eens na wat die voor wijsgeren waren of hoe hun denkbeelden in onze tijd nog voorkomen.

d. Vanaf vers 22 lezen we dat Paulus probeert de mannen van Athene te overtuigen. Wat kun je leren van de manier waarop hij de mensen benadert?

e. Geef de verschillende onderdelen van zijn toespraak aan. Wat kunnen we hieruit leren met betrekking tot apologetiek?

f. Alister McGrath schrijft in 'Uitleggen wat je gelooft': "Je kunt mensen het koninkrijk van God niet binnen praten!" Hoe is de ervaring van Paulus in Athene? Wat is nodig?

g. Denk je dat de zondagse preek ook elementen uit de toespraak van Paulus moet bevatten?

h. Wat zou jou het meeste aanspreken als je zo n toespraak van Paulus zou horen? Hoe zou jij tot bekering komen (zie vers 30)?

2. Praktijksituatie

Oefening baart kunst. Misschien ook wel bij het apologetisch gesprek. Bereid een (begin van een) apologetisch gesprek voor wat op de vereniging gevoerd kan worden.

Bijvoorbeeld:

Jeanet: "Heb je dat gezien op TV? Afschuwelijk hè, zo n hongersnood in Soedan. Al die kinderen.. zo uitgemergeld."

Karin: "Nee, ik heb het niet gezien - wij hebben geen TV. Maar ik heb het wel in de krant gelezen. Inderdaad afschuwelijk. En hulpverlening schijnt heel moeilijk te zijn. Vanuit onze kerk wordt er ook hulp geboden."

Jeanet: "0. da s wel goed. Dus jij bent gelovig? Toch snap ik dat niet. Jullie geloven in God. Als Hij zo machtig is als jullie altijd zeggen, dan moet Hij dit toch niet toelaten. Moet je die kinderen zien! Ik dacht dat God liefde was! En jullie intussen maar vrolijk hulpverlenen..."

Karin: "Ja, maar het is niet eerlijk om God direct te verbinden met zo n hongersnood! Ik denk dat een hongersnood verschillende oorzaken kan hebben waarvan je God niet de schuld kan geven..."

Laat twee JeVers bovenstaand gesprek (wellicht nog iets uitgebreider) voeren. De (in groepjes verdeelde) JeVers kijken toe.

Laat de groepjes onderstaande vragen beantwoorden.

a. Herken je zo'n gesprek?

b. Reageert Karin goed op de opmerkingen van Jeanet?

c. Hoe zou je het gesprek voortzetten?

d. Bereid als groep een voortzetting van het gesprek voor t.b.v. de plenaire afronding.

Laat enkele groepjes opdracht d. uitvoeren voor de hele groep.

Probeer als inleider en/of voorzitter tot een goede afronding te komen.

3. Apologetiek en Evangelisatie

Dr. W.H. Velema schrijft in zijn RD-artikel 'Verdediging en verantwoording' (13 januari 1998) het volgende:

"Apologetiek gaat uit van het Evangelie van Jezus Christus. Zij is erop gericht tot geloof in Jezus Christus te brengen. Apologetiek is daarom wel genoemd een tweelingzuster van de evangelistiek. Zij hebben hetzelfde doel, maar gaan op verschillende wijze te werk."

a. Kun je het verschil aangeven tussen apologetiek en evangelisatie?

b. Denk je dat het altijd twee gescheiden terreinen zijn?

c. Op welk moment komt het toch op 'getuigen' aan?

4. Oefening 'Evangelie in notendop'

Zo nu en dan zal je gevraagd worden: "Wat geloof je nu als christen?" Je hebt dan vaak maar korte tijd om een antwoord te formuleren. Als je dan een korte samenvatting van het Evangelie voor handen hebt, kun je zelfs een goed antwoord geven.

Vragen

a. Zoek in je Bijbel naar passages waar een samenvatting van het Evangelie gegeven wordt.

b. Raadpleeg nu de Belijdenissen achter in je Bijbel. Kun je daar een samenvatting vinden?

c. Kunnen de gevonden passages dienen als antwoord op de vraag: "Wat geloof je nu als christen?"

d. Zou je ook andere dingen in je antwoord kunnen betrekken? Denk bijvoorbeeld aan de kerkgeschiedenis, (eigen) ervaringen, citaten van anderen.

Opdracht

1. Probeer in vijl minuten datgene te zeggen wat je in ieder geval kwijt wilt. Schrijf als groep het antwoord ook op.

2. Vraag je nu af hoe effectief je antwoord was. Wat is de kern? Heb je echt vijf minuten nodig? Probeer je antwoord 'in te dikken' tot twee minuien.

3. Neem nu een m/nouf de tijd.

4. ...en nu dertig seconden.

Vergelijk plenair de antwoorden van de groepjes. Kun je uit de verschillende antwoorden een 'modelantwoord' formuleren?

5. De bijbelse grond

Apologetiek komt van het Griekse woord apologia. Het wordt in het Nieuwe Testament drie keer gebruikt, waarbij het steeds om het verdedigen van het christelijk geloot gaat: Filippenzen 1 vers 7, vers 16 en 1 Petrus 3 vers 15.

a. Wat is de context van deze teksten?

b. Ga na wat de Kanttekenaren en andere verklaarders van deze teksten zeggen.

c. Is de in de Mivoschets behandelde apologetiek bijbels gefundeerd?

d. Zoek de verklaring van Calvijn bij 1 Petrus 3 vers 15. Volgens dr. W H. Velema is Calvijns commentaar "zoiets als een programma voor de apologetiek."

Wat zou hij bedoelen?

Wat leert Calvijn ons daar?

6. De zondige mens

Eén van de aspecten van apologetiek is het geïnteresseerd zijn en het kennen van de mensen met wie je het gesprek aan gaat. De zondige mens zou je kunnen typeren met de volgende kernwoorden (is niet uitputtend!):

(1) verloren (2) hongerig (3) dorstig (4) leeg (5) eenzaam (6) zonder hoop (7) verdwaald (8) schuldig

a. Welke kernwoorden spreken jou het meest aan?

b. Kun je elk woord praktisch invullen?

c. Wat zegt de Bijbel over deze woorden?

d. Wat stelt het Evangelie tegenover elk van deze woorden?

e. Kun je daar iets mee in het gesprek met de ander?

7. Vragen over...

Probeer redelijke antwoorden te geven op de volgende vragen:

a. God bestaat toch niet?!

b. Wat heeft Jezus met mij te maken?

c. Wie zegt mij dat de Bijbel gelijk heeft? Alles is toch subjectief?

d. Hoe kan Jezus ook God zijn?

e. Als God liefde is, waarom dan zoveel lijden in de wereld?

f. Wie gelooft er nu in een opstanding uit de dood?

g Waarom zou ik in de schepping geloven? De evolutietheorie is veel waarschijnlijker!

h. Waarom zou ik gered moeten worden?

i. Wat is nou zonde?

j. Je hebt een aardig verhaal, maar moet je eens kijken wat een zooitje jullie christenen ervan maken?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 2001

Mivo +16 | 24 Pagina's

Verwerking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 2001

Mivo +16 | 24 Pagina's

PDF Bekijken