Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Verwerking

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Verwerking

7 minuten leestijd

1. Intro: Ook de ander heeft een verhaal

Karin (17) werkt net als jij bij het Kruidvat. Ze komt weieens bij jou thuis.

Haar verhaal: 'Je opvoeding is een belangrijke factor voor het geloof. Als mijn ouders

hadden gezegd dat ik op zondagmorgen in de kerk had moeten zitten, dan was ik wel

gegaan. Ik heb nog wel mijn communie gedaan, maar daarna ben il< nooit meer geweest.

Je bent gewend om niet te gaan. Mijn ouders gaan zelf ook niet. Het geloof zit in jezelf, dat moetje zelf doen en niet de kerk. Iedereen vult dat op z'n eigen manier in. Ik heb wel van mijn ouders meegekregen wat goed en fout is. En dat hebben ze wat mij betreft goed gedaan. Ik zou het zelf later niet anders doen'.

2. Stellingen -groepjes en plenair.

Hieronder staan een aantal stellingen. Het is de bedoeling dat steeds twee groepjes dezelfde stelling krijgen en hierover discussiëren. Het ene groepje moet het eens zijn met deze stelling, en dit kunnen beargumenteren. Het andere groepje moet het er niet mee eens zijn en dit kunnen beargumenteren. Je spreekt bijvoorbeeld af dat de even groepjes het eens zijn met de stelling en de oneven groepjes het niet eens zijn met de stelling. De groepjes bereiden zich voor in een korte groepsbespreking. Daarna worden de stellingen plenair besproken waarbij de twee groepen op elkaar ingaan. Hierbij krijgen ook mensen uit de zaal gelegenheid te reageren.

Denk er dus aan datje de groep in een even aantal groepjes verdeeld, anders is het niet mogelijk dat er twee groepjes met elkaar in discussie gaan.

1. Je moet iedere gelegenheid aangrijpen om mensen van het Evangelie te vertellen.

2. Als je zelf geen kind van God bent is het onmogelijk een ander te willen 'bekeren'.

3. Zending in het buitenland is veel belangrijker dan evangelisatie hier in Nederland, in Nederland staan al kerken genoeg.

4. Met het verhaal van de Bijbel kun je bij de mensen niet meer aankomen.

3. Waarom zou jij je schamen?

Hoe gaat het maandagmorgen op school of op je werk? Iemand stelt de vraag: 'He, wat heb jij gisteren gedaan?' ;Ik? 0..niet veel. Een beetje geluierd. Meer niet'. De vraagsteller is niet tevreden en zegt: 'Dat is ook niet veel. Heb je echt niet meer gedaan?' Wat antwoordje dan? Iets van: 'Nee, echt niet meer..?' Ondertussen zat je zondag in de kerk. Twee keer zelfs. Maar dat vertel je niet makkelijk. Temidden van mensen die nooit naar de kerk gaan, schamen we ons nogal eens voor het geloof. Hoe komt dat toch? Soms leun je daarover inzitten: 'Dat ik er toch niet voor uitkom. Ben ik dan wel een christen? Want Paulus schaamde zich toch voor het Evangelie niet (Romeinen 1:16)?

(Uit: Tijdschrift)

4. Wat vertel je de ander?

Vier persoonlijke antwoorden.

Antwoord 1

'Ik geloof dat ik niet zomaar ben ontstaan, maar dat God mij gemaald heeft'.

Antwoord 2

'Ik geloof dat ik niet ben zoals ik zou moeten zijn'

Antwoord 3

'Il< geloof dat ik niet hoef te blijven zoals ik ben'

Antwoord 4

'Ik geloof dat God voor al Zijn kinderen een eeuwige toekomst heeft'

5. Stellingen -nogmaals

6. Gespreksvragen

1. Lees met elkaar 2 Timotheus 2:12 en Mattheus 10:32 - 33.

a. Wat roepen deze teksten bij jou op?

b. Vind je het moeilijk wat er staat?

2. Lees met elkaar ook eens Romeinen 1:16

a. Waarom zou je je schamen voor het Evangelie?

b. Wat betekent: ik schaam mij het Evangelie niet?

c. Zouden we misschien meer vrijmoedigheid hebben als we ons meer bewust zouden zijn wat het Evangelie is?

d. Waarom vraag Paulus in Efeze 6:19 om het gebed? Heeft dat ook voor jou betekenis?

3. Het maakt verschil uit of je met mensen spreekt die 'nergens aan doen' of met moslims.

a. Hoe benader je 'ongelovigen'?

b. Hoe benader je moslims?

4. Inventariseer in jullie groepje welke concrete mogelijkheden jullie zien voor evangelisatie in je eigen omgeving.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 december 2002

Mivo +16 | 24 Pagina's

Verwerking

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 december 2002

Mivo +16 | 24 Pagina's

PDF Bekijken