Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Afscheiding van 1834

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De Afscheiding van 1834

24 minuten leestijd

Aanwijzing voor het gebruik

Bij het uitwerken van deze schets dreigt één groot gevaar: zoveel gegevens in je inleiding verwerken, dat niemand er een lijn meer in kan terugvinden. Dat is net genoeg om het laatste restje belangstelling voor kerkgeschiedenis bij sommigen weg te nemen. Probeer daarom vooral deze veel gemaakte fout te voorkomen. Het beste is de in de schets getrokken hoofdlijnen niet al te breed uit te werken - vlecht je wel enkele pakkende bijzonderheden in? - en de inleiding vrij kort te houden. Alle andere bijzonderheden en gegevens, die je bij de voorstudie tegenkomt bewijzen bij de bespreking uitstekende diensten! Zie vooral ook „Enkele wenken” (punt 10 van de schets)

1. Inleiding

Dit onderwerp heeft helaas een grote aktualiteit. De laatste honderdvijftig jaar is er in ons land veel kerkelijke verdeeldheid ontstaan. Je kunt dit in je inleiding even beklemtonen door het noemen van diverse kerken. Vaak beroept men zich bij een scheiding op 1834. Is dat juist? Waar gaat het in 1834 om?

2. De Verlichting

De Afscheiding heeft een lange voorgeschiedenis.

Ze is een sterke reaktie op het grote verval in de Hervormde kerk. Dat verval begint in de achttiende eeuw steeds duidelijker vorm aan te nemen. Het kerkelijk leven komt voor een belangrijk deel onder invloed van de Verlichting. Deze wijsgerige stroming wijst de Schrift af als hoogste norm voor het gehele leven. Je moet je door niets en niemand laten bevoogden. Vertrouw uitsluitend op het licht van je verstand! De Rede, het onbedorven verstand, wijst volgens de Verlichting in alles de weg. Vertel zelf in het kort iets over de gevolgen, die de Verlichting voor het kerkelijk leven heeft.

— Grote afval. Omstreeks 1785 overal .verlichte” hoogleraren. In Utrecht nog een enkele rechtzinnige professor (Gijsbertus Bonnet). Prediking kenmerkt zich vaak door deïsme en de oproep om met behulp van de Rede de deugd te betrachten.

— Conventikels. Het aantal gezelschappen neemt heel sterk toe. Grote groepen eenvoudige kerkleden zoeken hier geestelijk voedsel. De band met de officiële kerk wordt losser.

3. Na de Franse tijd

Na het vertrek van de Fransen in 1813 wordt de situatie van de kerk nog moeilijker. Het gif van het verlichte denken werkt nu overal in door.

— Het Algemeen Reglement. De inrichting van het kerkelijk leven met door de gemeenten zelf gekozen classes en een synode wordt door de Koning(l) afgeschaft. Er moet een bestuur komen met reglementen, voorschriften enz. De kerk wordt nu een vereniging met een verstandelijke beredeneerde opzet. Plaatselijke gemeenten spelen geen rol meer. Alles wordt van bovenaf geregeld door een hoofdbestuur („synode”). Zeg bij dit onderdeel iets over de grote invloed van de ambtenaar Janssen.

— De Evangelische Gezangenbundel. Ingevoerd in 1807. Deze bundel ademt de geest van de Verlichting: rede-lijk handelen en deugdbetracchting. De predikanten worden gedwongen om één gezang per dienst te laten zingen. Sommige dominees proberen het probleem op te lossen door elke zondag hetzelfde vers van hetzelfde gezang op te geven, dat wel aanvaardbaar is. Daarop volgt dan weer straf. Probeer andere voorbeelden te vinden van moeilijkheden in de gemeenten en „oplossingen”. De gezangenkwestie is ontstaan.

— Het „eedformulier”. Ds Donker Curtius zorgt in 1816 ervoor dat dit formulier, dat a.s. predikanten moeten tekenen, een dubbelzinnig karakter krijgt. Men bindt zich aan de belijdenis, omdat deze overeenkomstig Gods Woord is. Zó lezen de rechtzinnige predikanten het formulier. Maar „verlichte” dominees lezen in hetzelfde formulier, dat zij zich slechts aan de belijdenis gebonden achten voor zover die overeenkomt met het Woord naar ieders persoonlijke opvatting. De synode weigert de gehele 19e eeuw om een uitspraak te doen welke opvatting de juiste is! Daarmee is de leertucht in de Herv. kerk opgeheven (vgl. H.C., zondag 31). De weg voor leervrijheid ligt nu open. De openlijke opmars van de vrijzinnigheid (modernisme) kan voortgaan. Reeds loochenen hervormde predikanten in het openbaar de Godheid van Christus. De geloofsbelijdenis van Athanasius wordt in 1823 „een stuk vol middeleeuwschen onzin” genoemd.

In kerkbestuur, lied, prediking en tucht heeft de officiële kerk de leer van de hervorming op wezenlijke punten verlaten.

4. De dominee van Ulrum

Enkele predikanten en gemeenteleden laten wel hun getuigenis horen tegen de algemene afval. (Ds Schotsman, 1819; Da Costa, 1823; Ds D. Molenaar, 1827). Hun stemmen worden echter overschreeuwd door het koorgezang van de tijdgeest of met de sterke arm tot zwijgen gebracht. Van alle kanten daalt hoon en smaad neer op deze ,,1618-ponders”, „dompers", „dwepers" en inzittenden van „de nachtschuit”. „Een laatste schildwacht en een laatste rest van het nationaal Gereformeerde leven, teruggetrokken in gezelschappen, is dat het einde? (Algra).

Maar dan volgt in 1834 de Afscheiding in het Friese Ulrum, die grote gevolgen zal hebben. Vertel in je inleiding enkele bijzonderheden over Ds. Hendrik de Cock.

— De grote verandering in zijn leven, institutie van Calvijn, Klaas Kuipenga.

— De belangstelling voor zijn prediking.

— Zijn boekje: Verdediging van de ware Gereformeerde leer. Geef je in je inleiding de volledige titel?

— De schorsing, na beroep omgezet in een schorsing van twee jaar met verlies van traktement. Een „tergend onbarmhartig vonnis” (Prof. Haitjema). Ontzetting uit het ambt; beroep op de synode; uitspraak? Wijs hierbij op twee dingen: De Cock zocht de scheiding niet; de president van de synode, Dr. Donker Curtius, en de ambtenaar Janssen spelen achter de schermen een weinig fraaie hoofdrol.

— In oktober 1834 bezoek van Ds. Scholten van Doeveren. Hierna stemt Ds. De Cock in met de bestaande wens van zijn kerkeraad om zich af te scheiden van „het reglementair genootschap”. Acte van Afscheiding of Wederkeering, 14 oktober 1843. Daarin verklaren kerkeraad en gemeente van Ulrum, dat zij wensen weder te keren tot de belijdenis en de kerkorde van de oude, ware Gereformeerde Kerk in Nederland, aanvaard op de Synode van Dordrecht in 1618-1819.

5. Groei en vervolging

De Afscheiding blijft niet tot Uirum beperkt. Een vijftal jonge dorpspredikanten, die zich afscheiden of afgezet worden volgen het voorbeeld van Ds. De Cock: Ds. H. P. Scholten, Ds. G. F. Meerburg, Ds. S. van Velzen, Ds. A. Brummelkamp en kandidaat Van Raalte. Blijft het aantal predikanten klein, het aantal afgescheiden gemeenten groeit binnen een jaar uit tot bijna tachtig! In een groot aantal plaatsen worden de bestaande gezelschappen geïnstitueerd tot kerk. De vele eenvoudigen, die daarin samenkomen en zich nauwelijks meer met de Herv. Kerk verbonden voelen, ontwaken. Zij krijgen opnieuw kerkelijk besef en roepen een nieuw kerkverband in het leven, dat overeenstemt met het gereformeerde kerkbegrip.

De snelle groei verbijstert synode en regering. Op verzoek van de Algemeen Christelijke Synode der Hervormde Kerk(!) begint de regering met geweld de Afscheiding te onderdrukken.

Een zogenaamde rechtsgrond is snel gevonden.

(Ga zelf na hoe men de grondwet uitlegde en gebruik maakte van een bepaling uit de tijd van Napoleon, die vergaderingen van meer dan twintig personen strafbaar stelde). De vervolging is heftig en soms „onmenselijk-streng” (Prof. Haitjema): geldboeten, inkwartiering van ruwe dragonders, overvallen op kerkdiensten en nachtelijke Avondmaalsvieringen, verkopingen van huisraad en babykleding op zondag(!), gevangenisstraffen. Geef hiervan zelf enkele voorbeelden.

Mr. G. Groen van Prinsterer, tot 1836 sekretaris van het kabinet van de koning, riskeert diens ongenoegen en neemt het voor de Afgescheidenen in het openbaar op. Wanneer Koning Willem II aan de regering komt in 1840, maakt hij een eind aan de vervolging.

6. Om de vrijheid

In 1836 verschijnt een Koninklijk Besluit met de mededeling dat de Afgescheidenen als „onwettig bestaande godsdienstige vereniging” onder bepaalde voorwaarden vrijheid van vergaderen kunnen krijgen. Wie deze vrijheid wil ontvangen moet als plaatselijke gemeente (niet als landelijke kerk) bij de koning erkenning aanvragen als een nieuw, afzonderlijk kerkgenootschap. Hierbij moet een reglement worden overgelegd, waaruit blijkt dat het nieuwe genootschap geen enkele aanspraak maakt op bezittingen, inkomsten, rechten en titels van de Hervormde (Gereformeerde) Kerk.

Sommigen zijn de vervolging moe en vragen de erkenning. De gemeente van Ds Scholten te Utrecht is de eerste, die deze zeer te betreuren stap doet. Talrijke gemeenten volgen dit voorbeeld. Zij krijgen de naam: Christelijk Afgescheiden Gemeente. Hoewel de vrijheidsaanvraag uit menselijk oogpunt heel goed te begrijpen is, maken de Afgescheidenen hiermede een ernstige principiële fout. Zij verloochenen in feite hun eigen uitgangspunt! Met grote nadruk heeft men immers in 1834 en ook op de eerste synode van 1836 gesteld, dat men zich beschouwt als de voortzetting van de kerk der hervorming. Nu ziet men o.m. van de naam Gereformeerd of Hervormd af terwille van de erkenning door een aardse koning. Maar de kerk behoeft geen erkenning te vragen aan wie dan ook. Zij bestaat en heeft Christus als Koning. Hooguit kan men de overheid van dat bestaan op de hoogte brengen (het z.g.n. aanmelden bij de overheid). Zie in dit verband art. 28 van de Ned. Geloofsbelijdenis.

Een kleine groep Afgescheidenen gaat dan ook niet met Ds Scholten c.s. mee. Zij blijven trouw aan hun uitgangspunt. Hun naam is: De Gereformeerde Kerk in Nederland. Zelf voegen zij daaraan toe: onder het kruis. Liever blijven onder het kruis van de vervolging dan vrijheid aanvragen. In de volksmond spreekt men al snel over „kruiskerken” of „kruisgezinden".

7. Het wonder van de 19e eeuw

Behalve over de vrijheidsaanvraag ontstaan ook ernstige meningsverschillen over kerkorde en leer.

— Terwijl de Afscheiding nadrukkelijk wilde terugkeren o.m. tot de kerkorde van 1618-1619 wordt in 1837 toch een nieuwe kerkorde ingevoerd, die in 1840 moet worden teruggenomen wegens grote weerstanden.

— De bezwaren tegen de nieuwe kerkorde hangen direkt samen met verschillen in de leer. In de aanhef wordt n.l. gesteld, dat alle belijdende leden met hun gedoopte kinderen ware gelovigen zijn. Met name Ds. H. P. Scholten verdedigt deze opvatting. Ds. H. de Cock houdt vast aan de oude gereformeerde leer, waarin de noodzaak van wedergeboorte wordt geleerd en aangedrongen wordt op een bevindelijk kennen van zonde en genade.

Daarnaast komen in alle afgescheiden groepen verschillen over punten van minder belang voor, die soms grote onrust brengen. Er is een zeer sterke mate van individualisme, dat verbrokkelend heeft gewerkt. De achtergronden hiervan zijn o.m.:

— het veelal ontstaan van kerken uit gezelschappen: weinig kerkbegrip; gemeenten met een eigen „ligging”, in sterke mate bepaald door een geestelijke leidersfiguur in het gezelschap;

— het kleine aantal predikanten met te weinig eenheid in theologische opvattingen; De Cock en de zijnen moeten zichzelf de gereformeerde leer eigen maken; aan de universiteit zijn ze niet ingeleid in de rijkdom van de oude gereformeerde belijdenis;

— de uiterst gebrekkige predikantenopleiding in de eerste twintig jaar: elke dominee leidt enkele studenten op; nadeel: overdracht van de eigen „ligging”.

Algra heeft zijn boek over deze tijd de titel gegeven „Het wonder van de 19e eeuw”. Dat er een reaktie gekomen is op het grote verval in de Hervormde Kerk is een wonder van de genade van God. De Verlichting kreeg een halt toegeroepen. In het licht van de omstandigheden van die tijd is de Afscheiding geoorloofd te noemen. Het is evenzeer een wónder, dat uit de talrijke onsamenhangende groepen, kerken zijn ontstaan, die tot een eenheid samengroeide en een eigen theologische opleiding kregen.

Anderzijds mag het ons niet ontgaan, dat de Afscheiding haar doel maar voor een deel heeft bereikt. In plaats van één kerk, in leer en kerkorde de voortzetting van de oude Hervormde Kerk, zijn vele kerken ontstaan. Al te gemakkelijk heeft men in later tijd, (in sommige gevallen), de toevlucht genomen tot afscheiding. Laat dit ons leren, dat afscheiding slechts als de allerlaatste weg gezien mag worden in bijzondere noodsituaties, waarbij de hoofdwaarheden van de gereformeerde leer door dwalingen zijn vervangen.

8. Literatuur

Bij de schets:

Ds. G. H. Kersten en Ds. J. van Zweden: Kort Historisch Overzicht, uitgave De Banier N.V., 1947, blz. 5 - 18.

(Als het niet in de verenigingsbibliotheek staat, is het beslist de moeite waard te proberen het ergens te lenen).

H. Algra: Het wonder van de 19e eeuw, uitgave T. Wever, Franeker, 3e druk 1970, hfdst. I, V, VI, VII, IX, X XI. Een uitstekend leesbaar boek.

Johannes Calvijn: Institutie, uitgave Meinema, Delft, boek IV, hfst. I, 9 - 19. (Wanneer is afscheiding geoorloofd?)

Voor verdere studie:

J. C. Rullmann: De Afscheiding in de Ned. Herv. Kerk der 19e eeuw. Uitgave: Kok, Kampen, 4e druk 1930. Zeer uitvoerig, gemakkelijk leesbaar boek.

Dr. G. Keizer: De Afscheiding, uitgave Kok, Kampen, 1934. Een bijzonder uitvoerige studie, moeizaam leesbaar. Van belang omdat talrijke officiële stukken zijn afgedrukt.

Prof. Dr. Th. L. Haitjema: De nieuwe geschiedenis van Neêrlands Kerk der Hervorming. Uitgave: Boekencentrum, Den Haag. Dit boek geeft o.m. een knappe schets van de achtergronden, b.v. van de Verlichting. Geen eenvoudige lektuur. Een echt studieboek.

9. Gespreksvragen

1. Wat zijn de kenmerken van een zuivere kerk?

Vergelijk jullie antwoord met artikel 29 van de Ned. Geloofsbelijdenis.

2. Wanneer is een afscheiding pas geoorloofd?

3. Hoe denk je in dit verband over:

a) de Afscheiding van 1834

b) de scheiding die zich in 1953 in onze gemeenten helaas voltrok?

4. Waarom is het zo belangrijk dat een kerk een belijdenis heeft? De Schrift alleen is toch voldoende?

5. In welke Nederlandse kerk(en) bestaat er in de praktijk leervrijheid? Weet je voorbeelden?

6. Wat gebeurt er op een gezelschap? Welke voordelen en nadelen zijn er aan het gezelschapsleven verbonden?

7. In sommige rechtzinnige streken van ons land zoekt men op zondag geestelijk voedsel in een gezelschap i.p.v. in de kerk. Wat is je mening hierover?

8. In onze gemeenten wordt sterk beklemtoond, dat de bevinding onderworpen is aan de Schrift.

Wat gebeurt er wanneer Woord en bevinding van elkaar worden losgemaakt?

9. Mag de overheid aan de kerk een bestuur voorschrijven, zoals Willem I deed? Probeer je antwoord vanuit de Schrift toe te lichten!

10. Enkele wenken

— Deze schets leent zich voor behandeling in twee onderwerpen. De eerste inleider werkt dan punt 4 en 5 uit. Titel: De Afscheiding van 1834. In deze inleiding worden de feiten meegedeeld. Een ander verenigingslid geeft achtergronden en een beoordeling van de Afscheiding. Hij benut dan punt 2, 3, 6, 7 voor zijn onderwerp. Titel: Verlichting en Afscheiding.

— In het boek van Algra „Het wonder van de 19e eeuw" komt een kaart voor de snelle uitbreiding van de Afscheiding. Een handig verenigingslid kan deze met viltstift op een vel papier overnemen. Je kunt hem goed gebruiken als wandillustratie bij je onderwerp. Zet er de namen van de dorpen, waar de afgescheiden predikanten stonden, bij.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1970

Salvo | 86 Pagina's

De Afscheiding van 1834

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1970

Salvo | 86 Pagina's

PDF Bekijken