Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Waarom schepping en evolutie niet samengaan

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Waarom schepping en evolutie niet samengaan

BOTSENDE WERELDBEELDEN

11 minuten leestijd

De vermeende onaantastbaarheid van de evolutietheorie maakt diepe indruk op vele hoogopgeleiden in refokring. Ze stellen vraagtekens bij de Bijbelse scheppingsgeschiedenis. Allerlei zekerheden komen daardoor op losse schroeven te staan. De Bijbel helemaal loslaten is vaak nog een brug te ver. Vandaar de vraag: zijn schepping en evolutie m i sschien te combineren?

tekst: BART VAN DEN DIKKENBERG beeld: ISTOCK EN UNSPLASH

Genesis voor dummies?

Heeft de Heere zich in Genesis 1 aangepast aan het beperkte begripsvermogen van Mozes? Hij kon tijdperiodes van miljoenen en miljarden jaren niet bevatten, en daarom zou de Heere de schepping hebben laten beschrijven als was die in zes dagen gebeurd, stellen aanhangers van het theïstisch-evolutionisme.

"En is dat geen liegen, als God iets zei tegen de waarheid en tegen Zijn beter weten in, en hen stijfde in hun dwaling door hetzelfde te zeggen?" vraagt Wilhelmus a Brakel zich af. Prof. W.H. Gispen (1890-1986) stelt onomwonden: "Het Nieuwe Testament is voor ons beslissend. Wat door Jezus en de apostelen als historisch feit wordt aanvaard, moet ook door ons worden aangenomen."

Is Genesis 1-11 historie?

Hoe kunnen we weten of Genesis 1-11 waargebeurde geschiedenis is? Er zijn genoeg theologen die een scheiding aanbrengen tussen Genesis 1-11 en Genesis 12-50. In Genesis 12-50 zou het gaan om het reddend handelen van God, in 1-11 meer om Zijn zegenend handelen. In Genesis 1-11 zou dan sprake zijn van een oergebeuren, niet zozeer van historische gebeurtenissen.

De structuur van Genesis maakt dit onderscheid niet. Mozes, de oorspronkelijke Bijbelschrijver, heeft een indeling aangebracht die draait om het Hebreeuwse woord "töledöth": "geboorten of geschiedenissen". Daarmee eindigt de voorgaande geschiedenis en begint een nieuwe. Door elf keer deze schakelformule te gebruiken, ontstaan in Genesis twaalf delen.

De overgang van de oergeschiedenis en de geschiedenis van de patriarchen valt precies in het midden, na Genesis 11:26. De schrijver deelde Genesis op in twee keer zes delen. De oergeschiedenis is kunstzinnig vervlochten met de patriarchengeschiedenis. "Beide blokken kunnen niet los van elkaar gezien worden", stelt de Duitse theoloog W. Hilbrands.

"De almachtige Scheppergod is tegelijk de God van Abraham, Izak en Jakob." Ook maken de geslachtslijsten in Genesis 5 en 11, en in 1 Kronieken 1 duidelijk dat Adam even historisch moet worden opgevat als Abraham. Elke keer is er een nieuw begin, dat aansluit bij het vorige. Ten slotte monden de oudtestamentische geslachtsregisters uit in het boek des geslachts van Jezus Christus" (Matth 1:1).

Zijn Genesis 1 en 2 twee aparte verhalen?

Moderne theologen lezen in Genesis 1:1-2:4a en Genesis 2:4b-3:24 twee verschillende scheppingsverhalen die tegenstrijdig zouden zijn met elkaar. Het gaat dan om de namen van God, de chronologische volgorde en de literaire stijl. Ook zou de theologie van beide geschiedenissen anders zijn. Theïstisch-evolutionisten gaan in de regel ook in dat spoor; zij doen het voortkomen alsof in de Bijbel twee scheppingsverhalen staan die met elkaar schuren; een in Genesis 1 en een in Genesis 2.

Deze verhalen zouden met elkaar in tegenspraak zijn, omdat in Genesis 1 de dieren werden geschapen voor de mens, terwijl het in Genesis 2:19 lijkt alsof de mens is geschapen voordat de dieren er waren. Ze menen op die manier ruimte te creëren voor hun eigen scheppingsverhaal, namelijk een waarin God door evolutie zou hebben geschapen. „Dit is echter weinig meer dan een kwestie van goed lezen. Genesis 1 beschrijft de volgorde van de gebeurtenissen in hoofdlijnen; Genesis 2 geeft de details”, stelt de Amerikaanse apologeet N.L. Geisler (1932-2019). De schrijvers willen uittekenen „hoe de mens, die uit de aardbodem werd gevormd, in de tuin van Eden werd geplaatst en hoe het hem daarin verging”, schrijft VU-theoloog W.H. Gispen (1900-1986). Beide scheppingsverhalen staan dus naast elkaar en vullen elkaar aan.

Bovendien neemt na Genesis 1 de geschiedenis van het verbond een aanvang. In Genesis 2 verschijnt voor het eerst de verbondsnaam JHWH, meestal vertaald als Jehova of Jahweh (Heere), in combinatie met de naam Elohim (God). „Dit brengt tot uitdrukking dat de Schepper tegelijk Degene is Die persoonlijk gericht is op de mens”, stelt theoloog W. Hilbrands. God gaat een verbond aan met de mens, het werkverbond: „Doe dat en gij zult leven.”

Hoe leest theïstisch-evolutionist de Bijbel?

Volgens de "Christelijke dogmatiek” (2011) kunnen mensen zich niet meer eenduidig beroepen op teksten uit de Bijbel om geloofsstandpunten te onderbouwen, zoals het voorgeslacht dat altijd heeft gedaan. Het gaat in de Bijbel allereerst om de vraag ”Wat moet ik doen om gered te worden?” menen de Amsterdamse hoogleraren G. van den Brink en C. van der Kooi. Het zou in de Bijbel alleen en uitsluitend gaan om de heilsopenbaring van God in Christus, als Gods genadige toewending naar mensen, om ”ontmoeting”.

De Bijbel moet volgens hen theologisch worden geïnterpreteerd. De eerste pijler hiervan is dat God ons in aanspreekt in onze „historisch-situationele bepaaldheid.” Maar -e n dat is de tweede pijler— „het is ook van de belang dat de Bijbel ons voortdurend stoort in de beelden die we vanuit ons eigen denken hebben gevormd over God, de wereld en onszelf.” Kennelijk is de Bijbel een boek van zijn tijd uit een archaïsche cultuur en moet hij door ons worden geïnterpreteerd naar hedendaagse maatstaven, in wisselwerking met onze cultuur. De ''Christelijke dogmatiek” vervangt zo het gezag van de Schrift door het gezag van het menselijk verstand, en vindt ruimte om wetenschappelijke theorieën te laten heersen over de uitleg van Schrift.

De bekende theoloog Herman Bavinck schreef echter in zijn ”Gereformeerde dogmatiek” (1998): „De kerk heeft alle meningen te toetsen en te beoordelen naar de heilige Schrift. (...) De Schrift is norma, de kerk is richteres. (...) Van de Schrift is er geen hoger appel. Zij is de hoogste rechtbank. Geen macht of uitspraak staat boven haar. Zij is het, die ten laatste, voor ieder in zijn consciëntie, beslist.” Het „alzo spreekt de Heere” gaat ver uit boven ons beperkte menselijk verstand en interpretatievermogen.

Gelooft een theïstsch-evolutonst in de Bijbelse God?

De laatste tijd zijn er heel wat boeken verschenen over schepping en evolutie. Zoals "En de aarde bracht voort" (2017), "En God zag dat het goed was" (2019) en eerder dit jaar het boek "Oer" (2020).

Volgens de gegevens uit deze boeken moet de 'schepping' als volgt zijn verlopen: 13,8 miljard jaar geleden werd de schepping in gang gezet door God met de oerknal. Vervolgens vormden zich atomen, deeltjes, sterren en planeten. Zo'n 3,5 miljard jaar geleden ontstond het leven op aarde en zo'n 400.000 jaar geleden de eerste moderne mens. Geheel volgens de gangbare opvatting van de wetenschap.

In de theïstisch-evolutionistische visie is God niet zozeer Schepper, maar een soort Toezichthouder op evolutie geworden: "schepping" wordt theologisch ingevuld als een soort "voorzienigheid". Probleem is dat de wetenschap nog geen verklaring heeft voor het ontstaan van leven, om van een menselijke ziel maar helemaal niet te spreken. Door het wetenschappelijke verhaal voor waar aan te nemen, stelt een theïstisch evolutionist zichzelf voor een lastige keuze. Óf hij moet veronderstellen dat God heeft ingegrepen bij het ontstaan van leven en bij de schepping van de menselijke ziel, (dat levert een god-van-de-gaten op) óf wanneer hij dit ontkent, moet hij een uit materie ontstane ziel veronderstellen en een deïstische god, die de schepping vanaf de oerknal als een opgewonden klok via natuurwetten laat aflopen. Gelooft een theïstisch-evolutionist dan nog wel in de God van de Bijbel?

Was Adam de eerste mens?

Waarschijnlijk niet, stelt prof. G. van den Brink in ”En de aarde bracht voort” (2017). Misschien is het geloof in één historische Adam wat karig, „aangezien er destijds een behoorlijke groep eerste mensen op aarde moet zijn geweest.” Met Adam als een soort stam- en verbondshoofd.

Prof. W.H. Gispen (1900-1986) ziet „geen enkele mogelijkheid om de Bijbelse gegevens over Adam als de eerste mens in overeenstemming te brengen met de gegevens over de zeer hoge ouderdom van het mensengeslacht.” Adam wordt door Mozes ook in chronologische zin als de eerste mens beschouwd, stelt de VU-theoloog in "Schepping en paradijs”.

En dat is Bijbels. God heeft immers „man en vrouw” geschapen „van den beginne” (Matth. 19:4,5); satan is een leugenaar en mensenmoorder „van den beginne” (Joh. 8:44). Hier spreekt de Zaligmaker „van dat mozaïsche begin, dat een en hetzelfde was als de aanvang van de wereld”, aldus de Utrechtse theoloog Petrus van Mastricht.

Adam is ook de enige stamvader van alle mensen (Hand. 17:26). Gravemeijer: „Één in schuld en verderf en langs eenzelfde weg te verlossen: zonde en dood door de ene aardse Adam, gerechtigheid en leven door de ene hemelse Adam” schrijft de hervormde predikant H.E. Gravemeijer (1813-1890) in zijn ”Leesboek over de gereformeerde geloofsleer” met een beroep op Rom. 5:12 en 1 Kor. 15:47. „Na de schepping van de landdieren op de zesde dag trad er eerst als het ware een ”sela” in, een plechtige pauze; dan werd, op dezelfde dag, de mens geschapen naar Gods beeld. Daarom is het vlak in tegenspraak met de Schrift, wanneer een valselijk genaamde wetenschap in onze dagen de mens voorstelt als een langzaam ontwikkeld dier, als een veredelde aap.”

Een goede schepping?

Het evolutieverhaal veronderstelt miljoenen jaren van ziekte, dood en verderf voordat de mens op het wereldtoneel verscheen. Maar hoe kon God zo'n schepping "zeer goed" noemen (Gen. 1:31)? Hij zou een boosaardige god zijn, en dat zou ook weinig goeds beloven voor de toekomstige herschepping. God is echter de Oorsprong van alle goedheid; iets wat uit God voortkomt, moet noodzakelijkerwijs goed zijn. De wereld is volmaakt goed geschapen: overeenkomstig de wil van de Schepper, maar ook doelmatig en moreel goed. Toen Adam het verbond brak, kwam het ook tot een breuk met Gods bijzondere goedheid over Zijn schepping. Adam verloor zijn ingeschapen goedheid.

Sindsdien zucht de schepping vanwege de val van de mens (Rom. 8:22).

Kan een christen de evolutietheorie accepteren?

In verschillende publicaties stelt prof. G. van den Brink dat christenen zonder problemen de evolutietheorie kunnen aanvaarden. Dat de zon om de aarde draait gelooft immers ook niemand meer? De Utrechtse hoogleraar Gisbertus Voetius (1589-1676) hing dit geocentrische wereldbeeld aan op grond van Joz. 10:12. "Toch is er niemand meer die dit Voetius nazegt. We hebben geleerd dat acceptatie van het copernicaanse stelsel niet tot gevolg heeft dat het christelijk geloof omvalt, of zelfs maar wezenlijk van inhoud verandert. Iets soortgelijks zullen christenen ook moeten leren in hun omgang met de evolutietheorie", meent hij.

Is deze motivatie valide?

Van den Brink schrijft ook terecht dat de Bijbel geen natuurwetenschappelijk boek is; toch leest hij geheel inconsequent met zijn argumentatie een geocentrisch (dat is: een verouderd wetenschappelijk) wereldbeeld in de Bijbel.

Maar de Bijbel "beoordeelt en beschrijft de dingen niet naar de resultaten van wetenschappelijk onderzoek, maar naar de intuïtie, naar de eerste, levendige indruk die de verschijnselen maken op de mens. Zij spreekt over de aarde als het centrum van Gods schepping en kiest geen partij tussen de ptolemeïsche en de copernicaanse wereldbeschouwing", schrijft prof. H. Bavinck. Helaas zag Voetius niet in dat de Bijbel wel geocentrisch spreekt, maar dat zij daarin de taal gebruikt "van de dagelijkse ervaring waarin wij nog altijd spreken", stelt de Leidse hoogleraar prof. E. Jorink.

Waar gaat het mis?

Waardoor wint de evolutietheorie zo veel terrein in reformatorische kring? Vooral door een misvatting over de reikwijdte van de wetenschappelijke methode. Per definitie moeten natuurlijke oorzaken de waarnemingen binnen de experimentele natuurwetenschappen verklaren. Dit methodisch naturalisme wordt ook toegepast om het verleden -de ‘zachte’ kant van de natuurwetenschappen- op te helderen. Per definitie moeten natuurlijke oorzaken het ontstaan van het heelal, het leven, de aardlagen, de biodiversiteit en de mens verklaren. Dat is nogal problematisch, want oorsprongskwesties zijn vooral historisch van aard. Het gaat om eenmalige, unieke gebeurtenissen, die niet kunnen worden herhaald in een laboratorium: ze moeten worden gereconstrueerd. Wetenschappers zijn dan niet zozeer bezig met experimenten of natuurwetenschappelijk onderzoek, maar met geschiedschrijving.

Daar doet zich een probleem voor: de naturalistische visie op het verleden en het Bijbelse christendom laten zich niet verenigen. Ze belichamen tegenstellingen, antithesen: als er alleen materie bestaat (materialisme), kan God niet bestaan; als alleen de natuurwetenschap via de wetenschappelijke methode leidt tot waardevolle kennis (positivisme), kan goddelijke openbaring geen waardevolle kennis opleveren; het idee dat het verleden kan worden verklaard met dezelfde processen en natuurwetten die we vandaag de dag waarnemen (uniformitarisme), strijdt met de Bijbelse leer van schepping en voorzienigheid. Een christen-wetenschapper die de wetenschappelijke methode -het methodisch naturalisme- toepast op onderzoek aan het verleden, stapt op dat moment over op een ander geloof: van het christelijke naar het naturalistische. Met alles wat daarbij hoort: evolutie, uniformitarisme en perioden van miljoenen jaren.

Dit artikel werd u aangeboden door: Terdege

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 16 september 2020

Terdege | 114 Pagina's

Waarom schepping en evolutie niet samengaan

Bekijk de hele uitgave van woensdag 16 september 2020

Terdege | 114 Pagina's

PDF Bekijken