+ Meer informatie

De tijd waarin onze jongeren leven

6 minuten leestijd

Als ambtsdragers hebben wij ook een opdracht ten aanzien van onze jongeren. Willen we haar echter goed uitvoeren, dan dienen wij o.a. de tijd waarin zij met name volop staan èn hun denkwereld te kennen. In dit artikel willen we op enkele zaken de aandacht vestigen.

Waardoor wordt onze tijd het meest gekenmerkt? Door de zogenaamde secularisatie (verwereldlijking, de grote los-van-God-beweging, principieel ingezet in het paradijs). Als een vloedgolf is zij door alle dijken heengebroken. De moderne mens heeft de Here God aan de kant gezet, ja zelfs over de rand geplaatst.

Uit dit basisgegeven vloeien vele gevolgen voort.

Om te beginnen: wetenschap en technologie voeren thans het hoogste woord. Zij fungeren als goden die het denken, doen en laten van menigeen bepalen.

Vervolgens: er wordt gejaagd op en naar stoffelijke zaken. De STER-reclame verricht daarvoor uitnemende hulpdiensten. Er wordt bij de banken heel wat geleend voor de aanschaf van het beste en het modernste. Met gemak wordt er vervangen en afgedankt. Niet minder staat het eigen-ik in het middelpunt: men komt op voor zichzelf, als het moet ten koste van anderen. In vele gevallen gaat deze ego-gerichtheid gepaard met een groot verlies van aandacht voor anderen.

Ook boven ons gestelde machten worden moeilijk erkend. Men beslist zèlf of, wie, hoe en wanneer men gehoorzaamt. In persoonlijke vrijheid en mondigheid wenst men zijn weg te gaan.

Net als in de Oudheid stellen velen het genot, de lust als doel van hun handelen. In dit hedonisme doet men wat men lekker, fijn vindt.

Om allerlei redenen slaan vaste patronen en regels niet meer zo aan. Ook op het gebied van de moraal wil men vrij zijn. Velen zien b.v. de sexuele gemeenschap niet meer ingebed in het huwelijk en in de relatie man-vrouw.

Heel sterk is men uit op het opdoen van ervaringen en belevingen. Men wil „bevinden”. Deze subjectivering verslaat thans zijn tienduizenden.

De massa-media spelen een heel grote rol met al de gevolgen van dien. Vooral de televisie met haar beelden van heinde en ver vormt een geweldige macht.

Bepaald gelukkig voelt de hedendaagse mens zich niet. Je constateert een toenemende vereenzaming en vervreemding. Er wordt gevlucht in drugs, in drank, in woon- en leefgemeenschappen enz. Het aantal suicidepogingen vertoont een stijgende lijn. Niet zelden ontlaadt de verwarring zich in agressie. Men wil zichzelf weer eens tegenkomen, ontdekken waartoe men in staat is. Het gevoel van eigenwaarde moet versterkt worden. Veel vandalisme valt hierop terug te brengen.

Ook kun je een bepaalde vorm van onverdraagzaamheid moeten incasseren als je van het algemene patroon duidelijk afwijkt. Je bent dan een vreemde eend in de bijt. Het niet-aanpassen wordt niet in dank afgenomen.

Voorts kan in onze tijd waargenomen worden een groeiende godsdienstigheid en een intensief bezig-zijn met de menselijke basisvragen als: wie ben ik, waarvoor leef ik?

Overal bespeur je een sterk verlangen naar spiritualiteit, geluk, warmte en geborgenheid. Het is daarom geen wonder dat godsdienstige bewegingen als paddestoelen uit de grond verrijzen. Oosterse religies zijn in trek. De New Age beweging is zelfs in flinke opmars. Je kunt inderdaad spreken van een geestelijke supermarkt met een groot assortiment: voor elk wat wils.

Waar komt deze godsdienstige interesse vandaan? Ondanks de zondeval blijft de mens een religieus wezen: geschapen naar Gods beeld en gelijkenis. De betrokkenheid op God en goddelijke zaken is onvernietigbaar, al wordt zij op een eigenwillige en gode-vijandige wijze ingevuld. En verder valt de godsdienstige belangstelling ook te zien als een reactie op de oppermacht van het verstand, de technologie enz. Tenslotte is zij niet minder een schreeuw om hulp vanwege de vereenzaming en kilheid.

Nu vallen er in de godsdienstige opstelling enkele hoofdtrekken op, hoe gevarieerd ook in de uitwerking.

a. Aan de godsvraag knaagt de twijfel: is er wel een God? Deze onzekerheid wordt aangescherpt door het vele leed: waarom steekt God er geen stokje voor?

b. Men wil slechts weten van een God van mildheid en liefde, in Wie men pijn- en moei teloos kan geloven. Begrippen als schuld, toorn, gerechtigheid spelen geen rol meer. Verzoening b.v. is een volstrekt horizontaal gebeuren.

c. De godsdienst wordt meer gezien als een privé-aangelegenheid: je gelooft thuis, in de kerk, maar niet op je werk, in de CAO-onderhandeling, in de politiek enz. Men leeft in verschillende werelden zonder de godsdienstige koepel.

d. De bijbel is een eerbiedwaardig en interessant boek. Hij is een menselijk getuigenis, maar beslist geen goddelijke norm voor geloof en leven.

e. Het is niet vanzelfsprekend dat men precies gaat in de geloofsweg van de ouders. Men bepaalt zèlf wat men gelooft, niet gebonden aan welk „voorgebakken” geloof dan ook.

f. Wat legt men bij voorkeur in zijn of haar geloofskarretje? Datgene wat werkelijk nut heeft, waaraan men wat heeft, waarmee men uit de voeten kan, dat in verbinding gebracht kan worden met de eigen gevoelens en ervaringen en wat je tot doen, tot activiteit aanzet.

g. De eigen godsdienstige overtuiging of groepering wordt niet als exclusief getrakteerd. Men stelt zich tegenover anderen en andere meningen heel tolerant, heel ruim op. Een soortgelijke houding verwacht men dan ook terug.

h. Klassieke formules, dogmata spreken niet aan. Die vindt men zo taai als leer èn onnodig. Ze kunnen zelfs belemmerend, ondermijnend werken.

In deze wereld van modern atheïsme en godsverduistering leven onze kerkelijke jongeren. Ze bevinden zich immers niet op een eiland?!

Ook komen ze terdege met het geschetste godsdienstige klimaat in aanraking. Niet het minst via hun leeftijdgenoten: op straat, op school, op het werk, in de kazerne.

Dit klimaat werkt als een virus. Je hebt zo een tik van de geest van deze tijd te pakken!

Mede op dit gegeven kunnen vragen als: is dat wel nodig, kunt u het bewijzen, is het relevant, is het concreet te ervaren, heb ik er wat aan in de praktijk, is dat niet te boud gezegd, worden teruggebracht.

Ook wij ouderen hadden, toen wij jong waren, onze vragen. De vragen van onze jongeren zijn evenwel intensiever en méér. Er zijn nieuwe brandende vragen bijgekomen zoals die van een gezond milieu, van de heelheid van de schepping, eerlijke werkverdeling, jeugdwerkeloosheid, arm en rijk, macht en geweld, onrecht en discriminatie.

In zekere zin hadden wij het vroeger gemakkelijker. De cultuur, de maatschappij, de algemene opinie waren van godsdienstigheid en kerkelijkheid doortrokken. Bij voorbeeld: ten aanzien van belangrijke ethische zaken lagen kerk en wereld op één lijn èn: ook je buren geloofden en gingen naar de kerk. Bijna iedereen in de klas was kerkelijk. Natuurlijk druk ik mij nu expres wat overdreven uit. In onze tijd lijkt een gelovig gezin meer op een Fries gezin in Brabant, waar men enkel Fries spreekt en het Brabants niet verstaat! Met recht kan geponeerd worden dat de ouders en de kinderen van nú de eersten zijn die in een post-christelijketijd leven. Het officieel christendom hebben wij in West-Europa achter de rug. Gelukkig kan de Here God nog wonderen doen!

Helaas ontbreekt in deze tijd ook het één en ander aan de beschuttende muren van gezin, school en kerk rondom onze jongeren.

Conclusie: meer dan ooit zullen wij als ambtsdragers op onze lammeren attent en alert moeten zijn. De weg van het persoonlijk pastoraat blijft de best aangewezene.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.