+ Meer informatie

HET LIED IN DE EREDIENST

7 minuten leestijd

8

Psalmberijming op de synode.

De eerste Generale Synode van onze kerken, die zich met de zaak van de nieuwe psalmberijming moest bezighouden, was die van 1950. Er waren toen instrukties van de Partikuliere Synoden van het noorden en het westen, die vroegen een deputaatschap in te stellen om in deze zaak van advies te dienen. De adviseur, wijlen prof. L. H. v.d. Meiden, wees op de grote rijkdom van de psalmen. De kerk ontving een schat, die grotendeels nog een verborgen schat is. Het christologisch element komt in de tegenwoordige psalmberijming niet genoeg tot zijn recht. Het behoort tot de profetische roeping van de kerk om het Woord van God zo duidelijk mogelijk te vertolken, ook wat de psalmberijming betreft. Enkele afgevaardigden hadden bezwaren tegen het advies van de Kommissie van Rapport om de wenselijkheid en de mogelijkheid van een herziening van de gebruikelijke psalmberijming ernstig te doen onderzoeken en dienovereenkomstig deputaten te benoemen. Ze zien vele gevaren. De synode neemt echter het besluit, met een-en-veertig tegen zeven stemmen, om deputaten voor deze aangelegenheid te benoemen. Op de synode van 1953 diende weer een instruktie van de Partikuliere Synode van het noorden. „De Generale Synode drage de deputaten voor herziening van de psalmberijming op, overleg te plegen met kerken van gereformeerde belijdenis en organisaties van christelijk onderwijs, om te komen tot, of te houden eenzelfde psalmberijming voor het gebruik in kerken en scholen”. Ook kwam aan de orde het rapport van deputaten. Hun voorstellen waren:

1. De Synode benoeme opnieuw deputaten voor de psalmberijming.

2. De Synode verlene aan haar deputaten mandaat om inzake de psalmberijming interkerkelijk kontakt te bewaren en keure goed, dat een der deputaten in de interkerkelijke werkkommissie zitting neemt.

3. De Synode geve haar deputaten mandaat dichters uit onze kerken op te roepen hun krachten te beproeven aan de berijming der psalmen, opdat deze proeven eventueel aan de werkkommissie ter beoordeling kunnen worden voorgelegd.

Eén deputaat, ds. M. Baan, kon zich met dit rapport niet verenigen en had een minderheidsrapport ingediend. Zijn konklusies waren:

1. Herziening psalmberijming is niet noodzakelijk, is niet wenselijk, is niet mogelijk.

2. De oude berijming is beter dan de nieuwe.

3. Verduidelijking in de berijming is niet nodig als de kerk maar leeft bij het licht van de Heilige Geest.

4. De oude berijming dient te worden gehandhaafd. Alle kontakt met andere deputaten worde verbroken.

In de brede bespreking van deze materie wordt er nadrukkelijk op gewezen, dat het niet gaat om de invoering van een nieuwe psalmberijming. In de lijn van de synode van 1836 is men het er over eens, dat er kleine oneffenheden bestaan die verbetering behoeven. Bij meerderheid van stemmen wordt besloten een klein deputaatschap te behouden, blijvend in de lijn van de synode van 1950, met opdracht om kennis te nemen van hetgeen op het terrein van de psalmberijming aan de orde is.

De synode van 1956 gaf opdracht aan deputaten om de proeve van tien psalmen, die aan onze kerken aangeboden werden, te bestuderen.

De synode van 1959 besloot:

Vooralsnog niet te participeren in de Interkerkelijke Stichting Psalmberijming, maar officieel waarnemers te zenden, opdat de volgende synode na rapport van deputaten een definitieve beslissing kan nemen.

Uit te spreken dat de noodzakelijkheid blijft, in de lijn van de synode van 1836 (1953); verbetering van duidelijk aanwijsbare oneffenheden in de tegenwoordige bundel aan te brengen, alsmede dat de deputaten de kerken zullen opwekken hen in kennis te stellen met de ongelijkvormigheden c.q. tegenstrijdigheden, die men in de huidige psalmberijming konstateert.

Deputaten op te dragen ook verder de synode op de hoogte te houden van wat er op het terrein van de psalmberijming gebeurt, de proeve van de 110 psalmen en de eventuele verder verschijnende proeven te bestuderen en de resultaten van deze studie mee te delen aan de eerstkomende synode.

Uit te spreken dat alles in het werk gesteld zal dienen te worden om, indien maar enigszins mogelijk, een psalmbundel te behouden voor het protestants kerkelijk leven in Nederland. Op de synode van 1962 was er weer een ampele bespreking over de psalmberijming. Prof. W. Kremer wees er in zijn pre-advies op, dat nog nimmer is uitgesproken wat wordt begeerd: blijven bij de statenberijming van 1773, of restauratie daarvan, of een nieuwe berijming. Deputaten hebben geen belijnde opdracht. Prof. dr. B. Oosterhoff vroeg zich ook af welk resultaat men zich voorstelde c.q. moet voorstellen? Dit geldt ook van eventuele restauratie van de berijming van 1773. Een samenwerking met andere kerken van gereformeerd belijden is zeker ideaal, maar waarschijnlijk niet te verwezenlijken. De zaak van een nieuwe psalmberijming ligt veel moeilijker dan van de nieuwe bijbelvertaling.

De synode besloot: Deputaten op te dragen, indien maar enigszins mogelijk, in overleg met de deputaten voor de psalmberijming van andere kerken c.q. groepen van gereformeerd belijden in Nederland te bestuderen wat gedaan kan worden om een psalmbundel voor protestants kerkelijk leven in Nederland te behouden, zo mogelijk door restauratie van de berijming van 1773.

In hun rapport, gericht aan de synode van 1965/’66, wijzen deputaten op de onmogelijkheid om in de huidige situatie de zgn „gereformeerde gezindte” bijeen te roepen. De Gereformeerde Bond in de Ned. Herv. Kerk heeft zijn eigen rapport ingediend bij de Stichting voor de psalmberijming. De Gereformeerde Kerken participeren, de Gereformeerde Keren (vrijgemaakt) hebben twee personen benoemd, die de vergaderingen van de Stichting zullen bijwonen.

Van de Gereformeerde Gemeenten is bekend, dat deze geen interesse hebben in de nieuwe berijming, noch voor de proeve, noch voor de uiteindelijke revisie.

In eigen kerken is evenmin veel interesse voor de nieuwe berijming. Alleen onder de jongeren zijn hier en daar symptomen van belangstelling, maar in grote lijnen gezien, wacht het kerkvolk af wat er zal gebeuren.

Het bleek deputaten niet mogelijk uitvoering te geven aan de opdracht. Tevens zijn zij van overtuiging dat voor de zaak van de nieuwe berijming in de kerken slechts weinig belangstelling bestaat. De arbeid der Interkerkelijke Stichting is reeds zover gevorderd, dat daarop geen betekenende invloed meer kan uitgeoefend worden.

Deputaat Jac. Lelsz zond nog een aanvulling op het deputaten-rapport. In zijn schrijven, zegt hij: „Opgemerkt wordt dat mij uit de berijming van de verschillende proeven is gebleken, dat restauratie van 1773 geen haalbare kaart is. Dit is niet juist. Ik ben er alsnog geenszins van overtuigd, dat 1773 niet met sukses zou kunnen worden gerestaureerd. De motivering ligt anders. Ik ben van mening dat restauratie geen haalbare kaart is, gezien de ontwikkeling in kerkelijk Nederland met betrekking tot de psalmberijming. De kerken (behalve vermoedelijk enkele kleine denominaties die mogelijk later volgen) koersen op de nieuwe berijming aan. Met deze realiteit voor ogen zeg ik: laten we alsnog participeren in de Stichting. Uiteraard ook om nog zoveel mogelijk invloed uit te oefenen op de definitieve tekst (eventueel op de wijze van uitgeven, waarbij bijvoorbeeld ook gepleit zou kunnen worden voor het opnemen van sommige klassieke geliefde psalmen in de berijming van 1773 naast de nieuwe berijming)”. De synode besloot alsnog te participeren in de Interkerkelijke Stichting Psalmberijming. Participatie impliceert echter niet aanvaarding van de door de Stichting aan te bieden psalmberijming.

Daar we de publikatie-ruimte niet willen overschrijden, vermelden we tenslotte slechts het besluit van de synode 1968/’69. Een kommissie werd benoemd met als opdracht: te onderzoeken of de kerken geen uitspraak hebben te doen ten aanzien van de psalmberijming, die gebruikt moet worden. De nieuwe berijming zal getoetst moeten worden op betrouwbaarheid en bruikbaarheid. Voor 1 September a.s. moet een rapport gezonden worden aan de kerkeraden. De hierna ingezonden opmerkingen dienen beoordeeld te worden en voor 1 januari 1971 ontvangen de kerkeraden een definitief rapport van deputaten. Ook moet de mogelijkheid onderzocht worden of er een psalmbundel uitgegeven kan worden, waarin meer berijmingen van een psalm kunnen worden opgenomen (gedacht wordt aan de bekende Psalter, die in Amerika en Canada gebruikt wordt).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.