+ Meer informatie

De miniaturen van de lintjesregen

9 minuten leestijd

Over enkele dagen wordt weer bekend gemaakt op wie dit jaar de lintjesregen neerstroomt. Per jaar worden zo'n 6000 personen onderscheiden, van wie ongeveer 2500 rond 30 april. De uit te reiken onderscheidingen liggen niet ergens op voorraad in een kastje bij de Koningin, maar worden jaarlijks in de juiste hoeveelheid gemaakt en van een lint voorzien. Aangezien de officiële onderscheidingen slechts in speciale gevallen mogen worden gedragen, bestaat de mogelijkheid miniatuuronderscheidingen (te dragen op avondkleding) en draagtekens (voor dagelijks gebruik) aan te schaffen. De mensen die dag aan dag minuscule erekruisjes uitzagen en van een beetje emaille voorzien en de dames die al meer dan twintig jaar lintjes bevestigen aan de eretekens, verdienen beslist een koninklijke onderscheiding.

De koninklijke onderscheidingen die op 30 april worden verleend, zijn vrijwel altijd in de orde van Oranje-Nassau. Deze orde werd in 1892 ingesteld. Je kunt commandeur, officier of ridder in die orde worden, of een eremedaille in brons, zilver of goud krijgen. Bij 's Rijksmunt in Utrecht worden de ordekruizen en -medailles geslagen, Van Wielik in Den Haag voorziet ze van een lint. Leuk, zo'n onderscheiding, maar de doorsnee burger kan 'm alleen bij zeer officiële gelegenheden dragen. Van Wielik informeert de onderscheidenen daarom over de mogelijkheid een miniatuur of een draagteken te laten maken. Die mag je vaker dragen, een draagteken zelfs dagelijks. De miniaturen worden niet bij 's Rijksmunt gemaakt, maar bij Koninklijke Begeer in Zoetermeer. Daar maakt men overigens vrijwel alle medailles, speldjes en insignes: voor verpleegsters, vierdaagses, het Rode Kruis, bedrijfsjubilea, enz.

Ongelijk
Volgens de heer Creyghton, hoofd binnendienst bij Koninklijke Begeer, wil zo'n dertig procent van de onderscheiden personen een miniatuur en ongeveer negentig procent een draagteken. De draagtekens bestaan alleen uit een stukje lint en worden bij Van Wielik in Den Haag vervaardigd. Met de mini-kruisjes en -medailles is het bedrijfin Zoetermeer vanaf januari bezig. Er worden er jaarlijks ongeveer 5- a 600 gemaakt. „Elk jaar ontstaat er in de Tweede Kamer een beetje storm over de ongelijke manier van onderscheiden", deelt Creyghton mee. „Men zegt dat zeventig procent van de onderscheidingen voor ambtenaren is, en dertig procent voor anderen. En een directeur die al zoveel jaar zijn werk trouw doet krijgt een eremedaille in goud, z'n werknemer die al evenveel jaar ook goed z'n werk doet wordt met brons onderscheiden. Maar tot nu toe is er nog nooit iets veranderd." Voor de zeer hoge onderscheidingen wordt het advies van de Koningin gevraagd. De overige voorgedragenen worden "gescreend", aldus Creyghton: heeft men geen strafblad en is er inderdaad sprake van een verdienste ten opzichte van de gemeenschap. Want om dat laatste gaat het bij de orde van OranjeNassau.

Aanvraag kostbaar
Mevrouw Ineke Meek, marketing manager van Koninklijke Begeer, vertelt over een oude hospita die een "lintje" kreeg. „Ze was 80 jaar en had al 25 jaar studenten op kamers, voor wie ze de boel schoonmaakte en zo. Ze verhuurde vijf kamers. Een student heeft toen een onderscheiding voor haar aangevraagd. En die heeft ze gekregen ook." Creyghton: „Zo'n aanvraag kost heel wat, omdat er zoveel onderzoek moet worden gedaan door de gemeente en zo. Als een bedrijf een aanvraag doet voor een werknemer, betaalt het bedrijf die kosten. Maar ja, het is ook een stukje pr voor z'n bedrijf, je komt in de krant met een foto, burgemeester erbij, enz. Nu heb ik het over onderscheidingen die buiten de lintjesregen om worden uitgereikt."

Handwerk
Werkgevers die een lintje voor een werknemer aanvragen, doen er vaak meteen een verzoek voor een miniatuur bij. Op hun kosten heeft de onderscheidene dan de mogelijkheid zijn orde-in-mini of als draagteken te dragen. Een mini-erekruis Ridder Oranje-Nassau kost ca. 250 gulden, een draag- > teken eremedaille in zilver Oranje Nassau maar / 22,50 en een strikje slechts ƒ 5,25. De prijs voor de miniaturen lijkt laag als je ziet hoeveel werk er aan zo'n dingetje zit. Bovendien is het vrijwel allemaal handwerk. Mevrouw Meek geeft uitleg bij een rondleiding door de fabriek. Eerst komen we bij het "stempel"-archie£ Gelukkig weet Ineke waar de koninklijke stempels liggen, anders was het wel even zoeken. Voor alle mogelijke en onmogelijke gebeurtenissen maakt Koninklijke Begeer namelijk medailles. De stempels worden in repen (verguld) zilver of brons gedrukt. Daarna moet de omtrek van het kruisje of de medaille uit de reep worden gezaagd. Vooral bij kruisjes (met versierseltjes als een lauwerkransje tussen de vier uiteinden) is dat een pietepeuterig handwerkje.

Priegelwerk
Zijn er meer dan 500 onderscheidingen van dezelfde soort, dan wordt een zogenaamde kapper gemaakt, waarmee de omtrek er afgekapt wordt. Maar ook achter dat apparaat zit een man. Aan de afgekapte of uitgezaagde medailles en kruisjes wordt een kroontje gesoldeerd. Ook dat is handwerk. Om een idee te krijgen: een "mini-medaille" is niet veel groter dan een dubbeltje... De volgende fase is het „Iedereen is vrij een lintje te kopen, maar het onrechtmatig dragen is strafbaar" emailleren. Met een kroontjespen of een piepklein penseel legt een werknemer glaspoeder met water in het juiste vakje. Bij heel kleine onderscheidingen wordt met een loep gewerkt; geen luxe! Dan gaat het kruisje in de oven, waar het water verdampt en het glaspoeder smelt. Geëmailleerd komt het eruit. Soms kan het emaille niet in vakjes gelegd worden, bij voorbeeld als de onderscheiding geen randen heeft. Als er tekst op staat (bijv. Je Maintiendrai), wordt ook over de tekst emaille aangebracht, wat er na het ovenproces voorzichtig wordt afgeslepen. En wie ietsje te lang doorslijpt, verwijdert de inscriptie. Weg miniatuur.

Voorraad
Kant-en-klare miniaturen en medailles gaan naar Van Wielik in Den Haag. Daar worden alle onderscheidingen (ook de 'echte') "aangelint", zoals mevrouw M. Anten dat noemt. Ze doet dat niet zelf; vier dames bevestigen al twintig jaar, sommige zelfs langer, de linten aan de onderscheidingen van het leger. Rode Kruis, Elfstedentocht, enz. „Met het lint dat wij in voorraad hebben kun je heel Den Haag wel bekleden", vermoedt mevrouw Anten. „In december/januari gaan wij de grote onderscheidingen aanlinten, plusminus half april komen bij ons de eerste aanvragen voor miniaturen." Dat laatste gaat dan via een bedrijf, want de onderscheiden persoon weet nog van niets. Een bedrijf'dat een lintje heeft aangevraagd voor een werknemer en er een miniatuur bij wil geven, wil de mini-onderscheiding natuurlijk voor 30 april in huis hebben. Vandaar dat Van Wielik altijd miniaturen in voorraad heeft. Mevrouw Anten schat hoeveel ze er ongeveer nodig heeft en geeft Koninklijke Begeer bijtijds een seintje. In een ladenkast liggen de kleine eretekens voor het grijpen. Ook handig voor mensen die hun miniatuur of baton zijn kwijtgeraakt; zij kunnen met een telefoontje het kleinood bijbestellen.

Niet strafbaar
Er komt een jongeman van een jaar of 35 binnenstappen. „Hebt u hier het demobilisatie-insigne?", vraagt hij. „NederlandsIndië?", is de wedervraag. De man knikt, mevrouw Anten deelt mee dat ze het heeft en wat het kost: 12,50. „Doet u er maar een", zegt de man. Terwijl mevrouw Anten het "ereteken voor Orde en Vrede" opzoekt, stelt ze: „Niet voor uzelf, neem ik aan?" Nee, daar is de man te jong voor. Hij betaalt en verdwijnt met het insigne in een zakje. „Voor zijn vader of schoonvader denk ik", vermoedt mevrouw Anten. Ze trekt dergelijke aankopen niet na, tenzij ze het vermoeden heeft dat iemand een onderscheiding ten onrechte wil aanschaffen. „Het kopen van een lintje staat iedereen vrij; alleen het onrechtmatig dragen ervan is strafbaar. In geval van twijfel raadplegen we de Kanselarij der Nederlandse Orden. Als ik hier een antwoordkaart krijg met het verzoek "Ridder Oranje-Nassau in goud, drie maal miniatuur" gaat er wel een lichtje bij me branden. Een ridder in goud, dat kan niet. Alleen in zilver. Waarschijnlijk is men dan in de war met de eremedaille in goud. Mensen die een medaille krijgen, denken soms dat ze nu "ridder" zijn. Zoiets trek ik dus na bij de instanties die op de hoogte zijn van de juiste gegevens." Na overlijden dient de onderscheiding door de nabestaanden te worden teruggeven aan de Kanselarij der Nederlandse Orden. Voor de miniaturen geldt dat niet.

Joegoslavië
De koninklijke onderscheiding van heren wordt aan een kort lint gehangen, voor dames wordt daarboven een strik verwerkt. Militaire onderscheidingen worden „opgemaakt op het lint": medaille of kruis op het lint bevestigd. Mevrouw Anten vindt dat het mooiste. Er ligt een serie van drie onderscheidingen die is opgestuurd door iemand die in Joegoslavië heeft gezeten. Voor zijn verdiensten daar krijgt hij van Nederland en van de VN een lintje. Die moeten aan zijn reeks van drie worden bevestigd. Dergelijke opdrachten heeft Van Wielik volop. De kleur van het lint voor de orde van Oranje-Nassau is in alle gevallen gelijk, alleen de uitmonstering van de miniatuurtjes verschilt. Een officier draagt een rozetje, de ridder een strikje en de eremedailledrager een mini-medaille met lint. „Men is al twintig jaar bezig die medaille eruit te halen. Velen vinden hem te protserig en vragen: kan ik ook niet zo'n klein strikje krijgen? Maar in de folder bij de eremedaille staat dat het lint niet zonder de onderscheiding gedragen mag worden. Dat is niet iedereenduidelijk."

Staatscourant
Terwijl ze vertelt, krijgt mevrouw Anten geregeld telefoon. Allemaal mensen die een miniatuur bijbestellen. En nu is het nog niet eens 30 april geweest. Na die datum benadert Van Wielik alle mensen die een lintje hebben gekregen. „De onderscheiden personen komen allemaal in de Staatscourant en daar zoeken wij het adres bij. Dan sturen we al die mensen een folder met een felicitatie en we vertellen over de mogelijkheid om een miniatuur te bestellen. De gewone onderscheiding mag je alleen op ambtskledij en toga dragen, de militaire bij officieel tenue. Het miniatuur mag op avondkleding, de baton op burgerkleding." Het gebeurt nooit dat de verkeerde persoon wordt aangeschreven. „Als de initialen in de staatscourant niet kloppen met die in het telefoonboek vragen we informatie bij de Kanselarij. Of de mensen bellen zelf naar de kanselarij omdat ze wel 's gehoord hebben van zo'n miniatuur, en dan verwijst de Kanselarij weer naar ons." Niet iedereen bestelt meteen na 30 april miniaturen. Het hele jaar door komen er aanvragen, en bovendien zijn er ook nog de onderscheidingen buiten de lintjesregen om. Al hebben mensen soms moeite met het ontvangen van een onderscheiding, de praktijk bewijst dat vrijwel iedereen toch wil laten zien dat hij er een heeft. Uitzonderingen bevestigen deze regel. „Je hebt wel adelborsten in Den Helder die alleen hun vierdaagse-strikje op hun burgerkleding dragen: hier hebben we tenminste echt wat voor gedaan, is de gedachte daarachter."

Een informatief boel<]e over dit onderwerp is geschreven door mr. C.H. Evers, onder de titel "Onderscheidingen"; uitg. De Bataafsche Leeuw, Amsterdam; 112 biz, ƒ 25,-. Het biedt informatie aan de hand van vele duidelijke afbeeldingen, waarvan enkele in kleur. De losse afbeeldingen van lintjes op deze pagina's zijn uit het boekje afkomstig. Het boekje is momenteel uitverkocht; een herdruk verschijnt in november.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.