+ Meer informatie

geld toe

vStudie met

4 minuten leestijd

Nadat Irma in 1987 de middelbare school met goed gevolg had doorlopen, liet ze zich inschrijven bij een opleidingsinstituut voor chemisch laborante. Tegelijkertijd vroeg ze bij het ministerie van onderwijs en wetenschappen een studiebeurs aan. Deze beurs werd haar ook verstrekt. Ze kreeg over ZATERDAG 24 AUGUSTUS 1991 het eerste jaar een toelage van ruim 5000 gulden en een renteloze lening van 2000 gulden.

Overigens had dat nog heel wat voeten in de aarde, want er waren wat problemen. Om de juiste hoogte van een studiebeurs te bepalen, wil het ministerie precies weten wat de ouders van een student zelf kunnen bijdragen. Dat wordt vastgesteld aan de hand van het inkomen van de ouders. Probleem was echter dat de ouders van Irma in een scheidingsprocedure waren verwikkeld en dat de vader van Irma, die al was vertrokken, pertinent weigerde zijn inkomensgegevens bekend te maken.

Volgende studiejaar

Aanvankelijk werd de studiebeurs dan ook geweigerd. Nadat Irma echter schriftelijk had uitgelegd dat zij er ook niets aan kon doen dat pa geen gegevens wilde opsturen, werden de beurs en de renteloze lening alsnog verstrekt. Dat betrof het eerste studiejaar.

Voor het volgende studiejaar werd opnieuw een beurs aangevraagd. Deze werd echter geweigerd omdat, zoals het ministerie terugschreef, niet was opgegeven wat de inkomsten van de ouders waren. „Dat kan ook niet", zo schreef Irma terug, „want waar mijn vader zit weet ik niet en als ik het zou weten dan wil hij toch niet meewerken en mijn moeder leeft van een bijstandsuitkering. Ik verzoek u dan ook alsnog mij mijn studiebeurs uit te keren". Toen ze niets hoorde schreef ze nog een paar keer naar het ministerie, echter zonder resultaat. Waarop ze besloot halve dagen te gaan werken om zelf haar studie te kunnen financieren. En dat lukte. Keurig binnen de normale studietijd behaalde ze haar diploma en zoals gezegd had ze vrijwel onmiddellijk werk. En toen' kwamen de echte problemen. Irma werkte nog geen twee weken of ze ontving een brief van het ministerie waarin werd geschreven dat ze binnen een maand de renteloze lening welke was verstrekt, weer moest terugbetalen.

Volgens die brief had Irma verzuimd de inkomensgegevens van de ouders op te geven, derhalve was de renteloze lening ten onrechte verstrekt. Een boze brief terug hielp niet, want niet lang daarna kreeg ze een dagvaarding om te verschijnen voor de kantonrechter te Heerenveen. De Staat der Nederlanden vroeg de kantonrechter om Irma Raap te veroordelen tot terugbetaling van 2000 gulden ten onrechte betaalde studiefinanciering.

En toen waren de rapen gaar. Voor de kantonrechter betoogde Irma dat ze een- en andermaal aan Groningen (daar worden de studiebeurzen geregeld) had geschreven over haar omstandigheden. „Maar ik heb nimmer antwoord terug ontvangen. Ik heb het er toen maar bij laten zitten en ben werk gaan zoeken om mijn studiekosten te kunnen betalen. Maar als ik er echt werk van had gemaakt dan had ik ook over de andere jaren een studiebeurs kunnen krijgen. Goed, die' renteloze lening van 2000 gulden moet ik terugbetalen, maar over die andere jaren is Groningen mij nog 7000 gulden verschuldigd. Ik had er niet meer over willen spreken maar nu eis ik dat bedrag als tegenvordering op".

Fotokopieën

Het ministerie ontkende dat ze brieven van Irma had ontvangen, alhoewel deze brieven door Irma wel in fotokopie aan de kantonrechter werden overhandigd. En de kantonrechter ontstak in toorn: „Aan de ontkenning van de Staat van de ontvangst van de door Irma Raap overgelegde stukken, welke alle juist zijn geadresseerd, moet zonder meer worden voorbijgegaan als volkomen ongeloofwaardig. Algemeen bekend is toch welke chaotische toestanden destijds hebben geheerst bij de Informatiseringsbank. Het is volstrekt duidelijk dat Irma Raap steeds weer heeft proberen uit te leggen in welke speciale omstandigheden ze verkeerde. Kennelijk werkten de verschillende ambtelijke afdelingen volkomen langs elkaar heen. Irma mag daar niet het slachtoffer van worden, zeker niet nu duidelijk is dat ze recht heeft gehad op veel meer geld dan dat ze heeft gekregen".

De kantonrechter oordeelde dat de Staat alsnog 7000 gulden aan Irma moest uitbetalen. Na de aftrek van de 2000 gulden renteloze lening, kon Irma dus nog onverwacht 5000 gulden incasseren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.