+ Meer informatie

De komst van een Verlosser

5 minuten leestijd

„En daar zal een verlosser tot Sion komen" Jesaja 59:20a

Nog enkele weken en wij hopen weer te gedenken de komst van de Verlosser in het vlees. Dat volheerlijke feit van de menswording van Christus, waarvan werd gesproken in het Oude Testament en dat de Heere op de bestemde tijd heeft vervuld. Zo heeft ook de profeet Jesaja, de adelaar onder de oude bedeling, daarvan gesproken.

Zijn naam betekent „De Heere is heil". De zaligheid is in haar oorsprong uit God. En zo was zijn boodschap, de Verlosser van Sion aan te kondigen. Deze Verlosser, Gods eniggeboren Zoon, die van eeuwigheid van de Vader gezalfd is en van de Vader verkozen en bekwaam gemaakt. Deze Verlosser zou komen om te verlossen, in de verheerlijking van Gods heilige en heerlijke deugden.

Om te kunnen verlossen moest Hij onze menselijke natuur aannemen. Als Verlosser is Hij dan ook van de Vader beloofd in de moederbelofte. De profeet Jesaja heeft van Hem gesproken dat Hij is Immanuel, God met ons. De naam Verlosser heeft een rijke betekenis, die onder Israël van grote waarde was. De wetten van Israël bepalen ons bij een Goël of Losser. De geschiedenis van Ruth geeft ons een schoon beeld van wat we moeten verstaan onder een Goël.

In Israël was de Goël een voorbeeld van Christus. In zulk een losser of verlosser werd de Messias afgebeeld. Zo'n losser in Israël moest een bloedverwant zijn van degene die hij verlossen moest. Zo moest hij de verkochte goederen van zijn broeder lossen. Ook moest hij de bloedwreker zijn van zijn verslagen broeder, en als losser moest hij ook huwen met de weduwe van de kinderloze bloedverwant.

In Christus vindt dit alles zijn hoogste werkelijkheid. Hij is geworden uit een vrouw, geworden onder de wet. Hij is waarlijk des mensen Zoon. Want in Adam zijn we niet alleen al onze bezittingen kwijt, we zijn ook slaven der zonde, en nu als Verlosser koopt Christus niet alleen Zijn volk vrij van het geweld des duivels, en van onder een vloekende wet. Hij geeft Zijn volk ook al hun bezittingen weer.

Daartoe is Hij vlees van ons vlees, been van onze beenderen, omdat Hij onze menselijke natuur heeft aangenomen. Hij is die Verlosser die volkomen kan zalig maken. Deze Goël, Verlosser kent de Zijnen volkomen van eeuwigheid.

En nu zegt Jesaja van deze Verlosser dat Hij komen zal. Zijn komst was alle eeuwen door aangekondigd geworden. Abraham heeft met verheuging Zijn dag gezien, en is verblijd geweest. De oudtestamentische kerk heeft gebeden. „Och dat Gij de hemelen scheurdet, dat Gij nederkwaamt." En hoe troostvol is deze boodschap van de profeet Jesaja: „Er zal een Verlosser te Sion komen."

Hoe troostvol is dan deze boodschap voor Sion. Een gebonden en gevangen volk; immers, de Heilige Geest ontdekte dat volk aan hun ellendestaat voor God, waar ze zich als slaven van satan en de zonde leerden kennen en hun onvermogen om in eigen kracht zich ooit te verlossen.

Nu gaat de Heere aan dat ellendige, arme, nooddruftige volk deze Verlosser openbaren en verklaren. Dat Hij zal komen. Dat hun ogen geopend zouden worden om te zien, dat alleen door Hem de verlossing mogelijk was. En nu komt Jesaja te wijzen naar Hem dat Hij komen zou. Dat Hij zal komen in de volheid des tijds, om satans kop te vermorzelen en de zonde te niet te doen, en een recht te verwerven ten eeuwigen leven.

Jesaja kondigt Hem aan als de verlosser te Sion. Sion heeft in Gods Woord vele betekenissen. Naar de letterlijke betekenis was het een heuvel van het Moriagebergte. Ook wordt wel de gehele stad Jeruzalem onder het woord Sion begrepen, maar veel meer het geestelijke Sion, dit is de stad des levenden Gods. Sion wordt dus het ware, levendgemaakte volk van God genoemd.

Naar Zijn komst te Sion heeft de oudtestamentische kerk uitgezien. Van Zijn komst heeft Habakuk gesproken: „Zo Hij vertoeft, verbeidt Hem, want Hij zal gewisselijk komen." Niets zal in staat zijn om Zijn komst te verhinderen. De wereld niet, de duivel niet, de mens niet.

Hij zal komen, dat ligt eeuwig vast in een Drieenige God. En als Hij komt dan brengt Hij alles mee. Voor een volk dat de banden en boeien kent van satan en de duivel, en waar alle verlossingspogingen door zichzelf op een mislukking zijn uitgelopen. Wat zal het voor hen meevallen en hoe wonderlijk als ze de boodschap mogen beluisteren.

En daar zal een Verlosser tot Sion komen. Hoe nodig is het dan om te leren sterven aan alles wat van ons is, opdat er voor deze Verlosser in ons hart plaatsgemaakt mocht worden, en we met de profeet mochten verstaan: „Met mijn ziel heb ik U begeerd in de nacht."

En met de dichter van Psalm 119:
„Ik heb somtijds het schemerend morgenlicht
verrast, om U mijn schreien te doen horen,
'k Heb op Uw Woord gehoopt, en mijn gezicht,
eer nog het uur der nachtwaak was geboren,
den slaap ontroofd, om naar mijn lust en plicht
de wijsheid van Uw redenen na te sporen."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.