+ Meer informatie

De toonbroden hadden mogelijk een U-vorm

5 minuten leestijd

Brood is een vast bestanddeel van ons dagelijks voedsel. Ook in de tijd van de Bijbel was dat zo. Met name in de dienst der ceremoniën werd gebruik gemaakt van brood. Uit de tabernakeldienst blijkt dat de HEERE Gever is van het dagelijks brood. Hoe werd het brood toen gebakken en hoe zag het eruit?

Met grote verbazing zal vader Jakob, komend uit de hongergebieden van Kanaan, er kennis van hebben genomen hoe, onder leiding van zijn zoon Jozef, in het land Egypte een overvloed was aan koren en graan. Opgetogen zullen Jakobs zonen geweest zijn toen ze zagen op welke manier de Egyptenaren brood bakten: niet meer op de wijze van de bedoeïenen, die uit grof gestampt graan stijve brijklompen of -bollen in een bakkuil gaar maakten, of ze platgeslagen op een hete steen eetbaar maakten. Neen, Egyptenaren maalden het koren fijn, maakten er deeg van, vormden bollen en bakten het brood in échte ovens.

Uittocht
Naast alle negatieve dingen die de Israëlieten in Egypte meemaakten, zullen ze er geleerd hebben hoe ze echt brood konden bakken. Misschien nog gedeeltelijk van gerst (gerstebroden), doch in de rijke landstreek Gosen zal ook wel tarwe gegroeid hebben. Daardoor zullen de Joden ook tarwebrood gekend hebben. Waarschijnlijk als ongezuurd brood, maar mogelijk ook als geheveld, dat is opgegaan, luchtig brood. Alleen in de nacht van de Uittocht was er geen tijd om zuurdeeg te maken. Er was haast: ongezuurd brood moest er gebakken worden om als teerkost op de weg te dienen. Het Egyptische koren was er goed voor... In de hete, zanderige, onvruchtbare woestijn was geen koren. „De ganse vergadering der kinderen Israëls murmureerde. Och, dat wij in Egypteland gestorven waren, toen wij tot verzadiging brood aten." Alsof de HEERE niet wist dat een ieder brood nodig had om te leven! „Zie, Ik zal het voor ulieden brood uit de hemel doen regenen, aan de avond zult gij weten dat u de HEERE uit Egypteland uitgeleid heeft en morgen, dan zult gij des HEEREN heerlijkheid zien." En zo geschiedde! Het brood daalde uit de hemel neer: manna. Daarvan konden de Israëlieten koeken, brood maken. Zeer waarschijnlijk koeken en brood zonder zuurdeeg- of gistwerking: ongezuurd bakwerk.

Herinnering
Voor de Hebreeër was niet-gedesemd brood heel gewoon. Het gebruik van zuurdeeg werd, ook door vele natuurvolken, gezien als het inbrengen van bederf. Eigenlijk is dat ook zo. Het eten van ongezuurd brood was een voortdurende herinnering aan de verlossing uit Egypte, door de HEERE bewerkt. Zo at het Joodse volk in later tijden, tijdens de viering van het Pascha, zeven dagen ongezuurd brood, gedenkend hoe JAHWEH hen uit het diensthuis uitgeleid had. „Daarom zal het gedesemde niet gegeten worden." Gold dit alles met betrekking tot het profane, dagelijkse brood, des te meer ook voor de gewijde toonbroden. De HEERE had geboden deze te leggen op de tafel der toonbroden, eerst in de tabernakel (gedurende de lange reis door de woestijn), later in de tempel.

Voor iedere stam
De priester-zonen van Aaron hadden het er wekelijks druk mee. Voor de sabbath aanbrak moest er gebakken worden, aan de hand van de voorschriften die Mozes had gekregen: Neem fijn meel en bak daarvan twaalf broden. Ze moesten op de sabbath in twee stapels van zes worden gelegd „voor het Aangezicht des HEEREN." Dat gebeurde op een met goud overtrokken tafel van acaciahout, die met een gouden kranslijst versierd was en die in het Heilige van de tabernakel stond. Het was gewoon brood, maar wel met een aparte vorm. Immers, de toonbroden moesten gestapeld worden. Dat kan niet wanneer een bol- of een stok(brood)model gemaakt werd. Aarons zonen zullen aan de hand van het Hebreeuwse alfabet een vorm gevonden hebben die het stapelen der toonbroden mogelijk maakte, de Uvorm: een rechthoek aan één zijde open. De broden mochten elkaar niet raken en elk brood was afzonderlijk zichtbaar. Twaalf, voor iedere stam één. Tussen de broden werden volgens enkele bronnen zilveren staafjes gelegd, terwijl elk brood met wierook werd bestrooid. Alleen de priesters mochten het brood eten, na de wisseling der broden op de sabbath, terwijl wierook als een gedenk- en reukoffer werd gebracht.

Geen godenmaaltijd
In al deze handelingen, vooral in het gedurig brood, werd „de gedachte levend gehouden dat Jahwe, de HEERE, de Gever is van het dagelijks brood", zo schrijft de Christelijke encyclopedie. In de woestijn was er het manna. Voor de dienst in de tabernakel (later in de tempel) werd het „brood van het aangezicht" gebakken. Dit was tevens spijsoffer voor de Heere God. Ook in de godsdiensten van Babyloniërs, Sumeriërs en Assyriërs werd vanouds brood toegepast in de religie, in allerlei vormen, zoals offergave, mede als onderdeel voor de godenmaaltijd. Maar met de tafel der toonbroden werd geen godenmaaltijd gesuggereerd. In wezen drukte deze ceremonie dankbaarheid uit voor het brood dat de HEERE gedurig, elke dag opnieuw geeft.

Broodnodig
Brood is nodig. We kunnen niet zonder, evenmin als zonder water. God schenkt het ons mensen. Daarom is het dubbel jammer dat het zo slecht verdeeld is. Hier in het Noordwesten hebben we overvloed, doch in andere delen van de wereld is nog altijd tekort aan brood. Een ieder is verplicht daar wat aan te doen. Nog belangrijker is Brood des Levens, Jezus Christus. Hij gaf Zijn leven, het gebroken brood. Zijn volk mag dat gedenken aan de maaltijd des Heeren. Brood voor altijd!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.