+ Meer informatie

KINDERDIJK

Terug naar mijn geboortedorp

19 minuten leestijd

DE DIJK VERSCHAFTE ONS DORPEEN NAAM. HET GEHUCHT BEDROOP ZICHZELFOP RUIMDUIZEND INWONERS TELDEKINDERDIJK EEN KLEINE TWINTIG MIDDENSTANDERS. IN OMDORPEN WERD GELIGGENDESPROKEN OVER HET HAAGJEVAN DE ALBLASSERWAARD. DEMOLENS GAVEN HET EEN WERELDWIJDE FAAM.MAAR ERBOVEN HING ALS EEN ZWAARD VANKOMENDE DAMOCLES DE DIJKVERZWARING. ALLEEN DE DREIGING WAS AL GENOEG OMHET DORP TE SCHENDEN. EENLAATSTE CONFRONTATIE METDE TASTBARE RESTEN VAN MIJNJEUGD.

Ontluisterd staat ons huis aan de dijk. Hol staren de vensters me aan. De ramen zijn als oud vuil op de berg afvalhout naast het huis gedumpt. Voor de deur ligt een berg puin. De sloop van het monument van onze jeugd is begonnen. Het blokje arbeidershuisjes ernaast wacht hetzelfde lot. Slechts enkele huizen in Kinderdijk waren groter dan het onze. Dat gaf een zekere status. Bij het ouder worden ontdekte je dat het verhuurd werd door Smit, de scheepswerf waaraan het dorp z'n welvaart te danken had. Dat was even een bittere pil. Direct naast ons woonden Cor en Gerdien, twee gepensioneerde vrijgezellen. Cor ging stil haar weg, Gerdien leefde met het halve dorp in onmin en kwam geregeld bij ons telefoneren. Als ze in de deuropening een cirkelende beweging rond het rechteroor maakte, wisten we al hoe laat het was. Toen vader van een maagzweer lag bracht ze hem een stapel boe- D> ken, maar de meeste gingen ongelezen retour. Allemaal vrijzinnige kost en dubieuze romans van ene Louis Couperus. Nu woont er een Spanjaard in hun huis. Argwanend neemt hij me op. Als ik hem het doel van m'n komst bekend maak, wordt hij openhartiger. „Ik wil jullie huis huren van Smit", vertelt hij. „Met meneer van Smit ik in huis kijken. Maar ineens Smit zeggen kan niet. Huis moet afgebroken." Geïrriteerd haalt hij de schouders op. Twee jaar stond de kolos onbewoond langs de dijk, wachtend op het einde dat nu nabij is.

Pension "De Waaier"
De "Biggeltjesschool" aan het begin van het dorp dient nog steeds een onduidelijk doel. Twintig jaar terug was het grauwe bouwsel al een schuilplaats voor spinnen en vledermuizen. Enkele tientallen meters verderop bood pension "De Waaier" huisvesting aan door Smit geronselde Spanjaarden. Op warme zomeravonden zaten ze buiten, draaiden hun exotische muziek en verdronken hun heimwee. Na verloop van jaren kwamen hun verwanten over. Het gros van de gastarbeidergezinnen werd ondergebracht in de langgerekte rijtjes aan de Veerdam en de Lekkade, eigendom van Smit. Zoals het halve dorp aan Smit toebehoorde. In het pand waar eens juffrouw Tober woonde, verricht evangelistjan Rouw van "de Vergadering" zijn wereldomvattend werk. Voor ons was "de Vergadering" een onduidelijk verband, dat het midden hield tussen onze eigen kerk en het Leger des Heils. Het deftige dijkhuis is hard aan een onderhoudsbeurt toe. Al zijn energie en inkomsten spendeert de evangelist aan de onzichtbare tempel van God.

Evangelist
Hoewel hij me niet herkent, nodigt de bejaarde Kinderdijker me gulhartig binnen. Zo mogelijk leeft hij nog soberder dan vroeger. Zelfs de woonkamer is gevorderd voor het werk. Het antieke harmonium is het enige stuk van materiële waarde. Op schappen langs de wanden liggen de belangrijkste brochures, waaronder "Een brief voor je". Vertaald in 22 talen, van Japans tot Joegoslavisch. „Daar zijn er al honderdduizenden van verspreid", zegt Rouw, zonder een spoor van triomfalisme. „Dit is niet iets om over op te scheppen. Het is gunst en genade dat het zo geleid is. Ons grote doel was het reine Evangelie te verbreiden, met name onder jongeren. Niet een boodschap waarin alleen over Gods liefde wordt gesproken. Dat doel staat ons nog steeds voor ogen. Als kinderen niet in de Heere Jezus geloven, gaan ze ook verloren. We hebben die boodschap in de achterliggende vijftig jaar nooit aangepast. Omdat de Bijbel ook niet is veranderd."

Waardhuis
In de gang staan honderden exemplaren van "Ver boven alles uit", het Nieuwe Testament in een aantrekkelijk jasje, verlucht met foto's die Rouw zelf maakte in het heilige land. Met de zesde druk is de totale oplage de honderdduizend gepasseerd. In ongemeubileerde slaapkamers liggen duizenden ansichtkaarten met bijbeltekst op de grond. Ook daarvoor leverde de evangelist zelf het materiaal. „Deze afbeelding komt je waarschijnlijk wel bekend voor", vermoedt hij. De kaart, met de tekst "Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop", toont een zware eikehouten deur met klopper. „Het Waardhuis", zeg ik. Rouw knikt tevreden. De ingang van het 17e-eeuwse monument aan het eind van het dorp stond inderdaad model. Sinds enkele jaren wordt de 82jarige evangelieprediker ondersteund door zijn broers JanWillem en Karel, die beiden hun zaak opruimden. De fotozaak van Karel in Alblasserdam ging probleemloos in andere handen over. De kruidenierswinkel van Jan-Willem, aan de Molenstraat, was onverkoopbaar.

Drogist
In m'n jeugd telde het dorp nog een vijftien middenstanders, maar de een na de ander ging ten onder. Van het melkhandeltje van Arie de Lange, die het toch lang wist vol te houden, is geen spoor meer te vinden. Zelfs de slagerij van Dingeman van Vliet staat te koop. Niets wat de droeve neergang van het dorp treffender illustreert. Aan de leverworst van de zelfslachter had Kinderdijk een deel van z'n glorie te danken. Nu staat z'n winkel troosteloos te wachten op een koper. Ernaast lapt de vrouw van drogist De Jong de ramen. „Nou zie ik het", lacht ze verrast. „Kom erin zeg. Dat zal m'n man leuk vinden." Het is even wennen om via de oude winkeldeur een hal te betreden. Juli '88 werd de drogisterij gesloten. De advertentie waarin het zaakje ter overname werd aangeboden, leverde uitsluitend kopers zonder geld op. Na ampel overleg besloot het echtpaar het pand te blijven bewonen en de winkel bij het huis te betrekken door er een hal, een slaapkamer en een sanitair vertrek van te maken. „Ik neem tegenwoordig een bad in de parfumhoek", lacht onze voormalige drogist met galgehumor.

Wanhoop
Hij heeft weinig vreugdevols te melden. „Je ziet het zelf De middenstand is nu bijna helemaal weg. Arie de Lange is onteigend. Slagerij Van Vliet staat al twee jaar te koop. En Henk de Ridder is gesaneerd." Vooral het laatste doet me zeer. Dat onze trouwe groenteman z'n loopbaan zo moest eindigen, als een verwaarloosd gebit. Voor drogist De Jong is het geen vraag wat de oorzaak is van de neergang van het dorp. „Toen wij 35 jaar geleden begonnen, kregen we geen toestemming om te verbouwen, in verband met de komende dijkverhoging. Het verkeer nam alleen maar toe. Uit alle delen van de wereld kwamen toeristen om de molens te bekijken. Ik heb zo vaak gezegd: zorg nu voor parkeergelegenheid, want die dijk wordt een wanhoop! Als er zich in het weekend een calamiteit voordoet, kunnen hulpverleners er absoluut niet bij. De hele dijk staat vol met auto's. Maar parkeergelegenheid kwam er niet, vanwege de dijkverzwaring. Ik zei wel 's: als die dijkverzwaring een feit is, dan zal ik wel met een stok lopen. Die voorspelling lijkt aardig uit te komen."

Sluiting
Zolang het dorp een hechte gemeenschap was, liep de drogisterij aardig. Concurrentie was er niet te duchten. Dat werd anders toen ook buurman Rouw in z'n kruidenierswinkel hansaplast en jodium mocht gaan verkopen. De komst van de automobiel en de vrije zaterdag deden evenmin goed aan de omzet. Steeds meer dorpelingen trokken naar Alblasserdam voor hun inkopen. Maar boosdoener één blijft voor Dejong de dijk. „Mensen die hier een buisje chefarine hadden gekocht en hun auto terugvonden zonder achterlicht, omdat een ander de bocht iets te krap had genomen, zag je natuurlijk niet meer terug. Daar had niet alleen ik mee te maken, maar alle middenstanders van de Kinderdijk. En er werd maar afgebroken. Ik heb wel 's tegen de burgemeester gezegd: als er weer vier huizen worden gesloopt, is dat voor mij wel honderd gulden omzetverlies per week." De personeelsinkrimping bij IHC-Smit in '87 was de druppel die de emmer deed overlopen. Voordat zijn zaak een eerloze dood stierf, organiseerde de drogist een feestelijke sluiting. De burgemeester deed een laatste symbolische aankoop en alle vaste klanten brachten een bloem, waarmee vrouw De Jong een feestboeket kon samenstellen. Toen viel het doek.

Gemaal
In de loop der jaren zijn al een tachtig woningen gesloopt, als preludium op de dijkverhoging. Een bombardement had moeilijk meer schade kunnen aanrichten. Vooral de Molenstraat is zwaar geschonden. Voor niets. Het zoveelste plan gaat uit van een geringe aanpassing van de bestaande dijk en een aanvullende waterkering, direct langs de rivier. „Waren die huizen al die jaren gewoon verhuurd, dan hadden ze een vermogen opgebracht", concludeert Dejong. „Maar ja, dat is bij de Staat altijd zo. Je > kunt dat van de overheid niet opnoemen, of het kost handen vol geld." De buitendijkse grienden, een eldorado voor de Kinderdijkse jeugd, zijn verdwenen door de expansie van Smit. Het binnendijkse boezemgebied, domein van rietsnijder Dirk Hoek en zoon Arie, heeft gelukkig z'n oude luister behouden. Al rukt de bebouwing van Alblasserdam zorgwekkend op. Als dat zo doorgaat staan de eeuwenoude windmolens binnenkort in een nieuwbouwwijk. Het gemaal van de Nederwaard werd jaren terug al vervangen door een modern vijzelgemaal. De Overwaard moet het nog met een gemaal uit de vorige eeuw stellen. Machinist Kwakernaak is aan de slotfase bezig. Nog een jaar of wat, dan gaat zowel het gemaal als Kwakernaak eruit. Ook de bemaling van de Overwaard moet gemoderniseerd.

De school
Direct na de afrit naar de molens van de Overwaard lag, omzoomd door water en grienden, de School met de Bijbel van meester Van Wijk. Alleen verstokte openbaren deden hun kinderen naar Nieuw-Lekkerland. De verschillen tussen gereformeerd en oud-gereformeerd, Spaans en Hollands speelden op onze school geen rol. Je knikkerde even makkelijk met Juan van de Veerdam als met Henkie van de melkboer. Meester Van Wijk legde iedereen maandagmorgen een zondag van de catechismus uit. Roomse Theresia uit Spanje leerde net als wij het onderscheid tussen het Avondmaal des Heeren en de paapse mis. Meester Van Wijk was meer dan een hoofdonderwijzer, hij was een evangelist. Dat zagen we pas later, toen er scholen kwamen die alleen voor ons soort mensen bestemd waren. Kwakernaak moet me vertellen waar de school precies gestaan heeft. Er is geen steen meer van te vinden. In de speeltuin achter de grote kerk is een nieuw gebouw opgetrokken, van hout. De speeltuin moest daarvoor wat plaats afstaan, maar het moet gezegd dat de speeltoestellen er piekfijn uitzien. Jammer alleen dat ze van de kabelbaan een glijbaan hebben gemaakt.

"Wassie"
De "School bij de klok", waar juffrouw Graafland de kleuters van het dorp zoet hield, heeft een meervoudige bestemming gekregen. Het middelste deel is geannexeerd door café "De Klok", dat ligt ingeklemd tussen bejaardensoos "'t Klokhuis" en een souvenirwinkeltje dat sinds kort ook dienst doet als postkantoor. In de aangebouwde puist worden bruiloften en partijen gevierd. Het benedendijkse deel van de school biedt onderdak aan discotheek "Exciting", een voorziening waar het dorp weinig vreugde aan beleeft. Van der Dussen, die aan school en kerk een groot deel van z'n krachten heeft gegeven, woont nog in hetzelfde huisje. Aan de boezem, met uitzicht op de molens en het oud-gereformeerde kerkje van Alblasserdam. Bij al het goede wat bleef, zag hij veel ten kwade veranderen. ,Jij weet ook wel dat je vroeger op zondag bij niemand 't wassie buiten zag hangen. Ook niet bij mensen die nooit naar de kerk gingen. Nu zie je dat wel. Doordeweeks is er zeker geen tijd om te wassen, want man en vrouw moeten tegenwoordig allebei werken."

De grote kerk
Tientallen jaren had de geboren Kinderdijker zitting in de kerkeraad van de grote kerk. Daar preekte dominee Tukker, de geleerde doctor tegen wie het hele dorp opzag. Zelfs zijn vrouw had aan de universiteit gestudeerd. Dat was al helemaal een unicum in ons dorp. Wij waren niet van de grote kerk. Op zondag liepen we naar "het Schuurtje" in Alblasserdam. Maar met Kerst deelden we in de feestvreugde die voor hervormde kinderen werd bereid. Naast moeder zaten we in de hoge banken, keken met ontzag naar het indrukwekkende pijporgel en luisterden met kippevel op de armen naar het vrije verhaal van meneer Klerk. Na afloop van de samenkomst kreeg je een snoepzak. Eén keer zelfs een boekje: "Suiker voor de pannekoeken". Het staat tussen m'n kinderboeken als een dierbaar aandenken aan de kerkeraad van een grote kerk die oog had voor het jonge geslacht van allerlei kleine kerkjes. Het Godsgebouw zat in die tijd op zondag stampvol. Nu is de helft van de banken afgesloten met touwen. Belangrijkste oorzaak van de leegloop was de bouw van een tweede kerk, Rehoboth, aan het begin van Nieuw-Lekkerland. „Wij wisten dat Rehoboth voor de Kinderdijk een aderlating zouden betekenen", zegt Van der Dussen. „Maar over beide kerken hebben we veel meer kerkgangers dan vroeger. En hier in Kinderdijk neemt het kerkbezoek de laatste tijd ook weer toe."

Verwaarloosd
Volgens het hoogheemraadschap moest de Kinderdij kse kerk op termijn weg, in verband met de uitvoering van het Deltaplan. Op kerkeraadsvergaderingen was het een weerkerend thema. Tot Van der Dussen het beu was. „De een had dit gehoord, de ander dat gerucht vernomen. Ik was toen scriba en heb op een keer gezegd: er zal nog veel water door de rivier stromen, voordat dit werkelijkheid is. Ik schei eruit om het te notuleren. Nu bekend is geworden dat de kerk gewoon kan blijven staan, wordt hij binnenkort gerenoveerd. Aan onderhoud is in al die jaren weinig gedaan." De School met de Bijbel heeft een gevoelige klap gehad door de oprichting van reformatorische scholen in Alblasserdam en Nieuw-Lekkerland. „Geen lelijk woord ervan", vindt Van der Dussen, „maar je vraagt je wel eens af: was het nou nodig? We hadden onderwijzers die op de bodem van Schrift en belijdenis stonden. Door die reformatorische scholen zijn heel wat kinderen uit behoudende gezinnen weggetrokken. Dat is jammer, te meer omdat hier nogal wat buitenlanders wonen die hun kinderen op school doen. Van harte welkom hoor, maar van die Spaanse en Marokkaanse ouders kun je geen principiële bijdrage verwachten."

Gesaneerd
Tegenover de grote kerk had Henk de Ridder z'n groentezaak. Tientallen jaren trok hij met paard en wagen langs de dijk, terwijl zijn vrouw in het vooroorlogse winkeltje klanten uit de nabije omgeving bediende. Betaald werd er een keer per week of per maand. Pepi, de bondgenoot van de ventende groenteman, kende blindelings de weg. Geduldig sjokte het paard langs de dijk en lichtte op vaste plaatsen de staart op, om een noodzakelijk kwaad te verrichten. Onder meer voor ons huis, tot verdriet van moeder. Het is alles verleden tijd. Pepi is al jaren dood en het echtpaar De Ridder zit gesaneerd en wel in een seniorenwoning in het buurdorp Nieuw-Lekkerland. Naast de door slager Van Vliet opgerichte supermarkt. „Twaalf jaar geleden ben ik ermee opgehouden", vertelt > Henk. „Ze braken steeds meer af, weet je wel. Toen kreeg ik een pracht gelegenheid om in de sanering te komen. In juni was ik 58 geworden en op 1 september ben ik gestopt. Er zat geen toekomst meer in."

Het dagelijkse leven)
Het groentewinkeltje is van de aardbodem verdwenen. Waar eens de schuur stond, verrees een villa. „Het rijtje ernaast zal ook wel verdwijnen", verwacht De Ridder. „Dat staat voor schandaal langs de dijk. Al jaren." Het afscheid van de Kinderdijk viel hem moeilijk. Zijn vrouw niet. „Het was zó'n oud huis, de kelder stond altijd onder water. Het werd me gewoon te veel. Toen we dit konden krijgen, zei Henk dat we het toch maar moesten doen. En het is hem van stonde af aan alles meegevallen. Ik had in het begin een gevoel of ik elke dag in een hotel was. Echt waar. Alleen het uitzicht mis ik." Haar ogen glijden verliefd over de foto's in de albums die ze heeft opgezocht. „Kom maar hier op de bank zitten, tussen ons in", nodigt ze. De meeste plaatjes betreffen de kinderen. Bas en Klaas, Joke en Rita. Pepi is nooit vereeuwigd. De groenteman had wel wat anders aan het hoofd dan plaatjes maken van zijn paard. Het dorp zou hem ook voor mal versleten hebben. Wie legt z'n dagelijkse leven vast? Pas als het voorbij is, zien we de waarde ervan, maar dan is het te laat. Reden waarom een fotoalbum zelden toont hoe het werkelijk was. Alleen de laatste zaterdagmiddag zijn er wat foto's gemaakt, op de Lekkade. „Kijk toch eens", zegt vrouw De Ridder. „Daar staat mevrouw Steehouwer. Leuk he. En hier woonde Lies den Boer. Die had toen nog een duivenhok." Achter haar glimlach ligt de pijn om het verleden dat nimmer terugkeert.

Bakker Stam
De enige van de oude middenstand die stand heeft gehouden, is bakker Stam. De zaak is inmiddels in handen van zoon Wim, telg uit het kinderrijke geslacht dat op zondag over de dijk naar het oud-gereformeerde kerkje trok. Luidruchtig pratend, wat een van hen de historische opmerking ontlokte: "Hoe vrolijk gaan de Stammen op." Wim volgt het beproefde spoor van vader en opa. Aan de bakkerij zelf is nauwelijks iets veranderd in de achterliggende 25 jaar. Op dinsdagmiddag kan de schooljeugd nog altijd koekkruimels komen scheppen uit de afvalton, die dan buiten de bakkerij gereed staat. Elke week koesterden we de hoop dat er een plaat met gangmakers was gevallen. „Toen ik nog een klein ventje was, zei opa Stam al dat de bakkerij weg moest als de dijk zou worden verhoogd", herinnert Wim zich. „Die man is 21 jaar geleden gestorven. Niet één middenstander hier durfde grote investeringen te doen, want waarschijnlijk moest je na verloop van tijd toch weg. Nooit wist je waar je aan toe was met die dijk. Dat heeft veel mensen doen besluiten om te verhuizen."

Nieuwbouw
Waarom alle dichtgespijkerde woningen langs de Molenstraat nog steeds niet zijn gesloopt, is hem volstrekt onduidelijk. „Dat huis van Bravenboer staat geloof ik al vier jaar leeg. En er beurt maar niks. Gewoon door slofferigheid, volgens mij." Toch is de bakker niet louter pessimistisch. De rijtjes aan de Veerdam en de Lekkade, waaraan Smit nauwelijks onderhoud pleegde, knappen zichtbaar op nu ze verkocht zijn aan particulieren. Naast de leegstaande slagerij van Van Vliet zijn vier riante nieuwbouwwoningen verrezen. Een projectontwikkelaar wil bij café "De Klok" een mini-supermarkt reahseren. Kinderdijk moet nieuw leven worden ingeblazen. Of alle geplande nieuwbouw er komt, hangt grotendeels af van IHCSmit, die een groot deel van de grond in handen heeft en daarvoor het onderste uit de kan wil hebben.

Afscheid
Wim Stam beziet de grootse plannen met gemengde gevoelens. „Ik vind het prima dat Kinderdijk weer wordt opgekalefaterd. Maar ik zit niet te wachten op een stroom toeristen. Ze zijn nu bezig met een expositiecentrum voor de molens. Best leuk, maar dat moet ook op zondag open. En de bezoekmolen willen ze ook op zondag open hebben. Dat vind ik wel zó erg." Duidelijk is dat het vernieuwde dorp een ander dorp zal zijn dan dat van mijn jeugd. Het kan niet anders. De tijd gaat voort. Wie het verleden vast wil houden, wacht zeker een teleurstelling. Beter is het om afscheid te nemen en vooruit te zien. Onder woekerend struikgewas door bereik ik de achterzijde van ons oude huis en stap door het raamloze venster het onderhuis in, waar een beklemmende stilte hangt. De grond is bedekt met scherven. Links staat als een oude bekende de betonnen spoelbak, alleen veel kleiner dan in m'n herinnering. Hier reinigden we stiekem onze kleding, als we ons misrekend hadden met slootje springen. In de kelder erachter had vader z'n werkplaats. De kolenkelder is leeg en duister. De schappen van de conservenkelder dragen al jaren geen weckpot meer. Nu lijkt het allemaal loze ruimte, maar hoe lief was ons dit onderhuis. Op warme zondagmiddagen zaten we er met de voeten in een zinken teil vol water. Boven op een oude kast stond het aquarium waarin we onze salamanders hielden. En kikkervisjes, die geleidelijk in kikkertjes veranderden en op een goede dag opgewekt over de betonnen vloer rondsprongen.

Harmonium
Ook boven is weinig veranderd. De woonkamer bleef gedeeld in een voor- en achterkamer, die door schuifdeuren van elkaar gescheiden konden worden. „Gaan jullie maar naar de achterkamer", zei vader als er zaken besproken werden die niet voor onze oren bestemd waren, en sloot de deuren. Het was een weerkerende tantaluskwelling. Boven de uitgebouwde kast in de voorkamer, waarop onze spaarpotten stonden, hingen de blauwe geboortebordjes. Zeven stuks. Op het houten bankje naast de schoorsteen zongen we zondagsmiddags voor fruit. Terwijl je staande je psalm voor maandag aanhief zat vader je sinaasappel al te schillen. Die kreeg je alleen op zondag, want sinaasappels waren duur. In de hoek stond het harmonium. Orgelspelen hoorde bij je opvoeding, of je talent had of niet. Eén keer per week kwam Brouwer aan huis les geven. Het was een bejaarde baas die met een hikkend Dafje langs de dijk trok. Onder het orgelspel baste hij als een sergeant. Eén, twee, drie, vier! In een schrift werden je resultaten bijgehouden. Elke week drie cijfers: één voor het spelen, één voor het tellen en één voor het noten lezen. Voor zijn vertrek speelde Brouwer de nieuwe oefening voor. De blaasbalg trapte hij zo vol, dat het orgeltje op springen stond. Dan gingen alle registers open en dreunde de muziek door de kamer. Zo zouden wij het nooit kunnen.

Monument
Moeder speelde ook. Als ze een goede bui had deed ze een draaiorgel na. Je hoorde nauwelijks verschil met een echt pierement. Voor "Scheepke onder Jezus' hoede" had ze niet eens de bundel van Johannes de Heer nodig. Die kende ze uit het hoofd. Daaraan kon je toch merken dat ze uit de grote kerk van Schoonhoven kwam, en niet uit "het Schuurtje". In haar jeugd had ze Johannes de Heer zelf nog horen zingen. „Ik vond dat die man prachtig zong, zo echt uit z'n hart", zei ze soms, op een toon alsof ze zich daarvoor moest schamen. Wij vonden het ook mooie versjes. In de kerk zong je ze niet, dat sprak voor zich, maar thuis kon het geen kwaad. Dan stemden we vrijmoedig met hem in. Hoe koninklijk is nog altijd de trap met z'n twee platjes. Maar de grootte van de slaapkamers valt behoorlijk tegen. Lagen we hier echt met z'n drieën, in dit kleine hokje? De trap naar de vliering is verdwenen. Met behulp van een kastlade en wat losse planken lukt het me toch om erop te komen. In de hoek hadden Hilda en Piet hun hut, waar ze op Keulse potten geheime zaken bespraken. Het met spinrag bedekte dakraam biedt een panorama over het dorp en de grienden. Met een laatste, lange blik probeer ik het heden te vangen voor de toekomst. Nog even, dan zal ons trotse huis door slopers zijn neergebeukt. Het monument van onze jeugd wordt weggevaagd. Wat rest is de herinnering. <

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.