+ Meer informatie

HET LANDELIJK VERBAND

van Jongelingsverenigingen der Gereformeerde Gemeenten in 18e Jaarvergadering bijeen.

12 minuten leestijd

D eze vergadering, die telkenjare medio Februari wordt gehouden, werd ditmaal door de grote watersnood van 1 Februari, uitgesteld en nu gehouden j.1. 8 April.

Het gehele karakter van deze jaar-vergadering was trouwens anders dan gewoonlijk. Van de reglementair omschreven, gewoonte op de avond vóór de Jaarverg. een huishoudelijke vergadering te houden met de stemgerechtigde afgevaardigden der verenigingen, was nu afgeweken, ook al door verschillende moeilijkheden, die er nu wèl en anders niet waren, zoals reisgelegenheid en o.a. ook de minder geschikte tijd des jaars van vergaderen, waardoor velen geen twéé dagen konden vrijmaken.

Om half tien precies opende de voorzitter van het Landelijk Verband, de Weleerw. Heer Ds A. Verhagen de vergadering. Gezongen werd Ps. 66 : 2 en 4, gelezen Ps. 60 en de Geloofsbelijdenis, waarna de voorz. in gebed voorgaat.

Openingswoord

In een kort openingswoord roept Ds Verhagen allen een hartelijk welkom toe en wijst op de oorzaak, dat de opkomst zoveel kleiner is.

Aanvankelijk meenden wij, aldus de voorz., dit jaar maar niet te vergaderen. Maar de aandrang was zo groot, dat wij tenslotte de bezwaren opzij zetten, deze datum kozen en nu dan toch bijeen zijn.

Mocht het ons maar gegeven worden Gods gunst te mogen ervaren in dit samenzijn en Zijn goedkeuring te mogen ondervinden.

Wij hebben gisterenavond geen huishoudelijke vergadering gehouden en staan dus nu voor het afwerken van een dubbele agenda.

Laten wij ons dan in alles bekorten en op vlotte en toch zakelijke wijze dit gedeelte van onze vergadering afwerken.

Werpen wij een blik in het verleden, dan is het een wonder van Gods Almacht, dat wij hier nog voor U

mogen staan. Met dankerkentelijkheid mogen wij er van gewagen, dat God ons wilde sparen en waar ik het poed waarneem, dat miin krachten verminderen is er temeer dank in mijn hart voor deze dag.

Maar bij een blik in het verleden denken wij ook aan onze verenigingen die op zo een gevoelige wijze werden getroffen door de watersnood. Maar al moesten zij ook hun bezittingen missen, heeft de Heere toch nog ondersche'd gemaakt, waar geen onderscheid was, want hun leven bleef gespaard.

Daarom verblijdt het ons, dat wij als verenigingen voor hen wat kunnen doen en de wil daartoe in daden is getoond.

Het grootste zou zijn als de ernstige roepstem die in die ramp tot ons kwam, werd geheiligd aan ons hart en dat het geen verharding zou uitwerken.

't Was een stem van buitengewone betekenis, ook voor ons opkomend geslacht en zien we op de zondeopenbaring na die sprake Gods, dan kan grote vrees ons hart vervullen.

Tenslotte spreekt de voorz. de wens uit dat deze vergadering wel mag slagen en gedenkt Ds de Blois, die reeds zoveel voor ons deed met zijn vele gaven van hoofd en hart, maar nu door ziekte verhinderd is in ons midden te zijn.

Ook Ds Heerschap kan helaas en tot zijn spijt niet ter vergadering komen, waarop hij het slotwoord zou spreken. Een huwelijks-bevestiging in dit middaguur is de reden van zijn verhindering.

Met dit enkel woord verklaart de voorz. de vergadering voor geopend.

Telegrammen

Zoals gebruikelijk worden telegrammen van aanhankelijkheid gezonden aan H.M. Koningin Juliana en aan H.K.H. Prinses Wilhelmina. Tevens aan Ds A. de Blois, terwijl ook een telegram wordt gezonden aan de Werkcommissie van Rampenfonds, p.a. de H.E.Gestr. Heer Mr. 's Jacob, aan welke laatste de belangen, ook van onze getroffen J.V.'s van harte worden aanbevolen.

Jaarverslagen

Het jaarverslag van de secretaris vermeldt geen. bijzondere of opvallende gebeurtenissen. Wel wordt gememoreerd de ernstige ziekte van de voorzitter, die de Heere echter nog voor ons wilde sparen, en de nationale ramp, waardoor ook enkele verenigingen gevoelig werden getroffen. Voorts is er een kleine teruggang te constateren van het totaal aantal leden, doordat enkele verenigingen door een te gering aantal leden voorlopig niet meer vergaderen. Een betreurenswaardig verschijnsel, want het getuigt van weinig liefde tot de Waarheid en weinig lust, die te onderzoeken. Dan wordt het voor de enkeling, die nog overblijft, wel eens te moeilijk de vereniging in stand te houden. Voorts blijkt uit het verslag, dat het nog steeds goed mag gaan met ons blad „Daniël" en er in het afgelopen jaar geen teruggang was in het aantal abonnementen. Wel waren er bedankjes, maar nog meer nieuwe lezers.

De voorz. spreekt nog enkele woorden over dit verslag en beveelt de belangstelling voor „Daniël" ten zeerste aan.

Ook deelt de voorz. enkele dingen mede over de werkcomniissie van Rampenfonds. De betreffende deputaten onzer Synode verkregen medezeggenschap in de te verlenen steun aan onze getroffen gemeenten. Daarbij zullen ook de belangen der getroffen verenigingen worden behartigd. Voorz. spreekt de afgevaardigden dezer verenigingen hartelijk toe en zegt hun alleszins de tegemoetkoming in de geleden verliezen toe uit de baten van het prachtige bedrag dat de verenigingen bijeen brachten voor hun vrienden in het rampgebied.

De kascommissie, die de bescheiden van het L.V. heeft gecontroleerd, rapporteert, dat de boeken van de penningmeester in de beste orde zijn bevonden.

Het jaarverslag van de penningmeester belicht de finantiële toestand v.h. Landel. Verb. op zeer gunstige wijze. Ook geeft dit verslag een goed geluid t.a.v. het Gr. L. Fonds. Door een veelzijdige actie tot steun aan dit Fonds met zijn mooie doel, is er een mooi bedrag binnengekomen en de achterstand ingehaald.

De Commissie, belast met het nazien van de boeken van , .Daniël" rapporteert, dat alles in de beste orde is bevonden.

Bestuursverkiezing

Bij de bestuursverkiezing worden de aftredende hoofdbestuursleden M. Nijsse en H. Hoogendoorn met grote meerderheid van stemmen herkozen.

Als candidaten waren tevens gesteld H. Don te Krabbendijke en J. Vreugdenhil te Kampen.

Ingezonden stukken

Bij de ingekomen stukken is er een schrijven van de J.V. te H.I. Ambacht, waarin gevraagd wordt naar een goede oplossing inzake het punt „vrije-tïjdsbesteding". De bedoeling van deze vraag is ongetwijfeld een zeer goede. Maar hier past grote voorzichtigheid en zeker waar het er om gaat richtlijnen aan te geven.

Het is in deze tijd zo: een avond weg hiervoor, een avond weg daarvoor, terwijl reeds als vanzelfsprekend op de voorgrond staat een avond catechisatie, J.V. enz. Door mogelijkheden te gaan noemen ontstaat direct de schaduwzijde van de uithuizigheid. Deze is veelal reeds zo groot, dat ze werkelijk niet behoeft te worden bevorderd. Maar bovendien blijft daar ook ons principe in deze, zoals het Hoofdbestuur reeds sprak over dit schrijven. Als er namelijk geen lust is om de vrije tijd, die men heeft te besteden in het onderzoek van Gods Woord, of wat daarmede samenhangt, ligt een dergelijke vraag voor de hand, maar is in het juiste licht gezien dan ook zeer bedenkelijk.

Laten wij vooral het doel van ónze verenigingen en van óns L.V. niet voorbij streven en uit het oog verliezen.

Over een volgend schrijven, van dhr G. Beunder te Zaandam, over het contact van onze bibliothecarissen,

welk contact reeds tot uiting kwam in een 13 Dec. '52 gehouden vergadering, volgt een uitgebreide bespreking.

gehouden vergadering, volgt een uitgebreide bespreking. Deze bespreking komt hierop neer, dat ten aanzien van het gezamenlijk inkopen van boeken de verenigingen vrij zijn dit gezamenlijk te doen dan wel van een plaatselijke boekhandelaar.

In de maand Juni zullen boeken onderling worden verkocht of geruild en eventuele overschotten aan een handelaar worden verkocht.

Aan de heren biblioth. zal in de loop van de maand Mei een circulaire worden gezonden over diverse bijzonderheden.

Met klem wordt gewaarschuwd tegen het klakkeloos kopen van boeken; bijzonder wel van leesboeken omdat er maar zo bitter weinig boeken zijn, die werkelijk aanbevolen kunnen worden. Laten wij allereerst voor goede studie-lectuur zorgen en het lezen daarvan niet laten verdringen door het aanschaffen van veelal waardeloze en verderfelijke leesboeken.

Vragen - Voorstellen

Hierna worden 2 vragen/voorstellen behandeld.

Zonder bespreking wordt aangenomen het voorstel van de verenigingen te Wolphaartsdijk en Utrecht, dat er zorg voor zal worden gedragen dat de referaten op de jaarvergadering niet zullen uitgaan boven de bevatting van de bezoekers in het algemeen.

Het voorstel van de J.V. te Rotterdam-Z. om artikelen in „Daniël" op te nemen over het verenigingsleven in andere kerkgenootschappen wordt verworpen. Als wij de aandacht er op gaan vestigen hoe het elders veelal toegaat, zullen de nadelen daarvan groter en positiever zijn dan mogelijke voordelen.

Deze vereniging zag „Daniël" graag wat frisser. Met de toelichting van haar afgevaardigde, dhr Middelkoop, blijkt dat het hier gaat om andei-e soorten van artikelen, waarvoor de jeugd meer belangstelling heeft.

ge-Het is Ds v. d. Berg, die op ernstige wijze de varen aantoont, die hier dreigen.

Wat is „fris" ? Als het erover gaat, waarover de jeugd in doorsnee belangstelling heeft, dan moeten we gaan schrijven over kamperen en alle mogelijke onderwerpen van dit gehalte.

Was en is dat onze opzet met „Daniël" ?

Ons blad is een J.V. blad, met vele andere lezers en lezeressen als belangstellenden. Voor wie wezenlijke belangstelling heeft in „Daniël" zo het nu is, is „Daniël" een fris blad.*)

Intussen zal deze aangelegenheid worden besproken op de e.v. vergadering v.d. Commissie v. Redactie. Tenslotte is er nog een nagekomen voorstel van de J.V. te Ridderkerk om de jaarvergadering v.h. L.V. in de Paasvacantie te houden.

Inderdaad zou dit voor studerenden, onderwijzers enz. een betere tijd zijn dan in Februari.

Maar reeds nu is gebleken, dat van deze categoriën slechts een klein deel lid der J.V. is en dat op deze vergadering, die door de omstandigheden wei'd uitgesteld, veel leden der verscheidene J.V.'s niet konden komen. De jaarvergadering is allereerst voor de J.V. leden, ongeacht hun beroep. En juist deze zaak zou in het gedrang komen.

De voorz. geeft even gelegenheid tot gedachtenwisseling maar veel animo voor veranderen is er niet, waarom het bij het oude blijft; jaarvergadering v.h. L.V. in

Februari.

In de loop van deze besprekingen zijn nog vele bezoekers binnengekomen en is het kerkgebouw nu vrijwel geheel gevuld.

Van één der trouwe bezoekers onzer jaarvergaderingen, dhr T. de Waal te Middelharnis is een telegram gekomen, met bericht van verhindering en waarin hij de vergadering Gods zegen toewenst.

Referaat de heer Tj. Molenaar: „Botsingen van plichten"

Dhr T. Molenaar krijgt nu de gelegenheid tot het houden van zijn referaat ..Botsingen van plichten"; rondom een interessant onderwerp.

In feite is de inhoud van dit referaat geheel uitgaande van de wet der zeden of de tien geboden.

Deze zedenwet legt ieder mens plichten op en nu kan het voorkomen dat een mens met twee of meer van die plichten te maken krijgt en een keus moet doen. Betreft het hier plichten, die in waarde gradueel verschillen, dan snreekt men van „conflicten van plichten", is er in die plichten niet het minste verschil, dan spreekt men van , .botsingen van plichten".

Aan de hand van diverse voorbeelden ontwikkelt dhr Molenaar dit uitmuntend verzorgde referaat.

Wij lassen hier even een zinnetje in en hopen, dat dhr Molenaar dit referaat voor publicatie in „Daniël" zal willen afstaan!

Intussen is het voor de bespreking op dit referaat wat te laat geworden, d.w.z. er zal nu eerst pauze zijn. Er wordt gezongen Ps. 86 : 6, waarna dhr Molenaar een gebed doet voor de maaltijd.

Na de pauze volgt een zeer levendige bespreking op dit onderwerp en wordt het onze referent werkelijk niet gemakkelijk gemaakt. Evenwel worden de vele vragers met hun groot aantal vragen op keurige wijze van antwoord gediend.

Referaat Ds J. van den Berg: „De mens der zonde"

Het is na het zingen van Ps. 25 : 6 en 7 dat ds J. v. d. Berg de gelegenheid krijgt zijn rede te houden over „De mens der zonde".

Ds v. d. Berg spreekt allereerst over: de schriftuurlijke uitspraken in betrekking tot de mens der zonde, dan over: het karakter van de mens der zonde en vervolgens over de leringen hieruit.

In vrijwel alle Bijbelse uitspraken over de mens der zonde treffen wij de grote tegenstelling aan met Christus. Bijv. het zaad der vrouw, Christus, de slang, mens der zonde.

der zonde. Aan de hand van talloze teksten wordt dit door spreker zeer duidelijk aangetoond. Duidelijk komt openbaar hoe veel ook onze oud-vaders met elkaar verschillen over dit onderwerp. Wie is eigenlijk de mens der zonde, de antichrist?

Is hij een bepaald persoon zonder meer, is hij een macht, is hij een wezen in wie de anti-christelijke macht van velen culmineert?

Deze verschillende meningen zijn er nu nog, waarbij een belangrijke rol speelt, de zeer verscheidene exegese die gegeven wordt van bepaalde schriftuitspraken

in deze. Het karakter van de mens der zonde is in wezen het als God willen zijn.

Uit de ontzaglijke val in het paradijs komt voort, wat wijst naar de mens der zonde.

De strijd van Farao tegen Israël, van Sanherib tegen Hiskia, het is de strijd van Satan tegen Christus.

Wij leven in een tijd waarin men aanvoelt: er staat wat te komen. Men leeft niet meer gerust. Zal het de mens der zonde zijn die komt ? Zal hij uit het communisme zijn. uit het nationaal socialisme? Of mogelijk vanuit een democratisch centrum of uit het humanisme?

In de dagen van Nietzsche liet deze zich op lasterlijke wijze uit over Christus en het Christendom, zo erg, dat het in onze tijd niet erger kan.

Wij weten het niet. Wel weten wij dat hij nog komen moet en dat alles er op wijst, dat hij st& at te komen. Op dit met grote aandacht gevolgde onderwerp volgde een zeer leerzame bespreking, die node moest worden beëindigd.

Ook Ds v. d. Berg ontvangt een hartelijk woord van dank.

Slotwoord

Ds Verhagen, onze voorz., spreekt een kort slotwoord. De Heere geve ons in deze dagen van verbreking en verscheuring genade om bij de waarheid die naar de godzaligheid is en bij elkander te blijven.

Mogen de werkingen des Heiligen Geestes ons deel zijn.

Nadat nog is gezongen Ps. 87 : 4 wordt deze aangename vergadering gesloten na dankgebed door Ds v. d. Berg.

Rest een woord van hartelijke dank aan de kerkeraad van de Geref. Gem. van Utrecht en aan de Regelingscommissie voor de hartelijke ontvangst en prima verzorging van alles.


*) De belangstellende lezer neme i.v. hiermede kennis van het artikel „Een moeilijke opdracht” in het volgend nummer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.