+ Meer informatie

Globetrotter Manfred van Eijk

"Ik wil altijd weer weten wat er achter de volgende bergtop ligt"

9 minuten leestijd

Rusteloos trekt hij over de wereld, al meer dan twintig jaar. Gedreven door de begeerte om te ontdekken wat het dal achter de volgende bergtop te bieden heeft. Vooral in de herfst- en wintermaanden lokt de verte en is hij maanden van huis. In de zomer zakt zijn reislust. Dan geniet hij van zijn stadstuintje in oud Hilversum. „Ik kan uren kijken naar m'n poes. Naar een spin die z'n web weeft rond een bloem. Naar de insekten rond m'n bramen. Het is ongelooflijk wat er allemaal in zo'n tuin gebeurt." Op de thee bij Terdeges globetrotter Manfred van Eijk.

Op de plaats waar de gemiddelde westerling z'n horloge heeft, draagt hij een veelkleurig geweven bandje. Aan de zonnestand weet hij globaal hoe laat het is. Dat is hem voldoende. Haasten heeft hij afgeleerd. Net als het verheffen van zijn stem. „Daarin ben ik toch wel beïnvloed door de cultuur van het Verre Oosten", mijmert hij, terwijl hij me in zijn schaduwrijke tuintje thee serveert. De reislust heeft hij niet van een vreemde. Tegen de wil van haar familie verliet zijn moeder het hooggelegen Oostenrijkse bergdorpje waar ze opgroeide, om zich te vestigen in Graz, de grote stad. Ze jaagde de famihe nog groter schrik aan door haar voornemen naar Engeland te gaan. Zo ver kwam het niet. Een tussenlanding in de lage landen leidde tot een huwelijk met de Nederlander Van Eijk. Het huwelijk werd gezegend met een zoon: Manfred. Een van zijn vroegste herinneringen is die aan een boek dat hij in zijn prille jeugd onder ogen kreeg. „Daarin stond een illustratie van een paard in een heuvellandschap, met daarboven een blauwe lucht. Altijd weer werd m'n oog naar die heuvels getrokken en brandde de vraag: wat zit daarachter? Dat heb ik altijd gehouden, vooral wanneer ik in de bergen loop. Ik moet met eigen ogen zien wat er achter die top te vinden is, terwijl ik het al weet: een nieuwe top. Maar er is geen kruid tegen gewassen."

Onafhankelijk
Door zijn rusteloos karakter heeft hij zich nimmer willen binden aan personen, groepen of arbeid. Onbelemmerd en onafhankelijk wil hij zijn weg gaan. Het reizen bekostigt hij met de inkomsten uit free-lance arbeid op het brede terrein van de media. Hij werkt onder meer voor omroepen, schrijft hoorspelen en levert reisverhalen. „Maar wil ik morgen een jaar vakantie gaan houden op de Bahama's, dan kan dat." Een nieuwsjager is hij nooit geweest. Zijn voorkeur gaat uit naar het schrijven van achtergrondverhalen. Met name over de bedreiging van het miheu. „Amusement trekt me al helemaal niet. Er zijn belangrijker dingen in deze wereld. De ecologische achteruitgang heeft mij vanaf het bekend worden ervan beziggehouden. Het benauwt me wel eens dat het idealisme, dat in mijn studententijd sterk aanwezig was, zo is ingeruild voor gerichtheid op het materiële. Die ouderwetse bevlogenheid, of die nu voortkwam uit socialisme, communisme of christendom, zie je vandaag veel minder." Aanvankelijk sympathiseerde hij met het socialisme, al sloot hij er zich niet bij aan. „Ik wil problemen niet benaderen vanuit een bepaald "isme". Met ieder die deze samenleving ten goede probeert te veranderen, wil ik een steentje bijdragen aan een maatschappij die minder gebaseerd is op hebzucht en winstbejag. Dat is ook mijn doelstelling bij het schrijven. Ten diepste ben ik een moralist."

Twijfel
„Helemaal onafhankelijk ben je natuurlijk nooit. Je wordt doorlopend beïnvloed door de massamedia en de mensen om je heen. Soms ga ik weer twijfelen aan bepaalde opvattingen die ik heb. En dat is goed. Alleen als je twijfelt kom je dicht bij de waarheid, de werkelijkheid. Meen je alles zeker te weten, dan komt er een floers voor je ogen en kijk je niet meer echt. Het gevolg is wel dat ik nogal onzeker ben, al kom ik zo niet altijd over." Ook de beïnvloeding door de sterk uiteenlopende culturen waarmee hij regelmatig in aanraking komt, speelt daarin een rol. „Ik hoor mensen hier vaak zeggen dat de democratie de beste staatsvorm ter wereld is. Elk land zou eigenlijk naar een democratie toe moeten. Dan denk ik: Is dat wel zo? Past de > democratie wel in elke cultuur? Dan begin ik alweer te twijfelen. In Azië kwam ik in aanraking met het boeddhisme. Dat heeft voor mij veel sympathieke kenmerken. Als je door Thailand reist, zie je die boeddhistische monniken zingen. Wat een vreedzame religie, denk je dan. Maar een paar honderd kilometer verder, over de grens van Birma, woedt een gruwelijke burgeroorlog. En Birma is ook een heel boeddhistisch land. Dat neemt niet weg dat boeddhistische landen op mij wat sympathieker en rustiger overkomen dan de hele islamitische wereld. Daar voel ik me duidelijk minder op m'n gemak."

Gekke plekken
Zijn eerste grote reis leidde naar Lapland, met een Interrailkaart. Het jaar daarna was het weer raak en ging hij naar OostEuropa. Daarna Griekenland, Noord-Amerika. „Azië stond in het begin wat ver van me af, tot ik een keer een tussenstop maakte in Singapore, waar m'n interesse voor de Aziatische cultuur werd gewekt. Eerst heb ik Zuidoost-Azië doorkruist, later meer het noordoosten. Afrika trekt me niet zo. Ik weet niet hoe dat komt. Zuid-Amerika weer wel. Daar ben ik vaak geweest. Bij voorkeur op gekke plekken, waar bijna niemand komt." Niet het spectaculaire heeft daarbij zijn interesse, of het gedrag en de opvattingen van politici, maar het leven van de gewone man. „Als ik over honger schrijf, heb ik niks aan getallen. Wat zegt het nou als je uit de statistiek overschrijft dat ergens twintig miljoen hongerlijders zijn? Ik ga liever naar een afgelegen eiland op de Filippijnen, om net als die mensen daar een week lang rijst met vis, of rijst met zout te eten. Ik erger me enorm aan de concentratie van nieuws, nu uit Joegoslavië. Hetzelfde zag je destijds bij de oorlog in Koeweit. In Angola sterven dagelijks duizend mensen in een gruwelijke oorlog. Waarom zie ik dat niet aan het begin van het acht-uurjournaal? Ik kom op m'n reizen zelden collega's tegen. Die mijd ik bewust. Waarom zou ik naar een plaats of een land gaan waar het al stikt van de journalisten. Ik bied liever informatie over vergeten gebieden."

Melancholiek
Het is een keuze die grotendeels bepaald wordt door zijn karakter. Hij voelt zich niet thuis in de massa, net zomin als in mondaine steden als Parijs. „De uitbundigheid, de grootheidswaanzin van Parijs staat me tegen. Er staan prachtige gebouwen, maar ik voel me er nooit thuis. Ik word er nerveus, een beetje angstig, krijg last van hoofdpijn. Daar heb ik in Praag geen last van. Daar kan ik nachten door de stad sjouwen om te genieten van de verstilde romantiek. Vergeten hoekjes, bedekt met mos. Een stenen brug. Eeuwenoude, ingetogen gebouwen. Een oud, joods kerkhof Prachdg! Leningrad vind ik ook heel mooi. Daar vind je nog iets van de sfeer van Dostojevski. In het hele Oostblok voel ik me als een vis in het water. Het melancholieke van die mensen herken ik. Er wordt zelden gelachen. Daarbij voel ik me eigenlijk beter dan bij de vrolijkheid in landen als Brazilië. Als ergens de hele dag wordt gelachen, begin ik altijd te twijfelen aan de oprechtheid ervan. Ik kan best plezier maken, als het maar niet opgelegd is. O wat fijn, wat leuk, wat gezellig! Dat hoeft van mij niet. Carnaval vind ik bij voorbeeld een verschrikkelijke tijd. Verschrikkelijk! Geef mij dan maar de droefgeestigheid van OostEuropa. Al slaat het daar wel wat door naar de andere kant. Zeker in bepaalde streken is het zelfmoordcijfer zeer hoog."

Ontbossing
Als het even kan maakt hij zijn reizen in de herfst- en wintermaanden. Zomers is hij net zo lief thuis. „Zittend op m'n stoel in m'n achtertuin kan ik even gefascineerd raken door de insekten rond de bloemen, als op een vlot in het Amazonegebied door de oerwoudvegetatie. Neem die merkwaardige insekten op die gele plantjes daar. Daar kun je toch uren naar kijken. Je kunt dan ook weer eens alles rustig op een rij zetten. Er zijn ontwikkelingen die me beangstigen. Die moet ik van me afschrijven. Dan is mijn pen als een pook van woede. Ik moet me dan echt beheersen en wat afstand nemen, om de dingen in hun juiste proporties te zien. In zo'n achtertuin leer je dat wat je gezien hebt te relativeren. Neem het hele probleem van de ontbossing. Dat houdt me enorm bezig. Ik wil de mensen wijzen op de geweldige bedreiging daarvan. Maar een paar dagen nadat ik een verhaal over de ontbossing in het Amazonegebied had afgerond, heb ik met m'n buurman wel een nieuwe schutting gezet, waarvoor een deel van m'n tuin ontbost moest worden. Al staat hij er nu weer prachtig bij, vind je niet? Je hoeft echt niet ver te reizen om iets moois te zien. Het is toch schitterend hier. Maar begint de natuur af te sterven, dan voel ik de verte trekken. Dan moet ik weg. Er zijn nog zó veel plekken waar ik niet geweest ben."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.