+ Meer informatie

Economische risico's maken begrotingsbeeld '91 ongewis

Oproep om loonstijging te beperken tot 3 procent

4 minuten leestijd

DEN HAAG — Het kabinet gaat er vooralsnog van uit, dat de Golfcrisis niet leidt tot een blijvende verhoging van de olieprijs. In de begroting voor volgend jaar zijn extra maatregelen met het oog op een wellicht verslechterende economische situatie achterwege gelaten. Wel doet de regering een dringend beroep op de sociale partners om de loonstijging te beperken.

Minister Kok (Finaniën) heeft vanmiddag de begroting en de Miljoenennota voor 1991 aan de Tweede Kamer aangeboden. De economische vooruitzichten en de daarop gebaseerde beleidsplannen zijn meer dan anders omgeven door risico's en onzekerheden. Die hangen samen met de situatie in het Midden-Oosten.

„Hoewel onze economie een stootje kan hebben, moet rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat we in ruwer water terechtkoemn", zo schrijft de bewindsman. En in een toelichting merkt hij op: „We moeten de problematiek niet dramatiseren, maar er is wel reden tot zorg en grote ongerustheid."

Geringere groei

Het Centraal Planbureau voorspelt overigens dat, ook zonder verstoringen, de economische groei in ons land afzwakt van 3,25 procent in 1990 tot 2,5 procent in 1991. Daardoor breidt de werkgelegenheid zich minder snel uit. Terwijl de daling van de geregistreerde werkloosheid zowel in 1989 als in 1990 rond 40.000 personen bedroeg, blijft de teruggang in 1991 beperkt tot naar verwachting 10.000, waarmee het niveau uitkomt op 340.000.

Bij deze berekening raamt het CPB voor volgend jaar de gemiddelde olieprijs op 20,5 dollar. Ook aan de begroting en Miljoenennota ligt die veronderstelling ten grondslag. Het kabinet neemt dus voorlopig aan, dat het Golfconflict niet uitmondt in een nieuwe oliecrisis en dat de prijs van olie de komende tijd weer zakt. Momenteel liggen de noteringen boven de 30 dollar. Wel kondigt de regering aan dat zij, zodra meer duidelijkheid bestaat, zal bezien in hoeverre de begroting aanpassing behoeft aan de eventueel gewijzigde omstandigheden.

Lonen en uitkeringen

Het kabinet waarschuwt met nadruk voor te forse loonstijgingen. Tegen de gewoonte in wordt ditmaal vanuit de politiek vooraf een percentage aangegeven dat in haar opvatting geldt als maximaal verantwoord. De contractlonen zouden in ieder geval met niet meer dan 3 procent omhoog mogen. Dit punt zal een belangrijke rol spelen tijdens het najaarsoverleg met werkgevers- en werknemersorganisaties, op 2 oktober. Het kabinet is, aldus Kok, bang voor een „haasjeover- effect", wat inhoudt dat hogere prijzen worden afgewenteld in hogere ionen en omgekeerd. Zo'n loon-prijsspiraal, die ook optrad bij de vorige oliecrises, heeft negatieve gevolgen voor onder meer groei en werkgelegenheid. De burgers gaan er in 1991 maar mondjesmaat op vooruit. De koopkracht vermeerdert voor de meeste mensen met tussen 0,2 en 0,8 procent. Uitkeringsgerechtigden op het minimum krijgen 0,4 procent meer te besteden. Alleenverdieners met kinderen op dat niveau mogen rekenen op plus 0,5 procent, alleenverdieners op modaal en tweemaal modaal op plus 0,7 procent en tweeverdieners op plus 0,8 procent. Er vindt een volledige toepassing van de koppeling plaats tussen lonen en sociale uitkeringen. Voor de verhoging van de uitkeringen is 3 procent gereserveerd, het percentage dat overeenstemt met de maximaal aanvaardbaar geachte contractloonstijging van de werkenden.

Het financieringstekort van het Rijk daalt, overeenkomstig de afspraken uit het regeerakkoord, van 5,25 in 1990 naar 4,75 procent in 1991. De coUectieve-lastendruk stijgt iets, van 52,8 naar 52,9 procent. Om het tekort terug te dringen stelt het kabinet een pakket maatregelen voor, dat resulteert in een verlaging van de uitgaven van in totaal bijna 7 miljard gulden. Van dat bedrag heeft 2,7 miljard betrekking op structurele, dus blijvende, uitgavenbeperkingen. Zo moeten de departementen de subsidiestroom met 1 procent verminderen. Voorts krijgen zij geen compensatie voor gestegen prijzen en dienen zij de efficiency te vergroten. Een voorziene meevaller in de sfeer van de aardgasopbrengsten van 900 miljoen, als gevolg van de recente olieprijsstijging, is gebruikt om tegenvallers in het financiële beeld op te vangen. Vooral de belastingopbrengsten blijven de laatste tijd aanzienlijk achter bij de ramingen.

Naast bezuinigingen bevat de begroting ook beleidsintensiveringen. Ten opzichte van de in het verleden opgestelde meerjarenramingen, is het budget voor 1991 met ongeveer 9,9 miljard verruimd. Van dat bedrag was reeds 6,9 miljard voorzien bij het aantreden van de huidige ministersploeg. Het resterende deel betreft beleidsaanpassingen waartoe pas deze zomer werd besloten

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.