+ Meer informatie

Op surveillance

3 minuten leestijd

Brand!! Dat begrip heeft mij van jongs af aan geïntrigeerd. Als er vroeger ergens een fikkie was stond ik er bij en keek ik er naar of.., ik had zelf een actieve rol in het ontstaan. JVIaar daar wil ik het liever niet meer over hebben. Tijdens de nachtdienst is het mijn beurt om een uurtje binnen te zitten. Zo'n uur duurt erg lang. Je moet een uur lang verplicht luisteren naar de vakantieverhalen van de brigadier. Die man presteert het om nu al die maanden dat ik op het bureau ben, steeds weer hetzelfde verhaal te vertellen over zijn vakantie naar Frankrijk. Halverwege zijn relaas wordt er nadrukkelijk op het belletje gedrukt. Een welkome afleiding. "Herman, kijk jij even". Herman staat er al. Voor de deur staat een mevrouw. Achter haar een man. Zelfs een onervaren agentje kan hier zien en ruiken dat ze het bier goed eer hebben aangedaan. „Wat kan ik voor u doen?" „M'n huis staat in brand, ken u de brandweer snel belle" „Waar is uw huis dan?" „Hiernaast." Ik kijk naar buiten en zie inderdaad rook uit de naast het bureau gelegen woning komen. De brigadier die inmiddels achter mij is komen staan, weet het goed gemaakt. Hij zal de brandweer waarschuwen. Hij duwt mij een brandblusser in m'n hand, roept naar Ruud die een kamer verder administratie zit bij te werken en slaat alarm. Met een bonkend hart draaf ik met het aangeschoten echtpaar in de richting van de voordeur van hun woning. Als ik de deur wil binnengaan word ik door de vrouw aan m'n mouw getrokken. Vragend kijk ik haar aan. „Wil u zachies doen, want de kinderen slapen?" Ik kijk haar nu aan (j)f ik zelfs het water zie branden. Dan dringt het tot mij door dat daar op de tweede etage nog ergens twee kinderen moeten liggen. En pa en ma vinden het beter dat ze blijven slapen. Ongeloofelijk! Terwijl ik als een haas de trap op ren moet Ruud bijna op de vuist met het echtpaar. We maken veel te veel herrie. In dat opzicht kunnen ze enkele ogenblikken later hun hart nog ophalen als er drie brandweerauto's de straat in komen loeien. Op dat moment kom ik juist met een meisje van twee jaar op m'n arm naar buiten lopen. Achter mij verschijnt Ruud met het andere kindje. De brand, die bleek te zijn ontstaan door een oververhitte frituurpan, is snel geblust. Aan het eind van de nachtdienst halen we het ochtenblad. Ja hoor, op de voorpagina: „Agenten redden kinderen uit brandend huis". Ik heb helemaal niet het idee dat het allemaal zo heldhaftig is. Maar toch leuk om mee thuis te komen. Naarmate je het verhaal vaker vertelt wordt het ook steeds leuker/groter/heldhaftiger. Misschien komt het daarom wel dat ik met kloppend hart mijn opwachting maak bij mijn districtschef die mij naar aanleiding van dit gebeuren op zijn kamer ontbiedt. Ik heb al ideeën over een beloning of onderscheiding. Met een hoogrode kleur doe ik mijn verhaal. De man knikt af en toe instemmend. Als hij alles heeft aangehoord, schraapt hij zijn keel en zegt met een diepe bas. „Tja, Dad, bedankt jongen, ga zo door."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.