+ Meer informatie

Onverantwoore kaalslag in Indonesië heel even gestuit

Boze bevolking verdrijft houthakkers van eilandje

10 minuten leestijd

Zo'n twintig jaar geleden verschenen de eerste berichten in de dagbladen over de kap van het tropisch regenwoud. Rond het jaar 2000 zou het oerwoud grotendeels verdwenen zijn, werd er voorspeld. Nu, nog een kleine zes jaar voor de eeuwwisseling, begint het bange vermoeden werkelijkheid te worden. De wereld verliest miljoenen hectaren tropisch regenwoud per jaar. In Zuidoost-Azië sneuvelt elk jaar vier miljoen hectare, een gebied zo groot als Zwitserland. Maar de protesten worden steeds luider. In Indonesië zijn zelfs al kleine volksopstanden voorgekomen, die de houthakkers deden afdruipen. Manfred van Eijk ging het bos in.

De helft van het Aziatische regenwoud vind je in Indonesië. Hier ligt het (op Brazilië en Zaïre na) derde grote tropenbos van de wereld. 1500 verschillende vogelsoorten komen er voor en 500 soorten zoogdieren, waarvan de orang oetan alleen nog op Sumatra en Kalimantan te vinden is. Behalve dieren, bomen en planten wordt ook de mens getroffen door de gevolgen van de ontbossing: inheemse volken verliezen hun leef- en jachtgebieden, het klimaat verandert, aardverschuivingen en bosbranden komen steeds vaker voor en de grond verdroogt.

Sumatra
Indro Tjahjono is coördinator van SKEPHI, een van de schaarse milieuorganisaties in Indonesië. Ondanks intimidaties van de overheid en willekeurige arrestaties van medewerkers blijft SKEPHI publiceren over het regenwoud. Tjahjono schetst een beeld van de situatie in zijn land. „Wanneer je als een vogel over Indonesië vliegt en je start in het westen, dan is daar Sumatra. Op dit grote eiland is haast geen regenwoud meer. Thee-, palmolie- en rubberplantages zijn er, geen bos. Die plantages breiden zich zeer snel uit tot in de nationale parken. Die lopen nu ook gevaar. In het Kerinci Seblat National Park wordt gekapt voor plantagebouw en in Udaraya Ugama, in ZuidSumatra, wordt een grote papierfabriek gebouwd. Het beroemde Toba-Meer droogt uit. De waterspiegel is de laatste jaren drie tot vijftien meter gedaald. Elektriciteit uit waterkrachtcentrales wordt steeds onregelmatiger geproduceerd, waardoor de aluminiumindustrie wordt bedreigd en de produktiviteit ten gevolge van het gezakte waterpeil al met achttien procent verminderd is. Ook het Singkarak-Meer verdroogt vanwege de ontbossing. Waterkrachtcentrales liggen hier al stil."

Java
„Op Java is nog maar tien procent oorspronkelijk bos over. Olifanten zijn er niet meer. Elk jaar vinden er aardverschuivingen en overstromingen plaats, waarbij tientallen mensen stikken en verdrinken. En als het niet regent, is er de droogte. Ook op Java zakt het waterpeil van de meren. Kalimantan, het voormalige Borneo, stond eens vol met tropisch regenwoud. Er is nog maar eenentwintig procent van over, vooral in het gebergte. Overal zijn kapconcessies afgegeven. Nationale parken als Pleihari zijn niet meer veilig. Ook daar wil de overheid het bos gaan kappen. Er wordt gesproken over herbebossing, maar dat werkt niet. Er wordt gewoon niets aan gedaan en ook dat selectieve kappen stelt niets voor, want niemand controleert het. Nu hebben ze een nieuw idee: houtplantages. Maar voor ze daar mee willen beginnen, willen ze eerst het oude bos kappen. De droogteperiodes worden elk jaar langer. Een van de gevolgen is een toename van bosbranden. Elk jaar vinden die nu plaats."

Celebes
„Dan krijgen we Soelawesi, of tewel Celebes. Achtentwintig procent oorspronkelijk bos is er nog, vooral in het centrale gedeelte. Maar daar zijn de houtconcessies ook al weer afgegeven. Het noorden wordt door kruidnagelplantages bedreigd, het Gunung Ambang Nationale Park door rioolaR^al van de toeristenindustrie en de laaglanden door transmigratie uit Java, waardoor het bos in rijstvelden veranderd wordt. Ook overstromingen komen hier steeds vaker voor." „De Molukken en Irian Jaya zijn het laatste doelwit van de regering, die naar het oosten wil. Houtbedrijven hebben bijzondere aandacht voor de eilanden Halmahera, Seram en Yamdena, waar nog relatief veel bomen staan. Het meeste tropische bos bevindt zich op Irian Jaya, het voormalige Nederlands Nieuw-Guinea: 69 pro- > cent. Maar ook hier is het land alweer opgedeeld in 77 houtconcessies. Voor de inheemse bevolking is er geen enkel gebied meer over. De snelheid van ontbossing lijkt hier het grootst. In Indonesië verdwijnt 500.000 tot twee miljoen hectare bos per jaar."

Hongersnood
De vernietiging van het regenwoud heeft angstaanjagende gevolgen. Het plantpatroon van de boeren raakt steeds meer in de war. Met voldoende bos zijn er twee tot drie oogsten per jaar. Nu loopt het terug tot een of twee oogsten per jaar, terwijl de bevolking gestaag blijft groeien. De honger duikt op. Op Soemba, Soembawa, Timor en Centraal- en Oost-Java. Ook op Bali en Soelawesi mislukken steeds meer oogsten vanwege de verdroging. De overheid heeft al hulpprogramma's en inzamelacties voor geld gelanceerd. Indro Tjahjono: „Het is zeer goed denkbaar dat er over vijfentwintig jaar honger heerst in Indonesië. Als we dan weer de archipel overvliegen zullen we alleen nog maar gras zien. In de regentijd zullen er overstromingen zijn, in de droge tijd hogere temperaturen, bosbranden en langdurige droogtes. Het land zal geteisterd worden door "hama wereng", een planteziekte. Miljoenen hectares zullen aangetast worden, palmbomen en rijstvelden zullen aangevreten worden door schimmels en insekten en de ratten zullen overal toenemen. Wat ik nu vertel is niet alleen de toekomst, veel vindt nu al plaats en zal straks erger worden."

Yamdena
Het geluid van de kettingzaag mag zich dan wel met de snelheid van een gierzwaluw over de Indonesische archipel verspreiden, soms moet de houtkap plotseling worden stilgelegd en keert de rust in het tropisch regenwoud weer terug. Op Yamdena bijvoorbeeld, een eiland van 83.000 mensen, ongeveer zo groot als Bali. Het 180 kilometer lange eiland ligt geïsoleerd in een oostelijk hoekje van het Indonesische eilandenrijk, behoort tot de Tanimbareilanden en is onderdeel van de Molukken. Het tropisch regenwoud is er nog dicht, hoog.en vochtig, want het ligt ver van de grote eilanden en is moeilijk te bereiken. Vanuit Ambon vertrekken er af en toe vliegtuigjes, maar die zitten meestal vol of de vlucht wordt geannuleerd. Eenmaal per maand (wanneer weet niemand precies) doen de schepen van de Pelni-maatschappij het eiland aan; een gerieflijke en snelle verbinding van een of twee dagen vanuit Ambon of Dili op Oost-Timor. Regelmatig vertrekken er ook Perintisschepen vanuit Ambon, Tual of Dili; maar dat zijn overvolle, wrakkige schepen, die voor de reis naar Yamdena toch zeker zo'n vijf dagen nodig hebben. Vanaf Tual op de Kei-eilanden vertrekken er ook redelijk vlotte veerboten, waarbij de ene dag urenlange islamitische refreinen uit de luidsprekers knetteren en een dag later de stem van een prekende dominee over de dekken schalt.

Bomen markeren
Op Yamdena, het protestantsislamitische eiland, was een paar jaar geleden wantrouwen ontstaan, nadat een groepje 'vreemden' een paar dagen in het bos had rondgespookt en bomen gemarkeerd. Er zou wat gekapt worden, legde men later uit, wat nauwelijks schade aan het bos zou opleveren en in ieder geval wel een boel werk. Maar daar trapten de eilandbewoners niet in. Hun eiland had niet voor niets de status van beschermd natuurgebied en het bos moest gewoon blijven staan. Nadat de houthakkers toch aan de slag waren gegaan en de autoriteiten van Ambon en Jakarta doof bleven voor de protesten, sloeg de vlam in de pan. Op 9 september 1992 stroomden zo'n vierhonderd mensen uit de dorpen Tumbur, Lorulun en Sifnana naar het kapgebied en brandden twee kampen plat. Toen ze op weg waren naar het derde kamp kwam het tot een botsing met de pohtie, waarbij een paar demonstranten gewond raakten. Een aantal van de dorpsbewoners werd gearresteerd en zit sindsdien nog steeds gevangen.

In zee verzinken
Maar de aandacht was getrokken. Er verschenen woedende commentaren in de krant, de bisschop van de Molukken -de Amsterdammer Sol- trok fel van leer en het ICTI, de Vereniging van Intellectuelen van Tanimbar in Jakarta, kwam met een woedend rapport, waarin gewezen werd op de zo kwetsbare, geologische samenstelling van het eiland. De enige waterbronnen zijn de stroomgebieden van twee rivieren, waar een van de houtmaatschappijen z'n kapconcessies heeft, schreef ICTI. Wanneer het bos verdwijnt, raakt de waterbalans verstoord en kan de bodem het water niet meer absorberen, waardoor het zou afstromen. Houtkap zou bovendien een erosie van zo'n tien ton grond per hectare per jaar betekenen. Kort na dit rapport voegde een onderzoek van het Agroklimatologische en Land-onderzoekscentrum uit Bogor eraan toe dat Yamdena ten gevolge van houtkap tot een kale klomp kalksteen zou verschrompelen, waarna het uiteindelijk in zee zou verzinken. Gebelgd reageerde de Indonesische minister van Bosbouw Harahap dat „er veel andere eilanden op de wereld zonder bos zijn, die ook niet zinken." De miheuorganisatie SKEPHI reageerde hier weer verontwaardigd op en wees op het eiland Tapak Kuda, bij Noord-Sumatra, dat ten gevolge van de kap van het mangrovebos in zee zou verdwijnen. SKEPHI herinnerde ook aan Kei, een eiland vlakbij Yamdena, dat zo'n honderd jaar geleden al door de Hollanders was kaalgekapt, en in een struikenwoestenij veranderd is.

Sprinkhanen
In Saumlaki, de zuidelijke haven van Yamdena, stap ik over een tapijt van dode en halflevende sprinkhanen. Saumlaki is door een sprinkhanenplaag getroffen en overal ritselt en zoemt het nog. Soms raken de insekten verstrikt in m'n kleren of m'n haar. Ik loop langs verweerde houten huizen, een moskee en een kerk. Niet ver van de haven is een modern winkelcentrum gebouwd, dat door betonrot en zwarte schimmel binnen tien jaar weer in elkaar gezakt zal zijn. Verbaasde blikken, zoveel bezoekers komen er immers niet. Over houtkap willen sommigen wel spreken, maar anoniem, want de politie staat immers zo weer voor de deur. Het houtbedrijf PT ANS heeft al het materieel teruggetrokken, zo vertelt men. Tienduizend hectare is al gekapt en een deel van de boomstammen drijft nog in de haven van Bomaki. Dat hout is voor de werknemers, als deel van hun loon. De werkgelegenheid stelde trouwens niet veel voor; er waren maar vijfenzestig mensen in dienst en velen kwamen nog van buiten ook.

Temperament
Hoe was men er nu toch in geslaagd hier die houthakkers van het eiland af te jagen? Het lobbywerk van ICTI in Jakarta werd genoemd, maar ook het temperament van de eilandbewoners moest niet onderschat worden. Op Yamdena slaat men er vlot op los, vertelt een oudere schipper enthousiast. Geschillen worden nog altijd met pijl en boog en speren uitgevochten en een paar dagen geleden vond er nog een woeste oorlog plaats over een grensconflict tussen twee dorpen, waar ooit de Hollanders op de kaart een nonchalante lijn hadden getrokken. Doden vielen er niet, maar er vloeide flink wat bloed. Sommigen zijn zeer tevreden over de terugtrekking van PT ANS en beschouwen de aftocht van het houtbedrijf als een overwinning. Anderen koesteren nog steeds een groot wantrouwen. Ze zijn bang dat de houtindustrie zal terugkeren en menen dat andere houtbedrijven als de Jayani-Group en Barito Pacific de activiteiten straks zullen overnemen. Want de belangen zijn groot. Indonesië is in Azië de belangrijkste exporteur van hardhout. Om marktleider te kunnen blijven en de houtindustrie op het bijna kaalgekapte Kalimantan draaiende te kunnen houden, gaat Indonesië steeds verder op zoek. Niet alleen binnen haar eigen archipel (Molukken, Irian Jaya), maar ook daar buiten. In Birma heeft het bedrijf PT Kante Mario een kapconcessie verkregen voor een gebied van 100.000 tot 200.000 hectare en in Suriname heeft de Musa 69 nv's opgericht om totaal zes tot negen miljoen hectare (ongeveer twee keer Nederland) te kunnen kappen. Yamdena heeft nog 150.000 hectare gesloten tropisch bos, met daarin het spijkerharde toremhout, dat behalve in het Amazonegebied alleen op Yamdena groeit. Het hout is zo zwaar dat het in water zinkt. Voorlopig waagt de houtindustrie zich nog niet op Yamdena en wacht men af „De tijger slaapt", fluistert de oude schipper, „maar we houden het beest goed in de gaten."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.