+ Meer informatie

Van landschap tot vlakverdeling

Omvangrijke overzichts-tentoonstelling in Haags Gemeentemuseum sluit Mondriaan-herdenkingen af

7 minuten leestijd

Als morgen in het Haags Gemeentemuseum in aanwezigheid van koningin Beatrix de lang beloofde overzichtsexpositie "Piet Mondriaan" opengaat, mag ze er wel een paar uur voor uittrekken. Ze is er beschermvrouwe van. Deze tentoonstelling, die in 1995 het Mondriaan-jaar 1994 afsluit, geeft een goed beeld van zijn vroegste, nog figuratieve, werk tot (vooral) de volmaakt abstracte lijnen en kleurenvlakken die veelal het enige zijn wat men kent van „de grootste Nederlandse schilder van deze eeuw". Wat zijn produktie betreft klopt dat vermoedelijk wel. Het artistiek oordeel schorten we nog even op.

Piet Mondriaan is een halve eeuw na zijn dood in New York niet vergeten. Daar zorgde de Mondriaan-sticnting van oud-zakenman en kunstverzamelaar Frits Becht wel voor. De overdosering aan Mondriaan-exposities en andere activiteiten van het Mondriaan-jaar heeft voor mij ook een ongunstig effect. Zo langzaamaan kun je Mondriaan niet meer zien. Elke plaats waar hij woonde als kind en knaap, of waar hij werkte, moest wel zijn werk tonen of iets anders organiseren.

Alom Mondriaan
Zo kregen we: PM en de Amstel, PM en zijn geboortehuis in Amersfoort, zijn christelijke jeugd in Winterswijk, werk van zijn schilderende vader, zijn korte Brabantse periode. Het wordt wat te veel, al die Mondriaan-routes, -menu's en wat niet al. AI de Mondriaan-boeken die dit jaar verschenen, zoals "Mondriaan. Destructie als kunst" door Carel Blotkamp en "Pieter Cornells Mondriaan Senior" van de Mondriaanhuizen in Amersfoort en Winterswijk. Of de LOKV-uitgave "Op weg naar een nieuwe wereld. Mondriaan en zijn sporen in de beeldende kunst" (mede over de invloed der theosofie op PM). Of de geromantiseerde biografie "Mondriaan, de man die de charleston danste" van Max Dendermonde.

Andere musea doen dan niet Mondriaan in de aanbieding, maar nauw met hem verwante kunstenaars, zoals Theo van Doesburg (te zien in Kröller-Müller) en de 'vrouwelijke Mondriaan' Marlow Moss (in het Arnhems Gemeentemuseum). Of Museum Paleis Lange Voorhout in Den Haag, dependance van het Gemeentemuseum en sinds kort "Het Paleis" genaamd, waar tot 12 februari "De eeuw van Mondriaan" loopt; Nederlandse kunst van de 20e eeuw uit het Haags Gemeentemuseum. In de Beurs van Berlage is zijn Parijse atelier nagebouwd: een uitwerking in drie dimensies van wat hij op het platte vlak van de kleurencomposities als ideaal beleed. Ook veilinghuizen zoeken in deze tijd echte Mondriaans.

Wie al deze zaken (on)bewust gemist heeft, kan dat nu goedmaken door naar het Haags Gemeentemuseum te gaan, al krijg je daar niet het laatste woord over de ontwikkeling die PM uit het calvinisme wegdreef naar het wazige theosofische denken dat toen in de mode was. Het museum, dat veel Mondriaans bezit en een deel ervan beneden apart toont in de collectie met tijdgenoten, wil Mondriaan vooral eren als pionier van de abstracte kunst in ons lanci. Hij wordt in één adem genoemd met Rembrandt en Van Gogh. Zo'n 150 werken hangen hier in zalen en kabinetten; naast eigen bezit bruiklenen uit Europese en Amerikaanse musea.

Spiritualiteit

De Haagse expositie is samengesteld door een internationaal team van Mondriaan-kenners die wereldwijd gespeurd hebben naar zijn werken. Men kan ze -sommige waren hier nog nimmer te zien- bewonderen tot 30 april 1995. Daarna reist de tentoonstelling naar de grote tempels voor moderne kunst in Washington en New York. Het accent in Den Haag ligt op zijn neoplasticistische en abstracte perioden, vanaf omstreeks 1917 tot zijn plotseling overlijden in New York in 1944. Het schildersleven van de in 1972 in Amersfoort geboren Mondriaan zou, zoals dat van vakbroeder Picasso, vele stadia doorlopen.

Toch zit daar een logische ontwikkeling in. Met zijn nieuwe spiritualiteit moest hij wel uitkomen bij deze ogenschijnlijk zo versimpelde voorstellingen van lijnen en blokken en vlakken in primaire kleuren. De veelgehoorde opmerking „Dat kan mijn zoontje op de kleuterschool ook" lijkt raak, maar is een beetje onzin. Inderdaad, het inkleuren van vlakken en meetkundig afbakenen van de te schilderen onderwerpen If jkt gemakkelijk na te bootsen.

Maar waaróm de kunstenaar, die niet gek was en ook niet alleen grappig wilde doen, kwam tot dit reduceren van de werkelijkheid in het platte vlak, de rechte lijn, de nauwkeurige verhouding der vlakken, die paar primaire kleuren, dat is een ontwikkelingsgang van jaren geweest. Dat kun je niet afdoen met een paar kreten. Wat anders is het of men deze gang -van christen tot in het oosterse denken opgegane kunstenaar- kan meemaken en of men verplicht is, zijn latere werken knap en mooi te vinden. Daarbij heb ik wel m'n vraagtekens.

Figuur en kleur

Ook het feit dat kunstkenners en critici hem bombardeerden tot de grootste schilder van ons land in onze eeuw, zegt nog niet alles. Je kunt zeer bekwaam schilderen en toch geen enkele emotie oproepen. Maar een kliederaar die maar wat dóet en die erop uit was om zijn kopers bij de neus te nemen, mag men Mondriaan zeker niet noemen. Zo'n typering lijkt meer van toepassing op een verf-grootverbruiker als Karel Appel en zijn woeste penseelvoering.

Het is ook niet verboden om desgewenst die andere Mondriaan te waarderen, die vroege schilder, tekenaar en aquarellist van heel figuratieve bomen en molens, het landschap langs riviertje het Gein, de bossen bij Oele, boerderij Geinrust, kerk en wevershuis in Winterswijk en zo meer. Zijn diverse schilderijen van de Westkapelse vuurtoren, de duinen bij Domburg, molens en prachtige zeegezichten kondigen zijn overgang al aan: de figuratie wordt secundair, het kleurgebruik primair. Of hij werkelijk bepaalde kleuren zó zag, is dan niet meer van belang.

De opzet van de Haagse expositie is helder, chronologisch. Schilderijen worden afgewisseld met tekeningen. Per periode wordt een typering gegeven. Zoals "Parijs 1912-1914 Kubisme", gevolgd door "Laren 1914-1919 naar Abstractie" en door de tweede Parijse periode, van 1920 tot '28: Neo-Plasticisme. Ik zal die fasen in dit artikel niet langslopen, maar noteer wat me extra opviel. Zoals de brief van Mondriaan (zomer 1909) aan Israël Querido, waarin PM betoogt dat klaarheid van gedachten ook klaarheid van techniek vereist. Of Piets vele signeringen: P. C. Mondriaan, Piet Mondriaan, (P.) Mondrian, PM. Er hangen ook wat werken die niet in de catalogus staan, zoals zijn "Bos bij Oele" uit 1906.

Documenten

Tal van ovale kubistische en abstracte doeken lijken eigenaardig tot stand gekomen: PM vulde eerst de vierkante vlakken geheel op en ging later in de hoeken als het ware die lijntjes licht overborstelen, zodat de oude structuur door de nieuwe, niet echt dekkende laag, heen schijnt. Van grotere afstand zie je dat niet direct, maar die techniek paste hij vaak toe. Hoe hij werkte is ook te zien in de vele kabinetten naast de zalen. Een paar films, ook een oude met de meester zelf, maar vooral foto's, zijn brieven in keurig schuinschrift, brochures over zijn kunstopvattingen en schetsboeken vertellen het verhaal van deze, later nogal saai ogende, man die volgens Max Dendermonde een veel wilder leven leidde dan men zou denken.

In die schetsboekjes noteerde PM ook veel over kunst en antroposofie. Aardig vond ik, dat een brief van hem uit 1915 aan naaste vakbroeder Theo van Doesburg opent met „Weledelgeboren Heer". Twee jaar later was dat „Beste Does". Ook de tijdschriften "ilO" (van Arthur Lehning) en "De Stijl", eejB folder voor een nieuw blad, "La vie des lettres et des arts" (met advertentie van Talens) en een architectuur-ontwerp van PM vallen op. Hij nam zelden ontwerp-opdrachten aan, maar voor verzamelaarster Ina Bienert uit Dresden ontwierp hij een studeerkamerplattegrond. De gouache op papier, in rood, wit, blauw en zwart, is niet uitgevoerd. Foto's en kranteberichten completeren het beeld van deze kunstenaar, die men niet alleen mag beoordelen naar zijn tientallen ruitvormige en vierkante, veelal titelloze, kleurencomposities.

De internationale catalogus is in vijftalen beschikbaar. Het boek van 407 blz. bevat zo'n 160 kleuren- en 75 zwart-witfoto's en kost als grote paperback (alleen in het museum) ƒ 75,00 en gebonden ƒ 99,50. De expositie duurt tot 30 april 1995. Kaarten -normaal twee tientjes, alleen op maandag één tientje— zijn alleen in voorverkoop verkrijgbaar, bij de VSB-banken, de GWK en de Haagse VVV. Verlengde openingstijden: van 9.00 tot 21 uur. Infolijn: 0703512873.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.