+ Meer informatie

,Nederland moet onze grenzen vaststellen'

Onafhankelijkheid Suriname en Antillen

4 minuten leestijd

DEN HAAG Voor de onafhankelijkheid van Suriname en de Nederlandse Antillen moeten eerst de grenzen van deze rijksdelen worden vastgesteld. Dit hebben zowel Suriname als de Nederlandse Antillen gesteld tijdens de vergadering van de „werkgroep twee" van de koninkrijkscommissie, die op het ogenblik in Den Haag vergadert.
De Surinaamse delegatie stelde bij monde van woordvoerder Jaggernath Lachmon dat in het eerste artikel van de Nederlandse grondwet wordt bepaald hoe groot het koninkrijk is. Ook voor Suriname (en later voor de Antillen) zal dit punt duidelijk omschreven moeten zijn.
Suriname heeft echter grenskwesties met twee van de drie buurlanden, namelijk Guyana in het westen en Frans-Guyana in het oosten. De Surinaamse delegatie wil nu voor de datum van de onafhankelijkheid, uiterlijk eind volgend jaar, geregeld zien dat deze grenskwesties door Nederland zijn opgelost. De Nederlandse leden van de koninkrijkscommissie hebben echter de afgelopen dagen laten weten, dat dit onmogelijk is, zo wordt uit conferentiekringen vernomen.

TE KORT
De Nederlandse delegatieleden stellen zich op het standpunt dat voor een dergelijke zaak de tijd te kort is. Nederland is best bereid de kwesties op te lossen, maar men heeft hierbij ook met andere partijen te maken, in dit geval Guyana en Frans-Guyana.
„Dit kan de Nederlandse regering nooit accepteren", aldus een Nederlands delegatielid. Een Surinaamse afgevaardigde reageerde hierop: „Wij hebben met de regeringen niets te maken, als koninkrijkscommissie zijn wij een adviescollege. Dus behoeven wij alleen maar advies uit te brengen". De „werkgroep twee" van de koninkrijkscommissie die sinds woensdag in Den Haag achter gesloten deuren vergadert, buigt zich over de volkenrechtelijke aspecten en de buitenlandse betrekkingen van Suriname na de onafhankelijkheid. Ook het onderwerp van de ontwikkelingssamenwerking staat op de agenda. Dit punt is echter na twee dagen vergaderen nog niet aan de orde geweest. De conferentie wordt uiterlijk volgende week dinsdag besloten.
Dat op de eerste twee dagen de kwestie van de verdragen nog niet is afgehandeld vond de voorzitter van de konïnkrijkscommissie, prof. Van der Hoeven, „niet verontrustend". In totaal zullen tussen de achthonderd en duizend verdragen moeten woiden aangepast als Suriname onafhankelijk wordt. Het blijkt echter dat twee aspecten grote hoofdbrekens kosten. Behalve de kwestie van de grenzen. waarover unanimiteit bestaat bij Suriname en de Antillen, wil de Surinaamse oppositie ook vastgelegd zien, dat er een beroepsinstantie komt, waarbij een minderheidsgroep, etnisch of politiek na de onafhankelijkheid in beroep kan gaan.

EIGEN LEGER
De Surinaamse regering wil na de onafhankelijkheid eind volgend jaar een volledig eigen leger. De vorige regering van premier Sedney gaf de voorkeur aan een para-militalre organisatie, waarbij de soldaten ook ontwikkelingswerkers zouden zijn.
De woordvoerder van de Surinaamse regering George Kering verklaarde in Paramaribo in een overheidsuitzending, dat gezien de volstrekte onbekendheid met het paramilitaire systeem en de zeer grote mogelijkheid tot coördinatie en bestuursproblemen. De regering-Arron, daarom bewust heeft gekozen „voor een krijgsmacht in de juiste zin van het woord, dus voor een beroepsleger met of zonder dienstplichtigen".
De troepenmacht in Suriname (tris) bestaat op het ogenblik uit een kern beroepsmilitairen van de Koninklijke landmacht aangevuld door een grote groep dienstplichtigen. De beroepsmilitairen zijn voor de helft Nederlanders, de overigen Surinamers. .

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.