+ Meer informatie

TER OVERWEGING

3 minuten leestijd

Dr. W. Aalders, Wet Tragedie Evangelie, Een andere benadering van het boek Job. Uitg. Voorhoeve - Den Haag.

Volgens dr. Aalders stamt het Bijbelboek Job uit Egypte in de tijd tussen Alexander de Grote en keizer Augustus, is het meer Grieks dan joods, meer dichterlijk dan leerstellig, meer geestelijk dan wettisch. Het werpt, aldus Aalders, een nieuw en ander licht op levensvragen die in de joods-christelijke traditie uitsluitend vanuit Wet en Profeten werden benaderd en beantwoord, mogelijk zelfs op het Evangelie: de vraag naar gerechtigheid en rechtvaardigheid komt nu als waarheidsvraag aan de orde. Op „ongeëvenaarde wijze” wordt de roep om gerechtigheid als waarheidsvraag tot op de bodem gesteld. Daarin is Job „op onvergelijkbare wijze proloog tot het Evangelie” (8). Dat belooft wat! En inderdaad de schrijver geeft ook heelwat, maakt in elk geval heelwat los. Hij heeft oog voor het „driftig verlangen” van onze tijd om „alles anders (beter!) te zeggen en te doen dan in het verleden is gebeurd”, spreekt over de „revolutionaire dynamiek” die het christelijke erf bedreigt (10), noemt de 20e eeuw „de eeuw van de moderne, marxistisch ingestelde, gesaeculariseerde mens” en vraagt zich af of die mens nog „voor de Bijbel aanspreekbaar is” (28). Ook wie hem hierin gelijk moet geven, zal toch wel enige moeite hebben met zijn stelling dat het moeilijk is te ontkennen dat er een „grote mate van verwantschap” bestaat „zowel wat betreft inhoud als vorm” tussen de Griekse tragedie en het boek Job (101). Uitvoerig bespreekt hij dan de Griekse tragedie-dichter Euripides in dit verband (143-186). Door het geheel heen speelt dan het „Pascha”-motief (mysterie) een grote rol. Om uit te lopen op fel verzet tegen de dusgenaamde „bevrijdingstheolo-gie”. Daarbij worden scherpe en rake dingen gezegd die tot nadenken stemmen. Maar of in dit boek „het enige relevante alternatief” wordt gereikt (365)? Het Evangelie „als tra-gedie verlost de mens van zijn daemonische, ideologische instelling”. En in het „uur der zifting en der waarheid” wordt openbaar of men „de verbeten, fanatieke, dwepende volgeling en partijganger was van een apokalyptisch messianisme” dan wel of „men in het doorlijden van de geschiedenis het Job heeft leren naspreken: „Maar ik weet: mijn Verlosser heeft” (367).

Is die Verlosser intussen niet bijna verdampt in de theologische beschouwingen die dr. Aalders m.i. niet zonder filosofische speculatie aan Job ophangt? Het boek getuigt van grote belezenheid zonder twijfel. Maar bij werkelijke Schriftverklaring ben ik geneigd toch aan iets anders te denken dat „licht” op levensvragen werpt.

VRIENDELIJK VERZOEK:

Een bezoeker van de conferentie van 4 april jl. heeft een lichtgrijze regenjas (merk: Hamming - Kampen; in de kraag letter V) meegenomen die niet hem maar br. Van der Veen, Wilhelminalaan 43 te Kampen toebehoorde. Wil de onbekende meenemer zich met br. Van der Veen in verbinding stellen (tel. 05202-20491 )?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.