+ Meer informatie

OOK VAN MIJ GEZIEN

4 minuten leestijd

En ten laatste van allen is Hij ook van mij, als van een ontijdig geborene, gezien. 1 Kor. 15:8

Paulus legt in dit hoofdstuk getuigenis af van de opstanding van Christus. Het opstandingsevangelie is de boodschap, de prediking waardoor men zalig wordt. De opstanding van de Heere Jezus Christus uit de doden is de kern van het evangelie.

Dit evangelie van de levende Christus is een historisch feit. 't Is echt gebeurd. Velen kunnen er getuigenis van geven. Vraag het maar aan Petrus en Jakobus. En als dat niet genoeg is, zijn er 500 broeders, waarvan de meesten nog in leven zijn. Een hele rij! En eindelijk.... ten laatste van allen is Hij ook door Paulus gezien.

't Is een wonder, dat hij er zijn naam ook bij mag zetten. Toen de anderen de levende Christus al ontmoet hadden, was hij nog een vijand, een vervolger van Christus en Zijn gemeente. De Heere had hem daar naar recht in kunnen laten omkomen. Maar - wonder van genade - ten laatste...!

Dat moment stond onuitwisbaar gegrift in zijn leven. Het gebeurde op de weg naar Damascus. Toen hij als een briesende leeuw tekeer ging om de schapen van Christus te verscheuren, was zijn plan Goddelijk doorkruist. Wie zal tegenstand bieden als de Vorst van Pasen gaat arresteren? Wie kan zich op de been houden, als de Held uit Juda's stam zijn blinkend zwaard ontbloot, zo scherp gewet ten strijde? Dan moet het briesend paard eindelijk sneuvelen, hoe snel het ook draaft!

Was het voor anderen een wonder dat ze zalig werden, voor Paulus was het een dubbel wonder. Dat wonder heeft hij nooit klein gekregen: En ten laatste van allen is Hij ook van mij gezien. Zelfs door mij! Hij van mij. Hij....zelfs door mij gezien. En dat zet hij helemaal achteraan in de zin als of hij wil zeggen: kijk daar goed naar. Als één het niet verdiend had, was ik het. En tóch: Hij...zelfs door mij gezien.

Ik stond vooraan in de rij van de „vrome" zondaars en toch heeft Hij mij, als een onwaardige, waardig gekeurd, Zichzelf te openbaren als de opgestane Levensvorst. Zelfs tegen mij heeft Hij gezegd: Ik leef en gij zult leven. Als de hoofdaanvoerder van de bende gered kon worden, zou Christus u dan ook niet willen behouden?

Het komt er ook voor ons op aan: ook door mij gezien. Niet met het natuurlijk oog, maar met het oog van het geloof. Door Woord en Geest, is het oog verlicht en het hart opent.

Nog dieper trekt Paulus zichzelf in zijn onwaardigheid, want genade maakt klein en ootmoedig. Bedelarm! Als Paulus over de ontmoeting met de Opgestane Christus schrijft, zet hij zijn borst niet vooruit: kijk, hier ben ik, Paulus! Neen, dan zet hij zichzelf zó laag neer, dat hij onder de anderen doorgaat.

Wij voeden onze kinderen op, dat ze groot worden. Maar de Heere voedt Zijn kinderen op, dat zij al kleiner worden. Weet u, hoe hij zich noemt? Een ontijdig geborene. Een misdracht, een misgeboorte. Daar praat je liever niet over. Daar zwijg je liever over. En dat zó'n wanproduct het leven eraf brengt!

De andere apostelen zijn normaal geboren, maar Paulus is als het ware losgerukt uit zijn vijandschap. Calvijn zegt: De Heere heeft een behoorlijke orde des tijds gehouden in het stellen, opbrengen en vormen van Zijn apostelen. Maar Paulus werd uit de buik geworpen, toen hij nauwelijks de adem des levens ontvangen had. In één ogenblik is hij geschapen, geboren en een volwassen man geworden.

Een ontijdig geborene... en daar heeft Hij naar omgezien. Het was tegen de natuur in, tegen mijn natuur in. Het was dwars door de onmogelijkheid heen. Waartoe? Opdat hij zou roemen in vrije genade. Hoor wat hij zegt. Door de genade Gods ben ik wat ik ben.

Hoe rijk is Gods genade. Zij wordt verheerlijkt in wat niets is. Die genade deelt de Opgestane Christus uit door Zijn Woord en Geest. Dan sterft ons werk, maar het Zijne wordt levend. En hoe meer wij onszelf afsterven, des te meer openbaart de Paasvorst Zijn opstandingsleven. Hoe groter het wonder wordt, dat de Heere zulke allesbedervers wil opzoeken.

Genade wekt verwondering. Die venwondering tekent de tekst: en ten laatste van allen is Hij óók van mij gezien. Ook van mij. Zijn wij er ook al bij? Niemand hoeft te wanhopen aan de liefde van Christus. Maar buiten Christus is géén leven. Nog Is het de welaangename tijd. Nog wil Hij Zijn opstandingskracht openbaren, opdat zelfs 't wederhorig kroost altijd bij Hem zou wonen. En allen, aan wie Hij Zich openbaart...zelfs door mij gezien! Mij...niet gij Paulus....Mij...de grootste der zondaren. Wedijvert u ook al?

ZEIST DS. J. JONGERD

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.