+ Meer informatie

EG worstelt met 'Japanse' auto's

Europese fabrikanten zijn benauwd voor goedkope concurrentie

4 minuten leestijd

BRUSSEL - Japanse auto's bezorgen Europa heel wat hoofdbrekens. Het is wellicht wel een van de moeilijkste problemen die nog voor de eerste januari 1993 geregeld moeten worden. Op die datum vervallen namelijk 's nachts om 00.00 uur alle nu nog bestaande 'binnengrenzen' in Europa.

Mensen, goederen, diensten en kapitaal moeten dan ongehinderd verplaatst, geleverd of uitgewisseld kunnen worden tussen, van en naar elk punt binnen het EG-territorium. En onder „goederen" vallen ook Japanse auto's.

Daarover is de afgelopen dagen een geweldig gekrakeel losgebarsten. Want ondanks het feit dat Japan en de EG het eens werden over een zogeheten "Japan-EG-verklaring", zijn de Europese autofabrikanten nog steeds buitengewoon benauwd voor de Japanse concurrentie. Omgekeerd is dat beslist niet het geval. De belangrijkste oorzaak van het probleem ligt in het feit dat de Japanners veel goedkoper blijken te produceren en dus gelijkwaardige produkten voor lagere prijzen kunnen aanbieden. In het Comité van permanente vertegenwoordigers van de EG-lidstaten in Brussel -het zogeheten Coreper in Euro-vakjargon— is een ontwerp-oplossing uitgewerkt die nu door de regeringen van de lidstaten wordt bestudeerd. Bestudeerd op haalbaarheid op het eigen politieke thuisfront wel te verstaan, want daar gaat het in de eerste plaats om.

Marktaandeel

In dit ontwerp gaat men uit van een overgangsperiode van zeven jaar, waarin het marktaandeel van Japanse auto's op de Europese markt mag groeien van de huidige 10 procent tot 16 procent. De import van Japanse auto's die in Japan worden geproduceerd, moet dan ongeveer op het huidige niveau blijven. De stijging moet komen uit de groeiende verkoop van Japanse auto's die in Europa worden geproduceerd. Hierover bestaat overigens allerminst eensgezindheid. De Fransen en de Italianen stellen zich het meest radicaal op tegen de Japanse auto-import. Onlangs werd een lobby-organisatie opgericht van Europese autoproducenten,, maar die lobby was volgens directeur Galvet van de Franse fabriek Peugeot nog veel te „soft" tegenover de Japanse concurrentie. Het gevolg was dat Peugeot buiten de ACE A ("Association of European Automobile Constructors") bleef.

De ACEA is uit op beïnvloeding van het Europese besluitvormingsproces en het was dan ook geen wonder dat de organisatie aan de bel trok toen men in de verschillende hoofdsteden begon te studeren op het Coreper-plan. Secretaris Rudolf Beger van ACEA voorspelde dat dit plan „honderdduizend banen" zou kosten. Geen al te gewaagde voorspelUng, zo meende hij, „wanneer men bedenkt dat er in Europa in de automobielindustrie 1,9 miljoen mensen werk vinden". Moeten wij de import van Japanse auto's dan maar helemaal radicaal verbieden?

Paard van Troje

Neen, dat kan niet. Dat zou volstrekt in strijd zijn met de vrijemarkt-filosofie die de EG-commissie en trouwens ook alle lidstaten belijden. Bovendien is het Paard van Troje al binnen de muren. Er worden namelijk al 'Japanse' auto's geproduceerd in de Europese Gemeenschap zelf. De meeste daarvan in Engeland en het is daarom geen wonder dat de regering in Londen er niet veel voor voelt om produktie en uitvoer van die produktie aan banden te leggen. De Fransen daarentegen willen die Europese 'Japanse' auto's het liefst zo lang mogelijk buiten de grenzen houden. Daarmee is de Japanse auto dus niet alleen een extern, maar intussen ook een intern probleem geworden voor de Europese Gemeenschap.

Bovendien beginnen de Japanners ook steeds meer 'Japanse' auto's die in de Verenigde Staten worden gefabriceerd, naar Europa te exporteren, omdat de Amerikaanse markt langzamerhand verzadigd raakt. Moeten de Europese grenzen dan ook gesloten worden voor Japanse auto's "made in the USA"? Dat kan tot problemen met Washington leiden. En er zijn al genoeg problemen tussen de Verenigde Staten en de Europese Gemeenschap, zoals de meningsverschillen over de Europese landbouwpolitiek, over de import in de Gemeenschap van met hormonen bewerkt Amerikaans vlees en over de liberalisering van de dienstensector in het kader van de (vastgelopen) GATT-onderhandelingen.

Er is overigens nog een ernstig meningsverschil tussen de Gemeenschap en Japan dat nog niet is opgelost. Dat is namelijk het vraagstuk wat er moet gebeuren als de autoverkoop in het algemeen terugloopt. Dan moeten de Japanners hun verkoopaandeel vrijwillig aan die trend aanpassen, tenminste, dat menen de Europeanen. Maar de Japanners zijn het daarmee volstrekt oneens. Hoe kunnen de verschillen zodanig worden overbrugd dat er geen Icunstmatige barrières meer opgeworpen hoeven te worden en de vrije handel een werkelijk vrije handel wordt?

Aanpassing

Die kwestie vraagt overigens ook om een antwoord omdat de Japanse autoproducenten na bovenvermelde overgangsperiode van zeven jaar geen verdere belemmeringen meer in de weg gelegd mogen worden. Hun marktaandeel kan dan dramatisch boven de eerder vermelde 16 procent uitkomen. Volgens sommige commentaren is aanpassen aan de Japanse produktiemethoden het enige mogelijke antwoord. Ook daarover is uitgebreid nagedacht. De Japanners zijn erin geslaagd het aantal medewerkers die tijdens het produktieproces geen waarde toevoegen aan het produkt tot een minimum te beperken. Dit 'afgeslankte' produktieproces zou in Europa ook ingevoerd moeten (kunnen) worden. Maar het is de vraag of dat ook werkelijk kan.

In de Japanse vestigingen in Engeland is het inderdaad gelukt, maar

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.