+ Meer informatie

DE BIJBELSE PLAATS VAN OUDEREN IN DE GEMEENTE

8 minuten leestijd

VERGRIJZING

Een tijd van vergrijzing: langer leven, maar met een kwetsbare gezondheid. We horen over financiële problemen die daardoor ontstaan. Luister naar gesprekken in verzorgingshuizen en je hoort dat het over geld en ziekten gaat (en over het eten). Allemaal negatieve gevoelens.

Daartegenover een andere berichtenstroom: er is een nieuwe markt ontdekt: de 50-plussers! Eerder was kranten- en t.v.-reclame alleen gericht op jonge mensen. Reclamejongens hebben een nieuwe markt ontdekt. Veel ouderen hebben geld te besteden, kopen wat nieuws en maken verre reizen. Tegelijk is er onder veel ouderen een grote eenzaamheid, kerkelijk of niet.

Tot nog toe gaat het over sociale en economische aspecten. Daar draait toch de hele wereld om? Maar… ik schrijf voor ambtsdragers. Het gaat niet zozeer om de ouderen in de samenleving, maar in de gemeente, al is de samenleving daar niet van buitengesloten.

De tijden zijn veranderd: in bijbelse tijden, en lang daarna, hadden ouderen de leiding. Tegenwoordig moet je jong zijn: ouderen houden de ontwikkelingen niet bij.

BIJBELSE VOORBEELDEN

Hoe komen de ouderen in de bijbel voor? Niet als een afzonderlijke groep. We ontmoeten ze natuurlijk in verschillende verbanden: Abraham en Sara, Mozes, Aaron en Mirjam, koning Asa die in zijn ouderdom geen hulp zocht bij de HERE, Barzillai die David te hulp kwam; ieder met hun plus- en minpunten. In de wetgeving: opstaan voor het grijze haar, de oude eer bewijzen. Worden we oud? Misschien 70 jaar, of als we sterk zijn 80 jaar.

De psalmdichters belijden de zonden van hun jeugd, weten hun tijden in Gods hand, hebben nooit een rechtvaardige verlaten gezien, bidden dat God hen in de ouderdom niet begeeft, verkondigen tot nu toe Gods wonderen, willen aan dit geslacht Gods arm verkondigen, willen aan het volgende geslacht des HEREN roemrijke daden vertellen, zien Gods gerechtigheid aan kindskinderen, en loven de HERE, ouden en jongen tezamen (25, 31, 37, 71, 78, 103, 148).

In het Spreukenboek vinden we veel vaderlijke (en moederlijke!) vermaningen; Prediker 12 noemt de ouderdom een tijd van kwade dagen. Jeremia 31:13 en Zacharia 8:4,5 kennen beloften voor oude mannen en vrouwen, samen met jongens en meisjes.

Simeon (oud?) en Anna (84 jaar) staan als lichtende voorbeelden aan het begin van het Nieuwe Testament: ze verwachtten de vertroosting van Israël, de verlossing voor Jeruzalem.

Maar we denken vooral aan de woorden van de Here Jezus in Joh. 21:18, 19:‘… een ander zal u omgorden en u brengen waar gij niet wilt. Dit zei Hij om te kennen te geven met welke dood hij God verheerlijken zou. En dit gezegd hebbende sprak Hij tot hem: Volg Mij.’ Ik weet wel, de Here doelde op het martelaarschap van Petrus. Toch heb ik met ouderen deze Schriftplaats talloze keren gelezen met het oog op moeiten die zij ondervinden, sociaal, fysiek, psychisch en ook geestelijk. Volg Mij, zegt de Here ook nu.

DE OUDEREN IN DE GEMEENTE IN HET NIEUWE TESTAMENT

In de pastorale brieven schrijft Paulus enkele keren over de ouderen. In 1 Tim- 5:1–10: tegen een oude man mag je niet heftig worden. Als je hem vermaant, doe dat dan als een vader, oude vrouwen als moeders. Voor ‘vermanen’ mogen we ook ‘troosten’ vertalen, liever nog: ‘aanmoedigen, aansporen’. Speciale aandachtkrijgen de ‘weduwen’, die ten minste 60 jaar moeten zijn; zij hebben een diaconale taak in de gemeente, maar, zo krijgen we de indruk, toch ook min of meer een pastorale; trouwens, die twee aspecten zijn niet van elkaar te scheiden. Aan Titus schrijft Paulus (2:2–5) dat oude mannen nuchter moeten zijn, waardig, bezadigd, gezond in het geloof, de liefde en de volharding. Oude vrouwen moeten priesterlijk zijn in haar optreden, niet kwaadsprekend, niet verslaafd aan veel wijn, in het goede onderrichtende (SV: in haar dracht zijn gelijk de heiligen betaamt, leraressen van het goede). We kunnen zeggen dat de ouderen in het Nieuwe Testament enerzijds een onopvallend deel van de hele gemeente uitmaken, terwijl het toch weer opvallend is dat ze enkele keren speciale aandacht krijgen.

In Handelingen en de pastorale brieven worden de aanstelling en de vereisten voor de oudsten, de ouderlingen, genoemd. Naast de aanstelling van mannelijke ambtsdragers komt de verkiezing van weduwen als een bijzondere vrouwelijke taak. Het is in de jonge kerk vanzelfsprekend dat de ‘oudsten’, de ouderlingen, ook werkelijk tot de ouderen behoren, zoals dat in de tijd van het Oude Testament en bij de joden gebruikelijk was.

BIJBELSE PLAATS

Respect voor de ouderen

Hebben we iets aan de voorbeelden? Abraham wordt als voorbeeld genoemd, niet om zijn moreel voorbeeldige leven, maar om zijn geloof. Het gaat er niet om de bijbelse voorbeelden te imiteren, maar om hun geloof na te volgen, lettend op het einddoel van hun levenswandel.

Ja, zij hebben een vanzelfsprekende plaats in de gemeente; toch krijgen ze soms afzonderlijk aandacht. De gemeente mag een voorbeeld zijn hoe ouderen en jongeren met elkaar omgaan. Of geloof, hoop en liefde werkelijk functioneren zal blijken uit de manier waarop we die omgang beleven. Ook in dit opzicht is de gemeente een uniek verschijnsel: we zijn geen sociologische eenheid, geen belangengroep, geen kerkelijke hobbyclub, maar een lichaam met een Hoofd en allemaal verschillende lichaamsdelen die op elkaar aangewezen zijn en afzonderlijk functioneren, maar met elkaar de eenheid van het geheel dienen.

Leidinggeven en een zegen betekenen

Van de ouderen in de gemeente mag wijsheid verwacht worden, zodat zij ook leiding aan de gemeente kunnen geven, een geheiligde wijsheid, waardoor ze bijvoorbeeld, met oog en begrip voor de zwakheden en zonden waaraan jonge mensen blootstaan, durven bidden: ‘denk niet aan de zonden van mijn jeugd.’ De jongeren mogen weten dat de ouderen geen foutloze mensen zijn, maar wél dat ze van Gods trouw en genade leven. Ouderen mogen leren om begripvol en soepel te zijn in een tijd waarin zoveel verandert. Maar tegelijk mag verwacht worden dat ze een vaste lijn aanhouden wat de grondslagen van ons christelijke leven betreft. Ze hoeven geen verstand te hebben van internet, maar wel van de Bijbel en van de gereformeerde belijdenis en van de menselijke ziel.

Graag zou ik zien dat onze senioren, als ze gezond en energiek genoeg zijn, zich inzetten voor de kerkenraad en ander leidinggevend werk in de gemeente, en dat ze bereid zijn om daar eens een buitenlandse reis voor op te geven. Denk niet dat ik een reisje wil verbieden, maar let erop wat onze Heiland zegt over het liefhebben van vader of moeder of iets anders boven Hem, en het mag ons tot bekering leiden. Ik pleit niet voor een kloosterachtig leven, maar wel voor een voorbeeld van geloof, hoop en liefde.

In een open en liefdevolle houding mogen onze senioren een zegen betekenen voor de hele gemeente. Of kunt u weinig meer? U kunt wel voorbidder zijn.

Vermanen: een pastorale taak

Waarom zouden oude mannen en oude vrouwen soms vermaand moeten worden? Nou, oude mensen kunnen erg aan het aardse leven vastzitten. Gebreken van de ouderdom kunnen het leven vergallen. Moeilijke karaktertrekken kunnen scherper worden. Er komt veel negatiefs aan de orde bij het ouder worden. En dan ga ik er nog vanuit dat het gaat over godvrezende ouderen. Ook oude mensen kunnen immers nog onbekeerd voortleven! ‘Hoe ouder hoe kouder’ is helaas geen onmogelijkheid. Het is nooit te laat.

‘Vermanen’ is ook ‘aansporen’, dus positief: ouderen aanmoedigen om aan de jonge mensen te laten zien hoe je godvrezend en vertrouwend in het leven mag staan, aansporen tot volharding. Op die volharding komt het aan, dat zeg ik Calvijn onophoudelijk na. Juist ook als een oudere bij zichzelf merkt dat hij of zij niét voldoet aan de dichtregels: ‘Hoe dichter ik nader tot ’t huis van mijn Vader, hoe sterker ik hijg.’ Het valt dikwijls tegen. Dan leren we dat we nooit leven van iets in onszelf, maar enkel van Gods trouw in Christus. ‘Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet zal bezwijken.’

Omzien naar elkaar: een diaconale taak

De vanzelfsprekende plaats van de ouderen brengt met zich mee dat er wederzijds aandacht is. Een bereidheid tot inzet naar ieders plaats en vermogen. Ouderen én jongeren mogen zich oefenen, eerst in het oog hebben voor elkaar, en dan zowel in geven als in ontvangen, al naar gelang van ieders mogelijkheden. De moderne maatschappij biedt mogelijkheden om elkaar van dienst te zijn. Diezelfde moderne samenleving kent grote onbillijkheden en vaak onuitgesproken maar reële noden.

Diaconaal is ook: een ander zal u gorden en brengen waar gij niet wilt. Je låten gorden! En vooral: ‘Volg Mij.’

De aardse tent

Wie ouder wordt merkt, acuut of langzamerhand, dat wij in een kwetsbare tent wonen. Als er toch eens geen gebouw in de hemelen was! Je komt anders in het leven te staan. Mag het zo zijn, dat ons hart dan meer en meer gericht wordt op de overste Leidsman en Voleinder van het geloof? ‘Hetzij wij leven, hetzij wij sterven, wij zijn van de Here.’

Sterven is niet het laatste. Wij zijn van de Here, dat mag het vooruitzicht zijn.

Ds. K. Boersma (1927), emerituspredikant van Oud-Beijerland, was de laatste jaren van zijn actieve dienst werkzaam als verpleeghuispastor.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.