+ Meer informatie

„Deze tijd heeft behoefte aan mensen die kunnen préken"

De begeleiding van theologiestudenten

9 minuten leestijd

Bij veel theologiestudenten uit bijbelgetrouw milieu leidt de confrontatie met de Schriftkritiek tot een crisis. Ten diepste kan alleen God hen daarin staande houden. Maar daarmee is de steun van mensen niet overbodig. Vanuit verschillende reformatorische kerken wordt een helpende hand geboden. Om aankomende predikanten te bewaren bij het onfeilbare Woord en de gereformeerde belijdenis.

Al een kwart eeuw is ds. C. den Boer betrokken bij de ondersteuning van theologiestudenten uit hervormd-gereformeerde kring. Achter zijn taak als "studentenpastor" zette hij een punt, omdat de werklast hem te groot werd, maar hij bleef mentor van een vriendenkring van theologiestudenten die in de wandelgangen zijn naam draagt. Een complete generatie van aanstaande dienaren des Woords is mede door hem gevormd. Schalken spreken zelfs over Cedenboerianen.

„Daar heb ik zelf geen behoefte aan", lacht de predikant uit Bennekom, sinds vier jaar full-time studieleider van de theologische Hogeschool van de Gereformeerde Bond. „Het enige waar ik behoefte aan heb is dat die jongens in het rechte spoor blijven." De kring telt zo'n vijfentwintig leden.

Op de maandelijkse vergaderavonden komen onder meer vragen rond pastoraat en prediking aan de orde. Twee leden maken een uittreksel van relevante literatuur, waaraan enkele vragen worden toegevoegd. Die worden besproken onder leiding van de mentor. „Op een heel praktische wijze doen we zo wat aan gereformeerde theologiebeoefening."

In elkaar gezakt
Een overbodige luxe is dat niet. De gereformeerde inbreng aan de theologische faculteiten in Nederland is gering. „De bijbelkritiek zit door alle onderdelen van de theologische wetenschap heen geweven", stelt ds. Den Boer vast. „Jongens die uit een goed nestje komen, raken daardoor tijdens de theologiestudie soms op een totaal ander spoor. Dat verschijnsel heeft zich overigens altijd voorgedaan.

Wel moet ik eerlijk zeggen dat in mijn tijd het klimaat in Utrecht toch anders was dan nu. Toen had je nog hoogleraren als Berkelbach van den Sprenkel, Van Ruler, Edelkoort, Van Rhijn... Dat waren niet direct mensen die in de registers van de Gereformeerde Bond ingeschreven stonden, maar je kon er wel enorm veel van leren.

Ik vergeet nooit dat Van Rhijn eens zei: Maarten Luther, mijne heren, is voor God in elkaar gezakt. Vervolgens stapte hij de collegezaal in en vroeg aan een student: Bent ù wel eens voor God in elkaar gezakt, meneer. Nu hoor je van hoogleraren uit Utrecht soms verhalen waarvan de haren je ten berge rijzen. Theologie lijkt voor sommigen niet meer dan vergelijkende godsdienstwetenschap."

Tegenwicht
Waar mogelijk probeert de Gereformeerde Bond tegenwicht te bieden. In de eerste plaats door de strijd voor gereformeerde hoogleraren en docenten aan de theologische faculteiten. Daarnaast is er elk jaar de oriëntatieweek voor aankomende studenten, een studieweek in Oudewater en een ontmoetingsdag met het hoofdbestuur, terwijl dr. Van Brummelen zich inzet voor de individuele begeleiding van studenten.

„Je niet kunt bewerken dat iemand gereformeerd wordt of blijft", relativeert ds. Den Boer. „Dat blijkt wel aan de theologische universiteit in Apeldoorn, waar vanuit de gereformeerde theologie wordt gedoceerd. Ook daar zie je soms mensen ergens anders terechtkomen dan men in Apeldoorn had gedacht en gehoopt. Dat hou je. Maar we moeten wel doen wat we kunnen."

Naast het werk vanuit de Gereformeerde Bond ontstond in 1991 het interkerkelijke Comité Studiedagen Gereformeerde Theologie. De doelstelling is grotendeels gelijk. „Begeleiding van studenten in de jungle van moderne theologische wetenschappen", zoals ds. P. den Butter het uitdrukt.

De christelijke gereformeerde predikant uit Driebergen behoort tot de adviseurs van het comité, dat twee keer per jaar een studiedag organiseert en binnenkort voor het eerst een meerdaagse conferentie houdt.

Puritanisme
Op de studiedagen neemt het gedachtengoed van Engelse en Amerikaanse theologen een prominente plaats in. Deze voorkeur is voor ds. Den Butter meer dan een kwestie van interesse.

„Het is voor zowel de prediking als het pastoraat van wezenlijk belang dat wij injecties krijgen vanuit de puriteinse wereld. Ik denk dan met name aan het accent op het werk van de Heilige Geest en het onderscheidenlijke in de prediking. Daar ontbreekt het vandaag in Nederland te veel aan. Er zijn duidelijke parallellen tussen de Nadere Reformatie en het puritanisme, maar de verenging die je na verloop van tijd in de Nadere Reformatie vindt, zie je in het puritanisme minder.

De puriteinse ontwikkeling is ook niet afgebroken, maar heeft uitlopers tot in de vorige eeuw. Denk aan mensen als Spurgeon. Zelfs een man als Martyn Lloyd-Jones zou ik er met enige aarzeling nog wel bij willen rekenen."

Voor een deel van de bezoekers, die uit de volle breedte van de gereformeerde gezindte komen, zijn de studiedagen een eerste confrontatie met het sterk bevindelijke gedachtengoed van het puritanisme. Toch zijn de reacties overwegend positief. Veel studenten ervaren de lezingen als een verademing na wat ze op colleges te horen krijgen.

„Het Woord van God spreekt vaak nauwelijks meer mee", constateert ds. Den Butter. „Je kunt het eigenlijk geen theologie meer noemen. De Bijbel moet nazeggen wat ik meen dat hij moet zeggen." Ds. Den Boer deelt deze kritiek. Wel wil hij de moderne theologische wetenschap serieus toetsen.

„We hebben onlangs op de vriendenkring de historisch-kritische methode van bijbelonderzoek nog eens onder de loep genomen. Dan komen allerlei vragen op tafel die er niet om liegen. Neem het feit dat het Babylonische scheppingsepos sterke overeenkomst vertoont met wat we lezen in Openbaring 12. Je kunt die parallel wel ontkennen, maar dat heeft niet veel zin.

Er zijn er voor wie dat nooit een aanvechting zal worden, omdat ze naar de faculteit zijn gekomen met de gedachte dat alles wat ze daar horen quatsch is. Ze spuwen hun kennis bij een tentamen weer uit en zijn blij dat ze die last kwijt zijn. Juist bij de betere studenten geeft het wel strijd. Dan kan het twee kanten opgaan, zoals dat altijd met aanvechtingen het geval is. Je raakt op drift, of je komt gestaald en gezuiverd erdoorheen.

De aanvechtingen hebben me in het Woord gejaagd, zei Luther. Dat is uiteindelijk een werk van God, maar dat sluit menselijke hulp niet uit. Zo hebben we bij de vragen over dat mythologische scheppingsverhaal onder meer bestudeerd wat Van de Kamp in zijn proefschrift over Israël in Openbaring daarvan zegt."

Arminianisme
De moderne bijbelkritiek is voor de Bennekomse predikant de belangrijkste strik op het pad van theologiestudenten, maar niet de enige. „Ook het geding dat in Dordt gespeeld heeft, is nog steeds actueel. Het is belangrijk dat we de erfenis van de gereformeerde traditie vasthouden. De remonstranten zijn in Dordt de deur uit gezet, maar ze zijn later bij bosjes teruggekomen.

Op de vriendenkring hebben we verscheidene keren de Dordtse Leerregels behandeld. Dan merk je dat velen een vertekend beeld hebben van een remonstrant. Die verkondigt ook zonde en genade, zegt dat de mens bedorven is en het reddingswerk van Jezus Christus nodig heeft, en roept mensen op om zich te haasten om huns levens wil. Maar dan houdt hij op. Dat maakt hem tot een remonstrant.

Belangrijke vragen rond de wedergeboorte, het merg van de Dordtse Leerregels, blijven liggen. Hoe komt het dat de een wel gaat geloven en de ander niet? Die vragen zijn voor de gereformeerde theologie en prediking van wezenlijk belang."

Ook ds. Den Butter ziet dat wat door het comité Studiedagen Gereformeerde Theologie wordt aangedragen niet alleen als tegenhanger van het modernisme, maar evenzeer van het arminianisme en neo-calvinisme. „Ik weet niet of hervormde studenten gevaar lopen om door een neo-calvinistische theologie overspoeld te worden, maar in afgescheiden kringen heeft het Kuyperiaanse verbondsdenken nog altijd grote invloed.

Nog actueler is het arminianisme. Dat is ook in onze eigen kerkelijke kringen springlevend. Het lijkt wel of het in de lucht hangt. En er is onmiskenbaar de invloed van de EO, waarin naast goede ook gevaarlijke tendenzen zitten."

Hypercalvinisme
Het puritanisme biedt volgens de Driebergense predikant "een goed antidotum" (tegengif). „De puriteinen zijn geen nazaten van Dordt, maar de leer van Dordt hebben ze geweldig verwerkt. Tot op de dag van vandaag verschijnen met name in Amerika doorwrochte theologische werken die heel duidelijk geënt zijn op de vijf punten van het calvinisme. Zelfs zo veel dat je het nauwelijks bij kunt houden.

Ik vind het zinvol om dat soort informatie door te geven aan theologiestudenten. Om twee redenen. De studie kan er aan de ene kant toe leiden dat ze hun gereformeerde overtuiging kwijtraken. Maar ik zie uit angst daarvoor soms ook een overreactie, waardoor men in een ander uiterste vervalt.

Het hypercalvinisme is een reëel gevaar in Nederland. Niet als iets wat we zoeken, maar waar we in vluchten, omdat we het tegenovergestelde niet willen. Het puritanisme kan ons helpen om in evenwicht te blijven. Denk aan Spurgeon, die z'n leven lang te kampen heeft gehad met zowel het arminianisme als het hypercalvinisme. Uit zijn opstelling en wijze van prediking kunnen we veel leren."

Commentaren
Voor de analysering en weerlegging van moderne theologische opvattingen ziet ds. Den Butter binnen de beperkte mogelijkheden van het Comité Studiedagen Gereformeerde Theologie weinig ruimte. Met de overige predikanten die het comité adviseren (ds. A. Baars, ds. J. Koppelaar, drs. C.J. Meeuse, drs. W. van Vlastuin en drs. P. de Vries), vindt hij het zinvoller om studenten vanuit het positieve toe te rusten.

Dat neemt niet weg dat hij grote waardering heeft voor theologen die op wetenschappelijk niveau een bijbelgetrouw alternatief willen bieden voor moderne theologische literatuur. „Het werk van iemand als Van Bruggen is natuurlijk uitermate waardevol. Hetzelfde geldt voor wat William Hendriksen in Amerika gedaan heeft, met z'n commentaren op het Nieuwe Testament.

Dat zijn commentaren die je met vrucht kunt gebruiken bij de exegese van een bepaalde tekst. In veel commentaren, ook uit de gereformeerde wereld, wordt veel overhoop gehaald, maar bij de voorbereiding van een preek heb je er geen fluit aan."

Presentatie
Veel belang hecht de predikant uit Driebergen ook aan de manier waarop de boodschap wordt gebracht. „Daar zou veel meer aandacht aan besteed moeten worden, op de wijze zoals Spurgeon dat deed. Om een nuttig instrument te zijn, moet je niet alleen geestelijke kennis hebben.

In de Engelse en Amerikaanse wereld is de betekenis van de presentatie altijd meer benadrukt dan bij ons. Terecht. Veel mensen ervaren de prediking als steriel. Ze hebben niet het gevoel dat ze persoonlijk aangesproken worden. Ik ben beducht voor drama op de preekstoel, maar aan de andere kant ben je als je preekt wel een mens met gevoel en emoties. Ik denk dat het de overdracht alleen maar bevordert, wanneer je als een emotioneel betrokken mens de boodschap brengt.

Ik hoor soms preken waarvan ik denk: Dit is een keurig voorgedragen essay, maar het raakt geen mens. In het algemeen zijn de theologische opleidingen te theoretisch. Deze tijd heeft behoefte aan mensen die kunnen préken. Met hun mond, hun verstand, hun hart en hun lichaam. Mannen die met heel hun wezen betrokken zijn bij wat ze brengen. Geen boodschappenjongens."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.