+ Meer informatie

Enkele overwegingen bij de catechisaties

7 minuten leestijd

Door wie te geven?

Door de eigen predikant. In zijn beroepsbrief staat, dat tot de gevraagde diensten behoort „het onderwijzen van de kinderen van de gemeente in de leer, die naar de godzaligheid is, in wekelijkse catechisaties, uit leerboeken door de kerkeraad goedgekeurd”. Is de gemeente vacant, dan wordt meestal een beroep op de consulent gedaan. Dat een predikant catechiseert, is beslist geen wet van Meden en Perzen. Ook een ouderling die de gave heeft om te onderwijzen, kan tot dit werk worden aangesteld. Het is zelfs mogelijk, dat niet-ambtsdragers deze taak verrichten.

Natuurlijk heeft het alles voor, dat de eigen predikant catechisatie geeft. Het is niet het minst tot schade van hemzelf, als hij dit werk verzuimt. Hij verliest dan het noodzakelijke contact met de kerk van morgen. Helaas verwacht de gemeente, dat de kersverse predikant ook deze pastorale taak dadelijk naar behoren weet te behartigen. We leren het catechiseren met vallen en opstaan. In de opleidingstijd zal naast theoretische voorlichting ook aan praktijkvorming moeten worden gedaan. Graag via een echte, normale catechisatie, waarbij de pastor loci als mentor optreedt. Ook hiervoor benutte men het toegevoegde vijfde theologische jaar.

Aan wie te geven?

Aan de doopleden van de gemeente. Een aanvangsleeftijd van twaalf jaar is ideaal. Vanzelfsprekend mogen de jongelui ook hun vrienden en vriendinnen meenemen. Zijn zij echter doopleden van andere formaties, dan moeten hun ouders — bij verzuim van eigen catechisatie — de bewuste predikant op de hoogte stellen. Dit is een noodzakelijke voorwaarde voor acceptatie onzerzijds.

Het doel van de catechisatie.

Op onze catechisatie hebben wij te doen met jongeren tot wie de HERE God Zich in een verbondsverhouding heeft gesteld. In dit verbond gaf de HERE Zijn Woord als belofte en eis. De gedoopten roept Hij op tot een levend geloof in Jezus Christus.

Deze nieuwe bestaanswijze wordt beleefd in de gemeente èn daarbuiten. Men dient zowel een christen intern als extern te zijn.

Dit doel moet de catecheet steeds voor ogen staan.

De weg tot dit doel.

Uiteindelijk is het alleen de heilige Geest, Die onze jongeren tot christenen maakt. Het behaagt echter de Here God de dienst van de kerk in te schakelen.

De kerk heeft de opdracht om te onderwijzen in de christelijke religie, dat is in de vreze des HEREN. Er moet worden ingeleid, ingewijd, geïnformeerd.

Vanwege het grote doel zal het onderwijs bovenal geestelijk-praktisch gericht en toegespitst moeten zijn. Uiteraard zal dit praktisch een objectieve, leerstellige fundatie niet kunnen misssn.

Steeds zal de bijbel als uitgangspunt behoren te fungeren. Een catechisatie zonder een geopende bijbel is een onding.

Met ernst zullen we de grondregel voor Israël en voor het Nieuwe Testament onze jongeren voorhouden: „Hoor, Israël” (Deut. 6 : 3a) en „Het geloof is uit het horen” (Romeinen 10 : 17).

Op de catechisatie zullen we eveneens moeten spreken over de functionering van het christen-zijn in de gemeente en in het rauwe leven van alledag.

Onzerzijds dienen we te trachten, dat de jongeren graag komen. Helaas is er altijd een percentage, dat gedwongen verschijnt. Belangrijk voor de positieve instelling is vooreerst de entourage. Jammer genoeg laat in menige gemeente de inrichting van het catechisatielokaal te wensenl over, terwijl men wel alle aandacht voor het kerkgebouw heeft! Onze jongeren hebben in deze keiharde tijd behoefte aan sfeer en intimiteit. Voorts zullen we op de catechisatie alle gelegenheid moeten bieden voor het stellen van vragen en werpen van tegenvuur. Meer dan vroeger zullen afwijkende meningen gecorrigeerd moeten worden Veel christelijk onderwijs noodzaakt ons tot bijsturen. Gezamenlijk pogen catecheet en jongeren de wil des HEREN te verstaan om aldus te schuilen achter het „Alzo zegt de HERE Here”.

De eis tot catechisatie.

We hebben zowel aan de jeugd als aan de ouders te verduidelijken, dat het catechetisch onderwijs geen liefhebberij of service is, maar eis des HEREN. Met name wordt dit in het Oude Testament met klare woorden beklemtoond. Ik denk aan Deut. 6 : 7–9, 11 : 19–21 en Psalm 78 : 1–11. Zinvol acht ik elk seizoen te starten met een gesprek in discussievorm: „Waarom hier?”. Hierbij kan het principiële verschil met het godsdienstonderwijs op school niet onbesproken blijven.

Het leren op de catechisatie.

Zoveel mogelijk moet daaraan de hand worden gehouden. Ondanks andere gewoonten in andere kerken beware men zijn eigen identiteit. Een te grote toegeeflijkheid krijgt de pastor teruggetrakteerd op de belijdeniscatechisatie! Het letterlijk uit het hoofd leren moet men niet als eis stellen. Belangrijker is, als men in eigen verwoordingen bewijst de portee begrepen te hebben. Voor de catecheet is het een toetssteen of hij zijn kennis duidelijk overdroeg.

In de tijd van examens op school zullen we wat soepelheid voor het leren moeten opbrengen.

De indeling in groepen.

Een splitsing in aparte jongens- en meisjesgroepen behoort tot het verleden.

Een aparte groep van twaalfjarigen heeft alles voor. Ergens zijn ze nog te „kneden”.

Dertien- en veertienjarigen kunnen samen genomen worden. Idem de vijftien- en zestienjarigen. Daarna die vanaf zeventien jaar.

Voor deze — en andere splitsingen vallen geen vaste regels te geven, daar de leeftijdsopbouw in elke gemeente anders is.

Een vuistregel is wel, dat een groep niet te groot uitvalt. Beter een avond extra dan op één avond velen samengeperst. In het laatste geval komt het niet tot een echte groepsvorming en een zinvol algemeen gesprek.

De te behandelen stof.

In de jongere groepen kan bijbelse geschiedenis worden behandeld.

In de volgende uren zal men zich moeten concentreren op het aloude „geloof, gebed, gebod en sacramenten”.

Met zorg kieze men de leerboekjes. Het verdient mijns inziens beslist geen aanbeveling om zelf dictaat te geven. De jongelui hebben so-wie-so een hekel aan schrijven. Voor mijn gevoel zitten we in de mist met geschikte leerboekjes. Je staat in feite voor twee opgaven. In de eerste plaats is het hard nodig, dat men op de oudere groepen definities leert — in dezen voldoet de oude Beekamp uitstekend! Ten tweede moeten de boekjes aantrekkelijk zijn: duidelijk en geïllustreerd. De school is on? in vele opzichten voor. Zojuist heeft de duitse Pfendsack „Kent u de weg?” een goede hollandse pendant gekregen in „Wij geloven” van twee gereformeerde bondspredikanten. Het is een uitgave van Kok in Kampen.

Met de laatste groep valt prima met de Nederlandse Geloofsbelijdenis te werken. Je ontdekt in de behandeling, dat deze belijdenis hoogst actueel is.

De catechisatiebus.

Deze pot moet de catecheet zelf bij de uitgang presenteren. De opbrengst moet niet voor de kerk worden bestemd, maar voor de catechisatie zelf. Van het bedrag kun je de boekjes aanschaffen, een projector met dia’s, een filmtoestel, enzovoort. Er kunnen excursies worden gemaakt, bijvoorbeeld naar het bijbels museum in Amsterdam. Alles in het kader van het onderwijs. Zo’n bus brengt dan heel wat op!

De kerkeraad en de catechisatie.

In vele gemeenten is het een goede gewoonte, dat van tijd tot tijd door een ouderling de catechisaties worden bezocht.. De jongelui zien dan de belangstelling van de zijde van de kerkeraad. Noodzakelijk is, dat zo’n ouderling zich uitvoerig op de hoogte stelt van het wel en wee van de catechese. Ideaal zou zijn, als het complex van de catechisatie eens op een kerkeraadsvergadering als een apart punt aan de orde werd gesteld.

De ouders en de catechisatie.

De ouders hebben de roeping om allereerst zelf hun kinderen te onderwijzen. Dordrecht 1618–1619 heeft hierover duidelijke uitspraken gedaan.

Voorts heeft men naar belofte het catechetisch onderwijs naar vermogen te bevorderen.

Toegejuicht kan worden, dat de kerkeraad de ouders samenroept om met hen over dit belangrijk pastoraat te spreken.

Laten de ouders ook eens uitgenodigd worden om een catechisatie van hun kind bij te wonen met het vriendelijke verzoek hun bevindingen en adviezen op papier te zetten.

De pastor en de catechisatie.

De catecheet dient aan verschillende voorwaarden te voldoen. Ik beperk mij tot het volgende.

1. Voor zover dit mogelijk is, zorge de pastor in goede lichamelijke- en psychische conditie te zijn. Anders lok je ze automatisch uit.

2. We behoren ons op de stof terdege te prepareren.

3. Elke jongere en elke vraag moeten serieus worden genomen. Als we het niet weten of niet goed weten, is het geen schande dit te zeggen en naar de volgende week te verschuiven.

4. Van het begin af moet de orde gehandhaafd worden. Na een waarschuwing, verplaatsen en zonodig verwijderen. Een gesprek daarna onder vier ogen werkt vaak verrassend. Zo min mogelijk moeten de ouders worden ingelicht, tenzij dit dringend noodzakelijk is.

5. Het gebed voor de catechisatie neme een grote plaats in. In het catechisatielokaal wil de HERE God Zijn verbond door onze dienst bedienen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.