+ Meer informatie

De Christinnereis is voor jong en oud

7 minuten leestijd

44.

Blijkbaar is satan boos op zijn stad Ijdelheid en begrijpelijk, want haar ijver voor zijn naam en zaak is er niet op vooruitgegaan. Bij de martelaarspaal van Getrouw was haar vijandschap tegen de naam en zaak des Heeren tot op zijn hoogtepunt gekomen. Maar sindsdien is zij in de uitleving van haar vijandschap verzwakt en daarom moet de stad gestraft worden. Daar is een heel gezelschap pelgrims in de stad gekomen, hebben feestvreugde bedreven en niet één van hen is verklaagd bij de rechter. Vandaar zijn woede tegen haar.

Maar gelukkig, de stad zelf ziet dat nog niet in, weet momenteel nog niet uit welke hoek de wind der verschrikking waait. Doch in het huis van Mnason heeft men hierin door een vruchtbare bespreking klaarheid verkregen. Allen waren er van overtuigd dat op het monster der ongerechtigheid een aanval beraamd moest worden om erger te voorkomen. Nu vormen Stoutmoedig, Ingetogen, Heiligman. Leugenhater en Boetvaardig een uitgelezen bende van dapperen, en zij trokken welgewapend ten strijde. Al spoedig kwam het monster ziedende van woede op hen af, maar de helden hielden zo moedig stand, dat het, ziende dat zij niet terugdeinsden, telkens meer verslapte in zijn aanvallen, en zich ten slotte, uit vele wonden bloedende, in zijn hol terugtrok.

Gelukkig, in de naam des Heeren mocht deze kleine Gideonsbende het monster wederstaan. En vanwege zijn bloedende wonden trok hij zich terug in zijn hol om daar verlichting van zijn smart en genezing van zijn wonden te verkrijgen door het gebruik van de middelen uit zijn helse apothekerskokerij.

Deze heldenfeiten maakten dat Stoutmoedig en zijn helpers een goede naam verkregen in de stad, zodat velen, die zich niets bekommerden om hun inzichten, toch met een zekere eerbied van hun daden gewaagden, en hun geen leed meer durfden toebrengen. Doch altijd waren er enkele ondankbaren, te verblind om iets goeds te kunnen opmerken, en dezen bleven steeds met minachting van de dapperheid van de pelgrims spreken.

Eindelijk kwam het tijdstip voor de afreis bepaald. Nog eens werden de vrienden uitgenodigd voor de laatste maal zich te verenigen, om elkaar in het gebed de Heere op te dragen. En velen brachten van het hunne om de pelgrims te dienen met hun goederen. Daarop vervolgden zij hun weg, door de vrienden nog een eindweegs begeleid. Op het punt gekomen waar de laatsten terugkeerden, bevolen zij elkander verder God en Zijn genade en vertrokken.

Toen de pelgrims eindelijk alleen weer op weg waren, bezochten zij eerst nog de plaats waar Getrouw de marteldood had ondergaan. Ook daar knielden zij neer en dankten de Heere, die hem verwaardigd had zijn kruis Hem ten einde toe standvastig na te dragen, zodat zij zich opnieuw de Heere toewijden.

Nog geruime tijd spraken zij samen over de Pelgrim en Getrouw, en hoe heerlijk het voor de Pelgrim moest geweest zijn toen hij in plaats van Getrouw weer een nieuwe reisgenoot kreeg in Hoop.

’t Was voor dit pelgrimsgezelschap een historische plaats waar het gedenkteken van geloofstrouw tot in de dood bleef schitteren, want het werd door de Heere in stand gehouden. Dit heerlijke woord: „Ik vermag alle dingen door Christus, Die mij kracht geeft”, klonk hun als ’t ware door alles heen in de oren tot versterking.

Eindelijk kwamen zij bij de heuvel Winstbejag, waar de zilvermijn was, die Demas aftrok van de pelgrimreis, en waar waarschijnlijk ook Bijoogmerk is omgekomen. Maar toen zij bij het oude gedenkteken gekomen waren, dat tegenover de heuvel Winstbejag stond, te weten de zoutpilaar, die ook bij Sodom en de Dode Zee had gestaan, verwonderden zij zich evenals voorheen ook de Pelgrim, dat mensen van die kennis en dat kloek verstand, zo verblind waren om hier zijwaarts te gaan. Maar zij overlegden dat onze natuur geen rekening houdt met de ongelukken, die anderen zijn overkomen, vooral wanneer datgene, waarop zij het oog vestigden, aantrekkelijk is voor het dwaze oog. Ik zag nu, dat zij voortgingen tot zij kwamen aan de rivier, die aan deze zijde der Liefelijke Bergen is.

Het past ons altijd weer de Heere een ootmoedige dankzegging te doen door alles te hebben in Hem, zodat er geen plaats is voor de heuvel Winstbejag om die te begeren. Want dan gaan wij des te meer woekeren met de talenten ons door de Heere geschonken, om Hem bij Zijn komst met vreugde te begroeten. Ik zag nu in mijn droom hoe zij langs de oevers der rivier wandelden, onder de heerlijke bomen, wier bladeren genezing bieden voor zwakte en kwalen, en waarbij zij zich nu en dan mochten neervlijen in de altijd groene weiden.

Hier te mogen vertoeven in het geloof is tot uw verwondering, om er door geleid te worden tot het aanbidden van de Heere in Zijn Goddelijke trouw en Vaderlijke zorgen. Het is een gaan in de rust, een voorsmaak van de eeuwige zaligheid.

Zo werd hun aandacht getrokken door een schaapskooi, die gebouwd was voor de lammeren der kudde. Een man hield daarbij de wacht en zo dikwijls er één afdoolde, volgde hij het en droeg het in zijn armen naar de kudde terug. Nu wees Christinne haar dochters op de Goede Herder, aan Wiens zorg zij later, moeders zijnde, ook haar jonge kinderen zouden mogen toevertrouwen. „Deze”, sprak zij, „zal het verlorene zoeken, en de zwakken en zogenden zal Hij zachtkens leiden”.

Hoe dierbaar toch is het gelovig en geestelijk kennen van de Goede Herder in het luisteren naar Zijn stem om Hem te volgen met de ervaring dat Hij ons kent.

Zo gingen zij verder en nu kwamen de pelgrims aan het punt, waar de Pelgrim en Hoop verlokt waren om van de rechte weg af te gaan, zodat zij bij de reus Wanhoop waren terecht gekomen.

Daar zij een man als Stoutmoedig tot leidsman en gids hadden, beraadslaagden zij of zij geen verenigde aanval zouden kunnen doen op het kasteel Twijfel, ten einde pelgrims die daar misschien opgesloten konden zijn, te bevrijden. Enkelen, en vooral de vrouwen meenden, dat men zich niet ongeroepen in gevaar mocht begeven, maar na veel ernstig overleg werd eindelijk besloten, dat de dappersten een aanval zouden wagen. De vrouwen zouden achterblijven in gezelschap van Kleinmoedig en Lichtvertraagd, en de wacht houden tot de aanvallers terugkeerden, want al woonde reus Wanhoop ook nog zo dichtbij, indien zij slechts op de weg bleven, zou „een klein jongske hen kunnen hoeden”.

Dat Kleinmoedig en Lichtvertraagd er zich niet in geoefend hebben aanvallend te werk te gaan om met de vijand af te rekenen, is ons bekend en daarom werden zij er ook niet toe aangespoord deel te nemen aan deze, we zouden haast zeggen, levensgevaarlijke aanval. Onder de leiding van Stoutmoedig kwamen deze mannen zich te verstouten om over te gaan tot een aanval waarvan in de geschiedenis van de pelgrims er niet veel bekend zijn. Met reus Wanhoop hebben we wel terdege rekening te houden, want om zijn leven te redden deinst hij voor de vreselijkste wanhoopsdaden niet terug.

Maar wat zou nu toch wel de oorzaak geweest zijn dat een held als de Pelgrim en een man van stavast als Getrouw, zich niet kwamen te verstouten tegenover deze geweldige reus? Zij hadden zich toch wel tegenover hem kunnen verdedigen en zie zij gingen als ’t ware zo gedwee mogelijk met hem mee.

Wel, de oorzaak daarvan lig in het innerlijk leven van die mannen. Stoutmoedig en zijn mannen waren gehoorzaam, stonden met een vrije consciëntie tegenover de Heere. En geloofsgehoorzaamheid staalt en sterkt het hart in de strijd. Maar de Pelgrim was met zijn vriend Getrouw in ongehoorzaamheid en gemakzucht geweken van het rechte spoor, en daarin werden zij veroordeeld. En als het hart ons veroordeelt dan hebben we geen vrijmoedigheid tot God, zodat het vertrouwen op Hem en het aangrijpen van Zijn sterkte gemist wordt. En dan komen wij met trage handen en slappe knieën te staan tegenover het ongeloof. De spierkracht van . het geloof hebben wij nodig om met vaardige handen en stevige knieën de vijand aan te vallen. Een heilige spierkracht die het hart alleen in de weg van geloofsgehoorzaamheid bekomt, ’t Was de achterblijvenden dan ook met kracht en klem op het hart gebonden te blijven op de weg der gehoorzaamheid, want dan zijn wij veilig in de Heere.

Nijkerk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.