+ Meer informatie

TER OVERWEGING

9 minuten leestijd

Prof.dr. C. van der Meer, Afscheid van het leven. 20 jaar denken over sterven en dood. Uitg. Kok, Kampen 1990. 222 blz. Prijs f 29,90.

De auteur is bekend als hoogleraar interne geneeskunde aan de V.U., sinds 1987 emeritus. Hij heeft veel gepubliceerd over medisch-ethische vraagstukken. Ook daarin is hij opvolger van prof. G.A. Lindeboom.

In dit boek zijn allerlei eerder gepubliceerde artikelen en voordrachten bijeengebracht. Vier hoofdthema’s kent het boek: Confrontatie met de dood (drie artikelen); Begeleiding van stervenden (ook drie); De milde dood (twee); Ethische dilemma’s (vier artikelen). Het oudste artikel is de inaugurele oratie uit 1970. Het laatste (wat tijd en plaatsing in het boek betreft) uit 1988, dus nog van na zijn terugtreden.

Er vinden veel overlappingen plaats, ook nogal eens herhalingen. Eén voorval wordt zelfs drie keer vermeld (blz. 62, 100 en 169). Het best vind ik de auteur als hij bezig is te schrijven over omgaan met mensen. Bijna pastoraal, met grote levenswijsheid en met een enorme ervaring! Bewonderenswaardig!

Toch stelt het boek mij teleur. Niet in de eerste plaats om de reeds genoemde herhalingen. De schrijver is ten aanzien van euthanasie van standpunt veranderd.

Eerst tegen actieve euthanasie, later is hij ervoor, wel met enige reserve, maar toch duidelijk voor. De wending ligt, naar het boek te oordelen, omstreeks 1985. Hij is Kuitert gevolgd. Dat brengt mee dat hij bij de discussies een verwijzing naar Hitler-Duitsland in wezen absurd vindt (blz. 151) - een uitspraak van 1986. Op blz. 55 (een opstel uit 1974) heeft hij gezegd dat een afglijden naar pseudo-euthanasie, zoals in het Derde Rijk in de praktijk is voorgekomen, te duchten is. Wie het een en ander in één boek laat afdrukken, publiceert meer een voor de schrijver interessant biografisch document dan dat hij de lezer dient. Wat wil hij nu eigenlijk? Laten zien hoe hij vroeger gedacht heeft? Of hoe hij is veranderd?

Deze werkwijze maakt het boek onbevredigend, vooral wel omdat de verandering van standpunt in kleine letters boven enkele hoofdstukken wordt gerechtvaardigd met: er is geen principieel verschil tussen actieve en passieve euthanasie. Toch werd de eerste in 1970 afgewezen!

Ds. Reinder Bruinsma, De Christen en zijn geld. Uitg. Kok, Kampen 1990. 184 blz. Prijs f 25,75.

De schrijver is predikant bij de Kerk der Zevendedagadventisten. Hij werkt in Afrika in zending en ontwikkelingssamenwerking.

Het boek is verdeeld in zes hoofdstukken. De bijbelse gegevens krijgen ruime aandacht. Daarna worden problemen besproken in verband met uitgaven voor zending en ontwikkelingssamenwerking. Juist door deze bespreking bestrijkt het boek een breder gebied dan de titel aangeeft. De schrijver gaat praktisch te werk. Hij vertelt nogal wat over zijn eigen leven, werk en ervaringen met de besteding van geld. Hij is breed van stof. Een pluspunt vind ik de realiteitszin van de schrijver. Hij overvraagt èn onderschat niet. Ten aanzien van het thema vindt men hier niet veel nieuws vergeleken met de publikaties van J.R de Vries en C. van der Leest. Waar hij meer biedt, gaat hij buiten het thema.

Dr.ir. H. van Riessen, Christelijke Politiek in een wereld zonder God. Uitg. Marnix van St. Aldegondestichting, RPF-publikatie nr. 7, 1990. 98 blz. Prijs f 14,90.

Dit is nummer zeven in de serie, die het wetenschappelijk studiecentrum van de RPF uitgeeft. Keurig verzorgd is de omslag en de lay-out. De auteur is bekend als hoogleraar in de reformatorische wijsbegeerte te Delft en Eindhoven. Hij heeft ook in Breda (KMA) en aan de VU filosofie gedoceerd. Hij heeft heel wat publikaties op zijn naam staan, waaronder ”De Maatschappij der toekomst” (vijfde druk 1973) de bekendste is. Dit boekje is te beschouwen als een samenvatting van zijn gedachten over christelijke politiek. Hij stelt met genoegen vast dat de feiten het gelijk bewijzen van zijn protest tegen een collectivistische maatschappij. Zelfs socialisten gaan de weg die hij als de enig juiste beschreef in genoemd boek. Dit betekent dat het boek meer terugziet dan vooruitblikt. Daarmee is de waarde aangegeven. Vergeleken met de verwachtingwekkende titel is de inhoud ervan beperkt. Het is een leerzaam boekje als samenvatting van des schrijvers ideeën. Het stelt wat teleur als men duidelijke aanwijzingen voor de toekomst verwacht.

Ds. G. Kwakkel, Uitgekozen. De Bijbel overvragen rond de uitverkiezing. Uitg. De Vuurbaak, Groningen 1990. 89 blz. Prijs f 15,75.

Een eenvoudig, praktisch en bijbels boekje over de uitverkiezing. De schrijver heeft op gelijke wijze over de Psalmen geschreven. Hij behandelt vrij uitgebreid en tegelijk heel helder Deuteronomium 7 : 6-8; Efeziërs 1 : 3-6; Filippenzen 2 :12-13; Romeinen 9 : 14-18 en 19-24. Ik heb waardering voor de duidelijkheid, voor de aansluiting bij de Dordtse Leerregels en voor de praktische opzet. Achter elk hoofdstuk vindt men vragen. Deze kunnen alleen beantwoord worden, als men het voorgaande hoofdstuk behoorlijk heeft bestudeerd. Vooral in de beide laatste hoofdstukken toont de schrijver zich een leerling van K. Schilder op het punt van de verkiezing en verwerping. Ik zou de uitspraak van de Dordtse Leerregels dat verkiezing en verwerping niet op gelijke wijze in het besluit van God voorkomen (als ik het zo mag omschrijven), meer gehonoreerd willen zien. Dat zou ertoe geleid hebben sommige formuleringen wat meer te nuanceren. Meereen studieboek dan een meditatief boek.

Ds. C. Trouwborst, De voorlaatste brief. Uitg. De Groot Goudriaan, Kampen 1989. 109 blz. Prijs f 16,50.

De ondertitel van dit exegetisch-meditatieve boekje luidt: Een bijbelstudie over de brief van Judas. Dat is een rake typering, die een recensent graag van de scribent wil overnemen. In dertien hoofdstukjes wordt de hele brief besproken. Steeds worden er kopjes gebruikt, die aan de tekst van het behandelde vers zijn ontleend. Dat maakt de behandeling overzichtelijk en doorzichtig. Steeds worden lijnen naar vandaag getrokken. Waarom de ”voorlaatste brief”? Is het terecht dat de schrijver 2 Petrus als een latere brief beschouwt? Of bedoelt hij dat Johannes zijn zevental als één brief schreef? Verwerking van de dissertatie van dr. Van Houwelingen zou hier en daar tot iets scherpere formuleringen hebben kunnen leiden. Het was trouwens niet verkeerd geweest, als voor verdere studie naar literatuur was verwezen waarvan de schrijver gebruik heeft gemaakt. De vragen roepen soms vragen op. Ik moest ze hier en daar nog eens overlezen om de bedoeling te begrijpen. Dat wijst erop dat ze niet gemakkelijk - doorzichtig - zijn geformuleerd. Er zijn er trouwens ook wel wat veel per hoofdstuk. Overigens veel waardering voor deze praktische bijbelstudie.

Drs. R.M.M. Berns (red.), Om het beheer van de Schepping. Uitg. Marnix van St. Aldegondestichting, Studiecentrum RPF, Nunspeet. 116 blz. Prijs f 14,90.

Dit is nummer acht in de serie van het wetenschappelijk studiecentrum van de RPF. Het boek telt tien (ongenummerde) bijdragen, van verschillende omvang. De schrijvers gaan vanuit hun vakdisciplines in op verantwoordelijkheid voor/vanuit de schepping. Bijbelse grondnoties en motieven komen aan de orde. Vooral het opstel van dr. Jochemsen ”Scheppingbeheer als eredienst” heeft ons aangesproken. ”De verhouding tussen ecologie en economie” is een vrij technisch hoofdstuk, maar niet onbelangrijk. De laatste zes bijdragen zijn zeer be-knopt, o.a. over verkeer en vervoer, gemeentelijk beleid, water, energie, ontwikkelingssamenwerking en landbouw. Al met al een waardevolle bundel, die principieel, praktisch en ter zake kundig op de problemen ingaat.

Dr. R. Kranenburg, Reïncarnatie en christelijk geloof. Uitg. Kok, Kampen 1989. 168 blz. Prijs f 25,50.

De schrijver heeft heel wat gepubliceerd op het terrein van de godsdienstwetenschap. Samen met anderen (ook voorstanders) deed hij een boek over reïncarnatie verschijnen. Kennelijk heeft hij behoefte gevoeld zich vanuit het christelijke geloof nog eens expliciet over reïncarnatie uit te spreken. Hij heeft veel materiaal verzameld en hier besproken. Viervijfde van het boek bestaat uit informatie over wat anderen erover hebben geschreven en gedacht. Daarbij zijn lange citaten, die dienst kunnen doen voor hen die zelf niet over de besproken literatuur beschikken. Voor deze informatie heb ik waardering. De auteur bespreekt de meningen binnen hindoeïsme, boeddhisme, theosofie, antroposofie en christelijke kringen over reïncarnatie. Er blijkt grote verscheidenheid van opvatting te zijn. Zijn grondstelling is, dat reïncarnatie een geloof is, en geen (wetenschappelijk) bewezen feit. Met name gaat hij in op de samenhang van reïncarnatie en spiritisme. Het blijkt dat alles wat als bewijs wordt aangevoerd, onvoldoende is, of door heel andere factoren veroorzaakt kan zijn. Dit is een interessant stuk van het boek. Het slot stelt mij teleur. Daarin schrijft hij vanuit zijn christelijke geloofsovertuiging. Hij wijst het bestaan van de hel af. Een God die de hel zou scheppen, kan geen God van liefde zijn (blz. 163). Vervolgens: men kan na de dood in verschillende werelden komen te leven. God kan mensen steeds weer opnieuw scheppen en hen steeds nieuwe levenskansen geven (blz. 162 v.). Het komt mij voor dat de schrijver zo de gedachte van de reïncarnatie projecteert in de eeuwigheid. Bovendien pikt hij zo de leer van het vagevuur op, maar dan niet als straf, maar als pedagogisch middel tot groei en ontwikkeling. Voor mij is dit volstrekt speculatie. Is het dat eigenlijk voor de schrijver ook niet, gezien diens woorden: ”Overigens moeten we wel beseffen dat het bovenstaande een mogelijkheid is. Het hoeft niet, het kan ook anders” (blz. 163)? Een informatief boek dat we met gemengde gevoelens uit handen leggen.

Voor Hem een ander? Onder redactie van dr. P.N. Holtrop en drs. L. Minnema. Uitg. Meinema, Den Haag 1990. 152 blz. Prijs f 27,50.

Deze bundel bevat vertalingen van referaten, die op een conferentie in 1986 in Claremont, in de Verenigde Staten zijn gehouden. De ondertitel luidt: Ontwerpen voor een pluralistische theologie der religies. Tal van vooraanstaande godsdienstwetenschappers komen aan het woord. Zij leveren een gedegen bijdrage, vaak voorzien van uitvoerige literatuuropgaven. Prof. Holtrop (theologische universiteit Kampen, synodaal) heeft de inleidng geschreven. Deze is eigenlijk een rubricering van de standpunten, die men aantreft. Helder, overzichtelijk en oriënterend. Bij alle variaties, zeggen de meeste schrijvers, is strijd tegen onderdrukking en vóór bevrijding het gemeenschappelijke in alle godsdiensten. Zo wordt de religie in het ethos geconcentreerd en - principieel - genivelleerd. Opmerkelijk is het, dat er van orthodoxe zijde geen enkele bijdrage is. Ik kan althans de hier verdedigde standpunten niet orthodox noemen. Een van de schrijvers wijst op de invloed van het liberalisme, welk tot zulk een pluralistische opvatting heeft geleid. Het christendom is een van de vele godsdiensten. Jezus Christus deelt Zijn unieke plaats met vele anderen. Een trieste conclusie uit een ter zake kundig geschreven boek.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.