+ Meer informatie

Genesis 2 en 3

4 minuten leestijd

1

Al geruime tijd liggen er verschillende brieven, die we van lezers van ons blad ontvingen, op behandeling te wachten. Ze gaan over hetzelfde onderwerp. Ze betreffen in hoofdzaak het boek van Prof. Dr. B. J. Oosterhoff: Hoe lezen wij Genesis 2 en 3? Dit werk verscheen dit jaar bij J. H. Kok N.V. te Kampen. Het kost f 19,50.

Uit de brieven spreekt een bepaalde verontrusting. De lezers vragen om opheldering in ons blad.

Het gaat hier over een zaak, die niet alleen de belangstelling heeft van de briefschrijvers, maar zoals telkens weer blijkt ook van vele anderen. Daarom willen we in enkele artikelen aandacht besteden aan de studie van prof. Oosterhoff. Op de voorgrond stellen wij, dat in deze artikelen niet een volledige behandeling van dit boek te vinden zal zijn. Evenmin een kritische beoordeling omtrent de gehele inhoud. We willen alleen de indruk weergeven, die het lezen en overdenken van dit werk maakte. Dit zeggen we om bij voorbaat alle misverstand te voorkomen.

In de inleiding zegt prof. Oosterhoff, wat hem aanleiding gaf dit boek te schrijven. Daarbij zijn de uitspraak van de Generale Synode van de Gereformeerde kerken van Assen 1926 en de buiten werking stelling van die uitspraak in 1967 van groot belang geweest. Dat is te begrijpen. In 1967 werd Assen losgelaten. Dr. Schelhaas ziet daarin een aantasting van het Schriftgezag.

Prof. Oosterhoff wijdde er artikelen aan in De Wekker. Hij ging uit van de juistheid van Assen, maar begon daar toch meer en meer aan te twijfelen en gaf bv. aan het eind van zijn Wekker-artikelen als zijn mening te kennen, dat wat ons in Gen. 2 en 3 wordt medegedeeld, echt gebeurd is, maar dat rekening moeten worden gehouden met een bijzondere wijze waarop dat gebeuren wordt medegedeeld.

We laten hier volgen, wat prof. Oosterhoff zelf verder schrijft:

„Dit vroeg om een nadere verklaring en motivering. Gedeeltelijk heb ik die gegeven in een lezing voor de Chr. Geref. Predikantenvereniging in juni 1968. Vanzelfsprekend moest ik mij in een bestek, dat een lezing toelaat, beperken.

Van de lezing verscheen een kort verslag in „De Wekker”. Daar dit verslag maar heel kort kon zijn en elke motivering moest worden weggelaten, kon het gemakkelijk tot misverstand aanleiding geven. Ik heb dan ook brieven ontvangen, waarin mij dingen werden verweten, die ik nooit gezegd of bedoeld had. Er waren er zelfs, die twijfelden aan de erkenning door mij van het gezag der Schrift.

Op de synode van-onze kerken in Hilversum in het najaar van 1968 werden door een lid der synode enige vragen naar aanleiding van het bewuste Wekker-verslag gesteld. Het was toen niet de tijd en de plaats daarop in te gaan, maar de voorzitter der synode vroeg mij in een brochure een en ander nader te verduidelijken. Dat was toen geen officieel verzoek van de synode, maar de voorzitter gaf uitdrukking aan „het verlangen van velen”.

Als zodanig heb ik mij tot het schrijven gezet. Maar al schrijvende bleek mij, dat wat ik wilde zeggen binnen het bestek van een brochure niet blijven kon.

Al was het niet mijn bedoeling een uitvoerige exegese te geven van Gen. 2 en 3, daar dit kortgeleden nog door prof. Gispen was gedaan in zijn boek „Schepping en Paradijs”, kon ik er toch niet van buiten. Ik heb geprobeerd ook voor eenvoudige gemeenteleden te schrijven en moest soms wat uitvoerig zijn om ook hen in mijn onderzoek mee te nemen. Want het is mijn bedoeling met mijn boek samen op onderzoek te gaan.”

Tot hiertoe prof. Oosterhoff. We menen op deze wijze de bedoeling van de schrijver duidelijk naar voren te hebben gebracht. Daar heeft deze recht op. Hij heeft gepoogd door deze studie alle misverstanden en mogelijke vooroordelen weg te nemen. Daar moeten we dankbaar voor zijn. Dit houdt natuurlijk niet in, dat we het bij voorbaat met de geleerde schrijver eens moeten zijn, maar wel, dat we moeten uitgaan van de gedachte, dat het de bedoeling van prof. Oosterhoff is geweest om de verontrusting, die er was ontstaan, geheel weg te nemen.

Uit het feit, dat verschillende lezers van ons blad geschreven hebben, blijkt, dat er ondanks de brede uiteenzetting van prof. Oosterhoff toch nog verontrusting gebleven is. Dat kunnen we begrijpen. We kunnen veel waardering hebben voor de studie van de schrijver en het werk van grote waarde achten voor de theologische wetenschap, maar daarmee zijn de vragen, die er bij velen leefden, niet beantwoord.

Vandaar, dat we in volgende artikelen enkele opmerkingen willen maken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.