+ Meer informatie

Slagveldtoerisme doet vragen en aanbidden

5 minuten leestijd

Een poos geleden las ik in een grote neutrale krant een artikel over een trend in het toerisme: het slagveldtoerisme. Die krant deed nogal negatief over het verschijnsel. Het kijken naar de overblijfselen van allerlei oorlogen is telkens opnieuw een poging een oorzaak te vinden voor in alle tijden door onze eigen beschaving veroorzaakte en aanvaarde krankzinnigheid, zo stond er.
Nu was deze krant niet de eerste die er zo over dacht. In een enigszins mildere vorm kom je die gedachte ook tegen bij de Engelse dichter Robert Southey (1774 - 1843) in zijn gedicht "The Batde of Blenheim". Die slag vond plaats in 1704 bij Blenheim in Beieren. Zo'n honderd jaar later, vertelt Southey, vinden kinderen daar een schedel en gaan ermee naar hun opa. . „Wat is dat, opa? " „Ach lieverds, dat is de schedel van een arme soldaat, die sneuvelde toen in vroeger dagen hier in de buurt een groot leger werd verslagen." „Waarom vochten die soldaten met elkaar, opa?" „Dat weet ik ook niet, kind, maar dat grote leger werd in ieder geval verslagen. De Engelsen joegen de Fransen weg, geloof ik." „Waarom deden ze dat, opa?' „Dat weet ik ook niet, kind, maar de Engelsen wonnen gelukkig, zegt iedereen." De kinderen vragen nog een hele poos door. Maar opa houdt vol: al werden de huizen afgebrand en al moesten alle mensen vluchten en al weet hij ook niet wat Beieren er uiteindelijk mee opschoot, één ding herhaalt hij steeds: „It was a famous victory." De laatste regel van elk couplet: It was a famous victory.

Napoleon
Wat van het slagveld bij Blenheim in Beieren geldt, gaat niet op voor de plaatsen waar wij in de vakantie met onze kinderen en kleinkinderen heengaan.
Wat de Grebbeberg, het Airbornekerkhof in Oosterbeek, Overloon in NoordBrabant en Margraten in Limburg aangaat, kunnen we wel degelijk weten waarvoor al die jonge mannen hun leven gaven. En het is onze dure plicht om ons nageslacht eerbied bij te brengen voor deze plekken in de vaderlandse bodem. Moeilijker wordt het, dat geef ik graag toe, als we Vlaanderen intrekken en de slagvelden van leperen en Verdun bezoeken. Waarom ging het toch eigenlijk in de Grote Oorlog van 19141918? Nog verder terug in de geschiedenis is daar de sinistere figuur van Napoleon Bonaparte. Het is goed een en ander over hem te lezen voordat we op excursie gaan naar Waterloo, waar hij op 18 juni 1815 definitief werd verslagen, of naar Leipzig, waar hij twintig maanden daarvoor, in oktober 1813, zijn eerste nederlaag leed in de zg. Volkerenslag.

Ierland
Deze zomer brachten de media artikelen en beelden van de zoveelste herdenking van de Slag aan de Boyne (ten Noorden van Dublin in Ierland). Onze stadhouder Willem III versloeg daar op 1 juli 1690 de troepen van zijn schoonvader Koning Jacobus II van Engeland. Graag veronderstel ik veel onheilig vuur bij de Ulsterse Oranjemannen, maar dat ook die slag een plaats had in Gods raadsplan met deze wereld en met Zijn Kerk is een substantieel onderdeel van ons geloven en belijden. Alles te schrijven op het conto van de "door onze beschaving veroorzaakte en aanvaarde krankzinnigheid" is derhalve een niet-christelijk standpunt. Gods raad zal bestaan; Hij zal al Zijn welbehagen doen, ook als het gaat om de oorlogen die de wereld teisteren. En alle dingen, ook die verschrikkelijke veldslagen, moeten medewerken ten goede hen, die naar Zijn voornemen geroepen zijn. God regeert, en zal Zijn almacht tonen. Vanuit dat oogpunt is, wat dan heet, slagveldtoerisme zeker niet af te wijzen.

Stalingrad
Voor een christen wordt alles nog veel ondoorgrondelijker als hij bedenkt dat in de loop der eeuwen niet zelden in legers die tegenover elkaar stonden aan beide zijden godvrezende jongens de wapens droegen. Aan beide zijden van het front haalde de Heere de Zijnen, die elkaar bevochten, thuis. In een van mijn plakboeken zit een innig gedicht, waarvan verteld wordt dat het werd aangetroffen in de borstzak van een in 1943 bij Stalingrad gevallen Duitse infanterist. Het eerste couplet luidt: Erscheinen meines Gottes Wege? mir seltsam, ratselhaft und schwer,/ und gehn die Wünsche, die ich hege,/ still unter in der Sorge Meer./ Will trüb und schwer der Tag verrinnen,/ der mir nur Qual und Schmerz gebracht,/ dann will ich mich auf eins besinnen,/ dass Gott nie einen Fehler macht.
Een kleinzoon van de bekende historicus J.H. Merle d'Aubigné vond op 1 oktober 1917 op 19-jarige leeftijd de dood aan het front langs de Somme in Vlaanderen. Philippe Biéler heette die jongen. In zijn laatste brief naar zijn ouders kwamen de woorden voor: „In de loopgraven ervaren wij de nabijheid van Christus."

Spionkop
Onder de Britse dragonders en fuseliers die in 18801881 en in 1899-1902 tegen de Boeren in ZuidAfrika vochten telde men ongetwijfeld ook de zonen van de geslachten die thuis, in Engeland, opgingen onder de prediking van William Huntington of Joseph Irons, van Spurgeon, Ryle of Philpot. Na de "Battle of Spionkop" op 23 januari 1900 vonden de Boeren, die "God zal opstaan tot de strijd" zingend het gevecht waren ingegaan, de lichamen van de Britten, gevallen door patronen uit de lopen van de Boerenmausers, op het Afrikaanse veld. En in Londen verdrongen zich bevende familieleden voor de krantenbureaus in Fleetstreet, waar de lijsten met namen van gesneuvelden die telegrafisch waren doorgeseind, werden opgehangen.

Laat de wereld het slagveldtoerisme noemen, met deze en soortgelijke gedachten komen wij terug van vakantie. En in diepe aanbidding gaan wij, thuisgekomen, toch weer zingen van de Vredevorst Die komen zal.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.