+ Meer informatie

Biotechnologie voor politid een ongrijpbare kwestie

11 minuten leestijd

Zoals zo langzamerhand gebruikelijk is bij ethisch gevoelige kwesties, lopen kabinet en Kamer achter de feiten aan. Ook bij het onderwerp biotechnologie is van enige sturing nauwelijks sprake. De wetenschappers kunnen hun gang gaan.

Dat gaat in ieder geval op voor biotechnologie bij planten. Daar gelden momenteel geen beperkingen. Mogelijk komen er wel voorschriften in de zogenaamde Flora- en faunawet, maar die zal pas aan het eind van dit jaar naar de Tweede Kamer worden gestuurd. Op dit moment heeft ook het ministerie van landbouw, natuurbeheer en visserij geen duidelijke mening over biotechnologie bij planten, zo bevestigt een woordvoerster.

Voor de biotechnologie bij dieren staat het een en ander op stapel. Nog voor het zomerreces, zo heeft staatssecretaris Gabor van landbouw, natuurbeheer en visserij de Kamer beloofd, zou er een regeringsstandpunt bekendgemaakt worden over een rapport Ethiek en biotechnologie bij dieren. Daarin zou de regering haar mening in hoofdlijnen geven over biotechnologie. De bewindsman is zijn toezegging niet nagekomen. Donderdag is de Kamer met reces gegaan, maar Gabor heeft nog niets van zich laten horen.

Meen, tenzij

Op dit moment is er voor biotechnologie bij dieren ook een zogenaamde algemene maatregel van bestuur in voorbereiding. Daarin staat onder welke voorwaarden biotechnologie is toegestaan. De Tweede Kamer heeft daarvoor de grote lijnen vastgesteld tijdens de discussie over de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. De algemene maatregel van bestuur dient ter uitvoering van hetgeen in deze wet is vastgelegd en heeft uiteindelijk een tijdelijk karakter. Na een gedachtenwisseling tussen regering en Tweede Kamer over het regeringsstandpunt met betrekking tot het rapport Ethiek en biotechnologie bij dieren, zal er namelijk door de staatssecretaris een speciale wet over genetische manipulatie worden ingediend (Wet genetische modificaties). Tenminste, dat heeft de regering steeds beloofd. Binnen het ministerie van landbouw zijn sinds enkele weken echter geluiden te horen dat deze wet er niet zal komen.

In de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren is dus een artikel opgenomen waarin over biotechnologie wordt gesproken. Daarin wordt uitgegaan van het "neen-tenzij-principe". Biotechnologie is verboden, tenzij aan een aantal randvoorwaarden wordt voldaan. Deze constructie is bedacht door het Leidse biotechnologiebedrijf Gene Pharming en is door de kamerleden Van Noord (CDA) en Swildens (PvdA) via een amendement in de wet ingebracht. Al het biotechnologisch onderzoek moet worden aangemeld bij de commissie-Vcogem (Voorlopige commissie genetische modificatie). De commissie beoordeelt de aanvragen mede op grond van het neen-tenzij-principe.

De regering kan zich op dit moment in het standpunt van CDA en PvdA goed vinden. Staatssecretaris Gabor zei tijdens het debat over de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren: „Ik ben niet onder alle omstandigheden een geheid tegenstander van biotechnologische handelingen... Dit zou betekenen dat er ook geen gebruik meer kon worden gemaakt van de zeer veel mogelijk positieve effecten. Dat zou ik bepaald ongewenst vinden".

Door het wijzigingsvoorstel van CDA en PvdA moet de staatssecretaris nu de vergunningen voor onderzoek en toepassing van biotechnologie afgeven. De bewindsman is niet van plan controle te laten uitoefenen op de naleving van de gestelde regels. Naar zijn oordeel hebben de onderzoekers die niet van tevoren om een vergunning hebben gevraagd, er op enig moment belang bij met hun genetisch gemanipuleerd materiaal in de publiciteit te komen. Controle op de gestelde regels moet dan achteraf plaatsvinden.

Van de criteria die Gabor in de beoordeling van aanvragen zal betrekken zijn de volgende de belangrijkste: met welk materiaal wordt de verandering aangebracht; hoe verhoudt zich de verandering tot de omvang van het dier, zijn uiterlijk en gedrag? Ook zal er nadrukkelijk worden gelet op de soortenrijkdom. Dat het "neen-tenzij-principe" geen afdoend antwoord is op de voorliggende problematiek, bleek wel uit het verzoek dat gedaan is door het Leidse bedrijf Gene Pharming om kalveren resistent te mogen maken tegen uierziekte (mastitis). Voorstanders leggen er de nadruk op dat deze voor de koeien hinderlijke ziekte bestreden moet worden. Tegenstanders onderstreepten dat intensieve huisvestingssystemen en verkeerde bedrijfsvoering aan deze ziekte ten grondslag liggen. Bovendien bleek dat de onderzoekers een zogenaamd mens-identiek gen hadden gebruikt. De tegenstanders keurden dit ten sterkste af.

Deze gang van zaken maakt nog eens duidelijk dat de algemene maatregel van bestuur waarin een en ander uitputtend wordt geregeld, er snel moet komen. De tekst in de Gezondheids- en welzijnswet van dieren ligt er nu weliswaar, maar er is meer nodig om een en ander goed te regelen. Gezien de afspraken die nu reeds zijn gemaakt, moet echter niet verwacht worden dat de normen fors aangescherpt worden.

Kennisleverancier

Ondertussen blijken de drie grote partijen in de Tweede Kamer voorstander te zijn van genetische manipulatie bij dieren. De VVD-fractie lijkt het verst te gaan. Het kamerlid Blauw waarschuwt voor politieke besluitvorming „waarbij wij het risico lopen dat wij Nederland, dat kennisleverancier is van gemotiveerde mensen die zich in de fundamentele onderzoekswereld willen begeven, daardoor minder aantrekkelijk maken en daardoor wellicht op een afstand zouden komen".

Genetische manipulatie wijst de VVD'er niet af. „Wij hebben geen problemen met het toepassen van nieuwe technologieën wat genetische manipulatie c.q. modificatie betreft, als het zich bepaalt tot dezelfde soort. Vroeger deden wij dat op een natuurlijke weg, nu doen wij het wat sneller". De VVD'er tekent er dus bij aan dat genetische manipulatie zich moet beperken tot dezelfde soort: „Wij krijgen problemen als het buiten de soort gaat. Wij komen dan gauw in de transgene sfeer: blaffende kippen enzovoort. Dat hoeft niet". Ook het gebruik van mens-identieke genen keurt Blauw af. „Want dat is heel duidelijk grensoverschrijdend".

CDA en PvdA trekken in hun standpunten grotendeels hetzelfde op. Dat is ook niet helemaal verwonderlijk, omdat deze partijen op dit moment gezamenlijk in de regering zitten. Voor het CDA-kamerlid Van Noord spelen principiële motieven mee. Tijdens het debat over de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren vroeg de CDA'er aan SGP-kamerlid Van der Vlies of deze het vanuit „zijn geloofsovertuiging" verantwoord achtte om een „niet onbelangrijke ziekte, slecht voor het welzijn van het dier" te bestrijden door genetische manipulatie. De christen-democraat beantwoordt die vraag zelf bevestigend.

Van Noord wil zich in afwachting van de algemene maatregel van bestuur waarin de regels voor biotechnologie staan; niet al te vast leggen in zijn standpunten. Zo wil de CDA'er in dit stadium het klonen van embryo's (waarbij identieke dieren ontstaan) niet verbieden.

Ook over het gebruik van mens-identieke genen houdt Van Noord een slag om de arm. Voor het gebruik van menselijk weefsel bij genetische manipulatie wil de CDA'er in afwachting van de algemene maatregel van bestuur geen toestemming geven. Eigenlijk wil de CDA'er af van het begrip mens-identiek gen. „Daardoor ontstaat er een stuk begripsverwarring. In de discussie over het kalf Adriana gaat het over een onderdeel van een gen die zich ook in moedermelk bevindt en dat onderdeel is nagebouwd in het laboratorium".

Voor het CDA geldt de regel dat er geen nieuw dier moet ontstaan. Dat wil niet zeggen dat Van Noord tegen het gebruik van menselijke genen is bij dieren of dat bij voorbeeld varkensgenen niet bij koeien gebruikt mogen worden of omgekeerd. „Ik zal nooit zeggen wat in algemene zin wel of niet kan. Het gaat er om welk doel ermee gediend is. Als men een menselijk gen in een koe wil inbouwen om de produktie te verhogen, dan zeg ik „nee", maar als er enig doel mee gediend is, bij voorbeeld ter bestrijding van kanker, dan ga ik er wel mee akkoord", aldus de CDA'er.

Afwachtend

Ook het PvdA-kamerlid Swildens stelt zich op dit moment afwachtend op. „Bij het opstellen van die algemene maatregel van bestuur zullen wij de discussie weer gaan voeren. Wij hopen dan meer informatie te hebben en een standpunt van de staatssecretaris over het rapport Ethiek en biotechnologie bij dieren", aldus het kamerlid.

Swildens is zelfs niet bereid op dit moment een definitie van biotechnologie te geven. Tijdens het debat over de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. vroeg het D66-kamerlid Tommel of er in deze wet geen definitie opgenomen moest worden. Het antwoord van Swildens luidde toen ontkennend. Maar waarom die terughoudendheid? Volgens het PvdA-kamerlid heeft dat ook te maken met de nog volgende discussie over het regeringsstandpunt inzake het rapport Ethiek en biotechnologie bij dieren. „Ik ben er echt niet toe in staat", zo motiveert het kamerlid.

Het is opvallend dat Swildens bij de toetsing door staatssecretaris Gabor of een bepaalde biotechnologische handeling wel of niet verricht mag worden, vindt dat er ook sprake moet zijn van een milieutoetsing. Maar dan milieu in de betekenis van natuur. Het klonen van embryo's kan een bedreiging vormen van de diversiteit van de soorten en de aantasting van de soortenrijkdom, aldus mevrouw Swildens, die daarmee het klonen en andere biotechnologische technieken niet per definitie afwijst.

Ondanks de terughoudendheid van de regeringspartijen ten aanzien van wat mogelijk en niet mogelijk moet zijn, willen ze de experimenten van het Leidse bedrijf Gene Pharming niet stopzetten. Een motie terzake van D66, Groen Links en SGP werd alleen door de RPF gesteund.

Kleine kier

De fractie van D66 hanteert ten aanzien van biotechnologie bij dieren in principe hetzelfde uitgangspunt als de regeringsfracties: neen, tenzij. Toch staat de deur bij de democraten op een kleinere kier dan bij CDA en PvdA. Zo wijst D66 de genetische manipulatie om bij koeien uierziekte te voorkomen af. „Mastitis is een typisch gevolg van de wijze waarop wij koeien huisvesten en als wij er wat aan willen doen -en daar is veel voor te zeggen— moeten wij de huisvesting veranderen en niet de koe", aldus Tommel. Ook het klonen en het gebruik van mens-identieke genen wijst het D66-kamerlid af.

Het standpunt van de fractie van Groen Links sluit nauw aan bij dat van D66. De fractievoorzitter van Groen Links, mevrouw Beckers, vindt dat de innerlijke waarde van het dier ingrepen verbiedt. Er mag wel een uitzondering gemaakt worden voor zaken waar geen of nauwelijks alternatieven voorhanden zijn. „Ik denk daarbij aan misschien de produktie van een bepaald medicijn of misschien het gebruik voor kankeronderzoek", aldus mevrouw Beckers.

Verkeerde richting

De drie kleine christelijke fracties zitten niet helemaal op één lijn. Het GPV staat niet afwijzend tegenover genetische manipulatie bij dieren. Volgens het kamerlid Van Middelkoop hoeft hiermee geen morele grens te worden overschreden, mits rekening wordt gehouden met de eigen aard van het dier. „Zoals met alle kennis waarover wij beschikken, kunnen wij deze wetenschap goed en verkeerd gebruiken. Er zijn goede resultaten bekend van bij voorbeeld medicijnen die met behulp van genetisch gemanipuleerde organismen kunnen worden geproduceerd", aldus Van Middelkoop. Ondanks het goede gebruik ziet de GPV'er ook nadelen: „Vooral de dwang van economische motieven kan ons in onze samenleving een fundamenteel verkeerde richting doen opgaan".

Ook het RPF-kamerlid Leerling is voorstander van een „neen-tenzij-constructie". Hoewel hij enkele vraagtekens heeft bij het wijzigingsvoorstel van CDA en PvdA terzake, heeft hij toch voorgestemd, omdat dat het meest haalbare was. In tegenstelling tot de regeringspartijen, ziet Leerling graag dat het klonen en het transplanteren van embryo's nadrukkelijk wordt verboden. De RPF vindt dus dat „voor het terrein van de biotechnologie geen hek moet staan met daarop een bord: Verboden toegang". Een duidelijke grens ligt er voor de RPF wanneer men soortoverschrijdend te werk gaat. Het gebruik van menselijke genen in dieren keurt de RPF af. Of het ook aanvaardbaar is mens-identieke genen te gebruiken, weet Leerling (nog) niet. „De meningen daarover zijn verdeeld en de bezinning hierover binnen onze partij is nog gaande", aldus Leerling.

Interne orde

De SGP-fractie in de Tweede Kamer heeft als enige zulke grote aarzelingen bij genetische manipulatie, dat ze om die reden tegen het amendement van CDA en PvdA heeft gestemd. SGP-fractievoorzitter Van der Vlies vreest dat genetische manipulatie „de interne orde, die de Heere God in Zijn schepping heeft neergelegd, zal kunnen doorbreken".

De SGP'er erkent dat er een spanningsveld aanwezig is, want bepaalde resultaten van biotechnologisch onderzoek kunnen als een zegen worden beschouwd. Daar wil de SGP dan ook niet voor weglopen. Van der Vlies: „We zeggen geen categorisch „nee" tegen genetische manipulatie, want dan wil je ook niets weten van goede toepassingen. Er moeten zeer strenge voorwaarden worden gesteld. Zo mogen er geen menselijke genen op die van dieren worden gezet. Ook mag er geen vermenging van diersoorten ontstaan. Elk dier heeft zijn eigen aard gekregen", aldus de SGP'er.

Van der Vlies vindt het politiek gezien laakbaar dat er nog geen duidelijke normen zijn vastgesteld. De SGP'er bepleit dan ook per onderzoek een goedkeuring en een toetsing. „Wat ons betreft een toetsing aan de normen van de Bijbel", aldus de SGP-fractievoorzitter.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.