+ Meer informatie

HET EVANGELIE VAN CHRISTUS

6 minuten leestijd

4.

Het Woord des Heeren dat levend en krachtig is en scherpsinjdender dan enig tweesnijdend zwaard, ging bij Paulus door alles heen. Het trof hem in de diepte van zijn innerlijke leven om hem af te snijden van de wortel van eigengerechtigheid en ongerechtigheid. En vanuit die hartsvernieuwing viel de vijand van vrije genade in het stof der verootmoediging met een hartelijke overgave aan de Heere.

En vanuit de hartelijke droefheid van deze boetvaardigheid voor het aangezicht des Heeren, is hij door de doop van Christus tot de omhelzing van Hem gekomen als de door God geschonken Middelaar. En in die verzoening door voldoening vond hij rust voor zijn ziel en had hij in de gerechtigheid van Christus een blij vooruitzicht om het eeuwige leven deelachtig te worden.

Inplaats dat de discipelen in Damascus door hem vervolgd werden, kwam Paulus tot hen met de vertroostingen van het Evangelie. „En hij predikte terstond Christus in de synagogen, dat Hij de Zoon is.” Dat was voor hen, die Christus in het geloof mochten aanroepen een heerlijke vertroosting. Doch Paulus die er ook van genieten mocht, werd meer en meer in die prediking bekrachtigd „en overtuigde de Joden, die te Damascus woonden, bewijzende dat Deze de Christus IS”.

Maar de Joden die de prediking van vrije genade door de offerande van Christus niet konden verdragen, kwamen in hun raad tot het besluit hem te doden. „Doch de discipelen namen hem des nachts en lieten hem neder door de muur, hem aflatende in een mand.” Dat was voor zijn tegenstanders een bittere teleurstelling, „maar ik ging,” schrijft Paulus, „henen naar Arabië”. Een landschap, gelegen ten zuiden van het Joodse land, waarin de berg Sinaï was, tussen de Rode Zee en de inham van Perzië. En vandaar is Paulus weer teruggekeerd naar Damascus om vandaar Petrus te bezoeken in Jeruzalem. Wat ons in dit woord „Daarna kwam ik na drie jaren weder te Jeruzalem om Petrus te bezoeken, en ik bleef bij hem vijftien dagen,” betuigd wordt.

En deze tijdsbeschrijving van Paulus is van grote betekenis tegenover de valse apostelen die het Evangelie van Christus zoals het door Paulus gepredikt werd kwamen te veranderen, om het hem te betwisten dat hij het van de Heere ontvangen had. En daar Paulus bij uitstek een apostel was om de heidenen het Evangelie te prediken, moest hij in zijn bediening krachteloos gemaakt worden door de heidenen, als zij tot het geloof kwamen, te verplichten zich te laten besnijden, opdat de middelaar des afscheidsels niet verder afgebroken zou worden. De Joodse godsdienst moest met al zijn wetten behouden worden. Het moest ten koste van alles een Joodse kerkstaat blijven, hoewel het Evangelie naar het bevel van Christus alle creaturen gepredikt moest worden. En daar Paulus, in onderscheiding van de andere apostelen, doordrong tot in het hart van het heidendom, uit kracht van zijn Goddelijke opdracht, moest men met listen en lagen te werk gaan om dat te stuiten. Paulus is een eenling, hij is niet gelijk de andere apostelen, daarom moest hij als een valse apostel gebrandmerkt worden. En vandaar heeft Paulus zijn afkomst vanuit de wet en zijn opkomst vanuit het Evangelie van Christus voor hen blootgelegd. Zijn tegenstanders moesten weten dat de Heere hem tot die apostolische bediening had geroepen zodat hij in gehoorzaamheid aan die Goddelijke roeping terstond de heidenen het Evangelie heeft gepredikt. Maar dat deed hem de Joden niet uitsluiten al lag zijn taak in de eerste plaats bij de heidenen.

Maar dat deed Paulus niet een eenling zijn als was hij ten opzichte van zijn apostelschap een ontijdig geborene. Opzettelijk is Paulus na drie jaren gewerkt te hebben onder de heidenen, naar Jeruzalem gereisd om Petrus te bezoeken. „,En hij zag geen ander van de apostelen dan Jacobus, de broeder des Heeren.” Een duidelijk bewijs dat Paulus zichzelf kende als een apostel onder al de andere apostelen van de Heere. En al was hij in onderscheiding van de anderen inzonderheid geroepen voor de heidenen, zo werd hij daarin toch van harte overgenomen als apostel van de Heere. Tegenover de Galaten die door valse apostelen werden afgetrokken, gevoelde Paulus zich verplicht de loop van Zijn ambtelijke bediening voor te stellen, om hen de wind van valse beschuldigingen, zo die al niet aangewakkeid was tot een storm, uit de zeilen te nemen. En dat alles wordt door de apostel, zijnde voor het aangezicht des Heeren, bevestigd met dit woord: „Hetgeen nu ik u schrijf, zie, ik betuig voor God dat ik niet lieg.” Vanuit de aard van zijn schrijven is hij dus in alles voor Gods aangezicht.

Het verblijf van Paulus in Arabië, bij de berg Sinaï, die daar lag als een getuige van Gods grote daden, zal voor zijn innerlijke leven ook wel van betekenis geweest zijn. Gezien vanuit zijn eertijds, dacht Paulus door die ceiemoniële wetten te onderhouden, de zaligheid te verkrijgen, want „De mens die deze dingen doet, zal door dezelve leven.” Maar nu ziet hij in al die door dezelve leven.” Maar nu ziet hij in al die wetten Gods wijde bedoelingen om hem door al die ceremoniële wetten te wijzen op de volheerlijke middelaarsbediening van Jezus Christus. En die wetten hebben ook voor ons innerlijk leven diezelfde betekenis. Daar al de wetten vervuld zijn door Christus, heeft de besnijdenis geen bestaansrecht meer. Christus heeft als de ware Bloedbruidegom hen daarvan bevrijd.

In deze omgeving mocht Mozes toen Zippora zijn onbesneden kind besneed, opstaan uit zijn dodelijke krankheid die vrucht was van zijn ongehoorzaamheid. En toen zeide Zippora: „Bloedbruidegom, vanwege de besnijdenis.” Dat had zij op haar trouwdag niet kunnen zeggen, want Mozes was al beneden naar Gods bevel. Een Arabische bruidegom liet zich voor zijn trouwdag besnijden om zo zijn liefde tot zijn bruid te bewijzen en dan werd hij door haar begroet als haar bloedbruidegom. Nu kon Zippora, daar zij haar man als ten tweede male ontvangt uit de hand des Heeren, door het bloed dei besnijdenis hem haar Bloedbruidegom noemen. Maar wat het geestelijke leven betreft kunnen doodschuldige zondaren alleen door de hemelse Bloedbruidegom, op grond van recht en gerechtigheid in ondertrouw komen, waartoe het Evangelie ons roept vanuit de genade des Heeren. Dat is een roepstem vanuit Gods ontfermende liefde in Christus.

Soest

Galaten 1 : 17-20.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.