+ Meer informatie

PASTORALE ZORG AAN STUDENTEN

8 minuten leestijd

Studenten vormen een dynamische groep in de gemeente. Leuk en uitdagend om mee om te gaan, maar niet altijd even gemakkelijk. Ze hebben een eigen kijk op het leven; ze kunnen kritische vragen stellen over de kerk en wat daar gebeurt. Een aantal van hen dreigt los te weken. Hoe kunnen we daar als gemeenten (thuis en in de stad) goed op insteken? Een poging tot een ruwe situatieschets en een handvol tips.

VERHALEN

We kennen allemaal de verhalen van middelbare scholieren die student worden, ‘their folks’ gedag zeggen, uitvliegen, op kamers gaan, een nieuwe fase van hun leven beginnen.

Zo verging het ook Heieen.* Ze kwam in Eindhoven terecht voor een studie aan de TU. In het begin ging ze nog wel regelmatig naar huis en bezocht ze ook haar kerk daar, maar van lieverlee werd dit minder. Ze is nu betrokken bij de christelijke studentenvereniging Ichthus en gaat af en toe naar de kerk in Eindhoven.

Paul hield het, voor wat betreft thuis en kerk, snel voor gezien. Had ook geen behoefte om zich in zijn nieuwe plaats, Den Bosch, aan te sluiten bij vereniging Alpha. Het was tijd voor wat anders, vond hij. Een beetje studeren, een beetje feesten, gewoon ‘es even je eigen ding doen’.

Meer moeite, om aan zijn nieuwe situatie te wennen, heeft Edwin. Hij studeert aan de Universiteit van Tilburg, maar kan niet erg aarden in deze stad. De meeste zondagen is hij in zijn thuisgemeente te vinden.

Erik studeert in dezelfde plaats. De vereniging waartoe hij behoort is er een van Gereformeerde snit. Al direct, vanaf de eerste zondag, is hij meegegaan met zijn verenigingsgenoten naar de kerk daar. Het bevalt hem er prima. Veel leeftijdsgenoten. Levendige boel.

Anne is ruim drie jaar geleden naar Maastricht gekomen voor een studie aan het conservatorium. Al na een paar maanden hield het naar huis reizen in de weekenden op. De dominee was zo aardig om nog een keer te bellen in die tijd, en ze heeft ook wel een paar kerken geprobeerd in Maastricht. Maar tot nu toe heeft ze nog niet iets goeds gevonden… Eigenlijk is ze met heel andere dingen bezig dan met geloof en kerk.

PROFIEL VAN DE STUDENT

Het spreekt vanzelf dat deze verhalen met een eindeloze reeks zijn uit te breiden. Toch geven ze naar mijn gevoel voldoende indicatie voor de vraag hoe verschillend de situatie van onze jongeren (student geworden) kan zijn. Er zijn er die betrokken willen blijven bij de gemeente, thuis of in hun nieuwe plaats. Anderen kiezen voor een los-vast verhouding, vinden soms ook andere vormen van gemeenschap, zoals de studentenverenigingen. En weer anderen willen (even) niet teveel met het geloof en de kerk te maken hebben. Of ze schieten door en willen helemaal geen contact meer.

GROEIENDE AANDACHT VAN GEMEENTEN

Maar nu naar de gemeente. Wat doet zij om het contact met haar studenten te houden, of, in het geval van een nieuwe gemeente, te beginnen en op te bouwen? In zijn algemeenheid denk ik dat er al meer aandacht voor het studentenpastoraat is dan jaren terug. Er zijn gemeenten die al enige tijd een actief beleid voeren waar het gaat om zorg voor de studenten. En de sectie studentenwerk van Deputaten K&O heeft een netwerk van contactpersonen in het leven geroepen in bijna alle plaatsen waar universitair of HBO onderwijs is. Een uitstekend initiatief! We zijn ons in toenemende mate bewust van het belang van zulke ontwikkelingen. Het gaat tenslotte om mensen — in een gevoelige, boeiende periode van hun leven -, die ons zijn toevertrouwd. Die iets van ons mogen verwachten en die ook iets te bieden hebben.

TOCH ZIJN ER VERBETERPUNTEN

Er zijn dus mooie voorbeelden van hoe het kan, een gezond studentenpastoraat. Tegelijkertijd hoor je ook telkens weer de berichten van kerken die niet goed weten wat ze met hun studenten aan moeten. Studenten zijn moeilijk te bereiken en na vier of vijfjaar verdwijnen velen opnieuw uit het zicht als ze een baan gaan zoeken en weer in een andere plaats terecht komen. Daarom zou ik met een aantal tips willen komen. Gewoon om u, als medeambtsdragers en werkers in de wijngaard, op een idee te brengen van hoe het (ook) kan: pastoraat onder onze studenten. Ik onderscheid daarbij tussen de thuisgemeente en de gemeente in de studiestad.

DE THUISGEMEENTE

1. Er zijn studenten die betrokken willen blijven bij hun thuiskerk. Daar ben je als kerkenraad natuurlijk blij mee. Maar in de praktijk levert het nog wel eens problemen op, bijvoorbeeld als ze ook de catechese willen bijwonen, maar als dit niet kan op de vrijdagavond of in het weekend. In zo’n geval zou het goed zijn om met de betrokken student(en) te praten over een oplossing, bijtijds!

2. In zijn algemeenheid is het aan te raden de student te verwijzen naar de zustergemeente (of, bij gebrek daaraan, een andere goed bekendstaande gemeente) in de studiestad. Proberen daar nieuwe mensen te leren kennen, catechese volgen, misschien wel betrokken raken bij een commissie in de gemeente etc. Veel studenten die deze stap nemen, ervaren het als een verrijking.

3. In bijna elke studentenstad is wel een positief christelijke studentenvereniging of dispuut (veelal aangesloten bij IFES-Nederland) te vinden. Het is goed om de aankomende student hierover te informeren.

4. Een afzonderlijke categorie vormen de studenten die dreigen te vervreemden van de kerk. Dit kan van tijdelijke aard zijn. Maar er zijn er ook bij wie het doorzet. Deze groep is vaak moeilijk te benaderen. Misschien moeten we ook toegeven dat we te lang gewacht hebben om met zo’n jongen of meisje weer eens contact te zoeken. Ik weet uit de verhalen dat deze betrokkenheid van de thuisgemeente hen vaak (toch) goeddoet, zeker als bekend is dat er vanuit de nieuwe gemeente geen of nauwelijks contacten zijn. Een e-mail is snel verstuurd.

5. Het is ten allen tijde belangrijk om de gemeente in de studiestad op de hoogte te stellen van de komst van hem of haar. Dit lijkt een vanzelfsprekendheid, maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat niet elke (thuis)gemeente met deze plicht even zorgvuldig omspringt.

6. Van een gemeente mag gevraagd worden dat ze visie heeft op de relatie student en gemeente. Het is goed om een beleidsstuk te schrijven. Vraag desnoods advies van een extern deskundige.

DE GEMEENTE IN DE STUDENTENSTAD

1. Wat hierboven onder 6 vermeld staat, geldt natuurlijk ook voor de gastgemeente. Er mag visie en inzet worden gevraagd om nieuw binnengekomen studenten bij de gemeente te betrekken.

2. Hoewel van de kant van de student ook het een en ander verwacht mag worden, ligt het initiatief voor het eerste contact denk ik bij de nieuwe gemeente. Bij een kennismakingsbezoek kan informatie-uitwisseling plaatsvinden, er kan over verwachtingen over en weer gesproken worden en over welke plaats de student in de gemeente zou kunnen innemen. Onnodig te zeggen dat dit contact het beste gedaan kan worden door iemand die ‘feeling’ heeft voor studenten en i hun belevingswereld kent.

3. Mocht de student niet op de hoogte zijn van het bestaan van een christelijke studentenvereniging, dan kan de studentcontactpersoon hierover iets vertellen en info aanbieden.

4. De studentengemeente zal veelvuldig aanlopen tegen het probleem van studenten die weinig prijsstellen op contact en weinig zien in de activiteiten die de kerk voor hen heeft. Soms helpt het om het eens over een andere boeg te gooien. Insteken bij wat zij interessant vinden. Zo heb ik zelf, en niet zonder succes — in mijn werk onder buitenlandse studenten — experimenten gedaan in de richting van cultuur (literatuur, muziek, film) en sport.

5. Natuurlijk kan een student ervoor kiezen niet of nauwelijks bij de stadsgemeente betrokken te zijn. Het is dan aan de wijsheid van de studentencontactpersoon om te kijken of er toch nog mogelijkheden overblijven voor contact.

6. Er zijn gevallen bekend waarbij de belasting voor de contactpersoon te groot is. Een kerkenraad zou dan kunnen overwegen andere jongerenwerkers in de gemeente of zelfs een studentenvereniging in te schakelen.

DE STUDENT HOORT ERBIJ!

Zelf ben ik wel eens bang dat onze studenten een beetje een vergeten groep zijn in de kerken. En dat is jammer. Ik ben ervan overtuigd dat ze de gemeente nodig hebben. Daarnaast kunnen we van hen iets leren. Studenten hebben gevoel voor trends. Ze kunnen ons op onderdelen helpen om eigentijds en relevant gemeente van Jezus Christus te zijn. Het studentenpastoraat verdient ons aller aandacht!

* Om privacy redenen zijn de namen gefingeerd

ds. van der Maarl (1962) is in dienst bij deputaten zending. Hij is uitgeleend aan IFES-BIS en werkt als stafwerker onder buitenlandse studenten in Brabant en Limburg. Uit hoofde van zijn functie komt hij ook veelvuldig in aanraking met Nederlandse (christen) studenten en hun verhalen.

Enige literatuur:

Michael Griffiths, Assepoester of — de vergeten bestemming van de kerk, Den Haag 1977

Simon Jones, Why bother with church?, Leicester 2001

Johan Visser & René van Loon, Student en gemeente, Kampen 2002

Catherine Weston, Welcoming international students in your church, London, 2002

Een paar handige adressen:

Secretaris Sectie Studentenwerk Deputaten K&O: WH. van Eeken, whveeken@planet.nl Kantoor IFES-Nederland: 030-2942800, www.ifes-nederland.nl, mfo@ifes-nederland.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.