+ Meer informatie

Het opvoeden van kinderen gaat met vallen en opstaan

10 minuten leestijd

Het tweede deel van een serie van tien boekjes over christelijke opvoeding is verschenen. Het handzame formaat en de vriendelijk-ogende kaft nodigen uit om te lezen. De titel luidt: "Met vallen en opstaan", en dat is op twee manieren op te vatten. Het boek gaat over de eerste twee jaar van het leven van een kind; een kind dat o.a. met vallen en opstaan leert lopen. Het gaat ook over de ouders, over de opvoeding: met vallen en opstaan voeden ouders hun kinderen op.

,,Ouders maken fout opfout, maar de troost van de christelijke opvoeding is, dat ouders alle fouten en gebreken in de omgang met hun kinderen de Heere bekend mogen maken. Hij wil ouders alles geven wat zij nodig hebben. Een kind dat valt, wordt door zijn ouders opgetild. Zo mogen ook ouders, in hun vallen en opstaan, opgebeurd worden, leren om in de opvoeding hun vertrouwen op de Heere Jezus Christus te stellen", lezen we in het Woord vooraf van dit boek. „Spring maar!" Elly staat op de trap, zeven treden hoog. Zij kijkt in de diepte naar haar vader die zijn armen naar haar uitstrekt. „Spring maar", zegt hij nog eens. Elly doet haar ogen dicht en springt. Zij slaat haar armpjes stijf om de nek van haar vader en zegt: „Nog een keer!" In het eerste hoofdstuk (Opvoeden in vertrouwen) benadrukt dr. J. Stolk wat van wezenlijk belang is voor de ontwikkeling van het gevoelsleven van kinderen, namelijk veiligheid, acceptatie, vertrouwen. „Vertrouwen kan gezien worden als de spil van het gevoelsleven van mensen. Het fundament voor dat vertrouwen wordt gelegd in de eerste levensjaren." Voor de baby betekent dat: liefdevolle aandacht, aanraken, strelen en regelmatige voeding en verzorging. Hoe merkt een kind dat het door vader en moeder aanvaard wordt? Door de dingen van alledag; geduld: geduld om te luisteren, de ceremonie van het naar bed brengen, de troost in verdriet, de aanmoediging bij het eerste stapje... Een kind moet echt erbij horen, in het gezin opgenomen worden: het zit in z'n wipstoeltje in de kring, het mag ook meepraten en meedoen.

Veilig voelen
Een belangrijke levensvoorwaarde voor kinderen is, dat ze zich veilig voelen in het gezin waarin zij opgroeien. Ouders moeten het kind dan ook geborgenheid, bescherming bieden. Het kind moet kunnen rekenen op zijn ouders; zij reageren voorspelbaar, beschermen het kind tegen zichzelf, of tegen plagende broers en zussen. In de gewone dingen wekken ouders een gevoel van veiligheid: het liedje voor het slapen gaan, het lichtje dat blijft branden, het eigen speelhoekje. Maar: „het doel van de christelijke opvoeding kan en mag toch niet zijn dat een kind leert alleen op zichzelf of op andere mensen te vertrouwen?" „Dat vertrouwen is gericht op Christus. Ouders gaan vertrouwenwekkend met hun kinderen om met het oog op de uiteindelijke bestemming van hun leven, namelijk dat zij zich aan de Heere Jezus Christus zullen toevertrouwen." Wezenlijk voor de opvoeding is, dat ouders in alle dingen van het leven "navolgers Gods" en wegwijzers naar Christus moeten zijn. Dat kan niet in eigen kracht. „Een zaligmakend vertrouwen kunnen zij hun kinderen niet geven. Dat is het werk van de Heilige Geest."

Ontwikkeling
In het tweede hoofdstuk (De wereld wordt groter) geeft drs. L. van Dam een overzicht van de ontwikkeling van het kind in de eerste twee levensjaren. Het kind leert lopen, het denken ontwikkelt zich en het kind gaat praten. Al vanaf de eerste dag maakt de baby geluidjes en ouders gaan als vanzelf die geluidjes nadoen. Er volgt een samenspel tussen het brabbelende kind en z'n ouders. Maar het kind leert ook veel van het horen praten. En dan komt de dag dat het kind -echt bewust- het eerste woord zegt. Zo neemt zijn zelfstandigheid toe. De ontwikkeling is te stimuleren, maar „als een kind niet aan praten toe is, er nog niet rijp voor is, dan kun je als ouders oefenen wat je wilt, maar het heeft geen enkele zin." De ontwikkeling kan ook geremd worden. Dat gebeurt bij voorbeeld als je steeds de woorden van het kind verbetert, of het kromme taaltje na blijft praten. Wel kun je het kind herhalen en het woord goed gebruiken. „Uite, uite", roept Jan, als hij voor het raam staat. „Moet mama naar buiten kijken?" Moeder Hanneke gaat naast haar zoon staan en kijkt naar buiten. „Wat is er dan te zien?" „Nee, uite", roept Jan nu ontevreden. „Wil je naar buiten? Kom maar, dan zal ik even je jas pakken." „Jas, uite", zegt Jan en loopt tevreden met zijn moeder mee.

Verzorgen
We zagen al dat verzorgen ook opvoeden is. De arts mevr. De Muynck-Walhout gaat daar op in. Ouders verzorgen hun kind, maken contact met hem. Knuffelend, lachend, reagerend op de baby, drukken ouders iets uit van hun liefde voor het kind. „Er straalt warmte, aandacht en zorg van hen uit. Daardoor groeit er een band tussen ouders en kind. Het kind gaat zich veilig en vertrouwd voelen bij de ouders. Dat kun je merken." Ouders ervaren ook, dat het gegeven leven broos is. „Zelf kun je het (leven) niet vasthouden, hoe goed je ook voor het kind zorgt. Pas wanneer Hij ervoor zorgt, zal het echt veilig zijn. Het wonder" van het leven wordt extra groot als je mag zien dat je het van Hem hebt ontvangen en voor Hem mag verzorgen en opvoeden." Voor de lichamelijke groei en verzorging wordt in dit hoofdstuk veel plaats ingeruimd, maar ook wordt aandacht besteed aan het contact, „dat zo noodzakelijk is voor het ontstaan van een goede band tussen ouders en kind. Dat alles staat in het teken van de zorgende handen van de Schepper." Al de goede zorgen die we besteden aan onze kinderen ten spijt, kunnen we wel eens in situaties terecht komen, waarin we machteloos staan. Je kind wordt bij voorbeeld ziek. „Alle zorg wordt dan zo betrekkelijk. Vooral op die momenten moet je erkennen dat alleen de Heere voor je kind kan zorgen (...) In het gebed mag je alle noden aan God voorleggen, en vragen om Zijn zegen."

Band
„Tussen kind en ouders groeit een bijzondere band", aldus drs. H. Algra. Hij beschrijft de hechte, unieke band die er ontstaat als ouders onvoorwaardelijke liefde kunnen en willen geven aan hun kind. Oók als dat kind niet helemaal aan hun verwachtingen voldoet! Die hechting ontstaat door samenspel, waarbij het initiatief eerst van de ouders uitgaat. Zij richten zich op hun kind; ze reageren op z'n huilen, z'n lachen, z'n brabbelen. Ze knuffelen en vertroetelen hun kind. Dan volgt een eenkennigheidsperiode; het kind kan meer of minder last hebben van scheidingsangst. Else van vijftien maanden verliest haar moeder geen moment uit het oog. Als haar moeder naar de keuken gaat, kruipt ze achter haar aan. Als de bel gaat en moeder loopt weg, probeert Else ook bij de voordeur te komen. Oppas is alleen mogelijk als zij slaapt. Overdag zet ze het direct op een brullen. Geen enkele oppas is het nog gelukt om Else tot bedaren te brengen. Meestal wordt moeder na een tijdje gebeld, omdat het echt niet gaat. Zowel Else als de oppas is helemaal over haar toeren. „We noemden het groeien van die unieke band tussen déze ouder en dit kind "hechting". De Heere heeft in Zijn genade gezegd dat het niet goed is dat de mens alleen is. Mensen zijn op elkaar aangewezen. Een kind kan niet groot worden zonder mensen die voor hem zorgen." Wees, om de hechting te bevorderen, in het gedrag voorspelbaar, heb erg in de verschillen per kind en speel daarop in. Soms vergt een kind heel veel van zijn ouders. Vader en moeder moeten elkaar steunen! Ook kan het goed zijn om eens met anderen te praten. „Een veilige hechting is heel belangrijk voor de gezonde, harmonieuze ontwikkeling van het kind. Daarom is het van belang dat ouders goed luisteren naar de vragen die hun kind stelt."

Bijbel voorlezen
Het gaat in elk hoofdstuk over heel jonge kinderen. Ook in hoofdstuk 5, de godsdienstige opvoeding. Kan dat wel voor onze allerkleinsten? Wanneer kun je met bidden en voorlezen uit de Bijbel beginnen? Wat kunnen en mogen we -in afhankelijkheid van de ._ Heere- met de betrekking tot de godsdienstige opvoeding deze eerste jaren doen? Het kind is nog niet tot zijn verstand gekomen. Met woorden kunnen we nog niet veel doen. „Van groot belang is de sfeer, die we om ons heen scheppen (...).
Door de sfeer van zorg, rust, geborgenheid en liefde mogen ouders een zo goed mogelijke basis vormen om straks onze kinderen ook verstandelijk met de dingen van Gods Woord bekend te maken", schrijft drs. J. Westland. Wat zijn bouwstenen voor een christelijk godsdienstige gezinssfeer? „Het allerbelangrijkste is, wie wijzelf zijn." Leven we in geloofsverbondenheid aan de Heere Jezus Christus? Zijn we in ons gezin Gode een goede reuk van Christus? „Onze kinderen mogen aan ons kijken bij het zingen en vertellen, aan de toon van onze stem bij het bidden, merken dat we ernst maken met de dingen van de Heere." De onderlinge band is een andere belangrijke bouwsteen. En dan zijn daar nogverschillende vaste dagelijkse dingen: bidden bij het opstaan, voor het slapen gaan, rond de maaltijd, bijbellezen, zingen. En natuurlijk de zondag, die een bijzondere glans heeft; het is de dag des Heeren. In de godsdienstige opvoeding past geen opschepperij over onze vlotte kinderen. Het is wereldgelijkvormigheid. Belangrijk is ook om met elkaar over de kinderen te praten en over onze kinderen met God. We mogen bidden om kracht, liefde, warmte, wijsheid, zelfverloochening. „En zeker zullen we niet vergeten onze zonden te belijden en vergeving te vragen voor al het verkeerde ook in onze opvoeding."

Aansluiten
In het hoofdstuk "In de geborgenheid van het gezin" van mevr. Van Dijke-Reijnoudt lezen we over de omgang tussen ouders en kinderen. Om elkaar beter te begrijpen, moet je als ouders je aansluiten bij het kind, je verplaatsen in je kind. Zo houdt de volwassene rekening met wat het kind aankan. Tegelijkertijd moet het kind gestimuleerd worden. Het is wel een kunst om het juiste evenwicht te vinden tussen aansluiten en stimuleren! Willemijn heeft voor haar eerste verjaardag een blokkenstoof gekregen.
Ze vindt het leuk om met de blokken te spelen maar ze begrijpt nog niet hoe ze de blokken door de gaatjes moet krijgen. Af en toe doet moeder het met haar samen. Ze nemen dan eerst de ronde blokken, die gaan het makkelijkst. Als mama ze aangeeft, weet Willemijn de blokken in de stoof te krijgen. De rechthoekige doen ze samen. De allermoeilijkste doet mama alleen.

Straf uit liefde
Een kind moet ook ruimte krijgen om zich te kunnen ontplooien, terwijl de ouders daarbij grenzen stellen aan het gedrag van hun kind. Soms is straf nodig, maar nooit uit drift of machteloosheid. „Als ouders straffen uit liefde, zullen ze oog hebben voor het kind dat straf verdient. Ook dan sluiten ze aan bij het kind. Ze houden rekening met leeftijd en karakter." Ten slotte lezen we over spelen, eten, slapen, uitgaan en feestvieren. Op begrijpelijke wijze wordt de ontwikkeling van het kind en de groei van een hechte band beschreven. Allerlei zaken waarmee ouders te maken krijgen worden naar voren gehaald en het boek wil een handreiking zijn bij de opvoeding van jonge kinderen. Vanuit de Bijbel proberen de auteurs „antwoorden te geven op vragen die tijdens deze opvoedingsfase een rol spelen, onder andere over godsdienstige opvoeding." Helaas ben ik het met die godsdienstige invulling niet altijd eens. En heel jammer (en onbegrijpelijk) vind ik de uitspraak op bladzijde 100. Het gaat daar over "bijgeluiden": „Wat kan ook het geluid van de televisie later op de dag overheersend zijn." Ik wil echter niet negatief eindigen. Het besproken boek is het zeker waard om gelezen te worden.
N.a.v. "Met vallen en opstaan", tweede deel uit de serie Christelijke opvoeding, onder eindred. van dr. J. Stolk; uitg. Groen, Leiden;
143 blz., ƒ 24,50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.