+ Meer informatie

Vakbonden vragen geen loonsverhoging voor '76

Nivellering via prijscompensatie

4 minuten leestijd

UTRECHT — De drie vakbonden NVV, NKV en CNV hebben voor het komende jaar afgezien van het eisen van een reële loonsverhoging. Men zal zich tevreden stellen met een volledige prijscompensatie. Die vergoeding zal dan moeten worden gegeven voor de helft in een vast bedrag en de andere helft in procenten.

Het vaste bedrag, dat dus iedere werknemer per procent prijsstijging per jaar zal ontvangen moet ƒ 245, bedragen. Dan zal de „modale" werknemer - getrouwd, twee kinderen en een inkomen van ƒ 23.500 per jaar - gelijk blijven. Mensen met een minimumloon gaan er één procent op vooruit en hogere inkomens gaan er op achteruit.

De vakcentrales willen hun arbeidsvoorwaardenbeleid voor 1976 niet alleen en uitsluitend baseren op de verwachte stijging van de arbeidsproduktiviteit in dat jaar. De arbeidsproduktiviteit zal in 1976 weliswaar toenemen, maar volgens NVV, NKV en CNV is die stijging voor een belangrijk deel terug te voeren tot een vermindering in de werkgelegenheid. Bovendien heeft de collectieve sector in '75 en '76 een verdere uitbreiding ondergaan.

Bij het vaststellen van de uitgangspunten voor een beleid voor 1976 hebben de Vakcentrales rekening gehouden met de feitelijke ontwikkelingen in 1975, de huidige verwachtingen met betrekking tot de werkloosheid en inflatie en het door de regering voorgestelde beleid met betrekking tot de collectieve voorzieningen.

Uitgangspunt voor het beleid van de vakbeweging is - zo zei Wim Kok maandagavond als voorzitter van het Overlegorgaan van de drie vakcentrales - handhaving van de koopkracht van de modale werknemers op basis van een volledige prijscompensatie. Of er daarenboven ook nog een loonsverbetering nodig is, hangt at van beslissingen van het parlement, onder meer ten aanzien van het dekkingsplan, de premies voor de sociale verzekeringen en bijvoorbeeld bevriezing van de kinderbijslag. „Bij het uiteindelijk invullen is er misschien iets meer nodig dan nul procent loonstijging om er uit te komen", aldus Kok.

In zijn concept-nota arbeidsvoorwaardenbeleid 1976 zegt het Overlegorgaan van de drie vakcentrales, dat het ook voor 1976 een gecoördineerd arbeidsvoorwaardenbeleid wil, zodat gezamenlijk geformuleerde uitgangspunten in alle CAO-onderhandelingen kunnen worden gehanteerd. Als medio november blijkt, dat in het centraal overleg met de werkgevers geen Centraal akkoord kan worden bereikt, zal de vakbeweging toch een gezamenlijke opstelling kiezen voor de onderhandelingen per bedrijfstak of onderneming.

Enkele van haar eisen gaan vooral de regering aan, zoals de voorwaarde dat de toegezegde wettelijke regeling van de vermogensaanwasverdeling in 1976 Wordt verwezenlijkt met terugwerkende kracht tot 1975. Als dat niet geheurt, zal de opstelling van de vakbeweging volgens de heer Kok „geweldig worden beïnvloed".

Verder eisen de vakcentrales een zodanig prijs- en tarievenbeleid, dat de uitgangspunten van het arbeidsvoorwaardenbeleid worden teruggevonden in de inkomensvorming van zelfstandigen en vrije beroepsbeoefenaars.

 (Zie verder pagina drie)  (Vervolg van voorpagina).  

Vakbonden matigen verlangens

 UTRECHT — De vakcentrales stellen zich in hun arbeidsvoorwaardenbeleid op het standpunt dat een werkgelegenheidsbeleid niet uitsluitend kan en mag worden gerekend tot de verantwoordelijkheid van de regering. 
„Een bijdrage tot de bestrijding van de werkloosheid en behoud van de bestaande werkgelegenheid most ook van de afzonderlijke ondernemingen en bedrijfstakken worden verlangd", aldus het overlegorgaan, dat daarover met de werkgeversorganisaties afspraken wil maken, die eventueel in cao's of overeenkomstige regelingen worden vastgelegde punten, die het overlegorgaan noemt in zijn conceptnota zijn ondermeer het regelmatig doorlichten van bedrijven, het tijdelijke werknemers via uitzendbureau's (hiervoor zouden de arbeidsbureaus moeten worden ingeschakeld) en de verplichting aan werkgevers om hun vacatures te melden aan de arbeidsbureau's.
 Bij het aanstellings- en ontslagbeleid dient — aldus de drie vakcentrales — gelet te worden op de positie van de op de arbeidsmarkt kwetsbare groepen. 
„Er moeten waarborgen komen die de positie van ouderen, jongeren, partieel leerplichtigen en gehandicapten verbeteren", aldus de nota. Wat betreft collectieve ontslagaanzegging wegens economische omstandigheden — aldus het overlegorgaan — dient als voorwaarde te worden gesteld, dat vooraf een grondig onderzoek naar de bedrijfssituatie wordt gehouden. De inhoud van de opdracht tot zo'n onderzoek moet worden vastgesteld in overleg tussen de betrokken onderneming en de vakbonden. Het resultaat van het onderzoek moet in zijn geheel aam de vakbeweging ter kennis worden gebracht.

 IMMATERIËLE EISEN

Wat betreft de immateriële wensen van de vakbeweging, staat in de nota een heel pakket voorwaarden waaraan een Centraal akkoord volgens het overlegorgaan moet voldoen. Wim Kok noemde dit „een volwaardig pakket, zonder dat er onderscheid is gemaakt naar belangrijkheid. Er zijn voor ons geen punten van de eerste of tweede orde".

 Het volgend jaar dient — aldus de nota — het overleg in de stichting van de arbeid over de programmering op middellange termijn van de arbeidstijdverkorting en de manier waarop de arbeidstijdverkorting tot stand komt, met spoed te worden voortgezet. 
Hierbij moet ook worden bekeken, of en zo ja op welke manier, arbeidstijdverkorting een bijdrage kan leveren tot de oplossing van het structurele werkloosheidsprobleem.


Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.