+ Meer informatie

Amsterdams Mirakel van 1345 trekt duizenden in stille ommegangen

Processieverbod na Alteratie van 1578 omzeild

8 minuten leestijd

AMSTERDAM — Men schrijft dinsdag 15 maart van het jaar onzes Heeren 1345. Het is de dinsdag vóór Palmpasen van dat jaar. In een huis aan de Amsterdamse Kalverstraat - die toen nog niet vergeven was van sexclubs en grootwinkelbedrijven - ligt ene ..abrand Dommer op sterven. Hij is, een kleine twee eeuwen vóór Luther, goed rooms en de priester wordt geroepen om hem de sacramenten der stervenden toe te dienen. Daartoe behoort ook de H. Eucharistie, de r-k variant van het Nachtmaal des Heeren, waarbij men gelooft dat door de priesterlijke consecratiebrood (ouweltje) en wijn veranderen in het waarachtig lichaam en bloed van de Heiland.

..abrand wordt echter na het ontvangen van het H. Sacrament misselijk, geeft over en een verzorgster werpt zijn braaksel in het vuur van de schouw. De gende ochtend rakelt ze het vuur op ziet daar, stomverbaasd, de witte hostie zweven boven de vlammen. Een wonder! Ze pakt dit schijfje met blote handen uit het vuur, brandt zich echter niet, wikkelt het „lichaam van Christus" in een linnen doek en legt het pakje dan in een kist. De priester erbij gehaald en de hostie wordt overgebracht naar de St. Nicolaaskerk (voorloper van en deels gelijk aan de huidige Oude Kerk).

Maar een dag later treft ze het mirakel weer aan in de kist in de Kalverstraat. Een dag later is de hostie weer weggebracht en teruggekeerd. Er is om zo te zeggen geen houden aan! Nu besluit men eindelijk het mirakel openbaar te maken en pas als de hostie met veel pracht en praal in een grote processie naar de kerk gedragen is blijft de hostie daar.

Het is duidelijk, dat in de middeleeuwse miraculeuze wereld van volksen bijgeloof zo'n gebeuren (waarvan alleen een overlevering bekend is; geen „hard" getuigenis) niet zonder gevolg blijft. Tegen 1347 wordt op de plaats van het mirakel een kapel neergezet, de Heilige Stede genaamd.

Keizerskroon

De schouw uit het huis wordt in die kapel opgenomen en uiteraard blijft die gespaard tijdens grote branden die in 1421 en 1452 een flink deel van Amsterdam, inclusief deze kapel in vlammen deden opgaan. De kapel wordt na 1452 herbouwd en nu wordt deze mirakelplaats een waar bedevaartoord van zieken en hulpelozen. Maximiliaan van Oostenrijk genas er, zo heet het, na aanroeping van dit H. Sacrament van Mirakel. Als dank daarvoor schonk hij Amsterdam het voorrecht om zijn keizerskroon te dragen in het stadswapen (en op de Westerkerk, die keizerlijk gespitst is...).

Er gebeurt voor rooms Amsterdam echter iets diep droevigs: in 1578 gaat de stad aan het IJ over naar de calvinistische prins Willem van Oranje (de „alteratie") en dan wordt de Heilige Stede ontwijd door er een Hervormde kerk van te maken: de Nieuwezijdskapel. Die wordt in 1908 afgebroken en op dezelfde plaats verschijnt een kleinere en modernere kerk.

Stille tocht

Met die Hervorming heeft het mirakel van Amsterdatm en zijn geschiedenis echter lang niet afgedaan. Na 1345 werden er jarenlang, eeuwenlang plechtige jaarlijkse processies gehouden langs de route, die de hostie afgelegd zou hebben van Kalverstraat naar Nicolaaskerk. Het wordt een groot kerkelijk en stedelijk feest, gevierd op die woensdag ná 12 maart (St. Gregoriusdag). De optocht ontvangt veel luister: het Allerheiligste (zoals de ouwel wordt genoemd) wordt getoond in een schitterende monstrans en onder een baldakijn, getorst door de vier burgemeesteren der stede, rondgedragen door de straten.

Maar die openlijke demonstratie wordt door het stadsbestuur na 1578 verboden. De r-k vereerders van het mirakel vinden er echter wat op. Niemand verbiedt hun, op de bewuste dag stilzwijgend en zonder uiterlijk vertoon dezelfde processieweg af te leggen en ondertussen te bidden. Zo is de stille ommegang uit nood geboren.

Als niet-roomse en als niet-gelovende in het mirakel zeg je dan wèl: zo'n stille ommegang is dan nog eerder in overeenstemming met dat gewaande wonder uit 1345 dan zulk een prachtvolle processiestoet, die er helemaal een kijkspel van maakt alsof het een militaire parade betrof.

Gezelschap

Eeuwen later, men schrijft nu maart 1881, is er van een officiële en kerkelijk georganiseerde stille ommegang geen sprake meer. De route is zelfs niet meer e.xact bekend. Toch zijn er een paar heren, die de vermoedelijke weg lopen in meditatie en gebed en een paar jaar later, in 1885, stelt de fector van het Begijnhof, mgr. B. Klonne, de oude processieweg vast: Kalverstraat, Dam, Nieuwendijk, Prins Hendrikkade, Warmoesstraat, Nes, Enge . en Wijde Kapelsteeg en Rokin maken er deel van uit. Nu, in 1886 komt de officiële stille ommegang echt op gang. De toch wordt besloten met een H. Communie in do Begijnhofkerk, die na het verlies van de Heilige Stede de plaats van de mirakelaanbidding was geworden.

In 1887 wordt een „Gezelschap van de Stille Ommegang" gevormd en de belangstelling voor de ommegangen neemt enorm toe: in 1888 een 500 mannen, in 1895 duizend. Het is een tocht in de nacht of vroege ochtend en vrouwen wordt deelname ontraden. Zij maken een aparte tocht overdag. Overal ontstaan zustergezelschappen en de meelopers zijn allang geen Amsterdammers meer, tenminste niet alle tienduizend die de afgelopen tijd do tocht meemaakten.

Tentoonstelling

Nu, aan dit mirakel, de ommegang en het eerste eeuwfeest van de officiële organisatie is in het Amsterdams Historisch Museum aan de Kalverstraat tot 20 april nog een kleine, maar interessante tentoonstelling gewijd, die ook voor niet-rooms-katholieken een kijkje waard is. Ook de r-k Begijnhofkapel (niet te verwarren met de Engels-Hervormde kerk op dit stille plein) houdt de gedachtenis aan het mirakel levend.

De honderdste ommegang werd van 21 op 22 maart j.l gehouden en kardinaal Willebrands liep ook mee. Wat mij op de expositie het meest aantrok waren niet de notulenboeken, de gewijde lantaarn die tijdens de ommegang op de mirakelplaats staat, of de vaandels. Het waren vooral de kleine geschriften die Vóór of tégen de vieringen werden geproduceerd.

Tegenstanders

Zo lees ik in 1845, bij het vijfde eeuwfeest, een dichterijke uitboezeming vna J. P. H. (en dat moet Heije geweest zijn!) over „Het feest der dwaasheid". Een „Lid der Hervormde Kerk" schrijft een scherp boekje „Een woord van alle Protestanten in Nederland bij gelegenheid der Afgodische viering van zeker Jubilé over het gewaand Mirakel eener Hostie door de Roomsch-Katholieke Kerk te Amsterdam in Maart 1845". Geen voorstander dus, deze anonieme tijdgenoot van Hendrik de Cock.

En dat was ook niet de dichter van „Echt Protestantsche Tegenzang op het lied bij het vijfde eeuwfeest van het Mirakel van Amsterdam", uitgegeven ten voordele van de „algemeene armen van Amsterdam" anno 1845. Maar lofzangen zijn er ook, zoals die „Van den Sacramente van Amsterdam" door Willem van Hillegaersberch, opnieuw uitgegeven te Sneek in het vijfde eeuwfeestjaar.

Prenten vóór en tégen hielden de „dialoog" nogal levendig... Dat deed ook de brochure (en het vervolg erop) „God laat Zich niet bespotten" waarin kennelijk ook een rooms pastoor van Beverwijk die mogelijk wat kritisch stond tegenover het mirakel, er van. langs krijgt. Dit boekje van 30 cents wordt dan uitgegeven „ten voordele van de Duitsch-Katholijke Gemeenten, of van degenen, die zich op derzelver voetspoor hier té lande mogten vestigen.

Afbraak H. Stede

De tentoonstelling laat ook de grote trammelant zien rondom de sloop van de oude, voor roomsen heilige, kapel, waarbij de Hervormde gemeente het uiteindelijk won van de lokale overheid, hoewel restauratiesubsidie voor de oude kapel beschikbaar was. Maar de kerkvoogdij kon één miljoen voor de grond rond de kapel krijgen en de nieuwbouw kostte slechts drie ton, dus goed koopmanschap besloot tot afbraak i.p.v. restauratie van een voor protestanten niet speciaal gewijde ruimte.

De mirakelvieringen in 1895 (Begijnhofkerk), 1931 (halve eeuw stille ommegang), en i.v.m. de bezetting pas in 1946. gevierde zesde eeuwfeest (met „Het vierenswaardig wonder" van Anton van Duinkerken) en het eucharistisch congres in het Olympisch stadion op zondag 23 juni 1946 krijgen veel aandacht. Het protestantse verzet lijkt in onze eeuw verstomd; althans op deze expositie waarvan het Gezelschap van de Stille Ommegang de voornaamste organisator is.

We zien de drie nachten durende viering in 1946, met 90.000 deelnemers; de vrouwen-ommegang vanaf 1953 (maar sinds 1970 mogen vrouwen in de mannenstoet meelopen), de nu al jarenlange constante belangstelling van zo'n tienduizend ommegang-wandelaars. Zo'n massale tocht is natuurlijk evengoed een vorm van processie, van religie op straat brengen, als de in 1578 verboden stoet met het H. Sacrament.

Demonstratief

Hoewel de processievrijheid na het wederinstellen der bisdommen in ons land niet alom hersteld is kan men deze tochten zien als een zij het nieuwe sombere, variant erop. Het demonstratief karakter van een kerk, die ook in het openbare leven haar geldingsdrang toont, vinden we ongeacht de persoonlijke bedoelingen der deelnemers, even goed in deze eeuw-oude officieel door de bisschoppen gesteunde ommeganv gen als in de processies beneden de grote rivieren. Of het juridisch helemaal klopt acht ik een open vraag, al ben ijc niet tegen godsdienstvrijheid binnen zekere regels.

Andere bezwaren hebben verre de overhand. Die richten zich tegen de hele onbijbelse r-k leer der wezensverandering en tegen de legendevorming lond' dit en soortgelijke wonderen. Zo'n bedevaart kan de devote gelovige niet baten. Het zicht op de Verlosser, Die stierf, verrees en eens wederkomt, maar niet als gewijde ouwel, wordt door zo'n vrome traditie volkomen verduisterd. Daartegen moest zich hef protest der protestanten ook nu richten, niet uit ketterjacht „maar om zielen te behouden door Christus".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.