+ Meer informatie

Voor de jeugd

6 minuten leestijd

Beste jongelui!

Laat ik voor ditmaal beginnen met een woord van dank te richten aan de eindredakteur van Bewaar het Pand.. Niet dat hij daar op zit te wachten, integendeel. Maar het komt hem toch wel toe in verband met het feit dat hij onder mijn laatste stuk een N.B. heeft geplaatst. N.B. betekent, voor de eenvoudige lezer wil ik dat meedelen, Nota bene. Dat betekent: Neem er goede nota van, of: Let op. Als u nu gelezen hebt wat er achter dat N.B. stond, dan is het u ook duidelijk waarom er verschillende weken achter elkaar van mij niets is gehoord. Dat dit even meegedeeld werd is wel goed. Want een lezer stelde mij de vraag of ik lui geweest was. Daar ik hem niet aanstonds goed begreep, vroeg ik aan hem wat hij bedoelde. Nu, luidde zijn antwoord, je schrijft helemaal niet meer in Bewaar het Pand. Ik heb hem toen gezegd, en dat geef ik dan nu tegelijk maar aan jullie door, dat dit geen gevolg was van gebrek aan arbeidslust, maar gebrek aan plaatsruimte. U moet weten dat er nog meerderen zeer gewaardeerde artikelen schrijven, en dan kan het wel eens voorkomen, dat er een teveel aan kopij is. Dan moet het een of andere stuk wel eens over blijven staan.

En dat lot treft deze week een stuk van schrijver dezes en de volgende keer weer het stuk van een andere schrijver. Als er dus van deze of gene eens niets staat in Bewaar het Pand, maak u dan niet al te gauw ongerust, want als het er de ene week niet instaat, dan komt het de volgende keer wel.

Om nog even terug te komen op dat N.B. Ik was laatst eens in een kerk en toen zag ik deze twee letters op een psalmbord staan. Ik dacht dadelijk Nota bene. Maar wat moet dat nu eigenlijk op een psalmbord betekenen? Alles wat daar op staat behoeft toch geen verduidelijking. Het spreekt voor de regelmatige kerkganger allemaal voor zichzelf. Terwijl ik echter dit schrijf, komt mij in de gedachte dat een N.B. op een psalmbord toch nog niet zo raar zou zijn. N.l. voor diegenen, die al de psalmen in de kerk heel hard meezingen of niet meezingen — dan hoort men natuurlijk de stem niet, en dat komt ook voor — om bij het zingen „goed op te letten” wat men eigenlijk zingt. Want er wordt veel gezongen, zonder dat men er bij nadenkt. Laten we eerlijk wezen. Dat zal jullie jongens en meisjes, toch ook wel eens overkomen, dacht ik. Nu, als je jezelf beschuldigen moet ten deze, dan is zulk een N.B. echt wel eens op z’n plaats, ook op het psalmbord. Dus, jongens en meisjes, „let op” wat je zingt. De psalmen zijn rijk aan inhoud. Als ze met aandacht worden gezongen, kan er ook nog een zegen van uitgaan. Ik hoop het voor jullie, en natuurlijk ook voor mijzelf, want dominees hebben hetzelfde nodig als jonge mensen. Zij hebben van nature een hart dat gelijk is aan dat van iedereen.

Vroeger, toen ik zelf nog jong was, dacht ik dat het niet zo was. Toen zag ik alle dominees als heilige mensen, die wel niet helemaal volmaakt waren, maar het scheelde dan toch niet veel. Doch nu ik wat ouder geworden ben en een beetje meer zelfkennis heb gekregen en ook mensenkennis — kennis van anderen ben ik van deze gedachte wel genezen.

Misschien dat jullie ook nog zo denken, net als ik in mijn jonge jaren, dan zou ik willen zeggen, en dat is naar Gods Woord: Acht ze hoog om huns werks wil, maar bedenkt, dat het mensen zijn van gelijke beweging als alle anderen.

Ik kom nog even op dat N.B. terug. Want ik moest in die kerk ontdekken, dat N.B. tegenwoordig ook wat anders kan betekenen op een psalmbord dan alleen: Let op wat je zingt. Het kan ook betekenen: Nieuwe Berijming. Als ik aan deze betekenis denk, moet ik toch weer zeggen Nota bene, let op! Waar gaat dat toch allemaal naar toe? De ene „vernieuwing” volgt de andere snel op. We hebben de laatste jaren al heel wat vernieuwingen ingevoerd in ons kerkelijk leven.

Als een oude fiets vervangen wordt door een nieuwe, dan kun je van een vooruitgang spreken. Of nu de verwisseling van de oude berijming in een nieuwe ook een vooruitgang is, waag ik te betwijfelen. Het is niet de bedoeling om over het wel of wee van de oude of nieuwe berijming te gaan schrijven. Dat laat ik graag aan een van mijn mederedaktieleden over.

Zonder te zeggen dat het een verbetering is, wil ik wel zeggen, dat deze nieuwe berijming weer een bron meer van verwijdering is. Verwijdering tussen oud en jong. Tussen kerken en kerken, en dat in hetzelfde verband.

En dan komt toch echt wel de vraag bij mij op: Moeten we daar nu zo aan mee doen? Is het in deze tijd van verwarring, waarin alles onderste boven gekeerd wordt, niet in de eerste plaats nodig om zoveel mogelijk de eenheid te bewaren? Zijn we soms bang dat we bij de gereformeerden achter komen? Moet dit dan maar worden doorgevoerd ten koste van het eigen kerkelijke leven? Ik geloof van niet.

Ja maar, dominee, u moest eens weten hoe moeilijk het voor de jonge mensen is. Want de scholen waar ze op gaan, daar moeten ze de nieuwe berijming leren en de oude raakt dan vanzelf in verval, en dan moet je uiteindelijk toch wel aan de nieuwe vervallen. Want onze jonge mensen kennen de oude niet meer. De oude mensen, die de nieuwe niet kennen, moeten zich dan maar aanpassen. Want anders zijn we bang dat we de jonge mensen kwijt raken.

Wat moet ik daar nu op zeggen? Laat ik jullie zeggen dat ik de hedendaagse moeilijkheden op dit gebied heel goed weet. Zelf word ik er dagelijks mee gekonfronteerd.

Toch geloof ik, dat we deze kant niet op moeten. Ik geloof ook niet, dat jonge mensen, die onder beslag van de waarheid liggen, vroeg of laat daarvoor de kerk zullen verlaten. Integendeel. Het kon in vele gevailen juist wel eens andersom uitvallen, n.l. dat die jonge mensen, die nog graag de schriftuurlijke bevindelijke prediking beluisteren, daar vandaan gaan waar men de N.B. gaat invoeren.

Ik geloof ook hierom dat we deze kant niet uit moeten, omdat achter dat „luisteren naar de jongeren” een werelds beginsel schuil gaat. Want het is in de wereld „in” dat men luistert naar de jongeren. De ouderen weten er immers niets meer van? De jongeren, die pas komen kijken, die goed en wel de lagere school achter de rug hebben, die zullen het je vertellen. En als de ouderen dan niet luisteren willen, dan gaat men „keet” maken. Ieder, die niet blind is, houdt z’n hart vast en vraagt zich met zorg af: Waar moet dat heen?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.