+ Meer informatie

Toeren in Monferland

6 minuten leestijd

In deze reportage bezoeken we een drietal plaatsjes in zuidoosthoek van Gelderland: Laag-Keppel, Zeddam en 's-Heerenberg. Ze liggen alle drie in of bij het mooie Montferland, een heuvellandschap van bos- en bouwland. Het hoogste punt is de Hettenheuvel, (105 m) tussen Zeddam en Kilder. Natuur- en landschapsschoon zijn hier zeer afwisselend.

Op een eilandje in een oude IJsselarm staat het nog steeds bewoonde huis Keppel, een mooi kasteel met renaissancegevels en torens, op een steenworp afstand van het stadje Laag-Keppel. Men zou nooit verwachten dat zo'n klein dorpje, want meer is het niet, op historische gronden tóch een stadje genoemd mag worden. Het heeft namelijk al in 1361 stadsrechten gekregen. Vermoedelijk stond dit in verband met het kasteel waarmee het plaatsje altijd nauw verbonden is geweest. Sinds 1548 wordt het door generaties van dezelfde familie bewoond. Dat is een uitzondering, want meestal zijn de kastelen die er nog zijn in ons land, door gebrek aan erfgenamen of om andere redenen in andere handen overgegaan. Het kasteel rijst als een sprookjesslot vanuit de mooie boompartijen op. Lodewijk XIV heeft er, toen hij in 1672 ons land binnenviel, nog enige tijd zijn hoofdkwartier gehad.

Molens
Vlak bij het kasteel, bij de brug over de Oude IJssel, bevinden zich twee molens. De ene is een 15e-eeuwse spinnekopmolen. de andere een waterradmolen. De waterradmolen is van oudere datum, oorspronkelijk uit de 14e eeuw; hij werd in 1971 gerestaureerd. Met de kanalisatie van de Oude IJssel kwamen echter de problemen: de watermolen kon niet draaien, want het waterpeil van de molenkolk was door de kanalisatie te laag geworden. Goede raad was duur. In 1969 werd er een spinnekopmolen uit Friesland geplaatst tussen de gekanaliseerde Oude IJssel en de molenkolk. Deze zorgt er nu voor dat het waterpeil van de kolk voldoende is om zijn collega, de waterradmolen, aan het werk te houden. Een unieke combinatie!

Zeddam
Ons volgende doel is Zeddam. De plaats is als het ware neergevlijd tegen de glooiing van de Paasberg. De twee markante punten van het dorp zijn de toren van de r.k.-kerk en de enige torenmolen van Gelderland. De molen is vermoedelijk omstreeks 1450 gebouwd. Het was toen een zogenaamde dwangmolen. Hij was eigendom van de graven van Bergh. Het dwangmatige bestond hierin, dat de boeren in de heerlijkheid van de graven verplicht waren hun koren in deze molen te laten malen. De pachtermolenaar mocht ook zelf zijn tarief voor het malen niet vaststellen. De eigenaar, de graaf dus, had het wat dat betreft voor het zeggen. Omdat het oorlogstuig zich in de 15e eeuw flink ontwikkelde, zorgde men ervoor dat de kwetsbare molens zo stevig mogelijk werden gebouwd, want ze voorzagen de mensen niet alleen van meel, maar het waren ook goede uitkijkposten als er vijandelijke troepen in aantocht waren. De muren van deze molen zijn aan de voet dan ook zo'n 2,77 meter dik en onder de kap nog 1,50 meter.

Rosmolen
Niet ver van deze molen staat een gerestaureerde rosmolen, die eveneens grafelijk bezit was. Zo'n rosmolen was niet afhankelijk van wind of water, de molensteen werd namelijk door een paard -ros- voortbewogen. Daartoe moest het dier steeds in het rond lopen. Om het beest niet "dronken" te maken werd het geblinddoekt of men gebruikte een blind paard. We kunnen hier met recht zeggen: zo'n paard had toch wel een hondeleven. Als bouwjaar van deze molen wordt genoemd 1546. Aan de andere kant van het dorp staat nog een molen. Het is een ronde beltmolen uit 1891, dus relatief jong. Niet ver van de molen hgt een oude havezathe, "De Paardevoort". Hij is nog grotendeels omringd door grachten, waarlangs het goed wandelen is. De hoofdstraat van Zeddam is helaas ook de toegangsweg naar de E12, dus erg druk met veel zwaar verkeer. Daarom moet de plaats het, behalve van genoemde bezienswaardigheden, hebben van zijn prachtige omgeving. Schitterende bossen nodigen uit tot wandelen. Door de grote afwisseling van bomen en struiken huizen er veel verschillende vogels en is er een rijkdom aan wild. Een wandeling bij voorbeeld door het Bergher bos naar de Hettenheuvel is de moeite waard. Als het weer gunstig is heeft men vanaf dit punt een prachtig panorama van de omgeving.

's Heerenberg
We laten nu Zeddam achter ons en gaan op weg naar 's-Heerenberg, een stadje tegen de grens met Duitsland. De geschiedenis van het plaatsje is nauw verweven met die van het bekende kasteel Bergh. Het kasteel is al in de 12e eeuw of nog eerder door de graven van Bergh bewoond geweest. Zij behoorden tot de vier bannerheren die Gelderland in de middeleeuwen had. Een bannerheer was een ridder die op eigen kosten vijftig ruiters en tweehonderd boogschutters in het veld moest kunnen brengen en die hij onder zijn eigen banier moest aanvoeren. Omstreeks 1400 had men een aardig rijmpje op de vier bannerheren: Baer is de oudste, Wisch de stoutste, Bergh de rixte. Bronkhorst de adelyxte. In de 18e eeuw echter was het met de glorie van kasteel en zijn bewoners gedaan. Het was toen, door vererving, eigendom geworden van de Duitse familie Von Hohenzollern-Sigmaringen. Naderhand werd het verhuurd voor verschillende doeleinden. Het werd er in ieder geval niet beter op. Gelukkig kocht in 1912 de textielfabrikant J.H. van Heek het gehele bezit. Zo werd het behoed voor een totaal verval. Het kasteel en de bijbehorende gebouwen, landerijen en bossen werden ondergebracht in de Stichting Bergh, met het doel dit alles als monument en natuurreservaat te bewaren. We mogen nog steeds heel blij zijn dat dit initiatief indertijd is genomen en uitgevoerd.

Rondleiding
In de zomermaanden zijn er dagelijks rondleidingen in het kasteel om het prachtige interieur met zijn vele kunstschatten te bezichtigen. Als we voor de hoofdingang staan zien we daar een serie muurankers in de vorm van letters: H G Z D B M M V B. Ze betekenen: Herman Graf Zu dem Bergh Maria Mancia Van Bergen. Voor of na het bezoek aan het kasteel kan men ook nog een heel mooie wandeling maken op de wallen rond het kasteel; steeds zie je het dan weer vanuit een andere hoek. Natuurlijk wordt het stadje zelf ook met een bezoek vereerd. Er zijn nog diverse bezienswaardigheden; we noemen er een paar. De hervormde kerk zal men niet als kerk direct herkennen, want hij ziet er uit als een gewoon huis, alleen met dit verschil: het gebouw heeft spitsboogramen. Hij staat vlakbij het kasteel. De Boetselaersborg of het Drost Daemenhuis heeft een achtkantige traptoren en het voormalige gasthuis is alleen nog herkenbaar aan het leuke torentje, dat op het dak van een "gewoon" huis staat.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.