+ Meer informatie

VÖOR ONZE Militairen

OVERHEID, GEZAG EN RECHT (5).

7 minuten leestijd

Als het volk weer Gods zegen ontvangt, dan bestaat die daarin: „Ik zal U rechters wedergeven als in het eerste en uwe raadslieden als in de beginne. En het gevolg daarvan zal zijn, dat de stad, een stad der gerechtigheid, een getrouwe stad genoemd zal worden.

Hoezeer het overheidsambt en het rechtsbestel in Goddelijk licht verschijnen in Gods Woord, kan blijken uit de wijze waarop in Ps. 82 het rechterlijk ambt beschreven! wordt. Daar vangt Asaf aan met heel de rechterlijke arbeid in Gods licht voor te stellen om het onrecht der rechters te bestraffen. Er gaat een Godsgericht over de onrechtvaardige rechters. God verschijnt er in de vergadering der rechters en houdt gericht over hen. En dan zegt Hij in het 6e vers: „Ik heb wel gezegd: „gij zijt goden en gij zijt kinderen des Allerhoogsten, nochtans zult gij sterven als een mens en als vorsten zult gij vallen." De aardse rechters worden ons zo, als door Gods licht voorgesteld. Het goddelijk recht wordt dan ook door hen verkracht wanneer zij onrecht oordelen en het aangezicht der goddelozen aannemen. Het is hun goddelijke roeping de armen, de wezen, de weduwen, de verdrukten en de behoeftigen recht te doen, opdat zij verlost worden uit der goddeloze hand, Als zij dit niet doen en hun ambt misbruiken, dan dreigt God met Zijn bijzondere oordelen.

De rechters worden goden genaamd om ons te doen verstaan, hoe Gods Woord door een zo streng veroordelend vonnis te spreken over de onrechtvaardige rechters, ons duidelijk wil leren dat het rechtsbestel de voornaamste taak is van koningen, prinsen en heersers.

God heeft hen verordend met dit speciale doel, dat in het gemeenschapsleven van de in zonde gevallen mensheid, er rechtsbestel zal wezen tot instandhouding van het maatschappelijk leven. Zo kan dus Salamo's Spreukenboek zeggen van de wijsheid: „Door mij regeren de koningen en stellen de vorsten gerechtigheid, door mij heersen de heersers, al de rechters der aarde."

Dezelfde voorstelling die ons in het O.T. gegeven wordt, treedt ook in het N.T. op de voorgrond. In Rom. 13 laat de apostel Paulus ons zien, hoe de Overheidsmachten van God verordend zijn en daarin hun grond vinden voor hun gezag, zodat de mens zich om Gous wil aan de Overheid moet onderwerpen. Paulus laat ons ook zien dat haar taak is het rechtsbestel, wanneer hij zegt dat de oversten zijn niet tot een vreze de goeden maar de kwaden.

De Overheid is een wreekster degenen die doen. kwaad

Zij wordt dan ook voorzien van de machtsmiddelen door Hem om wien alle dingen zijn.

De Heere wordt ons bezongen als gewapend met de machtsmiddelen, waardoor in de samenleving der mensen, straffen worden voltrokken. Zelfs bloedige straffen b.v. wanneer volken over volken komen dat ze dan op vreselijke wijze worden getuchtigd onder het vergieten van stromen bloeds. Ps. 7 : 12 zegt: God is een rechtvaardig rechter" en dan stelt de psalmist ons de geweldenaar voor de geest, die zijn zwaard zal wetten, zijn boog zal spannen en dodelijke krijgswapenen voor zich gereed maakt. David bidt in Ps. 17 Gods reddende daden af tegen de goddelozen al roept hij een krijgsman te wapen: Sta op Heere, kom zijn aangezicht voor, vel hem neder, bevrijd mijne ziel met uw zwaard van de goddeloze." Gods zwaard wordt hem het beeld om Gods oordelen te tekenen in hun vreselijke uitwerking. Het zwaard is het beeld van Gods straffende gerechtigheid, Jesaja zegt: Het zwaard des Heeren is vol bloed." Het zwaard is het beeld van de voltrekking van Gods recht over de ongerechtigheid van hen, die zich tegen de Almachtige stellen, vergrijpen aan Zijn ordinantiën en deswege de toorn des Heeren ervaren moeten. Deze openbaring van Zijn toorn is als de voltrekking van het strafrecht Gods over de misdaden door personen of volken bedreven, wanneer Hij naar het gebed van de psalmdichter, „Gij rechter der aarde verheft U, " vergelding wederbrengt over de hovaardigen. Eerst is het recht in Gods bestel en uit Hem daalt het in Zijn oordelen af over de zondaren. Als uitvoerder voor die rechtsvoltrekking is nu naar Zijn Goddelijke Wijsheid de Overheid ingesteld. Daarom als de apostel de gemeente van Rome onderwijst inzake de Overheid, leert welke de verhouding van de Christen tot die Overheid zijn zal, dan stelt hij aan de gemeente het wezen der Overheid voor want daaruit volgt haar gezag en haar taak, maar ook hoe de Christus Zich tegenover de Overheid gedragen zal.

Dat wezen der Overheid wordt ons in Rom. 13 : 4 beschreven in de woorden: want zij is Gods dienaresse*'. Er staat letterlijk: Zij is Gods diaken, waardoor wordt uitgedrukt de dienst die zij heeft te bewijzen, zoals een tafelbediende acht heeft te geven op wat de gasten behoeven en zijn oog over allen heeft te laten gaan. De psalmist zegt: Zie gelijk de ogen der knechten zijn op de hand hunner heren, gelijk de ogen der dienstmaagd zijn op de hand harer vrouwe." Zo is de overheid geroepen als dienaresse Gods. God wil zich in Zijn Souvereine goedheid bedienen van de Overheid om Zijn werk der gerechtigheid te doen en om Zijn godde-lijke doeleinden te bereiken. Daarvoor is de Overheid werkzaam.

U ten goede, zegt de apostel. Zoals het recht enerzijds het goede handhaaft, zo is datzelfde recht voor de overtreders de oorzaak van vreze. De Overheid die Gods recht handhaaft, draagt ook Gods zwaard, voert de eis der gerechtigheid uit, brengt de straf tot uitvoering die in en met dat recht Gods gegeven is. Zij voltrekt Gods rechtvaardig oordeel. Zoals de Heere dat zwaard des rechts in Zijn oordelen ontbloot, zo heeft nu ook de Overheid haar zwaard dat als een verlengstuk is van Gods zwaard. Het zwaard doodt, zo heeft de Overheid het recht over leven, en dood. In dat zwaard Gods zijn de oordelen en cle straffen begrepen maar zo zijn deze ook besloten in de tucht die van de Overheid uitgaat.

Als Gods dienaresse heeft zij dus machtsmiddelen nodig die haar in staat stellen om haar taak te volbrengen. Deze machtsmiddelen zijn desvereist van gewelddadige aard. Daarom wordt juist gesproken van het zwaard als van het uiterste en laatste geweldmiddel waarvan zij zich heeft te bedienen. Met het zwaard behoort de grootste misdaad gestraft te kunnen worden. Dat laatste en vreselijke strafmiddel wordt genoemd om daardoor niet alleen de bevoegdheid maar ook de plicht der Overheid tot het straffen der misdaden aan te duiden. Het zwaard dat de scherprechter oudtijds gebruikte is het symbool waarvan de apostel zich hier ook bedient om ons het recht der Overheid over leven en dood voor te stellen. Dat recht heeft zij van God ontvangen en mitsdien mag zij er geen afstand van doen. De landen die de doodstraf afschaffen weigeren dus de beschikking in het strafrecht van de geweldmiddelen die God verordend heeft. In wezen is dit een zelfverminking van de overheidsmacht die daarom des te onaangenamer aandoet, daar diezelfde Overheid, die het van God verordineerde wapen aflegt, in de rechtsorde toch een recht over leven en dood houdt buiten het recht om. Wilt ge een voorbeeld? Als oproer of verzet dreigt, dan past die zelfde Overheid zonder vorm van proces dat recht toe en vallen soms onschuldigen onder overheidsgeweld. De overheid heeft niet alleen het recht tot de machtsmiddelen om het recht te handhaven, maar zij moet deze ook bezitten, om het recht te handhaven. Dat recht handhaaft zij niet alleen over haar volk, maar ook voor haar volk. Het recht voor haar volk handhaaft zij te midden van de wereld der volkeren.

Slot volgt. Tot zolang hartelijk gegroet,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.