+ Meer informatie

STRESS

10 minuten leestijd

Onder de titel “Nederland heeft verhoging” stond in NRC Handelsblad van 31 december 1996 van de hand van H.J.A. Hofland een artikel, waarin werd ingegaan op de opmerkelijke resultaten van twee recente onderzoeken. Uit een onderzoek, uitgevoerd in opdracht van minister Melkert van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, is gebleken dat 2.000.000 Nederlanders constant in tijdnood zitten. De steekproef, die representatief voor ons hele volk zou zijn, wettigt de conclusie dat een kwart van de mensen tobt met wat men “combinatieproblemen” noemt. De minister heeft dan ook een commissie dagindeling ingesteld.

Uit het in september 1996 verschenen rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau sprong naar voren dat steeds meer Nederlanders zich zorgen maken over hun geldzaken, hun gezondheid, het gezin, hun toekomst en over de politiek. Er stond ook in te lezen dat sinds 1990 het aantal mensen dat een RIAGG heeft bezocht met 14% is gestegen.

Als we het laatste rapport van de Landelijke Vereniging voor Gemeentelijke Gezondheidsdiensten mogen geloven voelt één op de vijf Nederlanders zich niet gezond of zelfs slecht. Dat zouden er bijna 3.000.000 zijn. In het aangehaalde artikel van Hofland wordt over de oorzaken terecht in vragende zin geschreven. Maar de vraag of er een aanwijsbaar, causaal verband kan bestaan tussen de florerende economie en het zich niet helemaal lekker tot uitgesproken ziek voelen van miljoenen, zet waarschijnlijk wel op het goede spoor. Hebben allerlei nationale en internationale vraagstukken op het persoonlijke welzijn van mensen misschien veel grotere invloed dan wij denken?

Onderzoek naar stress

Naar allerlei dingen worden tegenwoordig onderzoek gedaan, naar zinnige dingen en naar dingen die zonder enige betekenis zijn, behalve voor de statistieken misschien. Welke waarde men aan onderzoeksresultaten moet toekennen is ook niet altijd duidelijk, net zomin als de vraag wat men met die resultaten kan doen, welk vervolg eraan zou kunnen worden gegeven.

Misschien geldt dat ook wel van een onderzoek waaruit kortgeleden is komen vast te staan dat één op de tien werknemers in onze Nederlandse samenleving aan stress lijdt. Met stress worden hier natuurlijk niet bedoeld spanning en opwinding die zich op enig moment door omstandigheden van buitenaf of van binnenuit van een mensenleven meester kunnen maken en waartegen de Schepper voldoende stabilisatoren tot herstel heeft ingebouwd. Het onderzoek richtte zich op mensen met een structurele en constante verstoring van het evenwicht tussen (in-)spanning en ontspanning, in een mate waardoor het die mensen onmogelijk of bijna onmogelijk is geworden om in de samenleving, op de werkplaats en misschien zelfs thuis, nog op normale wijze te functioneren. Eén op tien, dat is niet gering. Het is niet de bedoeling hier in te gaan op de medische aspecten van stress en op maatschappelijke gevolgen. We weten dat velen die een WAO-uitkering hebben arbeidsongeschikt zijn geworden doordat zij hun werk geestelijk niet meer aankonden. Een veelheid aan omstandigheden en factoren is oorzaak van stress. Het is eigenlijk vreemd om te zeggen, maar juist onze welvaartssamenleving, waarin voor de meesten een redelijk tot goed bestaan is gewaarborgd, wordt gekenmerkt door een relatief groot percentage uitval aan mensen met mentale ontregeling. Dat lijkt voor een belangrijk deel in de samenleving zelf te zitten. Zij overvraagt. Het tempo en de intensiteit waarmee de dingen zich in onze samenleving voltrekken zijn voor heel veel mensen niet meer bij te houden. Natuurlijk is er veel stress onder mensen die voortkomt uit allerlei moeiten en spanningen in de privé-sfeer (huwelijk, gezin, verstoordheid binnen familieverhoudingen, opgebroken vriendschappen en wat al niet meer), maar ook daarin is dikwijls verband aanwijsbaar met de maatschappelijke belasting waaronder velen gebukt gaan. Wat wordt er vandaag veel van mensen gevraagd, afhankelijk van de sector waarin men zich waar moet maken. Zwaar is de mentale belasting van de welzijnswerker die dagelijks met ontregelde mensen moet omgaan. Onrustig en gejaagd is het bestaan van de commerciële buitendienstmedewerker, die aan het eind van het jaar niet over de geplande omzetcijfers blijkt te bezitten. Angst en een gevoel van onzekerheid beheersen medewerkers in bedrijven waarvan de economische positie wankel wordt en waarvoor overname of fusie nog een laatste redmiddel lijkt te zijn. De kans is dan groot dat er twee mensen bij één stoel komen te staan. In het gunstigste geval wordt er een stoel bij gezet. In welke rangorde? In veel bedrijven en bij veel instellingen worden technische en administratieve processen aangepast aan nieuw bedachte middelen en methoden. Oudere medewerkers “maken dat niet meer mee”, zoals men tegenwoordig zegt. Ze haken gedwongen af, teleurgesteld dat men zijn carrière op deze manier moet beëindigen.

Hoeveel stress is er niet onder zelfstandigen, bijvoorbeeld in de agrarische sector, wier financiële positie binnen de internationale economische machtsverhoudingen steeds kwetsbaarder wordt. Gesproken is dan nog niet over de stress bij vaders en moeders van gezinnen die zich een groter aandeel in de welvaart veroorloven dan het gezinsbudget toelaat.

Inspanning en ontspanning uit balans

En met alles wat mensen in hun persoonlijk leven bezighoudt moeten zij en moeten wij dan leven in een wereld waarin het steeds hectischer toegaat.

Wie kan nog zeggen dat hij of zij, temidden van alles dat vanuit de mensenwereld mondiaal en vanuit de samenleving in onze eigen omgeving op ons toekomt, vandaag een stil en gerust leven leidt? We zijn gejaagd en we worden gejaagd. De vraag hoe we ons leven moeten of willen inrichten, wordt in het leven van bijna alle mensen sterk door allerlei factoren van buitenaf bepaald, door omstandigheden en eventualiteiten waarover de media ons elke dag meedogenloos inlichten; door de snelheid ook waarmee de dagen in weken en de weken in maanden wegglijden, zonder dat we in ons gevoel het leven van elke dag, bewust en in rust, in vrede en met een gevoel van geborgenheid hebben geleefd.

Voor velen die in het volle leven staan zijn weken geen weken, dagen geen dagen en uren geen uren meer. We jagen er doorheen en komen er niet meer aan toe om als mensenkinderen voor Gods aangezicht te leven en te spelen op een wijze die in ons leven (in-)spanning en ontspanning in balans houden.

Hier ligt waarschijnlijk voor velen de diepste en de verst verwijderde oorzaak (de causa remota zoals men vroeger zei) van de mentale ontregeling. Ons leven is met wat de samenleving vraagt en biedt zo zeer gevuld, dat de ruimte en de tijd ontbreken om echt tot onszelf te komen, om de dingen van ons persoonlijk en van het leven om ons heen in alle rust te ordenen, enigermate overzichtelijk te maken en onze opstelling daarin te toetsen aan de voorwaarden die de kwaliteit van leven uitmaken. Het is nogal wat om in de wereld van nu te moeten leven. Dat hebben natuurlijk de mensen van alle tijden gezegd. De geschiedenis kent perioden waarin het leven van grote delen van de mensheid ondraaglijk veel ellende meebracht en waarin een stil en gerust leven een verre illusie leek. Voor een belangrijk deel van de mensheid geldt dat ook nu nog. In sterkere mate, doordat alles, in elk geval bijna alles, binnen onze waarneming is gekomen. Het trekt dagelijks aan ons voorbij: de gruwelen in sommige Afrikaanse landen, het rechtsextremisme, de stagnatie in de Europese integratie, het zwaar drukkende probleem van de milieuvervuiling, de verloedering van onze Nederlandse samenleving waarin niet alleen gewelddadige criminaliteit een verschijnsel is. Langzaam maar zeker kwam de ijsberg van fraude in allerlei verbanden boven water. Langs bedenkelijke wegen verzekeren sommige bedrijven zich ten onrechte van subsidies en genieten individuen uitkeringen die hun niet toekomen. Met een samenleving waarin het onderscheid tussen “mijn en dijn” niet meer of steeds minder wordt geëerbiedigd, is het slecht gesteld. Lezen we de profeten van het Oude Testament er maar op na. Het benauwt ons. Het veroorzaakt stress. Hoe moeten we, buiten dit alles, de gedachten aan ca. 4.000.000 aidspatiënten en aan een sterke toeneming van de ziekte kanker verwerken?

Informatietechnologie bedreigend monster

Het aantal economen dat een wereld zonder werk voorspelt groeit.

Naar het oordeel van de bekende, overigens niet geheel onomstreden, Amerikaanse econoom Jeremy Rifkin dienen in onze westerse samenleving regeringen en werkgevers erop bedacht te zijn dat op een termijn van 25 jaar miljoenen mensen thuis zullen zitten omdat robots en computers hun banen zullen hebben overgenomen. Op de arbeidsmarkt zal in de komende decennia voornamelijk behoefte bestaan aan topmanagers en computerdeskundigen. De technologische ontwikkelingen gaan razendsnel. Machines, robots, computers en nieuwe telecommunicatietechnieken zullen - aldus de profetie van Rifkin - in heel snel tempo het werk, zoals het nu nog door mensen wordt gedaan, overbodig maken.

We laten in het midden of Rifkin in zijn boek “The end of work” een te somber scenario schetst. In ongeveer 10 landen is het een bestseller en met name in het bankwezen schrijdt de technologie zo snel voort, dat werknemers met zorg vaststellen dat steeds méér werk door minder mensen kan worden gedaan. Dat in Singapore rechters door sprekende computers zijn vervangen (de verdachte spreekt in en het vonnis rolt eruit) is behalve curieus ook een teken aan de wand. Veel mensen denken op dit punt met bezorgdheid aan de toekomst van hun kinderen.

Plaats van rust?

Temidden van dat alles staat de kerk, de enige plaats waar een mens nog werkelijk rust zou moeten kunnen vinden. Daarvan mag hier en daar en van tijd tot tijd zeker sprake zijn. Er wordt in de kerk heel wat nood opgevangen. Maar de kerk vertoont toch ook sterk dezelfde verschijnselen als de samenleving te zien geeft. Ook in de kerk veel protest, misnoegdheid, miskenning van de ander, individualisering en verwarring; ook in de kerk gejaagdheid, overspanning, en het gevaar dat we aan onszelf en aan God voorbijleven.

Hoe is het in de plaatselijke gemeenten? We willen en mogen de ogen niet sluiten voor veel goeds, maar horen we niet al te veel van innerlijke verscheurdheid, van moeiten rond allerlei bijkomende zaken?

Kleinburgerlijkheid, verzakelijking en vormelijkheid beheersen maar al te veel het kerkelijk leven van vandaag. Misschien is dat voor een deel toe te schrijven aan de omstandigheid dat we ook als kerkmensen bezig zijn meer en meer gevoelloze mensen te worden, mensen die de samenhang tussen geloof en gevoel niet meer zo goed ervaren. Midden in een wereld vol zelfzucht, hebzucht, ontevredenheid, zelfgenoegzaamheid en liefdeloosheid zou de kerk een beeld moeten geven van mensen die vanuit het Evangelie leven met gevoelens van ootmoed, nederigheid, tevredenheid, bescheidenheid en warme liefde, naar binnen en naar buiten; van mensen die leven uit verwondering en in aanbidding van Hem, die ons niet alleen ter verlossing maar ook tot voorbeeld is gegeven.

Mankeert het ons individueel en samen misschien aan die verwondering en aanbidding? Zou dat ten diepste er de oorzaak van kunnen zijn dat ook in de kerk steeds sterker de klacht over toenemend individualisme wordt gehoord, terwijl daar juist de luwte te vinden zou moeten zijn voor mensen die tegen het gure klimaat in de samenleving bijna niet (meer) bestand zijn? De kerk een schuilplaats?

Wat in dit artikel aan de orde kwam, zal bij leven en welzijn onderwerp van bezinning zijn in de landelijke ambtsdragersconferentie van zaterdag 1 november in de Ichthuskerk in Amersfoort.

Prof. dr. H.G.L. Peels heeft zich bereid verklaard daar inleider te zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.