+ Meer informatie

Warme en koude maanden

3 minuten leestijd

Vorige maand heb ik in deze rubriek het broeikaseffect aan de orde gesteld in verband met de zonnige meimaanden van de laatste jaren. Hoewel ik deze maand geen nadere verklaring van deze term wil geven, omdat dan het gevaar van een te wetenschappelijk verhaal ontstaat, is het wel eens aardig de warme jaren van de laatste tijd nader onder de loep te nemen. Kranten schrijven immers bijna wekelijks over de "opwarming" van de aarde. Schapewolken tijdens een warme periode.

Van de vijf kalenderjaren 1988 tot en met 1992 behoren er maar liefst vier tot de warmste jaren van deze eeuw. Alleen 1991 was door een koude februari en een koude voorzomer veel minder warm. In De Bilt werd sinds 1988 het record vier keer gebroken. Ook over de gehele wereld bezien was het -op enkele gebieden navooral in 1989 en 1990 warmer dan enig jaar eerder in deze eeuw. We bekijken nu de jaren 1988 tot en met 1992 en letten dan op het aantal warme maanden en koude maanden. Warm wil dan zeggen: hoger dan het gemiddelde, koud: lager dan het gemiddelde. Alle gegevens gelden voor mijn meetstation in Nieuw-Lekkerland.

Per seizoen
Het is aardig om na te gaan welk seizoen de grootste bijdrage heeft geleverd aan de warme jaren. De seizoenen beginnen klimatologisch gezien steeds per volle kalendermaand. Dit betekent dat de winter op 1 december begint, de lente op 1 maart, de zomer op 1 juni en de herfst op 1 september. In de grafiek is het aantal warme, koude en normale maanden uitgezet. Over de laatste vijfjaren waren er vijftien lentemaanden, vijftien zomermaanden, enz. waarbij het aantal maanden met een bepaalde classificering is opgeteld.

Conclusie
Hoewel ook de zomers van 1988 tot en met 1992 mooi en warm waren, zijn een groot aantal warme maanden met name in de winter voorgekomen. De lente doet daar echter weinig voor onder, hoewel daar een grotere vertegenwoordiging van koudere maanden is te vinden. De zomer en de herfst geven echter een heel ander beeld te zien. In de herfst is het aantal koude maanden zelfs behoorlijk wat hoger dan het aantal warme maanden. We kunnen dus hieruit concluderen dat de warme jaren 1988 tot en met 1992 hun hoge gemiddelde vooral aan de winter en de lente hebben te danken.

Broeikaseffect
We keren nu weer even terug naar het broeikaseffect. Als dit aanwezig is -en hoewel nog niets onomstotelijk is bewezen, is het onzinnig dit stelselmatig te ontkennen- lijkt het gerechtvaardigd te beweren dat het broeikaseffect (met een verdere opwarming van de aarde) vooral in het eerste kalenderhalfjaar aanwezig is. Wij moeten daar overigens niet al te dramatisch over doen. Al te overspannen angsten in dit verband zijn in het licht van Genesis 8:22 zeker niet gerechtvaardigd. Koude en hitte zullen niet ophouden, al de dagen der aarde. Carolien (4) is bij oma en roept van boven naar beneden tegen oma: „Oma, iV. kan de pop niet dragen!" „Gooi hem maar naar beneden", roept oma terug. Carolien volgt oma's raad keurig op... Maar niet alleen de pop wordt naar beneden gegooid, nee, de hele "poppewieg met pop" komt van de trap gestuiterd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.